NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Categorieën
  • etymologie (69)
  • ex libris (32)
  • God of geen god? (134)
  • historisch (27)
  • kunst (2)
  • levensbeschouwing (185)
  • literatuur (24)
  • muziek (63)
  • natuur (5)
  • poŰzie (67)
  • samenleving (184)
  • spreekwoorden (11)
  • tijd (10)
  • wetenschap (46)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • de blog van Lut
  • Edge
  • The Secular Web
  • Vladimir Nabokov
  • Investigating Atheism
  • tweedehandse boeken
    Archief per maand
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Elke week zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan ge´nteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1000! De lijst van de categorieŰn bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    23-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over baby olifantjes, vermoorde wilde dieren, pandavoyeurisme en huisdieren
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Er is in de dierentuin een olifantje geboren en die gebeurtenis kreeg haar plaats tussen het overige wereldnieuws in de media. Iedereen lijkt zo’n baby olifantje schattig te vinden en wanneer het straks te bezichtigen is, zullen duizenden mensen zich staan te verdringen om er toch maar een blik van op te vangen. Ik heb daarbij, als tegendraadse denker, veeleer wrange gevoelens.

    Vooreerst is die geboorte een totaal kunstmatige zaak. De vader en de moeder leven in gevangenschap en overleven slechts met intense verzorging. Dat geldt nog veel meer voor de baby: zonder menselijke tussenkomst zou die het niet overleven. Een uitgebreide groep van verzorgers en gespecialiseerde dierenartsen is de klok rond bezig om de geboorte te doen slagen en de boreling in leven te houden. En dat terwijl in Afrika olifanten koelbloedig uitgemoord worden omwille van hun ivoor. En in hetzelfde dierenpark wordt een ander, gezond dier omgebracht en aan de roofdieren in hun kooien gevoederd. Kan het nog gekker?

    Het is duidelijk dat dierentuinen commerciële instellingen zijn die populaire diersoorten kunstmatig in leven houden en daarmee handig inspelen op de nieuwsgierigheid van mensen die niet weten wat te doen met hun vrije tijd.

    Ik kan tijdens een zeldzaam bezoek aan een dierenpark mijn afschuw en mijn tranen nauwelijks bedwingen. Deze dieren horen thuis in de natuur, niet in gevangenschap. Ik kan geen enkele goede reden bedenken waarom wij wilde dieren hier zouden mogen opsluiten. Met welk recht? Stilaan begint er een kentering te komen in de mentaliteit van de mensen en zelfs in de wetgeving. Wilde dieren in circussen mogen niet meer en de regels voor dierenparken zijn erg streng geworden. Maar we moeten nog een grote stap verder en wilde dieren laten waar ze thuishoren. Er zijn genoeg uitstekende natuurdocumentaires die ons alles over zelfs de meest zeldzame dieren tonen, veel beter en veel natuurlijker dan wij dat in een zoo kunnen zien.

    Ik zal dus ook niet gaan kijken naar het pandakoppel dat sinds enige tijd in een Waalse stad opgesloten zit en blootgesteld wordt aan het trieste menselijke voyeurisme. Die stad verbeurt daarmee overigens meteen de eretitel van (tijdelijke) culturele hoofdstad van Europa (die ze trouwens enkel te danken hebben aan het feit dat de plaatselijke burgemeester ook eerste minister was van dit vreemde landje).

    Sinds oktober van vorig jaar hebben wij een huisdier, Tobit of Toby, onze Beagle. Met vallen en opstaan heb ik geleerd met hem om te gaan als een levend wezen zoals ik er ook een ben. Wij zijn verschillend, maar dat zijn verschillen in gradatie, niet in essentie. Ik voel me verantwoordelijk voor hem, maar ik besef stilaan dat ik hem al de vrijheid moet laten die hij van nature heeft. Dat is niet altijd gemakkelijk, zijn wensen komen niet altijd overeen met de onze en vaak moeten wij ons aanpassen aan hem veeleer dan omgekeerd. De grenzen ontdekken van ons samenleven met een huisdier is een fascinerende belevenis die ons leven verrijkt, elke dag opnieuw.

     


    Categorie:poŰzie
    22-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.50+ en zonder job

    Frank Van Laeken, Als het werk stopt. 50+ en zonder job, Antwerpen/Utrecht: Houtekiet, 215 blz., € 19,99 (pb).

    Ik ben zelf 69, ik schrijf op Seniorennet, dus werd me gevraagd dit boek te bespreken en ik heb maar toegezegd. We lijken er immers niet onderuit te kunnen: enerzijds moeten we met zijn allen langer werken, anderzijds blijken ouderen het steeds moeilijker te hebben om werk te houden en nieuw werk te vinden. Er is dus een aanzienlijke en groeiende groep van mensen die zouden moeten werken maar dat niet doen. Dat is een maatschappelijk probleem, want die mensen moeten ook leven en als ze niet werken, zal iemand hen moeten onderhouden. En als er niet genoeg werkende mensen zijn, is er geen geld genoeg om voor iedereen een sociaal vangnet te voorzien.

    Dat is het probleem en daarover gaat dit boek. Het vertrekt van de situatie van de auteur, die zoals veel anderen op relatief rijpere leeftijd in de werkloosheid terechtkwam. Hij heeft dan de kans gekregen om net daarover een boek te schrijven en heeft zo van een nood een deugd gemaakt. Enerzijds heeft hij een aantal collega-werklozen geïnterviewd over hun ervaringen, anderzijds is hij te rade gegaan bij zowat iedereen die rechtstreeks of onrechtstreeks iets met deze problematiek te maken heeft: politici, vakbondsleiders, werkgeversorganisaties, tewerkstellingsbureaus, arbeidsbemiddelaars, diensten voor arbeidsbemiddeling en de diensten die de werklozensteun toekennen, enzovoort. Er wordt dus opvallend veel geciteerd in dit boek, wat niet verwonderlijk is als men leert dat de auteur ook copywriter is geweest. En daar wringt toch een beetje het schoentje. Zeker, de auteur is persoonlijk betrokken bij al wat hij schrijft, maar hij komt niet echt tot een ernstige analyse van de toestand, zelfs niet in een hoofdstuk met een overdaad aan statistische gegevens, en uiteindelijk biedt hij al evenmin een doordachte oplossing aan in een afsluitend hoofdstuk. Hij laat voortdurend het woord aan zijn talrijke gesprekspartners en dat levert een veelkleurig mozaïek op van opinies en ideeën, maar er verschijnt langzamerhand noch finaal een patroon dat die diversiteit tot een zinvol geheel maakt. Daarvoor zijn de meningen al te zeer verdeeld en de ervaringen al te anekdotisch in hun nochtans schrijnende realiteit.

    Naar het einde van het boek toe lijkt de auteur zich te scharen achter de ideeën van enkele personen die zoals hij van de nood een deugd hebben gemaakt. De ene heeft een bedrijfje opgericht om oudere werklozen aan werk te helpen, de andere heeft een boek geschreven dat deze mensen moet helpen om werk te vinden. Daarmee plaatst de auteur zich uiteindelijk in dat kader en dat is een beetje jammer, want het probleem is reëel en zijn methode is niet onverdienstelijk, en zijn kwaliteiten als copywriter blijken op elke bladzijde. Men kan zich echter niet van de indruk ontdoen dat we hier veeleer te maken hebben met randfenomenen van een uiterst belangrijk maatschappelijk probleem dan met de kern van de zaak en met oplossingen die meer zijn dan verkoperpraatjes. Of iemand werk vindt of niet zal immers niet in de eerste plaats afhangen van hoe men zich verkoopt (zoals in het boek herhaaldelijk gesuggereerd wordt), maar vooral van de vraag of er werk is en of men dat werk wil doen voor het aangeboden loon en de specifieke omstandigheden.

    Het lijstje van de geïnterviewden en van de geraadpleegde documenten is lang. De instanties die maatregelen bedenken om iets aan het probleem te doen zijn legio. Maar de talrijke en diverse genomen maatregelen blijken nauwelijks effect te hebben en niet zelden werken ze elkaar zelfs tegen. De meeste geïnterviewden lijken het nochtans evident te vinden en te verwachten dat de oplossing komt van dergelijke maatregelen, die de tewerkstelling van ouderen moeten aanmoedigen met allerlei fiscale voordelen of nieuwe vormen van arbeidsorganisatie. Zij geloven stuk voor stuk in de maakbaarheid van de economische en maatschappelijke wereld en vooral ook in hun eigen ideologieën en ideeën om die ideale wereld tot stand te brengen of althans de huidige wereld te redden van de ondergang. Maar ook hier kunnen wij ons niet ontdoen van de indruk dat deze mensen van de nood een deugd maken: zij blijken allemaal, zonder enige uitzondering, te leven van hun betrokkenheid bij het probleem, zij het als hoogleraar toegepaste economie, als hoofd van een federale of gemeenschapsoverheidsdienst, als directeur van een plaatsingsbureau, als vakbondsleider enzovoort. Er wordt enorm veel gepraat over dit probleem, er zijn talloze goedbetaalde praatjesmakers, maar dat blijkt het probleem helaas helemaal niet op te lossen.

    Na het lezen van dit boek heeft men een vrij goed zicht op de situatie van de oudere werkloze in Vlaanderen en van de meningen daarover bij de vele betrokkenen en ook van de maatregelen die men daarvoor heeft genomen of heeft nagelaten te nemen. Maar de werkelijke oorzaak van het fenomeen ontsnapt aan deze benadering. De verhalen van de werklozen die we hier vinden laten ons niet toe een algemene regel te formuleren voor hun ontslag, noch voor de redenen waarom zij niet meer aan de bak komen en ook de geleerde analyses van de professoren helpen ons daarbij niet echt. Waarom wordt een oudere werknemer ontslagen? De auteur en zijn gesprekspartners putten zich uit om de vele vooroordelen over deze groep te ontkrachten, maar hoe beter ze daarin slagen, hoe minder men begrijpt waarom die groep desondanks toch zo groot is. Zijn het dan allemaal slechts vooroordelen van werkgevers, personeelsdiensten, headhunters en HR-diensten? Misschien wel, al ontkennen ook zij dat in alle toonaarden.

    Misschien is het met werknemers wel zoals met een bril. Zelfs als er met je oude niets aan de hand is, wil je af en toe wel eens een nieuwe.

    Maar laten we ernstig blijven. Misschien hebben we te weinig oog voor een fundamenteel intermenselijk gegeven, namelijk het generatieconflict, de moeilijkheid die mensen van verschillende leeftijden hebben om met elkaar samen te werken. De oorzaken van die weerstand zijn complex, maar ze volgen wel de lijnen van de leeftijd en dus mogen we aannemen dat die problemen leeftijdsgebonden zijn. Wie voor die diepmenselijke ingesteldheid geen oog heeft, ziet het probleem niet. En wie denkt dat het slechts om een oppervlakkig vooroordeel gaat dat men (zoals in het boek) zomaar kan wegwerken door ‘een Van Goghske te doen’, namelijk het ‘oor’ weg te snijden zodat een voor-oor-deel een voordeel wordt, die is ofwel al te utopisch of, vrees ik, een praatjesmaker.

     


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij
    15-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.The Soul Fallacy, Julien Musolino (recensie)

    Julien Musolino, The Soul Fallacy. What science shows we gain from letting go of our soul beliefs, New York: Prometheus Books, 2015, 287 pp., € 17,64 (pb, Amazon Fr).

    In de lagere school al vond ik dat het woord ziel nergens op sloeg. Het was onzin, een verzinsel van de pastoors. Er werd enkel over de ziel gesproken in een religieuze context, nergens anders. En dus was het iets religieus en nergens anders bruikbaar.

    In de middelbare school moesten we eens een opstel maken dat op een of andere manier met de ziel te maken had. Ik wist er geen raad mee en vroeg iedereen die ik tegenkwam of ze wisten wat de ziel was. Verbijstering en verstomming alom. En dat was dat. Ik heb me nooit meer druk gemaakt om het woord of het begrip ziel, tenzij ik me ergerde aan de onzin die men erover vertelde.

    Ik schreef hier al eerder over de ziel, volg deze link: http://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=169845.

    Recentelijk vond ik dit boek van Musolino en besloot het toch maar te kopen en te lezen. Ik heb het me niet beklaagd. Het is vlot geschreven, in een onderhoudende, toegankelijke stijl. De auteur rekent af met alle mogelijke en onmogelijke opvattingen over de ziel en komt al heel snel tot het besluit dat het niet alleen een nutteloos begrip is, maar zelfs een schadelijk idee. Hij gaat herhaaldelijk en uitvoerig in op enkele recente Amerikaanse christelijke verdedigers van de ziel en de onsterfelijkheid en toont accuraat en afdoende de onhoudbaarheid van hun opvattingen aan. Hij benadrukt tevens wat de nadelige gevolgen zijn van het verdedigen van het bestaan van de ziel.

    Waarschijnlijk komt er geen Nederlandse vertaling. Het is een typisch Amerikaans boek, gericht op de heersende mentaliteit in de Verenigde Staten, waar het religieus gevoel nog sterk aanwezig is bij gewone mensen en in de algemene cultuur, ongetwijfeld onder invloed van de talloze religieuze organisaties en sekten. De auteur verbaast zich daarover overigens herhaaldelijk wanneer hij de vergelijking maakt met West-Europa, en gelijk heeft ie.

    Een aanrader dus, maar wie zal het lezen? Wie al overtuigd is dat denken in religieuze termen als de ziel, het hiernamaals, God, zinloos is, zal er een markante bevestiging vinden van zijn ideeën. Wie daar nog niet aan toe is, zal ongetwijfeld afgeschrikt worden door de mokerslagen die de auteur laat neerkomen op religieuze ideeën en de ziel in het bijzonder. Toch hoop ik met de auteur dat door voortdurend te herhalen dat religieus denken niet alleen onwetenschappelijk is en ook nutteloos en zinloos, maar dat we echt beter af zijn als mens en als maatschappij wanneer we dergelijke gedachten zoveel mogelijk achter ons laten, we stilaan evolueren naar een betere samenleving.

    Recente statistieken lijken echter aan te geven dat hoewel ongeloof en atheïsme (het verschil is me niet duidelijk) toenemen in het Westen, de godsdiensten nog lang niet uitgeteld zijn en in de komende decennia wellicht zelfs aan belang zullen winnen. Voor die prognose gaat men uit van het feit dat vandaag veel jongeren aangeven in (vage) religieuze termen te denken. Laten we maar hopen dat ze op rijpere leeftijd vanzelf tot andere gedachten zullen komen, wanneer blijkt dat ze met hun religieuze ideeën zo goed als niets kunnen aanvangen en dat die echt wel onverenigbaar zijn met hun eigen andere, praktische en rationele opvattingen over het leven en het samenleven.

     


    Categorie:God of geen god?
    Tags:godsdienst, athe´sme
    13-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kerk en haar gelovigen

    Ik heb hier nog niet veel goeds verteld over de godsdienst in het algemeen, noch over het christendom of de islam in het bijzonder, en daar zijn goede redenen voor, meen ik. Ik heb me daarbij steeds gekeerd tegen de godsdienst als organisatie en als ideologie, en dus vooral tegen degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Misschien is het nu wel eens nodig om mijn houding te verduidelijken tegenover de gelovigen.

    Mijn ouders waren devote mensen, mijn Moeder zelfs op het bigotte af. Maar het waren ook door en door brave en eerlijke mensen, die geen vlieg kwaad zouden doen. Ik heb echter nooit gedacht dat hun gelovigheid aan de basis lag van hun goedheid. Dat lag veeleer in hun karakter. Ik zag hun vroomheid integendeel als een vreemde emotionele afwijking, een spijtig gebrek en een intellectueel falen. Ik was en blijf ervan overtuigd dat zij ook goede mensen zouden geweest zijn zonder hun vroomheid, zonder hun godsdienst. Want hun godsdienstigheid ging niet diep: ze uitte zich vooral in de rituelen en gebruiken en in het toebehoren tot de christelijke zuil van de samenleving. Wat wisten zij van de theologie, van de dogma’s, van de kern van het geloof? Zo goed als niets. Mijn Moeder geloofde vast in het hiernamaals, maar enkel als de plaats waar ze haar geliefden zou terugzien: haar vroeg gestorven dochter, haar man die ze verloor toen hij eindelijk gepensioneerd was. En ze zou wachten op ons, haar andere kinderen, en haar kleinkinderen. Het was het geloof van een eenvoudige vrouw. Wat kan daarmee verkeerd zijn?

    Wel, toch een en ander. Ze had ook een sterk zondebesef, zoals toen gebruikelijk was, en vanuit dat besef beoordeelde ze de anderen. Wie zich schuldig maakte aan inbreuken op de kerkelijke wetten kon niet rekenen op Gods barmhartigheid, maar op zijn bestraffende rechtvaardigheid. Er waren dus in haar ogen, zoals in de ogen van de kerk, goede en slechte mensen, en je kon maar beter niet bij de slechten horen, want voor hen was in haar wereld geen plaats. Dat betekende dat iedereen die niet kerkelijk was om die reden meteen ook intrinsiek slecht was en moest gemeden worden. Naastenliefde beperkte zich tot de mensen van goede wil, en die vond je alleen in de kerk. Dat is de akelige keerzijde van een ongenuanceerd geloof, zoals het aan eenvoudige mensen uitgelegd werd.

    Ik haast me het voorbeeld van mijn Moeder te verlaten, omdat het mijn Moeder was en ik haar liefgehad heb, op mijn manier, dat wil zeggen onvolmaakt en met de nodige conflicten en de onnodige pijn en het zinloos verdriet dat we elkaar berokkend hebben. Ze was een gelovige, maar ze was in de eerste plaats mijn Moeder.

    Ik kom dus terug bij de gelovigen in het algemeen. Er zijn zeker talloze gelovige mensen geweest die zich voorbeeldig gedragen hebben in hun leven en die zijn er ongetwijfeld nog. Ze vinden in hun geloof aanknopingspunten bij hun diepste gevoelens en laten zich allicht zelfs inspireren door de hogere waarden die zij daar aantreffen, inzonderheid het gebod van de naastenliefde. En in de gemeenschappelijke beoefening van liturgische rituelen en folkloristische gebruiken vinden zij een bevestiging van hun overtuigingen. Het zijn vaak waarlijk onschuldige mensen met een warm hart voor hun medemens en een grote mate aan eenvoudige bescheidenheid. Ze hebben meestal lak aan hoge woorden en klinkende verklaringen en leiden een onopvallend leven, gekenmerkt door welwillendheid, dienstbaarheid en zelfverloochening. Het is niet moeilijk om van dergelijke mensen te houden, ook niet als ze gelovig en zelfs devoot zijn.

    Dergelijke mensen vinden we echter overal, in alle godsdiensten en evident ook buiten de godsdiensten. En binnen die godsdiensten vinden we ook heel andere mensen, die helemaal niet zo braaf zijn. Vandaar mijn conclusie dat de godsdienst zo goed als niets te maken heeft met de morele kwaliteiten of gebreken van mensen. Men is het resultaat van zijn voorgeschiedenis, zowel genetisch als cultureel en maatschappelijk en naarmate de godsdienst daarin een rol speelt, heeft die ook gevolgen voor de persoonlijkheid van elke mens. De godsdienst is niet uitsluitend of hoofdzakelijk bepalend voor wie men is. Dat was vroeger niet zo en vandaag is dat hier bij ons nog veel minder het geval.

    Mijn houding tegenover de godsdienst is dus dubbel: ik ben tegen de godsdienst, maar niet tegen de gelovigen, ook niet als ze hun geloof oprecht en openlijk belijden. Die beide kanten van mijn houding wil ik echter meteen nuanceren. Dat gelovigen hun geloof openlijk belijden is het minste dat men van hen mag verwachten; als ze dat niet doen, zijn het niet echt gelovigen. Het hangt er echter vanzelfsprekend van af hoe ze dat doen en daar wringt vaak het schoentje. Het kan gaan om kleine onverdraagzaamheden, maar ook om schrijnende onrechtvaardigheden en zelfs verwerpelijke misdaden die zij begaan in naam of onder het mom van hun godsdienst. En dat kunnen en mogen wij niet tolereren. Aan de andere kant ben ik wel principieel tegen elke godsdienst, maar ik erken moeiteloos dat ook de georganiseerde godsdiensten goede dingen hebben gedaan en nog steeds doen.

    Het is dus een complexe zaak, zoals meestal het geval is. Iedereen zal voor zichzelf de afweging moeten maken tussen het goede dat een godsdienst tot stand kan brengen en de kwalijke middelen die daarvoor blijkbaar nodig zijn en de misbruiken die even blijkbaar onvermijdelijk zijn. Ik heb voor mezelf uitgemaakt dat de mensheid beter af is zonder godsdiensten en dat uit zich af en toe in extreme uitspraken, zoals mijn suggestie om niet alleen het Vaticaan maar ook de vele kathedralen en kerken meteen te dynamiteren. Sommigen verwijzen mij omwille van die uitspraak naar de rangen van IS en de Taliban en dat komt hard aan, maar ik besef dat de gelijkenis treffend is. Wat is inderdaad het verschil?

    Vooreerst beperk ik mij nadrukkelijk tot de veeleer retorische suggestie en hoed ik me vanzelfsprekend voor het ten uitvoer brengen van een dergelijke misdaad of het aanzetten daartoe. In de praktijk klaag ik de zware verkwisting aan van belastingsgeld voor het onderhoud en de restauratie van nutteloze en protserige gebouwen. Daarnaast betreft mijn suggestie enkel religieuze gebouwen en kunstschatten en is ze niet gericht op de gelovige mensen en zelfs niet op de leiders van godsdiensten, tenzij die zich schuldig maken aan misdaden tegen de mensheid, en daarvoor ontbreekt het helaas niet helemaal aan valabele argumenten.

    Dierbare gelovige, ik ben het niet eens met jouw godsdienst en ik vind dat je je vergist en dat je het slachtoffer bent van mensen die misbruik maken van jouw vertrouwen en je goedgelovigheid. Ik zal niet nalaten daarop te blijven wijzen, maar desondanks erken ik jouw recht om er anders over te denken, en om jouw geloof passend te belijden zolang dat niet strijdig is met de universele rechten van de mens en de democratische wetten van de maatschappij.

    Onder die omstandigheden valt er best wel samen te leven, vind ik.


    Categorie:God of geen god?
    Tags:maatschappij
    08-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.(g)een filosofie van de stilte (recensie Jan Hendrik Bakker)

    Jan-Hendrik Bakker, In stilte. Een filosofie van de afzondering, Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact, 2015, 238 blz., € 21,98 (pb).

    De auteur vertrekt van een nauwelijks verholen ongenoegen met onze huidige consumptiemaatschappij en de zinloosheid van het bestaan van de moderne mens. Hij contrasteert dat lawaaierige maar hol klinkende leven met een leven van volheid in stilte en afzondering. Wat dat in de praktijk kan zijn, probeert hij te weten te komen door te rade te gaan bij wat hij ‘afzonderlingen’ noemt: personen die zich tijdelijk of permanent uit de wereld hebben teruggetrokken, op zoek naar stilte, volheid en zin in hun leven.

    Hij bekijkt achtereenvolgens de vroegchristelijke heremieten, Thoreau’s Walden, het dandyisme, Kierkegaard, Nietzsche, Thomas Merton en ten slotte de Unabomber Kaczynski. Dat biedt ruimschoots de gelegenheid tot een beschrijving van althans deze vormen van afzondering in stilte en voor de overpeinzingen die bij de auteur daarbij voor de geest komen. Hij laat zich daarbij vooral leiden door zijn vrij negatieve analyse van de huidige wereld. Al spoedig komt hij daardoor in een dilemma terecht: enerzijds kan hij niet anders dan vaststellen dat de moderne mens de facto op de anderen is aangewezen voor zijn overleven, zowel materieel als psychisch; anderzijds is dat samenleven volgens hem problematisch geworden door de omvang en de vormen die de samenleving heeft aangenomen. Ondanks enkele schuchtere pogingen slaagt de auteur er o.i. niet in om dat vermeende dilemma zinvol op te lossen.

    Het valt daarbij op dat zijn kritiek op de moderne maatschappij gekenmerkt wordt door een zekere nostalgie naar een vaag utopisch verleden, alsof het werkelijk zo zou zijn dat het vroeger veel beter was, dat men in vroegere tijden echt in gemeenschap leefde en dat het leven in nauw contact met de ongerepte natuur onbekommerd en zinvol was. Wie ooit Barbara Tuchmans De waanzinnige 14de eeuw las, is voorgoed van die romantische illusie verlost. Men kan veel kritiek uiten op onze moderne wereld, maar nog nooit hebben zoveel mensen het zo goed gehad. En wie vandaag toch wil wegvluchten uit de wereld heeft daartoe volop de gelegenheid op talloze manieren; ook dat is nog nooit zo gemakkelijk geweest.

    Bij zijn voorstelling van de personen die hij als voorbeeld heeft gekozen, laat de auteur zich vaak verleiden tot vrij uitvoerige beschrijvingen van hun leven en desgevallend hun geschriften. Dat is meestal niet eens oninteressant, maar het heeft niet altijd rechtstreeks te maken met het thema van de afzondering of met een doordachte filosofie van de stilte. Dat Nietzsche de laatste jaren van zijn leven in diepe waanzin heeft doorgebracht, maakt van hem geen voorbeeld van een bewuste ‘afzonderling’; en als men in elke auteur die zich teruggetrokken heeft om een boek te (proberen) schrijven een zoekende naar stilte, inkeer en zinvolheid moet zien, dan zijn de voorbeelden legio. Het is niet omdat men geen gasten ontvangt, zoals Kierkegaard, of in een trappistenklooster verblijft zoals Merton, dat men een eenzaat is. Thoreau’s was een zeer tijdelijke en op zijn minst ambivalente afzondering. Die van de dandy’s was hooguit symbolisch.

    Bakker schrijft op een badinerende manier. Hij vermengt de ideeën van zijn voorbeelden met zijn eigen reacties daarop in een moeiteloos voortkabbelende woordenstroom. Het ontbreekt hem daarbij niet zelden aan een degelijke methodische aanpak van zijn onderwerp: wat bedoelt hij precies met afzondering, stilte, zinvol leven? Wij komen het niet te weten, of toch niet expliciet, en de impliciete boodschap reikt niet veel verder dan zijn vaag en onvoldoende verantwoord ongenoegen met onze moderne wereld. Tot een ernstige filosofie van de afzondering komt hij dan ook niet, zelfs niet in het afsluitend hoofdstuk onder die titel. Daarvoor heeft hij zich al te zeer opgesloten in zijn wazige en loze maatschappijkritiek: ‘De laatste halve eeuw is de verhouding tussen individu en gemeenschap volkomen uit balans geraakt.’ (blz. 205) Is dat zo? Was die verhouding vijftig jaar geleden dan wel in balans? Dat heb ik althans in die woelige jaren 1960 niet zo ervaren. En de eerste helft van de twintigste eeuw kan men toch nauwelijks als een zeer evenwichtige tijd beschouwen… ‘In het verarmende (maar nog steeds zeer rijke) Westen wordt de verzorgingsstaat in hoog tempo afgebroken, de individualisering van de arbeid heeft iedere volwassene verantwoordelijk gemaakt voor zijn eigen inkomen terwijl de vooruitzichten op werkgelegenheid, met volwaardige banen, steeds minder worden.’ ‘ Europa verkeert bovendien al sinds 2009 (sic) in een ernstige financiële crisis die niet opgelost lijkt te kunnen worden.’ (blz. 206). Enzovoort. En de oplossing voor dat doemscenario? ‘Het enige wat ons kan redden is de persoonlijke overtuiging dat het aardse leven zinvol is en daarom gered dient te worden.’ Daarmee moeten we het doen als ‘filosofie van de afzondering’.

    Bakker verdedigt een bevreemdende vorm van individualisme als alternatief voor de onmenselijke massa. Hij ziet zelfs in de moordzuchtige misantroop Ted Kaczynski elementen die kunnen bijdragen tot onze redding. Daar houdt het voor de weldenkende mens dan wel op.

    Wij mensen hebben nu en dan nood aan afzondering en stilte, zoveel is zeker. Er is daartoe volop gelegenheid, ook in de natuur, meer dan ooit tevoren mogelijk was. Wij gaan stilaan inzien dat de zin van ons bestaan niet van buitenaf aangereikt of opgelegd wordt, maar dat wij zelf zin moeten en kunnen geven aan ons leven, wat ook onze situatie is. En onze situatie is onontkoombaar die van vandaag: wij leven met meer dan zeven miljard mensen samen in een hoogtechnologische snel veranderende beschaving. Er is geen weg terug, nostalgie is misplaatst en nutteloos. We hebben het nog nooit zo goed gehad en nog nooit zoveel middelen ter beschikking gehad om het nog beter te maken. Zelfs onrealistische dagdromers die verlangen naar een utopische afzondering in de stilte van de natuur kunnen gerust hun gang gaan op een of ander onbewoond eiland of een woonboot op de Friese wateren. Als lectuur kan ik echter niet dit boek aanbevelen; ik denk veeleer aan de Ethica van Spinoza, genoeg om een leven zinvol mee te vullen, zoals hijzelf ook gedaan heeft.

     


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij
    07-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Slavoj Zizek, Eis het onmogelijke (recensie)

    Slavoj Zizek, Eis het onmogelijke, Editie Leesmagazijn, 2015, 170 blz., vertaald door Menno Grootveld, € 14,95 (pb).

    Dit boekje heeft een originele vorm. Het is het resultaat van een interview dat een Zuid-Koreaans team bij Zizek thuis van hem afnam. Het zijn vierendertig heel spontane antwoorden op vragen die hem werden voorgelegd. Dat geeft een directe charme aan het boekje en het draagt niet weinig bij tot zijn leesbaarheid. Anderzijds missen de korte uiteenzettingen van de geïnterviewde af en toe de ruimte en de omvang die noodzakelijk is voor een goed begrip en de nodige diepgang. Maar over het algemeen slaagt ┤iŞek er voorbeeldig in om heel concies de grond van de zaak accuraat weer te geven.

    Al heel snel wordt duidelijk dat de vragen die hem voorgelegd worden vooral van politieke aard zijn, of moeten we zeggen staatkundig? Het gaat meestal niet zozeer over politiek partijen maar over ideologieën, hoewel die twee vanzelfsprekend sterk verweven zijn. Zizek is een linkse denker, maar anders dan Sartre en andere fellow travelers spaart hij zijn kritiek niet op linkse regimes die zwaar in de fout gegaan zijn vanuit humanitair standpunt.

    Wat sterk opvalt door de talrijke korte hoofdstukken heen is niet alleen het linkse jargon – dat af en toe zo gespecialiseerd is dat de vraag pas duidelijk wordt na het lezen van het antwoord – maar ook het linkse denkpatroon. Men gaat steeds uit van een analyse van de wereld zoals hij is en stelt daarbij vast dat er ongelijke verdeling is van de rijkdom en de macht. Vervolgens gaat men op zoek naar de methode om daaraan te verhelpen, op een vrij theoretische manier. Dan rijst natuurlijk de vraag naar de middelen om de verandering in de praktijk door te voeren. Dat kan gebeuren door het verwerven van voldoende politieke macht om het eigen politieke programma te kunnen doorvoeren. Dat kan als men voldoende mensen kan overtuigen om voor dat programma te stemmen bij vrije verkiezingen. Een andere mogelijkheid is het op gang brengen van een volksbeweging op grond van slogans en propaganda. En het kan ook door de macht met geweld te grijpen in een coup of door een revolutie. Enkel de eerste mogelijkheid is democratisch, maar het is zelden op die manier dat linkse regimes aan de macht gekomen zijn. Het linkse denken lijkt onvermijdelijk te ontstaan bij een uiterst kleine kern van linkse denkers die totaal onmachtig zijn om binnen het systeem ook maar iets te veranderen. En dus is men genoodzaakt om het systeem met een of andere vorm van geweld te veranderen; datzelfde geweld blijkt dan ook nodig te zijn om het nieuwe systeem in stand te houden. Dat is precies wat men heeft kunnen vaststellen in de twintigste eeuw met de talrijke revoluties en dictatoriale regimes.

    Is er dan een alternatief? Dat is een van de vragen die voortdurend opduikt in dit interview. Is het denkbaar dat de massa voldoende nadenkt over haar eigen lot zodat er een echte volksbeweging tot stand komt, dus van onderuit en niet op gang gebracht door een militante ideologische kern? Af en toe zijn er opflakkeringen in die zin. Zizek besteedt veel aandacht aan de Arabische lente, aan de antiglobalisten en de ­occupy bewegingen. Op dit ogenblik, amper enkele jaren later, moeten we helaas vaststellen dat daarvan nog nauwelijks iets overblijft in de praktijk en dat de nieuwe situatie zo mogelijk nog erger is dan tevoren.

    De linkse ideologie lijkt steeds uit te gaan van het principe dat een bewuste elite van geëngageerde filosofen altijd het voortouw moet nemen. Men gaat ervan uit dat zij niet alleen weten wat er verkeerd is in de maatschappij, maar ook hoe het er dan wel aan toe moet gaan. De geschiedenis heeft bewezen dat de eerste premisse in de meeste gevallen juist was: men verzette zich tegen toestanden die inderdaad wraakroepend waren. Maar diezelfde geschiedenis heeft pijnlijk aangetoond dat het verzet zich niet alleen voortdurend vergist heeft in de middelen om de verandering door te voeren (de gewelddadige revolutie), maar ook in het inzicht in de heilsstaat die men tot stand wou brengen en in de middelen om dat te realiseren.

    Het is modieus om te kankeren over de kapitalistische neoliberale consumptiemaatschappij. Het is ook duidelijk dat die niet volmaakt is. Het is echter zeer de vraag of er iemand is in die maatschappij die ernstig overweegt om terug te gaan naar de gruwelijke toestanden die de linkse dictaturen veroorzaakt hebben in grote gebieden van de wereld. De verlokking van de onnoemelijk veel hogere levensstandaard van de verguisde consumptiemaatschappij blijkt voor de meeste mensen voldoende om zoveel mogelijk veeleer dat ideaal na te streven. De uitwassen neemt men erbij.

    Zizek blijkt zich zeer goed bewust te zijn van deze problematiek en waarschuwt zijn ondervragers herhaaldelijk dat men bij elke maatschappijkritiek de lessen van de geschiedenis niet uit het oog mag verliezen. Hij lijkt de voorkeur te geven aan een vreedzame evolutie en aan de democratische politiek, ook al maalt die molen traagzaam en is het resultaat verre van volmaakt. Maar toch spoort hij ons aan om ons daarmee niet tevreden te stellen. Vandaar wellicht de titel van dit boek: we moeten het onmogelijke eisen, dat wil zeggen een rechtvaardige wereld die democratisch en geweldloos tot stand komt. Er is nog werk aan de winkel.

    Ondanks de ongewone vorm is dit toch een heel leesbaar boek. Dat is vooral te danken aan de scherpe intelligentie en de grote historische en filosofische kennis Zizek. De vlotte Nederlandse vertaling doet vergeten dat het om een vertaling gaat van een gesprek waarbij wellicht niemand zich in zijn moedertaal kon uitdrukken.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij
    06-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Recensie: Nick Broers, Achter Darwins horizon. Een religie voor athe´sten.

    Nick Broers, Achter Darwins horizon. Een religie voor atheïsten, Budel: Damon, 2015, € 24,90 (paperback).

    Bij tijd en wijle duikt er weer een boek op dat aankondigt dat er nog hoop is voor atheïsten: ook zij kunnen nog aan religie doen. Dat is paradoxaal genoeg om de aandacht te trekken. Men verwacht immers niet dat atheïsten van nature geneigd zullen zijn om religieus te zijn in de vertrouwde betekenis van dat woord als een synoniem voor godsdienstig. Anderzijds zijn er bepaalde aspecten van de bestaande godsdiensten of van ‘religiositeit’ die ook atheïsten aanspreken, al was het maar het samenhorigheidsgevoel en de behoefte om de eigen opvattingen te delen met anderen en ze uit te dragen in de wereld. Er leeft dus bij menig atheïst een onbestemd verlangen naar zoiets als godsdienst, maar dan zonder God en zijn dienst.

    De auteur van ‘Achter Darwins horizon. Een religie voor atheïsten’ wekt dan ook hoge verwachtingen. Nick Broers is, zo lezen we op de achterflap, ‘methodoloog en statisticus. Hij werkt als wetenschappelijk onderzoeker en statistiekdocent aan de Universiteit Maastricht.’ En dan volgt een merkwaardige toevoeging: ‘Het boek is op persoonlijke titel geschreven.’ Dat klinkt als een waarschuwing en een disclaimer. Hij schrijft het dus niet als methodoloog &c., noch als universiteitsdocent, zo moet men wel concluderen. Waarom dan toch die kwalificaties vermelden?

    Bij lezing blijkt dat dit slechts een eerste aanduiding is van een diepgewortelde maar listig verborgen dubbelzinnigheid die het hele boek doorspekt. Ogenschijnlijk is het een niet onaardige, zij het weinig originele presentatie van de problematiek van de toenemende seculariteit in een wereld waarin de wetenschap een steeds grotere rol gaat spelen. Maar dat is slechts oogverblinding, zoals blijkt bij nader toezien. Dan stellen we vast dat de vele bladzijden, zowat 99% van het boek, weliswaar gewijd zijn aan de voorstelling van de wetenschappelijke vooruitgang en het aftakelen van de irrationaliteit, maar dat de auteur daarmee slechts een verborgen agenda dient. Op een bijzonder listige wijze en met uiterste precisie brengt hij in dat ogenschijnlijk objectief verhaal bijna ongemerkt minieme nuances aan, die hem in staat stellen om in enkele zinnen en passages de indruk te geven dat er geen enkele onverzoenlijkheid bestaat tussen de wetenschap zoals hij die heeft beschreven en zijn persoonlijk standpunt.

    Wat is dat persoonlijk standpunt dan? Ook hier is hij verstandig (en leep) genoeg om dat niet expliciet te vermelden. Hij beweert alleen de ruimte te willen creëren, of te suggereren, waarin het weer mogelijk wordt de ‘grote vraag’ te stellen. Dat kan dan echter niets anders zijn dan de vraag naar de zin van het leven en naar datgene wat de wetenschap overschrijdt. En dat is, dat kan men toch maar moeilijk ontkennen, de vraag naar God.

    Om die ruimte mogelijk te maken, moet de auteur o.i. de wetenschap ‘enigszins’ geweld aandoen. Hij doet dat echter niet als een beeldenstormer, maar met de slimme sluwheid en de zalvende zoetgevooisdheid van een slinkse Saruman. Herhaaldelijk zaait hij onschuldig en redelijk lijkende twijfels, binnen zijn voorstelling van de wetenschap en zogezegd op louter wetenschappelijke en algemeen aanvaarde en bewezen gronden, over bijvoorbeeld de evolutieleer en de kwantummechanica, die hem later moeten toelaten daaruit conclusies te trekken over wat de wetenschap overschrijdt. Maar telkens haast hij zich daarbij uitdrukkelijk te vermelden dat hij dan niet meer als wetenschapper spreekt, zodat men hem niet kan verwijten dat hij wetenschappelijke onwaarheden vertelt.

    Het is een zeer subtiel spel dat Broers briljant speelt. Het is pas naar het einde van het boek toe dat de aap uit de mouw komt en dan nog op een quasi argeloze, omzeggens verontschuldigende manier. De wetenschap blijft helemaal intact, of toch bijna, en wat er achter Darwins horizon schuilt, vernemen we niet, maar dat er iets moet zijn, dat lijkt wel onvermijdelijk, nietwaar.

    De auteur meent dat de wetenschap perfect kan samengaan met een houding waarbij men slechts twee onschuldige ogende bijkomende aannames postuleert, die echter door de wetenschap niet uitgesloten worden. Het gaat dan om ‘niet-lokale samenhang’ en ‘convergentie’. Wat moeten we daaronder verstaan? Blijkbaar dat er een niet-causaal verband bestaat tussen bepaalde dingen en dat die samenhang leidt tot specifieke gevolgen. De eerste claim ontleent hij aan het onzekerheidsprincipe van de kwantummechanica, het tweede aan zijn kritiek op de evolutietheorie. Hoewel slechts weinigen het zullen aandurven te stellen dat zij de kwantummechanica begrijpen, is het toch duidelijk dat Broers in zijn boek daarvan een hoogst bedenkelijke voorstelling geeft, die allicht door geen enkele geleerde zal onderschreven worden. Bovendien maakt hij een totaal ongeoorloofde gedachtesprong van het subatomaire niveau van de kwanta naar de wereld van de voorwerpen en de levende wezens; niemand heeft ooit kunnen aantonen dat een dergelijke enorme uitbreiding zelfs maar denkbaar is, laat staan dat men ze heeft kunnen vaststellen.

    De tweede claim berust op een verdachtmaking van de evolutieleer en een ondergraven van het basisprincipe van de natuurlijke selectie. Enkel op die manier kan hij komen tot zijn opvatting over het betekenisvol toeval. Hij bedoelt daarmee niet dat het toeval een betekenis kan hebben voor een individu of een groep, maar dat sommige toevalligheden betekenisvol zijn, dat ze bedoeld zijn. Met andere woorden, dat ze niet toevallig zijn. Nu zal iedereen het er wel mee eens zijn dat de evolutie niet absoluut toevallig is en dat er wel degelijk sprake is van een zekere convergentie. Wanneer men, of de natuur, met bepaalde elementen experimenteert, zijn er slechts bepaalde gevolgen die zich kunnen voordoen. De gedachte dat op elk ogenblik om het even wat kan gebeuren is zo idioot dat het zonder meer ondenkbaar is dat een wetenschapper ze zou opperen. De vaststelling dat bijvoorbeeld de mens is ontstaan uit de elementen die resulteerden uit de oerknal is dan ook geen bewijs van een absoluut toeval, noch van een bedoelde convergentie of teleologie.

    Wat moeten we met een boek als dit?

    In de eerste plaats: voorzichtig zijn. Het grootste deel van het boek is een zonder meer bona fide voorstelling van de wetenschap. Er schuilen echter addertjes onder het gras en daarvoor moet men beducht zijn. De subtiele, niet agressieve manier waarop Broers bijna onmerkbaar zijn sluipende twijfel zaait, is verraderlijk. Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend en het komt zo overtuigend over, zeker in de overweldigende correct voorgestelde wetenschappelijke context. Is de twijfel niet het begin van de wijsheid? En vinden we die twijfel niet overal in de wetenschap? De lezer moet dus al sterk in zijn schoenen staan om halverwege een drastische drogreden halt te houden en te zeggen: wacht eens even, is dat wel zo?

    Een onbelangrijk detail illustreert dat duidelijk. Broers vermeldt Cees Dekker als een van de voorstanders van Intelligent Design. Ik vond dat verdacht en keek het even na op Wikipedia en daaruit blijkt dat hij zich al jaren geleden openlijk tegen ID heeft uitgesproken. Dit is slechts een voorbeeld van de manier waarop Broers de waarheid wel geweld moet aandoen om zijn doel te bereiken en dat doel is, ondanks de wetenschappelijke inkleding, niets anders dan het ontkennen van de fundamentele principes van de wetenschap.

    Het is jammer dat we tot die strenge conclusie moeten komen. Het is immers voor velen duidelijk geworden dat er bij de steeds groeiende groep van mensen die diep overtuigd zijn van de wetenschappelijke methode, toch een verwachting leeft naar vormen van beleving van hun overtuiging, al dan niet gezamenlijk en al dan niet georganiseerd. Er zijn al dergelijke initiatieven in verscheidene landen, maar ze zijn divers en meestal marginaal en missen daardoor slagkracht in de maatschappij. Het is altijd al moeilijk geweest, en het zal wellicht steeds moeilijk blijven om individualisten te verenigen. Dat is een zware hypotheek op de levensvatbaarheid van een religie voor atheïsten.

     


    Categorie:God of geen god?
    Tags:levensbeschouwing
    03-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Me dunkt...

    Denken met je hele lijf en leden

    Er zijn maar weinig onderwerpen die ik hier in mijn Kroniek in de loop der jaren zo vaak behandeld heb als ons denken. Het is een aangelegenheid die me beroert sinds ik begon te denken, 69 jaar geleden. Stilaan zijn er mij enkele dingen duidelijker geworden. Zo zal niemand mij nog tegenspreken wanneer ik zeg dat denken een activiteit is van ons brein als een onderdeel van ons hele lichaam. Je kan denken zonder armen en benen en zelfs nog wat andere delen van je lichaam, maar niet zonder je hersenen, en je hersenen kunnen niet overleven zonder een aantal essentiële onderdelen van je lichaam. Als je hersenen falen, kan je lichaam nog overleven in sommige gevallen en enkel met veel hulp van buitenaf, maar dat is geen leven, zoals men zegt. Men is het er dus in het algemeen over eens dat denken onlosmakelijk verbonden is met een lichaam dat in vrij goede gezondheid verkeert.

    Maar niet iedereen aanvaardt ook de consequenties van die vaststelling. Enerzijds zijn er mensen die blijven volhouden dat er iets anders is dan de materie. Anderzijds zijn er mensen die beweren dat er niets anders kan bestaan dan de materie. En die twee opvattingen botsen voortdurend met elkaar, want ze kunnen niet allebei waar zijn.

    Of toch? Zoals veel anderen die hierover nadenken, voel ik aan dat die beide extreme houdingen, zoals de meeste andere ongenuanceerde opvattingen, de werkelijkheid niet adequaat weergeven. Hoe kunnen we dan, zonder afbreuk te doen aan ons vertrekpunt, namelijk dat materie en denken onlosmakelijk verbonden zijn, tot een voorstelling van zaken komen die meer recht doet aan de werkelijkheid van ons denken?

    De eerste opvatting hoeft niet noodzakelijk in strijd te zijn met onze basisovertuiging. Wij voelen allemaal aan dat denken iets anders is dan materie, althans als we met materie dode materie bedoelen. Gedachten bestaan niet uit atomen. Zelfs als we aannemen dat onze gedachten in onze hersenen gebeuren, is er iets meer dan de complexe elektromagnetische en chemische processen die daar plaatsvinden. Met denken (in de ruimste zin van het woord) bedoelen we veeleer ons bewustzijn van onszelf en van onze omgeving en onze voortdurende reactie daarop. Denken heeft te maken met zin en betekenis. De fysische activiteit van onze hersenen is slechts één dimensie van het denken. Als er alleen die was, zouden we het niet eens weten, zoals we ons ook niet bewust zijn van de fysische activiteit die zich afspeelt in onze pancreas of onze lever (tenzij die niet normaal functioneren). Het komt er dan op aan dat we zorgvuldig verwoorden wat we bedoelen als we zeggen dat er iets anders is dan de materie.

    Vooreerst moeten we een onderscheid maken tussen dode materie en levende. Levende materie is een vorm die dode materie kan aannemen en die zich kenmerkt door de vorming van organismen die in staat zijn te overleven en zich voort te planten in een omgeving. Alle levende wezens zijn bijzondere vormen van materie, maar nog steeds niets meer dan materie. Zij zijn echter in staat tot leven en overleven en in sommige gevallen zijn ze zo geëvolueerd dat hun brein sterk is toegenomen in omvang en complexiteit. Dat zijn de hogere diersoorten en de mens. Er is nog altijd geen reden om te stellen dat er daarom sprake zou zijn van iets anders dan materie. Het gaat er veeleer om tot wat die vormen van materie in staat zijn en waardoor zij zich onderscheiden van andere vormen. Men zou kunnen stellen dat elk levend wezen in zekere zin en in zekere mate ook denkt. Aangezien wij behoren tot de levende wezens denken wij ook, maar meer en beter. Denken is dus een activiteit van levende wezens en levende wezens zijn vormen van dode materie. Er is dus enerzijds niets anders dan materie, maar er zijn vormen van die materie die tot meer in staat zijn dan andere.

    Is denken dan iets anders dan materie? Dat is afhankelijk van hoe je materie definieert. Als denken een activiteit is van de levende materie, dan is denken evident iets anders dan de dode materie. Als men denken enkel ziet als de hoogste vorm, namelijk het menselijk denken, dan is denken uiteraard niet identiek met zelfs de mentale activiteit van de andere levende materie. Denken is inderdaad niet identiek met materie. Maar als men denken omschrijft als een activiteit van de levende materie, dan is denken niet minder materieel dan alle andere activiteiten van de levende materie.

    Het ziet er dus naar uit dat de kern van de zaak hierom draait: kan er denken zijn zonder materie? Als dat zo is, is er iets naast de materie. Als dat niet zo is, is er alleen materie.

    De personen die het denken fundamenteel onderscheiden van de materie beweren meestal ook dat het denken onafhankelijk gebeurt van het lichaam en zelfs kan gebeuren zonder het lichaam. Maar die opvatting wordt steeds moeilijker om vol te houden. De wetenschappen, zowel de humane als de positieve, komen steeds meer tot de bevinding dat het er niet zo aan toe gaat en dat zoiets zelfs onmogelijk is en wellicht altijd onmogelijk zal blijven, gezien onze constitutie. Het is echter absoluut niet noodzakelijk dat het denken onafhankelijk van de materie gebeurt om een nuttig onderscheid te kunnen maken tussen het denken en de materie. Er is immers materie die niet denkt en het denken van de materie neemt vele vormen aan en het denken is een fundamenteel onderscheid tussen de dode en de levende materie en het denken is ook precies wat de hogere levensvormen onderscheidt van de andere. Denken is ook voor personen die ervan overtuigd zijn dat er niets anders bestaat dan de materie het belangrijkste dat er is.

    Dat is een bron van heel veel misverstanden. Laat ons een naam geven aan de twee opvattingen die hier tegenover elkaar staan. Wie gelooft dat er iets anders bestaat dan materie, noemen we een dualist (van duo, twee): er bestaan ten minste twee verschillende dingen, materie en het niet-materiële, wat dat ook is. Wie alleen materie aanvaardt, is dan een monist (van monos, enig). Dualisten verwijten monisten dat ze het bestaan ontkennen van het niet-materiële en noemen hen materialisten. Ze beschouwen het denken als uitsluitend behorend tot het immateriële en beschuldigen de materialisten ervan dat ze het denken, voelen en alle andere hogere functies van de mens ontkennen of minachten. Zij zien zichzelf als de enige verdedigers van alles wat een mens een mens maakt, tegen de bedreiging van de materialisten die de mens als niets anders beschouwen dan de dode materie of de dieren.

    Dat zijn natuurlijk krasse beweringen, die helemaal niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. De materialistische monisten zijn geen idioten, maar wetenschappelijk gevormde en weldenkende mensen en ze behoren tot de meest overtuigde verdedigers van de hogere menselijke waarden. Er is dus helemaal geen tegenspraak tussen de beide groepen op dat punt. Het is niet omdat men niet aanvaardt dat er iets immaterieels bestaat dat men plots een barbaar wordt. Monisten hechten ten minste net zoveel belang aan het denken, steeds in de ruimste betekenis van het woord, als dualisten. Het verschil ligt enkel hierin dat zij het zien als een activiteit van de (levende) materie die zonder die materie onmogelijk is. Dat is op zich een volstrekt logische en plausibele gedachte, die niets afdoet van het belang of de waarde van het denken.

    Dat is dus inderdaad het breekpunt en het punt van overeenkomst: de enen verdedigen het denken door te zeggen dat het onafhankelijk is van de materie en zonder de materie kan bestaan, de anderen verdedigen het denken als een activiteit van de (levende) materie. Men zou dus kunnen stellen dat het om een onooglijk klein louter theoretisch verschil gaat, maar in de praktijk is dat helaas niet zo. Wanneer men immers aanneemt dat er iets is dat absoluut immaterieel is, heeft dat bepaalde gevolgen. Er ontstaat dan een parallelle wereld van het immateriële, naast de materiële. En die immateriële wereld lijkt dan veel belangrijker dan de materiële. Dat leidt onvermijdelijk tot een onderwaardering van het materiële.

    Wij hebben tot hiertoe niet gesproken over God en godsdienst. Het is echter zo dat monisten in alle gevallen niet-religieus zijn in de traditionele betekenis en dat in alle gevallen dualisten dat wel zijn. Dat kan ook niet anders. Wie alleen de materie aanvaardt en het denken ziet als een activiteit van de materie, kan niets aanvangen met een immateriële God, ziel, hemel, hel enzovoort. Wie gelooft in een immateriële wereld, gaat die bevolken met precies al dergelijke wezens, begrippen en plaatsen. Het zijn twee tegengestelde wereldbeelden en beide groepen proberen de wereld, waarin ze samen leven, in te richten volgens hun eigen opvattingen. Dat kan niet anders dan botsen en dat hebben we helaas al zo lang gezien als de mens bestaat.

    Dat hoeft echter niet zo te zijn. Waarom is het zo belangrijk voor dualisten dat er twee werelden bestaan en dat het denken immaterieel is? Wetenschappelijk en filosofisch is dat onhoudbaar. En het denken en voelen is niet minder belangrijk voor monisten. In de praktijk verdedigen ze dus grotendeels dezelfde waarden en dezelfde morele beginselen. Ik denk dus dat die vasthoudendheid, tegen alle beter weten in, een andere oorsprong en reden moet hebben. Wij treffen dualisme uitsluitend aan binnen godsdiensten en zonder uitzondering bij alle godsdiensten; het is dus een wezenskenmerk van godsdiensten. Godsdiensten zijn gericht op het organiseren van de maatschappij volgens bepaalde opvattingen, die men een goddelijke oorsprong toedicht. Daartoe is het nodig dat men een wezen of wezens en plaatsen en begrippen bedenkt die boven de materie uitstijgen. Voor materialisten zijn dergelijke ideeën echter (vrome) verzinsels, die niet waar zijn en die ze dus ook niet kunnen geloven.

    Godsdiensten houden vast aan het immateriële omdat anders hun godsdienst in duigen valt. Een godsdienst zonder het immateriële lijkt onmogelijk; dat zou in alle geval een totaal andere godsdienst zijn dan de bestaande. De monistische materialisten zijn atheïsten, zij geloven niet in de goden van de godsdiensten en zijn ervoor beducht dat men nog nieuwe goden oproept of nieuwe godsdiensten creëert. Zij pleiten voor een seculiere samenleving, waarin mensen op verschillende manier met elkaar samenleven, democratisch geleid door de beste inzichten waartoe zij zelf in staat zijn en zonder inmenging van buitenaardse wezens of ondemocratische godsdiensten.

    Het is in feite verbazingwekkend dat nog zoveel welmenende mensen vasthouden aan een totaal voorbijgestreefde dualistische wereldopvatting, terwijl zij de waarden waarin ze geloven ten minste evengoed kunnen beleven en verdedigen zonder een totaal onwaarschijnlijke immateriële wereld te moeten veronderstellen. In feite is het zelfs zo dat de meeste gelovigen die ook maar een minimum aan inzicht verworven hebben, dat immateriële niet echt geloven: het is een mysterie voor hen en in de praktijk houden ze er nauwelijks rekening mee. Het is dan dubbel jammer dat mensen die er grotendeels dezelfde mening op na houden over de echt belangrijke dingen, verdeeld worden door irrelevante mysteries. Het lijkt zoveel zinvoller dat alle welmenende mensen zich verenigen om van onze wereld het beste te maken, in plaats van te twisten over godsdienstige kwesties die uiteindelijk geen enkel verschil maken.

    Wat ik tot hiertoe evenmin heb ter sprake gebracht is het hiernamaals. De godsdiensten zijn de grote verdedigers van een leven na de dood en ook dat is enkel mogelijk als er een immateriële wereld is. Het idee van een leven na de dood verliest echter steeds meer veld. Het is een zo onwaarschijnlijke gedachte, dat men ze slechts door intense indoctrinatie ingang kan doen vinden en in stand kan houden en dat is precies wat godsdiensten doen. Maar tevergeefs, zo blijkt. Steeds meer mensen zien in dat het menselijk leven zoals alle leven eindig is. En zelfs als er daarna nog iets zou zijn, dan is het onmogelijk te weten wat dat zou zijn. Zelfs grote theologen en kerkvorsten zijn het over dat laatste eens: wij kunnen niets weten over het leven na de dood, we kunnen alleen geloven en hopen dat het er is. Maar met die gedachte aan het hiernamaals gaat het zoals met het idee van God: naarmate men vaststelt dat die begrippen inhoudsloos worden voor de concrete mens, verdwijnen ze geruisloos. Ga eens op een zondag naar een misviering in een kerk en tel de gelovigen, dan weet je wel hoe het gesteld is met het geloof in God en in het hiernamaals.

    Wij beginnen nu pas stilaan te ontdekken hoe we met onze hersenen denken. Maar dat we met onze hersenen denken, dat staat buiten kijf.

     

     


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:godsdienst, athe´sme
    30-03-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Niemand kan twee heren dienen, nogmaals.

    In een vorige bijdrage onder de titel ‘Niemand kan twee heren dienen’ had ik het over de rijkdom van de kerken en hun economische organisatie. Ik zou echter diezelfde titel nu willen gebruiken in een andere betekenis dan de evangelische. Het is namelijk ook onmogelijk om zowel religieus te redeneren als rationeel.

    Ik verklaar mij nader. Rationeel denken sluit uit dat men iets aanneemt op andere gronden dan rationele, bijvoorbeeld op grond van een openbaring. Dat er een God is zoals het christendom die vereert, is nog door iemand bewezen met redelijke argumenten. Men moet steeds een sprong in het onbekende wagen en aannemen, of geloven, dat die God bestaat. Er gaapt dus een onoverbrugbare kloof tussen geloof en rede. Dat is vooral een moeilijkheid wanneer men mensen wil doen geloven die gewoon zijn om hun verstand te gebruiken. Wanneer men in het dagelijkse leven en bij het nemen van beslissingen, ook de meest belangrijke, uitsluitend gebruik maakt van het gezond verstand, en niet van een of andere geloofsovertuiging, wordt het erg moeilijk om op andere momenten andere maatstaven aan te nemen en bijvoorbeeld te aanvaarden dat homoseksualiteit verkeerd is omdat God dat niet wil.

    Die tweespalt tussen de rede en de godsdienst blijkt overduidelijk in het onderwijs. In Vlaanderen is het onderwijs grotendeels in handen van de katholieke kerk en dat is in allerlei wetten ook zo vastgelegd. Het onderwijs dat daar geboden wordt, is doorgaans van goede kwaliteit en volgens velen zelfs beter dan in het gemeenschapsonderwijs, dat onafhankelijk en seculier is. Men bereidt er jonge mensen voor op het leven door hen te laten kennismaken met de belangrijkste elementen uit de wetenschap en door hen behoorlijk en zelfstandig te leren denken. Daar komt niets religieus bij te pas: wiskunde, natuurkunde, taal, economie enzovoort wordt onderwezen op een objectieve manier, met eindtermen die voor alle scholen eender zijn, en met geen andere principes dan die van de wetenschap zelf, dus op een rationele manier. Er is daarbij geen sprake van God of religie.

    Maar het katholiek onderwijs is ook katholiek. Het heeft een eigen opvoedingsproject dat elementen bevat die uitstijgen boven het louter rationele. Men wil de jongeren ook opvoeden tot een gelovige houding. Dat is trouwens de reden waarom de katholieke kerk sinds mensenheugenis onderwijs aanbiedt op alle niveaus en in alle richtingen. Indien het onderwijs enkel wetenschappelijk was, zou er geen enkele reden zijn waarom een kerk geïnteresseerd zou zijn in het aanbieden van onderwijs. Men maakt dus gebruik van het algemeen vormend onderwijs om een religieuze inhoud over te dragen. Zoals men jonge mensen tot aan de volwassenheid allerlei kennis en vaardigheden bijbrengt over niet-religieuze onderwerpen, doet men hetzelfde voor de godsdienst.

    Die verweving is lange tijd uiterst succesvol geweest. Jonge en dus zeer beïnvloedbare mensen werden eeuwenlang geïndoctrineerd terwijl ze opgeleid werden, en wel door dezelfde mensen en in dezelfde scholen. De onderwijzer die hen leerde lezen en schrijven, leerde hen ook bidden en biechten. De leidinggevende en tuchtfuncties waren voorbehouden voor priesters. Deelname aan religieuze activiteiten was frequent en verplicht, verzet was ondenkbaar.

    Dat veranderde grondig in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, toen onze hele westerse wereld een ware revolutie doormaakte. Het volstaat een fotoboek of een krant of tijdschrift uit 1950 te vergelijken met een van nu. Ook in het katholiek onderwijs is er veel veranderd. Priesters en religieuzen zijn er bijna niet meer. De leken die in hun plaats gekomen zijn, zijn veel minder religieus. De religieuze activiteiten zijn sterk gereduceerd. In de lessen wordt nog nauwelijks verwezen naar de godsdienst, ook niet impliciet. Zelfs de verplichte godsdienstlessen zijn veel minder religieus geworden.

    Die evolutie was onvermijdelijk. Als men jonge mensen opvoedt tot zelfstandig rationeel denken, bouwt men de kritiek op de godsdienst in in het systeem. Men kan geen twee heren dienen, de rede en het geloof, want die zijn fundamenteel aan elkaar tegengesteld. Er zijn geen twee waarheden, de ene rationeel en de andere religieus. Het is werkelijk het een of het ander. Men kan onmogelijk tegelijk zeggen dat er geen God is en dat er wel een is, tenzij die God niets meer is.

    Blijkbaar heeft, althans hier in het Westen, de rede het gehaald in die tweestrijd. De godsdienst is gemarginaliseerd en zelfs de weinige mensen die zich er nog toe bekennen, zijn nog nauwelijks religieus te noemen als men hen vergelijkt met vroeger. En dat is niet verbazingwekkend. De mens is een redelijk wezen. Wij kunnen zelf over de dingen nadenken op een behoorlijke manier. Wij hoeven van niemand wetten en regels te aanvaarden als we dat niet willen. De kerk als gezagsinstrument is dood en vergeten. Het religieus denken heeft afgedaan, niemand denkt nog ernstig in die termen zoals vroeger. En zelfs als er nog iets overblijft, is dat totaal anders dan vroeger, behalve bij enkele jammerlijk gestoorden. Het is werkelijk onmogelijk om twee heren te dienen, en niet alleen maar niet wenselijk of moeilijk. Wie voortgaat op het gezond verstand en op de redelijkheid, kan onmogelijk ook religieus denken over dezelfde dingen. Ofwel heeft God de wereld ooit geschapen, ofwel deed hij dat niet. Ofwel heeft hij zich geopenbaard aan de mens en blijft hij dat doen, ofwel niet. Ofwel is hij er, ofwel niet. En als hij er niet is, waarom dan nog doen alsof?

    Men kan zich afvragen of men God zomaar overboord kan gooien. Gaan er geen belangrijke aspecten mee verloren? Dat is een belangrijke vraag, waarop het antwoord niet voor de hand ligt. De georganiseerde vrijzinnigheid heeft bepaalde taken op zich genomen die vroeger het exclusieve domein waren van de godsdienst, zoals levensrituelen, morele bijstand enzovoort. Andere vrijzinnigen staan zeer huiverig tegenover dergelijke initiatieven: die vrijzinnigheid lijkt verdacht veel op een kerk en is al even weinig democratisch. Ik meen dat het nog te vroeg is om daarover tot een definitief besluit te komen. Allerlei initiatieven worden uitgeprobeerd en het is aan de mensen om daarop te reageren. Wat aanslaat, zal bloeien en de rest zal verdwijnen. Als er geen behoefte is aan iets, moet men het ook niet opdringen. Veel van wat vroeger verplicht was, schuwen we nu als de pest. We weten verdomd goed hoe het niet moet uit onze ervaring, terwijl die ons niet meteen de weg wijst naar hoe het dan wel moet. Veel zal verdwijnen, is al verdwenen zonder dat iemand erom treurt. Onze kleinkinderen kunnen zich zelfs niet meer inbeelden hoe het vroeger was. De rede heeft grote vooruitgang gemaakt, de religie heeft een omgekeerde evolutie doorgemaakt.

    Het past niet om voorspellingen te maken, maar het ziet ernaar uit dat we te maken hebben met onomkeerbare veranderingen. De trend is duidelijk naar beter en meer onderwijs en dat is de beste garantie voor meer redelijkheid en meer zelfstandig denken. Zo wordt de mogelijkheid tot indoctrinatie en het verspreiden van verzinsels in de grond beperkt, ook al doet men geen enkele moeite om tegen de godsdienst in te gaan. Daarnaast lijkt ook de democratie het stilaan te halen op allerlei vormen van dictatuur en ook dat is een positieve trend die ertoe bijdraagt dat mensen zelfstandig en vrij denken en niet gedwongen worden om te denken wat machthebbers willen dat men denkt.

    Ik ben realistisch genoeg om niet al te optimistisch te zijn. Neem nu Groot-Brittannië. De rechtse regering spant zich daar om onverklaarbare redenen in om de staatsgodsdienst te bevorderen. Men kan die politici er nauwelijks van verdenken dat ze dat doen omdat ze echt overtuigd zijn van die vorm van het christendom. Er moeten dus andere redenen zijn. Wil men op die manier misschien een dam opwerpen tegen de andere godsdiensten die daar ook in opmars zijn onder immigranten, inzonderheid de islam? Of is het, zoals in Rusland, het oude monsterverbond tussen kerk en staat dat men opnieuw op de been tracht te brengen? We weten het niet, maar het lijkt ons weinig waarschijnlijk dat men de mensen zo terug naar de kerk krijgt, of dat men zo stemmen wint.

    Ook in andere landen is de godsdienst nog steeds machtig en zelfs oppermachtig, zoals in Iran. Ik ben er echter van overtuigd dat de bevolking in die landen, mede door een degelijk onderwijs, vroeg of laat zal inzien dat de machthebbers daar de islam gebruiken zoals destijds hier bij ons de vorsten het katholicisme gebruikten om hun eigen macht veilig te stellen. Wanneer dat het geval is, zal ook daar een onweerstaanbare drang ontstaan naar meer vrijheid van denken en handelen, en dat is het einde van elke godsdienst.


    Categorie:God of geen god?
    Tags:maatschappij
    27-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.bindi, FGM en andere gebruiken

    Mensen doen vreemde dingen, dat staat buiten kijf. Vaak vraag ik me af: hoe komt het toch dat iemand zoiets doet, vooral wanneer er geen haar op mijn hoofd is dat eraan denkt om hetzelfde te doen. Ik heb het dan niet over allerlei eigenaardigheden die al bij al onbelangrijk zijn. Neem nu de bindi; dat is een lichaamsversiering die bestaat uit een gekleurde stip die men aanbrengt in het midden van het voorhoofd, net boven de wenkbrauwen. Het is een gebruik dat vooral in Zuid-Azië voorkomt en bij personen die van daar afkomstig zijn. Het is pijnloos, goedkoop, gemakkelijk te verwijderen, niet onhygiënisch en het ziet er best leuk uit. Waarom dus niet?

    Maar waarom wel?

    Omdat het een gebruik is. Men doet het al heel lang, blijkbaar en het is een ruim verspreide vorm van lichaamsdecoratie. Voor iemand die in een omgeving leeft waar dat gebruik in voege is, is het een heel kleine stap om zich ook aan een bindi te wagen. Misschien is er wel wat familiale en sociale en religieuze druk mee gemoeid, maar zelfs dan kan men maar moeilijk serieuze bezwaren bedenken tegen een dergelijk gebruik.

    Hoe men ertoe gekomen is, weet men niet meer. Iemand moet er ooit mee begonnen zijn en dan is het zijn weg gegaan. Allicht beantwoordt het aan esthetische verwachtingen: het ziet er best leuk uit. Maar het is vooral wanneer men dat spontaan ontstane versiersel gaat formaliseren dat het ook een gebruik wordt. Zo zijn er etnische gebruiken, culturele, religieuze, politieke enzovoort. Organisaties eigenen zich een bestaand of een nieuw ontworpen ‘gebruik’ toe en schrijven het voor als een uitdrukking van het toebehoren tot een of andere gemeenschap. In plaats van een willekeurig, spontaan en individueel gekozen uiterlijk teken wordt het dan een welomschreven, algemene en voorgeschreven verplichting. Wie zich eraan onttrekt, overtreedt een gebod en stelt zich bloot aan bestraffing.

    Om mensen dingen te laten doen, ook dingen die ze uit zichzelf nooit zouden doen, is het blijkbaar voldoende dat men iets formaliseert: een vaste vorm geven, er een gebruik van maken, er een morele, religieuze of culturele verplichting aan toevoegen, zodat het iets wordt waarover men niet meer nadenkt en dat tot de eigen identiteit behoort. Wanneer iets een gebruik geworden is dat al eeuwenlang meegaat en algemeen aanvaard is, wordt het zeer moeilijk om zich daaraan te onttrekken. Men moet eerst gaan nadenken over iets dat zo goed als vanzelfsprekend is en er zelf een oordeel over vormen. Wanneer men dan tot de conclusie komt dat men er niet meer wil aan meedoen, zal de gemeenschap daarop scherp en vaak zelfs gewelddadig reageren.

    Een bindi is best leuk. Er zijn nu allerlei mensen die zich een bindi schilderen of een kant en klare zelfklevende bindi plaatsen, zonder enige religieuze, culturele of andere betekenis, puur om esthetische redenen. En waarom ook niet?

    Er zijn echter ook andere gebruiken, die minder onschuldig zijn. Als we bij lichaamsversieringen blijven, zien we allerlei vormen van mutilatie of lichaamsverminking, gaande van een klein gaatje voor een bescheiden oorring of een onopvallende tatoeage tot zeer ingrijpende piercings en allerlei drastische insnoeringen en uitrekkingen van lichaamsdelen. Een aparte categorie vormt de genitale mutilatie, het verminken van de geslachtsorganen. Bij de man is dat de besnijdenis, waarbij de voorhuid van de penis verwijderd wordt. Bij de vrouw neemt het verscheidene vormen aan: de clitoridectomie of het verwijderen, geheel of gedeeltelijk van de clitoris; het verwijderen van de kleine schaamlippen of van de kleine en de grote schaamlippen, al dan niet gecombineerd met het zo goed als volledig dichtnaaien van de vagina.

    Vooral de vormen van vrouwelijke besnijdenis, die veel drastischer zijn dan de mannelijke en geen enkele hygiënische betekenis hebben, worden in gemeenschappen waar ze niet gebruikelijk zijn als gruwelijk ervaren. Maar in de bijna dertig landen waar ze tot de gebruiken behoren, is de weerstand ertegen veel minder evident. Dan wordt pas duidelijk hoe men zelfs de meest wrede, dwaze, nutteloze, vernederende en zelfs gevaarlijke ingrepen ingang kan doen vinden en ze tot symbolische gebruiken kan verheffen waartegen men zich nauwelijks verzet, zelfs niet als het met de eigen kinderen gebeurt. Voor ons is zoiets ondenkbaar, maar gedurende eeuwen hebben mensen zo hun kinderen verminkt en ook vandaag gebeurt het nog volop, niet alleen in bepaalde Afrikaanse landen, maar overal waar mensen dat als een gebruik beschouwen dat ze willen in stand houden.

    Het is een systeem: maak van iets een gebruik, schrijf het voor, en men zal het ook doen, wat het ook is, zonder erover na te denken. Dat lukt natuurlijk het best bij mensen die überhaupt niet veel nadenken: ongeschoolde, arme, ondervoede, vernederde, uitgebuite, zieke mensen uit de laagste bevolkingslagen. Daaruit komen ook degenen die dergelijke gebruiken voorschrijven en de verminkingen uitvoeren, al zijn er ook hoger opgeleide personen die zich daaraan schuldig maken. Tradities zijn zeer krachtig en moeilijk uit te roeien, zelfs als ze volkomen zinloos zijn, wanneer ze dictatoriaal opgelegd worden aan machteloze mensen. Het is vooral in democratische samenlevingen dat individuen zich spontaan zullen verzetten tegen wat zij onaanvaardbaar vinden voor zichzelf of voor anderen, bijvoorbeeld ernstige lichaamsverminkingen als de vrouwelijke besnijdenis, en het is een kenmerk van democratische politieke regimes dat ze dergelijke gebruiken niet zullen opleggen, maar ze verbieden en bestraffen.

    Er zijn talloze gebruiken in de wereld. De mens is een gewoontedier, wij apen elkaar na en de druk van de gemeenschap is aanzienlijk. De markteconomie maakt ongeveer alles mogelijk en de reclame verzint dagelijks nieuwe toepassingen en ‘trends’. Iedereen doet er aan mee, het is bijna onmogelijk om eraan te ontsnappen, het aantal mensen dat op een volstrekt originele manier leeft, is uiterst beperkt. Maar wij moeten ons ervan bewust zijn dat gebruiken goed of slecht kunnen zijn en dat slechte gebruiken ten minste zo gemakkelijk ingang vinden als totaal ongevaarlijke. Als men vaststelt dat een of ander gebruik zware negatieve gevolgen heeft, moeten we de moed hebben ertegen te protesteren en ertegen op te treden op een krachtdadige en efficiënte manier, voor het te laat is.

    Er zijn vandaag in onze wereld talloze wijd verspreide gebruiken die onze afkeuring verdienen, maar die zich niet gemakkelijk laten uitroeien. Wij moeten ze durven aanwijzen en ons ertegen verzetten, ook wanneer wij daarmee ingaan tegen tradities, voorschriften en de instellingen en de personen die ze in stand houden. Maar het eenvoudigste en het belangrijkste dat wij kunnen doen, is er zelf niet aan meedoen.

     


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij


    Foto

    Inhoud blog
  • Over baby olifantjes, vermoorde wilde dieren, pandavoyeurisme en huisdieren
  • 50+ en zonder job
  • The Soul Fallacy, Julien Musolino (recensie)
  • De kerk en haar gelovigen
  • (g)een filosofie van de stilte (recensie Jan Hendrik Bakker)
  • Slavoj Zizek, Eis het onmogelijke (recensie)
  • Recensie: Nick Broers, Achter Darwins horizon. Een religie voor athe´sten.
  • Me dunkt...
  • Niemand kan twee heren dienen, nogmaals.
  • bindi, FGM en andere gebruiken
  • Seksualiteit
  • Oost west, thuis best?
  • Recensie: Het voordeel van de twijfel, Tim De Mey.
  • Gedichtendag 2015: Toby
  • Buridans ezel?
  • Spinoza over de Islam
  • Piet Spigt (1919-1990), Nederlands humanist en vrijdenker (recensie)
  • besparen op cultuur?
  • Gelukkig 2015!
  • Imagine...
  • Een zomer met Montaigne (recensie)
  • Dode materie en levende.
  • 300.000 bezoekers
  • Nicholas Carr, De glazen kooi (recensie)
  • Vrijheid en technologie
  • Vrijheid
  • Staken en betogen, of werken?
  • Es geht auch anders...
  • De twijfel van de athe´st
  • Tom Kroon, De morele intu´tie van kinderen
  • Flamenco!
  • Julian Baggini, De deugden van de tafel
  • Edward O. Wilson, The Meaning of HUman Existence
  • Vrijdenken
  • onze hoog-technologische samenleving
  • Tobit
  • De volmaakte priester bestaat niet.
  • La perfection n'est pas de ce monde.
  • Toby
  • Geloof of wetenschap?
  • Besparingen, nogmaals.
  • Besparen op cultuur?
  • Niemand kan twee heren dienen.
  • John Stuart Mill
  • Brief van de bisschop van Antwerpen aan de bisschop van Rome
  • Odette?
  • Onverzoenbaarheid
  • The windmills of your mind
  • Nogmaals: fatalisme en menselijke vrijheid
  • Aarschot, augustus 1914-2014
  • Pastoor Pieter-Jozef Dergent, 1870-1914
  • Yezedi's?
  • Een waanzinnige logica: de Hannibal Directive
  • ongewenst seksueel gedrag
  • Gaza: de grond van de zaak
  • Johan Braeckman, Darwins moordbekentenis
  • Vrijheid en determinisme
  • De blinde telescoop
  • Herakleitos, Alles stroomt (vert. Paul Claes)
  • Antisemitisme?
  • O'Hanlons Helden
  • Polarisatie in Vlaanderen
  • Voetbalgekte
  • Na de verkiezingen
  • Mestkevers?
  • Een eerbaar Vlaams nationalisme
  • Vlaams nationalist, ik?
  • Voor een democratisch Vlaanderen
  • Julian Barnes, The Sense of an Ending
  • Recensie: Ludo Abicht, DemocratieŰn sterven liggend.
  • Recensie: Paul Frentrop, Het jaar 1759.
  • Edward Elgar, Sea Pictures
  • De zoon van de priester
  • Verrijzenis
  • Adel
  • Mijn Spinoza-vertaling
  • Gij zult niet doden...
  • Seksualiteit: idealen en normen
  • The Oxford Handbook of Atheism
  • Hoe we overleven - Mark Rickerby
  • karabiner, musketon, volant en ruflettelint
  • Gedichtendag 2014
  • Antiklerikaal
  • verhitte internetdiscussie
  • Het kruis en de gekruisigde.
  • De seculiere samenleving - Patrick Loobuyck
  • Kweddelen!
  • Euthanasie in BelgiŰ
  • for whom the Bell tolls: exit Didier Bellens
  • De Zevende van Beethoven
  • God bewijzen - Stefan Paas en Rik Peels
  • De Verlichting als kraamkamer, Jabik Veenbaas
  • Recensie: De naakte perenboom. Op reis met Spinoza, Rudi Rotthier
  • In memoriam Luc Verbeke (1924-2013)
  • Gods dobbelstenen
  • Afwezig?
  • Rode kazuifels
  • Socialisme of sociaal-democratie?
  • Late Night Thoughts - Lewis Thomas
  • vrije universiteiten
  • slaagcijfers aan de universiteit
  • Islam, Nazisme en verdraagzaamheid
  • Mes tendres annÚes
  • Caveat emptor!
  • De botten van Descartes - Russell Shorto
  • The Ends of Life - Keith Thomas
  • Goed en kwaad
  • Rebellen - Anne Morelli (red.)
  • Dick Swaab, Wij zijn ons brein
  • Topprestaties, onbehagen en liefde
  • Marius Engelbrecht, De onttovering van de waanzin
  • Siebrand en Hiemstra, Voetangels & Klemtonen
  • meikever
  • Evolutie, cultuur en betekenis - Tom Uytterhoeven
  • Pascal Smet of Pieter Wispelwey?
  • Herbetovering van de wereld - Michael L÷wy
  • de utopie van Martin Buber
  • Radicale secularisatie?
  • Economisch nationalisme - Olivier Boehme
  • Kerk en staat
  • bij een overlijden: Macbeth
  • Jacques Brel
  • Goudhaantje
  • ik en de anderen
  • het ruimere perspectief
  • haptonomie, hapschaar
  • Desiderata - Max Ehrmann
  • Crisis
  • Onze waarden? Of toch niet...
  • Democratie in BelgiŰ en in Vlaanderen
  • De eenden zijn terug!
  • Grootschaligheid
  • Sjostakovitsj' Lady Macbeth
  • carnaval
  • Liegen - Sam Harris
  • Verbeter je brein - Reinhoud de Jong
  • Gedichtendag 2013
  • De hulpelozen van de macht - Jean-Pierre Rondas
  • binaire klok
  • Aforisme
  • Sneeuw
  • standvogel
  • Spelen
  • het Belgisch koningshuis
  • keuzes maken
  • De avonden
  • In den beginne...
  • Zwart Vlaanderen volgens Lode Wils en Eric Defoort
  • Barbaren!
  • Spijt
  • God is niets omdat hij alles is (C. Verhoeven)
  • de niet zo schijnbare paradox
  • forum
  • Bevrijd van de dwang van de media
  • Het opgeheven vingertje
  • media-asiel
  • Een links complot?
  • seks
  • Is er dan een probleem?
  • Morgen gaan we stemmen!
  • Kwaad
  • Lees- en gespreksdag in Werchter
  • Vrijheid van mening
  • Dank je wel, Mr. Darwin!
  • het relatieve belang van de islam
  • Dichtbundel David Verstreken
  • N-VA racistisch?
  • N-VA extreemrechts?
  • Ian Robertson, Het winnaareffect
  • sanitaire stop
  • Champions League
  • Getuigen van Jehova
  • Het grote misverstand, nog steeds en alweer
  • blog writer's block
  • Olympisch goud
  • Levende wezens, dode materie
  • Onrust
  • Olympische spelen
  • de kogel is door de kerk, of net niet?
  • De goden. Cicero, De natura deorum
  • Voltaire, Satires, Les SystŔmes
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Ode aan Spinoza
  • koppiekoppie!
  • Uriel da Costa: bibliografie
  • Uriel da Costa's Testament in Nederlandse vertaling
  • Uriel da Costa, Een mensenleven als voorbeeld
  • Geluk in ruimer perspectief
  • pareidolia
  • Fluisterend athe´sme
  • elk muntstuk heeft twee kanten
  • Goethe's Harzreise im Winter - Brahms' Alt-rapsodie
  • De receptie van Spinoza
  • Spinoza's Korte Verhandeling eenmaal, andermaal
  • nogmaals: 300.000
  • de begrafenis van God: Herman Philipse over godsdienstfilosofie
  • 300.000
  • de legende van UriŰl da Costa
  • vriendschap kent geen grenzen
  • de reisduif en de huismus


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!