NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Over mijzelf
Ik ben Karel D'huyvetters
Ik ben een man en woon in Werchter (Vlaams-Brabant, België) en mijn beroep is gepensioneerd universiteitsambtenaar.
Ik ben geboren op 16/01/1946 en ben nu dus 68 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: cultuur, literatuur, muziek, klokken, astronomie en tijdrekening, etymologie, koken, talen, levensopvatting, typografie en drukkunst, poëzie, kruiden, boeken, internet.
Mijn blog is mijn hobby, mijn uitlaatklep, mijn blik op de wereld, mijn intellectuele uitdaging, mijn contact met de buitenwereld. Ik hoop dat mijn lezers er ook iets aan hebben.
Categorieën
  • etymologie (69)
  • ex libris (32)
  • God of geen god? (124)
  • historisch (27)
  • kunst (1)
  • levensbeschouwing (164)
  • literatuur (23)
  • muziek (62)
  • natuur (5)
  • poëzie (62)
  • samenleving (171)
  • spreekwoorden (10)
  • tijd (10)
  • wetenschap (44)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • de blog van Lut
  • Jacques' verdichtsels
  • Edge
  • The Secular Web
  • Vladimir Nabokov
  • Investigating Atheism
  • tweedehandse boeken
    Archief per maand
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Elke week zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geïnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1000! De lijst van de categorieën bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    12-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Johan Braeckman, Darwins moordbekentenis

    Lut en ik zijn trouwe bezoekers van de kringloopwinkels in de buurt. Ik laat me meestal verleiden door het ruime aanbod van oude en nieuwere boeken, hoewel er in huis nog nauwelijks plaats is voor nog meer. Laatst trof ik er een vrij gaaf exemplaar aan van een boek dat verscheen in 2001, maar een tweede oplage kreeg in 2008, naar aanleiding van de 200ste verjaardag van Darwin in 2009: Johan Braeckman, Darwins moordbekentenis. De ontwikkeling van het denken van Charles Darwin, Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds, 2008², 239 blz., paperback. Ik betaalde er wellicht één euro voor, en ik heb er uren plezier aan beleefd.

    Het boek is niet meer leverbaar in de handel, maar kan gratis gedownload worden bij de uitgeverij: http://www.nieuwezijds.nl/Boek/9789057122965/Darwins-moordbekentenis/

    Ik citeer uit de inleiding:

    ‘In het eerste hoofdstuk beschrijf ik hoe Darwin, onder meer ten gevolge van de wereldreis die hij met het schip H.M.S. The Beagle maakte, langzaam maar zeker een evolutionaire visie op het leven ontwikkelde.

    Het tweede hoofdstuk legt uit hoe hij zijn gedachtegoed wetenschappelijk onderbouwde en hoe men de invloed ervan op zijn christelijk geloof kan inschatten.

    In het derde hoofdstuk bespreek ik in detail Darwins hoofdwerk, Over het ontstaan van soorten. Bijzondere aandacht gaat naar de voornaamste evolutionaire mechanismen die Darwin ontdekte en beschreef, namelijk natuurlijke en seksuele selectie.

    Het vierde hoofdstuk snijdt, in de context van de darwinistische traditie, enkele filosofische thema’s aan. Ik geef een analyse van concepten zoals vooruitgang, orde en complexiteit. Ook bespreek ik de plaats van de mens in de kosmos en in de natuur.

    In het vijfde hoofdstuk, ten slotte, maak ik een sprong naar het heden. Na te hebben samengevat wat Darwins belangrijkste inzichten zijn, ga ik na in hoeverre ze vandaag de dag ertoe kunnen bijdragen de studie van de mens en zijn gedrag meer wetenschappelijk te maken dan wat voor kort het geval was. Het is ongetwijfeld het meest betwistbare hoofdstuk. Verder onderzoek zal uitwijzen of de opvattingen die ik erin naar voren breng het krediet verdienen dat ik ze in dit boek verleen.’

    Dit is een helder, goed geschreven, degelijk, boeiend en belangrijk boek, dat ik aan iedereen graag aanraad, en dat tot de verplichte lectuur zou moeten behoren in het secundair onderwijs. Niemand zou tot het hoger onderwijs mogen toegelaten worden zonder deze basiskennis, die ook onmisbaar is voor iedereen die tot een evenwichtig inzicht wil komen over de mens.

    Johan Braeckman doceert filosofie aan de Universiteit Gent. Met deze link ga je naar zijn homepage: http://www.johanbraeckman.be/index.html.


    Categorie:wetenschap
    Tags:levensbeschouwing
    02-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrijheid en determinisme

    Levende wezens hebben zich op aarde zo ontwikkeld dat sommige eigenschappen die een evolutionair voordeel bieden, opgeslagen worden in het genetisch materiaal, zodat ze door de voortplanting kunnen overgedragen worden. Dat betreft de materiële vorm van het lichaam, maar daardoor ook datgene tot wat dat lichaam in staat is (en wat niet). Er zijn echter ook talloze eigenschappen die noodzakelijk of nuttig zijn voor het overleven van het individu die niet opgeslagen zijn in het genetisch materiaal. Die moeten dan telkens opnieuw aangeleerd worden door elk individu op zijn eigen manier. Dat is de cultuur, in de breedste zin van het woord, die men verwerft tijdens het leven.

    Een van de kenmerken van het leven op aarde is dat het geëvolueerd is tot de zogenaamde hogere levensvormen, die beschikken over een relatief groter en complexer centraal zenuwstelsel, waarvan de hersenen het centrum zijn. Het is een erfelijke eigenschap, die in ons DNA zit dat de hersenen vormt in elk individu. Die hersenen maken het mogelijk, in het contact met de buitenwereld, zich de niet-genetisch overdraagbare cultuur eigen te maken en de genetisch bepaalde kenmerken te ontwikkelen. Daardoor wordt men minder afhankelijk van de buitenwereld en kan men op grond van het geheugen en de kennis van het verleden, extrapolaties maken voor de toekomst en op grond daarvan zijn eigen handelen sturen.

    Het grondprincipe daarbij zal altijd het ultieme eigenbelang van het individu zijn, dat zich echter enkel in de samenhang met de buitenwereld optimaal kan realiseren. Elk individu is zo gevormd dat het gericht is op de behoorlijke instandhouding van zichzelf in redelijke tot goede omstandigheden en op het in stand houden van het genetisch materiaal waaruit men is samengesteld, door het via de voortplanting door te geven aan een volgend individu. Het leven zelf is een primaire waarde voor al wat leeft, in de eerste plaats het leven van het individu zelf, maar aangezien elk individueel leven noodzakelijk eindig is, ook het leven van anderen en van het hele universum, dat vereist is voor het bestaan van individuen.

    Vooral in de hogere levensvormen is er dus een primaire levensdrang aanwezig, die zich vertaalt in verscheidene meer specifieke strevingen. Zo zal een individu met de kenmerken die het heeft, genetische zowel als cultureel verworvene, zich inspannen om zijn levensomstandigheden te optimaliseren, zodat het zo weinig mogelijk afhankelijk is van negatieve invloeden en optimaal gebruik maakt van gunstige elementen. Door gebruik te maken van het brein kan een individu (en zo ook een maatschappij) niet ontsnappen aan de natuurwetten, maar het kan die wetten gebruiken om de buitenwereld zo om te vormen, dat het individu (of de maatschappij) er beter in kan floreren. Levende wezens zijn dus niet totaal afhankelijk van hun omgeving, zij kunnen die, binnen het kader van de eigen mogelijkheden en steeds binnen de natuurwetten, naar hun hand zetten en doen dat ook op grote schaal en met grote vindingrijkheid, met een spectaculaire groei van de mensheid tot gevolg.

    Door zo in te grijpen in zijn omgeving en deel te nemen aan de samenleving neemt het individu een persoonlijke verantwoordelijkheid op zich. Met zijn brein is het immers in staat om keuzes te maken, en niet alle keuzes zijn goede keuzes. Men is dus als individu verantwoordelijk voor de keuzes die men maakt, omdat men er zelf de gevolgen moet van dragen, maar ook omdat anderen binnen de samenleving zich over die keuzes zullen uitspreken, en ze desgevallend zullen sanctioneren, omdat ze ook voor hen gevolgen hebben.

    Welke keuzes men maakt, is bepaald door wie en wat men is. Er zijn genetische kenmerken waar we niet onderuit kunnen, omdat ze eigen zijn aan de soort; maar die kenmerken laten talloze variaties toe, bijvoorbeeld in de menselijke seksualiteit. Er zijn culturele kenmerken, die typisch zijn voor de soort of voor een groep, maar niet bepalend voor elk individu; ook daar zijn talloze variaties mogelijk. En er is de persoonlijke geschiedenis van het individu, het resultaat van alle andere kenmerken in combinatie met de optelsom van alle beslissingen die het individu in zijn leven heeft genomen. Elke beslissing heeft een oorzaak, maar bij elke beslissing kan het individu zich bezinnen, gebruik maken van zijn brein, zoals het op dat ogenblik is, met alle beperkingen en alle mogelijkheden daarvan. Er is dus geen sprake van een direct gevolg van een of een beperkt aantal oorzaken, zoals bij levenloze materie, noch van een spontane, instinctieve reactie zoals bij de lagere diersoorten, maar van een beredeneerde reactie, op basis van de ervaringen uit het verleden en de verwachtingen voor de toekomst.

    Zeker, met dat denkvermogen kan zelfs het meest perfecte brein de natuurwetten niet omzeilen. Integendeel: hoe beter een brein werkt, hoe meer het de onafwendbaarheid van de natuurwetten zal inzien, en hoe minder het zich zal laten leiden door hoop en vrees, spijt over het verleden of onzekerheid over de toekomst. Deze bevrijding van de passies die de confrontatie met de wereld om ons heen met zich meebrengt, kan leiden tot een groter berusten in de eigen mogelijkheden en beperkingen, wat op zijn beurt leidt tot een nog juister inzicht in de wereld waarin men leeft.

    Het komt er dus op aan om in te zien dat de wereld beantwoordt aan natuurwetten, en dat het zinloos is om te trachten daar iets aan te veranderen; maar tevens om te ontdekken dat er talloze mogelijkheden zijn binnen die natuurwetten om in te grijpen in onze omgeving en zo ons eigen lot en dat van anderen te verbeteren. Op die manier combineren wij het algemene, kosmische determinisme met de specifieke vrijheid die vooral de mens, als een hogere diersoort, eigen is.

    Men kan opwerpen dat die vrijheid een illusie is: ook wanneer wij beslissingen nemen, is dat een kwestie van oorzaak en gevolg, en het is omdat we de onderliggende oorzaken niet kennen, dat we onterecht denken dat we vrij beslissen en dus vrij handelen. Om op dat punt tot een juist inzicht te komen, is het nodig dat we ons afvragen wat we hier precies bedoelen met vrijheid en determinisme. Ons brein is materieel, en valt aldus volledig onder de natuurwetten. Hoe ons brein werkt, wordt dus eveneens bepaald door de natuurwetten. In dat uiterst complexe orgaan zijn die wetten echter eveneens uiterst complex. Bovendien zijn er geen twee identieke personen, en is elk brein uniek, zowel materieel als in zijn werking. Het aantal factoren dat een beslissing van het brein beïnvloedt, is immens, en de werking van het brein is grotendeels onbewust, of autonoom. Zelfs als we hier nog steeds spreken van een determinisme, dan is dat een determinisme van een totaal andere aard dan bijvoorbeeld de vrij simplistische wetten van de zwaartekracht. En als die vrijheid een illusie is, dan is het een illusie van een gans andere aard dan bijvoorbeeld het traditionele christelijke godsidee.

    Het dilemma van determinisme en menselijke vrijheid komt vooral naar voren wanneer men het heeft over misdaad en straf. Bij een simplistische omschrijving van het menselijk determinisme kan men dan stellen dat niemand verantwoordelijk is voor zijn daden, want elke daad is het onvermijdelijke gevolg van een oorzaak, en die op haar beurt van een andere enzovoort. Men kan dus niet spreken van een schuld, en dus is straffen uit den boze, tenzij eventueel als afschrikwekkend voorbeeld voor anderen; wel mag de maatschappij zich beschermen tegen personen die een gevaar zijn voor zichzelf en voor anderen.

    Dergelijk simplistisch determinisme wordt door vrijwel niemand aanvaard. Het gezond verstand treedt daar het ernstig wetenschappelijk onderzoek, zowel neurologisch als psychosociaal, juridisch en filosofisch, bij om te stellen dat behalve in uitzonderlijke gevallen de mensen wel degelijk verantwoordelijk zijn voor wat zij doen. Zeker, bepaalde daden blijken onvermijdelijk te zijn wanneer men de omstandigheden die ertoe geleid hebben in rekening brengt. De verantwoordelijkheid moet echter niet beperkt worden tot de uiteindelijke daad, maar moet terdege rekening houden met de voorgeschiedenis. In de loop van die voorgeschiedenis heeft de betrokken persoon immers tal van beslissingen genomen, die zoal niet bepalend, dan toch van grote invloed waren op het verdere verloop van de gebeurtenissen. Het is de zogenaamde slippery slope, of wie zich op glad ijs begeeft, moet er rekening mee houden dat men kan uitglijden.

    Wanneer een overvaller bijvoorbeeld beslist daarbij gebruik te maken van een (echt) vuurwapen, is het niet onwaarschijnlijk dat daarvan ook gebruik gemaakt zal worden. In dat geval is men verantwoordelijk voor eventuele gekwetsten of doden, omdat men een vuurwapen heeft meegebracht. Het feit dat bij tal van overvallen enkel nepwapens gebruikt worden, bewijst dat men daarover heeft nagedacht: men wil wel een buit binnenhalen, maar niemand kwetsen, enkel schrik aanjagen.

    Niemand wordt in absolute termen door het lot gedwongen om iets te doen of te laten. De omstandigheden, in de meest ruime zin genomen, hebben een grote invloed op het menselijk handelen, maar wij zijn niet het weerloos slachtoffer van die omstandigheden. Wij kunnen vermijden dat we in bepaalde situaties terecht te komen, door op grond van onze inzichten te beslissen om een bepaalde weg niet in te slaan, of op onze stappen terug te keren. Dat is ons algemeen aanvoelen, en het is de enige verantwoorde conclusie.

    Ik had het over uitzonderingen. Er zijn inderdaad mensen met een lichaam dat niet naar behoren functioneert, meer bepaald wat de hersenen betreft. Er kan sprake zijn van een misvorming of beschadiging of ziekte van de hersenen, of van een psychische of mentale storing, bijvoorbeeld veroorzaakt door een traumatische ervaring, zoals bij shellshock, langdurige opsluiting en foltering, verkrachting, pesten enzovoort. In dergelijke gevallen is het mogelijk dat men bepaalde handelingen stelt, en bijvoorbeeld een moord begaat zonder dat daartoe enige aanleiding was. De oorzaak is dan het niet naar behoren mentale functioneren van de persoon, en niet een ‘normale’ reeks van oorzaken voor een dergelijke daad. Het is duidelijk dat men in dat geval zal spreken van een beperkte verantwoordelijkheid of zelfs volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Men zal zich dan beperken tot beschermende maatregelen. De menselijke vrijheid is in dergelijke gevallen nog nauwelijks aanwezig, het is zelfs zeer de vraag of men nog kan spreken van een volwaardige mens.

    Maar dat zijn uitzonderingen, en het lijkt intellectueel oneerlijk om op basis van die uitzonderingen te concluderen dat wij allemaal onvrij en dus niet verantwoordelijk zijn voor wat we doen. Niemand is helemaal gezond, maar er is wel een verschil tussen wat wij gemakshalve een gezonde mens noemen en iemand met een massieve kwaadaardige hersentumor. Zo is misschien ook niemand helemaal mentaal gezond, maar blijft er gelukkig een wereld van verschil bestaan tussen iemand die zwaar mentaal gestoord is en de meeste andere mensen.

    Sommige mensen blijven het moeilijk hebben met de gedachte dat alles een oorzaak heeft, maar dat dit niet betekent dat alles van tevoren vastligt. De geschiedenis van de wereld en van alles wat zich erop bevindt, is een noodzakelijke reeks van oorzaken en gevolgen. Er is niets dat geen oorzaak heeft, en gezien de omstandigheden kon de wereld enkel zijn zoals hij nu is. Let wel: gezien de omstandigheden! Op elk moment kon de geschiedenis een totaal andere kant uitgegaan zijn. Indien Columbus bijvoorbeeld nog een dag langer onderweg was geweest alvorens land te ontwaren, was hij wellicht teruggekeerd en zou hij (dan) de Nieuwe Wereld niet ontdekt hebben. En zo zijn er ontelbare voorbeelden. De wereld, ja het universum ziet eruit zoals het eruit ziet, omdat daarvoor goede redenen zijn; alles gebeurt volgens de natuurwetten, niets gebeurt zomaar, of tegen de natuurwetten in. Maar hoe paradoxaal dat ook moge klinken: niets lag op voorhand helemaal vast. Er waren immers binnen de natuurwetten zoveel mogelijkheden, dat het op geen enkel moment mogelijk was te voorspellen hoe het zou uitdraaien.

    De mens is daarvan een goed voorbeeld. Dat wij er nu zijn zoals we zijn, heeft een lange reeks van oorzaken, zoals de evolutietheorie aantoont. Maar er bestond vooraf geen enkele reden waarom er ooit zoiets als homo sapiens zou ontstaan. Het was een mogelijkheid (anders waren we er niet), maar geen zekerheid. Het was misschien zelfs een waarschijnlijkheid, gezien de factoren die aanwezig waren, maar het is totaal onwaarschijnlijk dat een objectieve waarnemer bij het bestuderen van bijvoorbeeld de Neanderthaler zou kunnen voorspellen hebben dat de mens ooit naar de Maan zou reizen.

    Wij moeten dus enerzijds aanvaarden dat de mens is zoals hij is omdat daar goede, ja noodzakelijke redenen voor zijn, maar anderzijds ook dat wij er net zo goed niet hadden kunnen zijn. Er is met andere woorden geen sprake van een absoluut determinisme, en dus ook geen reden tot fatalisme, noch is het zo dat op elk moment alles mogelijk is, en dus is er ook geen absolute menselijke vrijheid. Het komt erop aan inzicht te krijgen in de onveranderlijke en onafwendbare natuurwetten, en die naar best vermogen te gebruiken voor de instandhouding van het leven in het universum. Dat lijkt me een waardige opdracht voor een mens, en voor de mensheid.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij
    01-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De blinde telescoop

    In de Campuskrant, het tijdschrift van de K U Leuven, van 25 juni 2014, las ik het merkwaardige verhaal van de telescoop die zich bevindt in het College van Premonstreit aan de Naamsestraat; de koepel die de sterrenkijker, de grootste van Vlaanderen huisvest, is te zien van uit het stadspark. De telescoop was een gift van de USA in het kader van het (originele) Marshallplan na de Tweede wereldoorlog, maar heeft nooit gefunctioneerd. Men kreeg het toestel niet geïnstalleerd, en toen men later de kans kreeg om mee te werken aan projecten in het buitenland, waar de atmosferische omstandigheden beter waren, verdween de belangstelling. De twee spiegels, de kern van de telescoop, liggen ergens in een doos in een laboratorium.

    Ik kwam in het najaar van 1965 als eerstejaars in Leuven aan, en merkte toen de koepel al op. Die leek me heel normaal voor een universiteit, en ik veronderstelde dus dat professoren en studenten er nachtelijke waarnemingen deden. Enkele jaren later, in 1968, begon ik als administratief secretaris te werken aan de Faculteit Godgeleerdheid, in het Maria Theresia-college, op een boogscheut van het stadpark en de telescoopkoepel. Gedurende bijna veertig jaar was die een zwijgende, ietwat mysterieuze aanwezigheid in mijn leven. Ik had sinds mijn prille jeugd een levendige belangstelling voor de ruimte en al wat daarmee te maken had, en dus ook voor telescopen. In mijn verbeelding zocht ik contact met onze buren van de faculteit Wetenschappen en liet ik me uitnodigen voor een demonstratie met de telescoop, maar enkel in mijn verbeelding, helaas. Zo ben ik nooit te weten gekomen dat er wel een telescoop in de koepel huisde, maar dat die nooit gebruikt is…

    Toen ik dit berichtje las, gingen mijn gedachten terug naar mijn studietijd en naar het college Natuurrecht dat ik (met grote tegenzin) volgde, samen met een massa ongeïnteresseerde studenten van de Rechtsfaculteit. Aan ‘Baruch’ Spinoza wijdde de docent welgeteld één zinnetje, waarin we te weten kwamen dat hij een pantheïst was, en dat hij lenzen sleep. Met die informatie weet je dan helemaal niets over Spinoza, en dat is bij mij zo gebleven tot enkele jaren geleden, toen ik Spinoza weer op het spoor kwam via het boek van Antonio Damasio, Looking for Spinoza, en het werk van Jonathan Israel. Dat heeft mijn leven grondig veranderd.

    Net zoals de blinde telescoop van het instituut voor natuurkunde was de informatie over Spinoza wel aanwezig aan de universiteit, maar totaal onbruikbaar. Had iemand mij toen op weg gezet door te wijzen op de uitzonderlijke betekenis van die filosoof, dan had ik mij misschien toen al op dat pad begeven, en had ik geen veertig jaar hoeven te wachten op mijn ‘verlichting’. Pas toen ik al gepensioneerd was, ontdekte ik dat een vroegere studiegenoot van mij, Herman De Dijn, professor aan het Instituut Wijsbegeerte, de Vlaamse Spinoza-kenner was. Toen ik hem daarover voor het eerst aansprak, was hij ook al emeritus…

    Het leven bestaat vaak uit gemiste kansen. Een prachtige telescoop, helemaal gratis, en niemand die erin slaagt om hem aan het werk te krijgen. Spinoza, al die tijd eveneens op een boogscheut afstand, maar zonder dat ik het wist. Gelukkig ben ik sinds ik gepensioneerd ben gepassioneerd à la recherche du temps perdu. Er zijn vage plannen om de telescoop na al die jaren dan toch te assembleren. Mocht dat lukken, dan ga ik, bij leven en welzijn, zeker eens op bezoek.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij
    30-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herakleitos, Alles stroomt (vert. Paul Claes)

    Herakleitos. Alles stroomt, ingeleid, vertaald en toegelicht door Paul Claes, Amsterdam: Athenaeum-Pollak & Van Gennep, 2014², 197 blz., paperback, € 17,50.

    Herakleitos of Heraclitus van Efeze (ca. 540 – ca. 480) was een van de eerste westerse filosofen. Maar wat weten we over hem? En hoe weten we het? Er is immers van zijn levenswerk niets overgebleven. De papyrusrol waarop het stond, werd anderhalve eeuw lang bewaard in de tempel van Artemis in Efeze, een van de zeven antieke wereldwonderen, maar ging verloren toen een sensatiezoeker die tempel in brand stak. Ondertussen was de faam van Herakleitos echter dermate verspreid dat allerlei overblijfsels van zijn oorspronkelijke teksten tot ons gekomen zijn als citaten bij andere auteurs. Maar je weet hoe het gaat in het gezelschapsspelletje waarbij kinderen een gefluisterd bericht doorgeven in een kring: wanneer het bericht bij de persoon aankomt waar het vertrokken is, blijkt het totaal verschillend geworden te zijn, door de toevallige of moedwillige vervormingen onderweg. In de 2500 jaar die ons scheiden van Herakleitos is er allicht veel verloren gegaan en veel vervormd. Zelfs met de beste middelen van de taalwetenschap kunnen we vandaag niet met zekerheid zeggen dat alle citaten die men nu aan Herakleitos toeschrijft ook van hem zijn en door hem zo geschreven werden. Zelfs het meest bekende: panta rei, is onzeker.

    Paul Claes heeft die citaten, ongeveer 140 in getal, in het Grieks of Latijn, verzameld en in het Nederlands vertaald. Hij geeft telkens aan waar de tekst vandaan komt, heeft elk citaat voorzien van verklarend commentaar en ook de nawerking toegelicht: wie heeft dit citaat nadien gebruikt, al dan niet met bronvermelding?

    De eerste druk (2011) is een prachtig boek in alle opzichten. Milieuvriendelijk crèmekleurig luxueus papier, voorbeeldig luchtige typografie, degelijk ingebonden, volle linnen band in stijlvol zwart met goudopdruk, sobere maar stevige academische stofwikkel met een extra 2/3 wikkel met een knappe kleurenfoto. Er is zelfs dat sprekend detail, het kapitaalbandje, een fijn gevlochten draadje dat boven en onderaan de rug van het boek gekleefd is, vroeger ter bescherming ingenaaid, nu als versiering gekleefd. Het enige dat ontbreekt, is een mooi leeslint, maar dat kleef ik er zelf wel in.

    Onlangs verscheen een tweede druk, toch wel verrassend voor een boek over dit onderwerp. Het betreft een paperbackuitgave, zeer verzorgd, maar natuurlijk niet met de luxe van de hardcover. Hier en daar is een drukfout hersteld en heeft de auteur het Nachleben nog uitgebreid; wellicht niet echt voldoende om zich ook die tweede druk aan te schaffen, maar wie de eerste heeft gemist, krijgt nu een uitstekende tweede kans. Kostprijs: amper € 17,50.

    Ook over de inhoud niets dan goeds. De inleiding is bondig maar geeft je al de informatie die je nodig hebt voor het belangrijkste deel van het boek: de teksten van Herakleitos en de toelichting van Paul Claes, de meest betrouwbare gids die men zich kan wensen waar het gaat om klassieke auteurs en hun nawerking in de literatuur en de cultuur in het algemeen. Of je nu de hardcover koopt of je tevredenstelt met de paperback, je bent hoe dan ook zeker dat je nooit meer een ander boek hoeft aan te schaffen over Herakleitos: beter dan dit is er niet, in welke taal dan ook, zowel voor de geïnteresseerde leek als voor specialisten. Ktèma eis aiei, a thing of beauty and a joy forever.

     


    Categorie:literatuur
    Tags:filosofie
    24-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Antisemitisme?

    Antisemitisme?

    Na de aanslag in het Joods Museum te Brussel, ging er een storm van verontwaardiging op, die ook in de media ruim weerklank vond. Ik wil vandaag, een maand na de feiten, even terugblikken op de gebeurtenissen en vooral op de vele, vaak verhitte reacties.

    Opdat er geen misverstand zou ontstaan, wil ik hier vooreerst mijn afschuw uitspreken over deze vreselijke moordaanslag, waarbij twee bezoekers en een personeelslid van dat museum omkwamen. Dat zoiets gebeurt in de hoofdstad van België, op klaarlichte dag, is ontstellend en beangstigend, en vereist niet alleen een algemene veroordeling, maar ook een krachtdadige reactie van de overheid.

    Dergelijke Joodse musea blijken er ook in andere landen te zijn, onder meer Amsterdam, Londen, Parijs en Berlijn. Het zijn Joodse culturele centra, met talrijke tentoonstellingen en andere activiteiten rond de Joodse cultuur en geschiedenis. Het valt moeilijk te ontkennen dat ze op die manier, net zoals de synagogen, een voor de hand liggend doelwit zijn voor aanslagen. We moeten er ons echter voor hoeden om dergelijke aanslagen, die hoe dan ook verwerpelijk zijn, zonder meer te bestempelen als antisemitisch. Ik verklaar mij nader.

    Wij weten nog niet wat de drijfveer was van de dader. Het ziet er naar uit, indien de vermoedelijke dader inderdaad de schuldige is, dat hij een achtergrond heeft in het conflict dat zich sinds mensenheugenis in het Midden-Oosten afspeelt, en dat een nieuwe dimensie heeft aangenomen sinds het ontstaan van de staat Israel. Er is vandaag een gewelddadig conflict tussen de staat Israel en zijn buurlanden, inzonderheid de Palestijnse bevolking in en buiten Israel. In dat conflict zijn er al veel doden gevallen, en het huidige status quo bevredigt niemand, in de betrokken gebieden noch daarbuiten. Dat is echter helaas niet het enige conflict, noch het enige conflict met etnische implicaties: de lijst van dergelijke conflicten is uitgebreid en gaat ver terug in de geschiedenis.

    Er is ook een geschiedenis van de vervolging van het Joodse volk, die zo oud is als de mensheid, als we er de Bijbel op naslaan. Toen de Joden door de Romeinen uit hun land werden verdreven rond het jaar 70 van onze tijdrekening, is er een diaspora op gang gekomen die de Joden verspreid heeft over de hele (vooral westerse) wereld. Daar hebben ze periodes gekend van grote bloei en ruime integratie, maar ook van radicale vervolging en verbanning. De vernietiging van zes miljoen Joden door het Naziregime in Duitsland was daarvan het verschrikkelijke hoogtepunt. Vandaag gebruiken we de term antisemitisme om de houding te benoemen van personen die blijk geven van haat tegen het Joodse volk, of zich schuldig maken aan misdaden tegen Joodse personen vanuit die haat.

    Om het scherper te stellen: wanneer een Jood of een Israëlisch staatsburger het slachtoffer is van een roofmoord, kan men moeilijk spreken van antisemitisme; het motief is immers niet de haat tegenover Joden, maar het beroven van personen die toevallig Jood of Israëlische burgers zijn. Ook in Israel en onder Joden overal ter wereld gebeuren moorden, neem ik aan, en niemand zal eraan denken die antisemitisch te noemen. Er zijn Israëli’s die andere Israëlisch haten, en Joden die Joden haten, bijvoorbeeld hun politieke of religieuze tegenstanders, en dat is altijd al zo geweest. Ook dat kan men bezwaarlijk antisemitisme noemen, vind ik.

    In tegenstelling tot wat men hier en daar hoort, meen ik dat men voorzichtig moet zijn met de term antisemitisme, en met de meer algemene term racisme, waarvan het antisemitisme een vorm is. Als soennieten en sjiieten elkaar gewapenderhand bestrijden, is dat racisme? Ik ben geen antropoloog, maar me dunkt dat zij etnisch niet te onderscheiden zijn. Overigens zijn ook Joden en Arabieren dat niet, voor zover ik weet. Met racisme bedoelen we meestal een denigrerende houding tegenover een lid van ene ander ‘ras’, overigens een term die geen diepgaande betekenis heeft, omdat hij enkel slaat op secundaire, oppervlakkige lichamelijke kenmerken. In de praktijk gaat het meestal om de superieure houding van blanken tegenover de andere rassen. Maar er is zeker ook een vorm van racisme aanwezig in die andere rassen, hetzij tegenover leden van hun eigen ras, hetzij tegenover leden van een ander ras, blanken of anderen. Racisme is dus een complex begrip, dat we het best algemeen omschrijven als een vernederende houding tegenover een lid van een fysiek herkenbaar andere bevolkingsgroep dan die waartoe men zelf behoort.

    Wanneer we dat doen, wordt het mijns inziens moeilijk om antisemitisme zonder meer altijd en overal als racisme te omschrijven. Ik althans kan sommige Arabieren niet onderscheiden van sommige Joden. Antisemitisme is dan een bijzondere vorm van racisme, waarbij het niet gaat om een ander ras, maar om een ander volk, een bevolkingsgroep die oorspronkelijk in een bepaald land woonde, en die zijn identiteit tijdens de diaspora voldoende heeft bewaard om uiterlijk, zo al niet fysiek, herkenbaar te zijn.

    Hoe dan ook gaat het om een haat die geen enkele grond heeft in wat een bepaalde persoon denkt of doet, maar om zijn of haar toebehoren tot een bepaalde volksgroep. Er is dus sprake van een onterechte veralgemening: men haat een volksgroep en iedereen die ertoe behoort, zelfs als een bepaalde persoon niets heeft gedaan of zelfs maar gedacht dat in andere omstandigheden aanleiding zou kunnen geven tot haatgevoelens. Het gaat om een vooringenomen blinde haat. Zeker, er kunnen historische feiten zijn die tot dergelijke primitieve haatgevoelens aanleiding geven, maar die zijn er ook tussen leden van dezelfde bevolkingsgroep, bijvoorbeeld vetes tussen families of zelfs dorpen of landstreken.

    Na deze aftastende algemene beschouwingen kom ik terug naar de aanslag op het Joods Museum te Brussel. Is dat een geval van racisme? Ik weet het werkelijk niet. Dat hangt immers af van de motivering van de dader. Als hij alle Joden haat, en vanuit die haat handelde, is het racisme en meer bepaald antisemitisme. Als hij alleen Israëli’s haat, lijkt het me te gaan om een politieke aanslag, zoals die ook gebeuren tegen andere staten, bijvoorbeeld tegen ambassades van de USA of de Russische metro. Dan is het een terroristische aanslag (omdat het geen roofmoord of een passionele moord is, bijvoorbeeld), maar geen racisme. Anders moeten we elke aanslag tegen Israel als antisemitisme en racisme beschouwen, en dus onvermijdelijk ook elke andere politieke aanslag; elke aanslag op de Palestijnse bevolking door Israel is dan eveneens een daad van racisme, maar ook elke aanslag van soennieten op sjiieten, van Han-Chinezen op Oejgoeren, van Turken op Koerden enzovoort.

    Het ziet ernaar uit dat we dus een onderscheid moeten maken tussen politieke aanslagen, die we meestal terroristisch noemen, vooral als ze gebeuren door een terroristische organisatie, en racistisch aanslagen, waaronder ook antisemitische thuishoren als een wat bijzonder geval.

    Dat betekent dat we alle aanslagen en ook oorlogen tegen Israel niet op dezelfde manier kunnen beoordelen als de Holocaust. De Holocaust beoogde de totale uitroeiing van alle Joden, te beginnen met die in Europa. Het conflict tussen Israel en zijn buurlanden is een complex politiek conflict, waarbij er zeker antisemitische gevoelens meespelen, maar waarbij de inzet niet dezelfde is, namelijk de uitroeiing van alle Joden.

    Hoezeer ik de aanslag op het Joods Museum ook veroordeel, ik kan me niet vinden in een interpretatie ervan die dit louter als een zoveelste blijk ziet van racisme en antisemitisme, in de lijn van de uitroeiing van de Joden in Nazi-Duitsland. Naar mijn aanvoelen gaat het veeleer om een terroristische daad vanuit politieke motieven, gericht tegen personen die ongetwijfeld niet toevallig Israëlische staatsburgers waren en tegen een instelling die niet alleen de kennis van de Joodse geschiedenis en cultuur wil bevorderen, maar ook nauwe banden onderhoudt met de staat Israel. De staat Israel is een politieke realiteit, en dat heeft politieke consequenties, waarvan terroristische aanslagen een verschrikkelijk voorbeeld zijn dat we altijd streng moeten veroordelen en zoveel mogelijk moeten trachten te vermijden.

    Nogmaals, het feit dat het naar mijn aanvoelen om een politieke aanslag gaat, en niet noodzakelijk om een racistische of antisemitische, maakt dat vanzelfsprekend niet minder afkeurenswaardig en verwerpelijk, maar in mijn ogen ook niet meer verwerpelijk of afkeurenswaardig, omdat die aanslag tegen een Joods-Israëlisch doelwit is gericht, dan elke andere politieke aanslag, bijvoorbeeld gericht tegen de ambassade van de USA, een Goethe-instituut of een moslimheiligdom.

    Wij leven in een wereld waarin zelfs op luttele kilometers van mijn voordeur vreselijke aanslagen gebeuren. Het lijkt me een veeleer futiele bezigheid om vandaag nog de doelgerichte en systematische genocide van de Joden in Nazi-Duitsland aan te grijpen om terroristische aanslagen te veroordelen: elke terroristische aanslag, zonder enige uitzondering, is afschuwelijk en verwerpelijk en moet nadrukkelijk door iedereen veroordeeld worden.


    Categorie:samenleving
    Tags:politiek
    21-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.O'Hanlons Helden

    Marc Argeloo, Emile Brugman en Alexander Reeuwijk, In het spoor van de grote ontdekkers. O’Hanlons Helden, Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact, 2014, uitvoerig geïllustreerd in kleur en z/w, register, gebonden: € 39,99.

    Dit bijzonder fraai uitgegeven boek hoort bij de VPRO televisiereeks O’Hanlons Helden en de daaraan gekoppelde tentoonstelling in Enschede. Redmond O’Hanlon (1947) is de rode draad in het verhaal; hij is zelf ook een ontdekkingsreiziger en auteur van reisverhalen: Into the Heart of Borneo (1984) (Naar het hart van Borneo); In Trouble Again (1988) (Tussen Orinoco en Amazone); Na de Amazone (1995; verhalen); Congo (1996) (Congo); Trawler (2004) (Storm). In 2009 verscheen God, Darwin en natuur, door Rudi Rotthier, op basis van gesprekken met O’Hanlon, in het Engels verschenen als The Fetish Room. In 2009 nam hij deel aan de ‘reconstructie’ van Darwins reis van de Beagle, en raakte via die televisieserie bekend in Nederland en Vlaanderen.

    Zoals in de VPRO-televisieserie komen (naast O’Hanlon zelf) in dit boek dertien ontdekkingsreizigers aan bod, gekozen door O’Hanlon. Het is een vrij heterogene groep, waarin we zowel geniale wetenschappers vinden zoals Charles Darwin, even uitzonderlijke ‘amateurs’ zoals Wallace, roekeloze reizigers als Burton, concurrerende professoren, een rebelse jonkvrouw, fortuinjagers zonder scrupules en geobsedeerde avonturiers, al dan niet in de dienst van de wetenschap. Ze leefden vooral in 19de eeuw, de tijd van het Britse (koloniale) Imperium en de Industriële revolutie, en zijn tekenend voor hun tijd. In de dertien bijdragen krijgen we meestal een korte of meer gedetailleerde levensschets en het relaas van de reizen en ontdekkingen, vaak aangevuld met een korte bijdrage van O’Hanlon, die zich naar een van de plaatsen begaf waar zijn helden al dan niet enig spoor nalieten.

    De bijdragen zijn elk van de hand van Argeloo of Reeuwijk, en zijn over het algemeen vlot geschreven. Hier en daar is men bij het vertalen van citaten of het overnemen van informatie uit anderstalige bronnen onnauwkeurig geweest, wat het in enkele gevallen moeilijk maakt de bedoeling van de tekst te begrijpen. Sommige bijdragen leggen de nadruk op het wetenschappelijk belang van de ontdekkingsreizen, terwijl het in andere vrijwel uitsluitend gaat om een vroege en extreme vorm van toerisme, die we ook vandaag nog kennen, zij het dat er nu een cameraploeg aanwezig is om alles vast te leggen, terwijl toen de gevaren en de ontberingen zeer reëel waren en niet zelden de dood tot gevolg hadden.

    Meestal staat men niet stil, evenmin als de betrokken ‘helden’ dat deden, bij de maatschappelijke context van de bezochte landen. De meeste ‘helden’ treden op als zelfbewuste, om niet te zeggen hautaine vertegenwoordigers van een hoger ras en een superieure beschaving, op enkele uitzonderingen na die zich, zij het tijdelijk, onder de autochtone bevolking mengden. Men treedt op alsof men heer en meester is, vordert mensen en diensten, doodt vele duizenden dieren als dure trofeeën voor wetenschappelijke collecties of voor de industrie of de mode, men rooft straffeloos planten en zaden en behandelt de inwoners in de regel onnadenkend als minderwaardige wezens.

    De keuze van de besproken personen is vrij arbitrair. Zo ontbreken enkele bekende figuren Amundsen, Scott en Shackleton, de Bougainville, von Humboldt, Livingstone en Stanley, om slechts enkele van de meest bekende te noemen, terwijl de namen van sommige die wel besproken werden zeker voor Nederlandstalige lezers volslagen onbekend zullen zijn. Toch vormt het aanbod een vrij goed overzicht en een goed inzicht in de exploratiedrang die de 19de eeuw zo kenmerkte. In die periode werden de laatste witte vlekken op de wereldkaarten ingevuld, de laatste grenzen in kaart gebracht en overschreden, en werd de wereld voor het eerst een groot geheel, dat voor iedereen openlag, met al de mogelijkheden en gevaren die dat met zich meebracht, zowel voor de reizigers als voor de nieuw ontdekte landen.

    Vanuit hedendaagse bekommernissen kan men betreuren dat niet meer aandacht is besteed aan de ethische vragen die men zich toch moet stellen bij de kolonisatie en de slavernij die de 19de eeuw zo getekend hebben. Naast de ‘helden’ waren er ook slachtoffers, wiens geschiedenis hier althans niet of slechts marginaal geschreven wordt.

    Het boek is inderdaad bijzonder fraai uitgegeven, voorbeeldig gezet uit een zeer leesbare letter, op groot formaat, met op vrijwel elke bladzijde een of meer prachtige illustraties uit de betrokken periode, waarvan veel in kleur; het is gebonden in een stevige band. Dat verantwoordt de vrij hoge aankoopprijs. Voor de talrijke kijkers van de populaire televisieserie is dit boek ongetwijfeld een waardevolle aanvulling, vol interessante blijvende herinneringen aan de verschillende afleveringen.


    Categorie:wetenschap
    Tags:maatschappij
    15-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Polarisatie in Vlaanderen

    Polarisatie (Van Dale): (sociologie) het ontstaan of toenemen van (tot dan toe verborgen) spanningen en tegenstellingen in een groep; (meer in het algemeen en in politieke zin) toespitsing, accentuering van de tegenstellingen (tussen politici of politieke partijen).

    Is het jou ook al opgevallen? Sinds de jongste verkiezingen lijkt er in Vlaanderen een polarisatie aan de gang. Politieke tegenstanders gaan elkaar verbaal te lijf vanuit gevoelens die men nauwelijks anders dan als haat kan omschrijven. Wat kan daarvan de oorzaak zijn? Al die partijen bestonden immers voor de verkiezingen ook al, en dat er politieke verschuivingen zouden zijn, was te verwachten en ook al voorspeld door vrij accurate peilingen.

    Aanvankelijk waren al die hatelijkheden enkel gericht tegen de grote winnaars van de verkiezingen in Vlaanderen, de N-VA. Nu de Vlaamse regeringsonderhandelingen begonnen zijn tussen N-VA en CD&V, deelt ook die laatste partij in de klappen, en dat terwijl iedereen weet dat die twee partijen vroeger nog in een sterke coalitie samen optraden, en hun programma’s nauwelijks van elkaar verschillen.

    Toen gisteren bekend raakte dat Jan Becaus, jarenlang een bekend nieuwsanker en onlangs gepensioneerd, voor de N-VA in de senaat zou zetelen, vlogen de haatberichten door de sociale media. Het blijkt voldoende dat men zich tot deze politieke partij bekent om het voorwerp uit te maken van vuige scheldpartijen, ook als is men een generatie lang een gerespecteerd bekend lid van de samenleving geweest.

    Wat mij echter nog het meest geschokt heeft, is het bestaan van een Facebook-groep onder de titel: Slechte Vlamingen. Ik ben eens een kijkje gaan nemen in de lijst van de 4.526 leden en kwam tot enkele verrassende veststellingen. Zo zijn er talloze personen met een naam die op een buitenlandse afkomst wijst. Onder de personen met een typisch Vlaamse naam zijn er ook een aantal bekende intellectuelen, meestal van linkse signatuur. Blijkbaar vinden zowel de enen als de anderen het nodig om zich te verzetten tegen het feit dat zij Vlaming zijn, want dat zijn ze toch?

    Men kan er immers niet omheen: Vlaanderen, officieel de Vlaamse Gemeenschap, bestaat als een van de gemeenschappen waaruit België is samengesteld. Dat staat zo in de grondwet, en het is ook een belangrijke mate een realiteit, die nog elke dag toeneemt in omvang en belang. Iedereen die tot die gemeenschap behoort, valt onder de wetten van die gemeenschap. Elke Belg die tot de Vlaamse Gemeenschap behoort, is dus een Vlaming; hoe zou men anders zo iemand noemen? Un Néerlandophone, zoals onze Franstalige buren dat doen? Laat ons wel wezen: wat ook de historische betekenis van het woord mag zijn, als wij het vandaag over Vlamingen hebben, dan weet iedereen dat we daarmee al de personen bedoelen die behoren tot de staatkundige entiteit die de Vlaamse Gemeenschap is.

    Dat betekent dat er officieel geen echte Belgen meer zijn, behalve de koning en zijn gezin. Zelfs de voormalige koning heeft stemrecht op basis van het gewest waar hij woont, en is dus een Brusselaar. Er zijn alleen nog Vlaamse Belgen, Waalse, Brusselse en Duitstalige. Iedereen valt onder de federale wetgeving, maar tevens onder die van het gewest of de gemeenschap waartoe men behoort.

    Mijn spontane reactie toen ik opmerkte dat er een FB-groep bestond met die naam, was er een van verontwaardiging. Ik ben er trots op dat ik Vlaming ben, en als iemand het nodig vindt zich een slechte Vlaming te noemen en daar ook trots op is, dan vind ik dat ergerlijk en beledigend. Wie geen Vlaming wil zijn, kan daaruit zijn conclusies trekken en desgewenst ergens anders gaan wonen, in België of daarbuiten, zoals sommige linkse intellectuelen ook al doen: ze gaan in Wallonië wonen, net over de taalgrens, ook al omdat het daar goedkoper wonen is.

    Dat is nu wat ik bedoel met polarisatie. Vlamingen, vrienden zelfs, zetten zich af tegen elkaars overtuiging met een heftigheid die ik vroeger nooit zo heb meegemaakt. Enerzijds is er een anti-Vlaamse reactie die me verbaast, aangezien we allen Vlaming zijn, of we dat nu willen of niet. Anderzijds is er een linkse reactie tegen het centrumrechtse, of niet-linkse stemgedrag van de overgrote meerderheid van de Vlaamse kiezers: 96 van de 124 zetels in het Vlaams parlement gaan naar (centrum)rechtse partijen; enkel de socialisten zijn links, Groen kunnen we in de praktijk als links beschouwen, alhoewel ‘groen’ zijn op zich niet inhoudt dat men links denkt); niet zelden gaan die twee negatieve reacties hand in hand, maar ook de liberalen zijn niet Vlaamsgezind, en beschouwen hun Franstalige zusterpartij als hun eerste bondgenoot, nog voor om het even welke Vlaamse partij, wat mij eveneens blijft verbazen.

    Er zijn dus mensen die, zoals dat heet, het licht van de zon ontkennen, enerzijds het bestaan van de Vlaming als een staatkundige realiteit, anderzijds het bestaan van een overweldigende meerderheid van centrumrechts denkende en stemmende Vlamingen. En dat veroorzaakt bij die linkse en anti-Vlaamse mensen duidelijk hevige emoties, die ze onverholen uiten via de sociale media. Dat ze daarmee alle Vlamingen, zichzelf inbegrepen schofferen, lijkt hen niet te storen; dat ze daarnaast ook de meeste andere Vlamingen schofferen die niet links denken, evenmin.

    Ik merk die polarisatie ook aan mezelf. Ook ik zet me af, maar dan tegen de personen die het nodig vinden om mij en vele anderen onophoudelijk te beschimpen en te beledigen. Wie bijvoorbeeld op Facebook ongemanierd over Vlaanderen spreekt, hetzij vanuit linkse overwegingen, hetzij vanuit belgicisme, wordt door mij onverbiddelijk geschrapt als FB-vriend. Dat geldt ook voor leden van de groep Slechte Vlamingen. Ik respecteer de overtuiging van iedereen, wat die ook is, maar ik verwacht wel datzelfde respect voor mijn eigen diepste overtuigingen. Honni soit qui mal y pense.

    Het wordt tijd dat we gaan wennen aan een Vlaams Vlaanderen. Is dat niet waarvoor we altijd geijverd hebben? Vlaanderen Vlaams! Nu het echt zover is, mogen we terecht trots zijn op wat we bereikt hebben, en moeten we blijven ijveren tot het einddoel bereikt is: een autonoom Vlaanderen binnen de Europese Unie en de hele wereld.


    Categorie:samenleving
    Tags:politiek
    13-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Voetbalgekte

    Wie mij een beetje kent, zal niet verbaasd zijn als ik zeg dat ik het voetbal in al zijn niet-recreatieve vormen verfoei. Het hoogtepunt, of veeleer het schandalige dieptepunt van het professionele voetbal speelt zich dezer dagen af in Brazilië, en we zullen het geweten hebben. Een flink stuk van het avondnieuws was eraan gewijd nog voor de gekte aldaar begon, en nu kan je de media niet gebruiken zonder overspoeld te worden met die onzin.

    Ik beweer niet dat een goede voetbalmatch mij niet kan boeien, en ik durf me wel eens laten verleiden om een live uitzending op tv te volgen, vooral omdat er meestal niets te zien is dat minder oninteressant is. Maar het is een beetje zoals met pompeuze gebouwen, oude en nieuwe: we zijn onder de indruk, we bekijken ze en bewonderen ze, zonder ons veel vragen te stellen over hun functie, de kosten voor het bouwen en onderhouden, hun noodzaak of verantwoording. Laten we deze vergelijking nog even volhouden: als ik een gotische kerk zie, zoals de Leuvense Sint-Pieterskerk, of de Onze-Lieve-Vrouwkathedraal in Antwerpen, dan ben ik wel enigszins onder de indruk van wat er nu staat, maar als ik begin na te denken over hoe die bouwwerken tot stand gekomen zijn, waartoe ze dienden en dienen, wat ze gekost hebben en kosten aan de gemeenschap, en hoe men al dat geld en al die energie beter had kunnen gebruiken, dan heb ik nog slechts één reactie: dynamiteren, zoals in Heinrich Bölls Biljarten om halftien.

    Zo ook met wat het voetbal vandaag geworden is: een manier voor het grootkapitaal om schandalig veel geld te kloppen uit de collectieve verdwazing van mensen die het vaak niet eens erg breed hebben, in ruil voor enkele uren uiterst oppervlakkig en door alcohol en massahysterie aangezwengeld ‘plezier’.

    Men kan natuurlijk beweren dat het om een onschuldig tijdverdrijf gaat: een kijksport waarbij slechts af en toe gewonden vallen, zowel bij de spelers als bij de toeschouwers. En dat klopt: de inzet van de competitie is, vanuit de toeschouwers gezien, in feite totaal onbelangrijk. Of de eigen club wint of niet, verandert niets aan je leven: je wordt er niet armer of rijker van, en enkel voor enkele fanatiekelingen is winst of verlies echt van belang, en dan nog enkel emotioneel. De meeste kijkers schakelen na de wedstrijd gewoon weer over naar de orde van de dag, zonder enig nadelig of voordelig gevolg voor hun leven, ondanks de eventuele opwinding tijdens de match of de reportage. Voetbal als kijksport is enkel als fenomeen belangrijk, als tijdverdrijf. Het brengt niets bij aan de maatschappij, aan de beschaving, aan de cultuur, tenzij je het economisch gaat bekijken, of als actieve sportbeoefening.

    Als kijksport is het een bedenkelijke zaak. Het gaat om grof geld en het spel wordt gespeeld door het grootkapitaal, waarbij de sportieve prestaties totaal ondergeschikt zijn aan de economische. En het spel wordt ook nog wel eens vals gespeeld. Iedereen weet dat winst en verlies onoverzienbare resultaten hebben voor de eigenaars en investeerders van de grote clubs. Het is dan ook nauwelijks denkbaar dat er links en rechts geen afspraken zouden gemaakt worden, dat men alles echt zou overlaten aan wat tweeëntwintig spelers op een veld doen gedurende goed negentig minuten. Ik beweer niet dat alles vervalst is, maar ik kan niet geloven dat alles zuiver op de graat is, daarvoor staat er te veel op het spel.

    Welke conclusies kunnen we daaruit trekken?

    Ik kom terug bij mijn vergelijking met de kathedralen. Die zijn er nu eenmaal gekomen, en we lijken niet anders te kunnen doen dan ze te onderhouden, dat wil zeggen ze altijd maar opnieuw te bouwen, eeuw na eeuw, zodat er meestal geen steen meer overblijft van de oorspronkelijke constructie. Het voetbal is ook zo’n constructie, die de laatste vijftig jaar enorme proporties heeft aangenomen, een monster dat we niet meer onder controle hebben. We kunnen onze kathedralen niet opblazen zoals de Taliban doen. We kunnen ook het voetbal niet afschaffen of verbieden van vandaag op morgen, dat is even ondenkbaar.

    Wat ik er ook van denk, ik moet aanvaarden dat het vandaag zo is, dat voetbal, zoals ooit het christendom, een belangrijk maatschappelijk gegeven is voor talrijke personen over heel de wereld, van hoog tot laag. Ik kan alleen, als roepende in de woestijn, betreuren dat al dat geld en al die energie niet naar een beter doel gaat, zoals armoedebestrijding, gezondheidszorg of onderwijs. Maar het is niet alleen het voetbal dat me een verspilling van tijd, geld en energie lijkt. Als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat het lijstje van activiteiten dat ik in die categorie onderbreng stilaan angstwekkende proporties aanneemt.

    Wij mensen zijn met van alles bezig, en zelden met essentiële dingen, die onmisbaar zijn voor het overleven: het produceren van voldoende voedsel, bescherming tegen de weersomstandigheden, het bestrijden van ziektes, de zorg voor behoeftigen. De militaire uitgaven per jaar lopen op tot ongeveer 1.800 miljard $; in Europa en de VS alleen gaat jaarlijks 12 miljard $ naar parfum, en in de VS alleen spendeert men elk jaar 60 miljard $ aan huisdieren. Als we het totale wereldbudget bekijken, dan is dat ruim voldoende om alle zeven miljard mensen in relatieve welstand te laten leven, als we ons zelfs maar een beetje zouden concentreren op de essentiële zaken, en enkel de minst onmisbare (waartoe ik ook het professioneel voetbal reken) een lagere prioriteit zouden geven. Ik kan dus enig begrip opbrengen voor mensen die zich laten inspireren door Marxistische theorieën, die precies gericht zijn op een betere aanwending en verdeling van de globale middelen. Anderzijds (er is altijd een anderzijds) is het in de praktijk niet in communistische regimes dat die betere verdeling gerealiseerd wordt, of de hoogste gemiddelde levensstandaard bereikt wordt…

    Er zijn twee manieren waarop de dingen kunnen veranderen. Ofwel zeer geleidelijk aan en minimaal, maar vredelievend, of snel en radicaal, maar met geweld. Ik wou dat het ook snel én vredelievend kon, maar dat lijkt niet tot de menselijke mogelijkheden te behoren. Bovendien hebben radicale, met geweld opgelegde maatregelen zelden blijvende resultaten: dictaturen zijn meestal kortstondig en worden ongedaan gemaakt, hetzij met geweld, om plaats te ruimen voor een andere dictatuur, hetzij door een langzame bewustwording en democratisering.

    Laten we hopen dat de brandhaarden van het geweld stilaan zullen doven, zoals Steven Pinker aantoont in zijn magistrale Ons betere ik (klik hier: http://www.athenaeum.nl/leesfragment/steven-pinker-ons-betere-ik).


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij
    11-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Na de verkiezingen

    De verkiezingen zijn voorbij, en het politiek landschap ziet er in Vlaanderen grondig anders uit. Het verschil is het grootst in het Vlaams parlement. Bij de vorige verkiezingen was de N-VA kleiner dan de traditionele partijen, met 16 volksvertegenwoordigers, tegenover 31 voor de christendemocraten, 21 voor de liberalen, 19 voor de socialisten; Vlaams Belang, de xenofobe extreem rechtse partij had 21 zetels, Groen 7 en LDD 8.

    Vandaag ziet het er zo uit: N-VA 43, CD&V 27, oVLD 19, sp.a 18, Groen 10, Vlaams belang 6 (!), UF 1, LDD 0 (!).

    N-VA is er duidelijk in geslaagd om de Vlaams-voelende centrumrechts denkende kiezers aan te trekken. Dat betekende een zware aderlating voor extreemrechts en het populisme, maar ook de drie traditionele partijen verloren samen acht zetels. Verscheidene commentaren, vooral vanuit de traditionele partijen en vanuit Franssprekend België zien daarin een verschuiving van extreemrechtse kiezers naar de N-VA, die daardoor zelf extremere standpunten zou gaan innemen. Dat valt echter nog te bezien: in de overwinningstoespraken kwam dat alleszins niet tot uiting. Het ziet er veeleer naar uit dat inderdaad heel wat kiezers die vroeger hun Vlaamse overtuiging en hun ongenoegen over socialistische oplossingen enkel konden uiten door extreem rechts te stemmen, nu een behoorlijke partij gevonden hebben die aan hun verwachtingen beantwoordt zonder de ruige fascistische, racistische en populistische kantjes van VB en LDD. Dat ook de traditionele partijen heel wat stemmen verloren aan N-VA wijst erop dat die partijen onvoldoende aangevoeld hebben dat de Vlaamse kiezer zich als dusdanig wil laten gelden, zeker in het Vlaams parlement. Men is in de eerste plaats Vlaming en dat wenst men weerspiegeld te zien in de politieke constellatie: het Vlaamse parlement moet Vlaams zijn, Vlaanderen voorop stellen en verdedigen binnen België, binnen Europa en in de wereld. Als dat Vlaams nationalisme is, dan vind ik dat best goed.

    Bij de verliezers en bij de Franssprekenden schreeuwt men echter moord en brand: (Vlaams) nationalisme wordt gelijk gesteld met racisme en fascisme, met extreemrechts denken, met sociale afbraak en met het bevoordelen van de rijken ten nadele van de armen, met xenofobie, kortom met een harde, liefdeloze en onverdraagzame maatschappij. Maar dat blijkt helemaal niet uit het partijprogramma van N-VA, noch uit verklaringen van de partijleiding, integendeel. De tegenstanders moeten dat wel toegeven, maar dat verhindert hen niet om N-VA toch te blijven betichten van dergelijk onfris denken. Dat noemt men met een leenwoord uit het Frans: het intentieproces van iemand maken (faire un procès d’intention à quelqu’un). N-VA zou die kwalijke bedoelingen dan wel degelijk hebben, in een zogenaamde verborgen of dubbele agenda, die de scherpzinnige en menslievende tegenstanders gelukkig doorzien en trots onthullen.

    Dat lijkt echter een riskante manier van doen. Anderen woorden in de mond leggen of een mening of bedoeling aanwrijven is gemakkelijk gedaan, maar het is een zwaktebod: omdat men bij de tegenstander geen daden of intenties kan ontwaren die men terecht kan bestrijden, dicht men hem daden of intenties toe die hij manifest niet heeft. De tegenstander kan zich daartegen moeilijk verdedigen: hoe meer hij ontkent, hoe meer degene die hem verdacht maakt dat zal interpreteren als een duidelijk bewijs van die kwalijke verborgen intenties.

    Laten we dus toch maar beter objectief blijven en politici beoordelen op hun daden. Pas wanneer uit wetten en reglementen zou blijken dat er een ruk naar extreem rechts gebeurt in Vlaanderen, is er reden tot ongerustheid. Dat zal voor het eerst blijken uit de regeringsverklaring die N-VA samen met coalitiepartner CD&V voorbereidt. Ongetwijfeld zullen daarin voorstellen opgenomen zijn die voorkomen op de partijprogramma’s van die beide partijen, maar aangezien die geen enkel element bevatten dat in die richting wijst, kunnen we daar nogal gerust in zijn. Vanzelfsprekend zouden de linkse partijen, waartoe we blijkbaar ook Groen moeten rekenen, andere accenten leggen, maar tijdens de verkiezingsdebatten en uit berekeningen die wetenschappers van de universiteiten gemaakt hebben, is gebleken dat die verschillen niet zo groot zijn: het zijn veeleer nuances dan radicale verschillen.

    Vaak lijkt het ook om slogans te gaan. Neem nu de linkse bezorgdheid om de index van lonen en uitkeringen, die zij schril contrasteren met de bedoelingen van N-VA om die af te schaffen. Maar wat betekent dat concreet, als we weten dat de inflatie minimaal is, en er dus helemaal geen indexsprong in het vooruitzicht is, zodat die ook niet moet overgeslagen worden, zoals N-VA voorstelt? Overigens heeft N-VA op geen enkel moment gezegd dat de index moet afgeschaft worden, maar wel aangepast, een stelling die overigens in brede kringen op instemming kan rekenen en die ons enigszins op dezelfde lijn zou brengen als alle andere landen in de wereld.

    Evenzo voor de werkeloosheidsuitkeringen. Het huidige lakse systeem wordt door links verdedigd, omdat zij nu eenmaal opkomen voor de armste kiezers. Men mag echter terecht de vraag stellen of men met eindeloze uitkeringen die mensen wel een goede dienst bewijst. Dat blijkt niet in alle geval niet in Wallonië, waar de werkeloosheid endemisch lijkt en er ook na decennia lang socialistisch bewind geen verandering lijkt te komen in de economische malaise en de generaties lange armoede. De armen blijven arm, ook met hun uitkering. Zo blijft natuurlijk ook het publiek voor de Waalse linkse partij onverminderd talrijk. Het zou te ver gaan hen daarom te beschuldigen dat zij de armen opzettelijk arm houden, maar een vergelijking met Vlaanderen wijst er toch op dat wanneer men meer nadruk legt op het creëren van werkgelegenheid en het activeren van mensen, die mensen daar beter van worden. Dat ze dan niet meer stemmen voor de linkse partijen die hen een al bij al povere en vernederende uitkering voorspiegelen, maar voor politici die hen werk en welstand bezorgen, lijkt een onvermijdelijk maar eerlijk gevolg.

    Het gaat dus niet om een jacht op de werklozen, zoals links het stelt, maar om een werkelijke activering van mensen die kunnen en willen werken. Dat zal ongetwijfeld rechtstreeks en onrechtstreeks een gunstige invloed hebben op de staatsfinanciën, in de eerste plaats doordat minder mensen een uitkering krijgen. Links vindt dat een schande: men neemt de armen nog hun bescheiden uitkering af. De waarheid is echter dat men die uitkering niet zomaar afneemt, uit kwaadwilligheid of omdat men ‘hard’ is, maar die zoveel mogelijk probeert te vervangen door een reëel loon. En wie om een of andere reden niet (meer) in het arbeidsproces past, kan rekenen op een behoorlijke uitkering die een normaal leven mogelijk maakt, veeleer dan een aalmoes waarmee men niet eens kan overleven.

    De Vlaamse regering komt er binnenkort. Het valt daarbij op dat de deelregeringen niet door de koning ingezworen worden: Vlaanderen, Wallonië, het Franstalige gewest, Brussel en de Duitstalige gemeenschappen zijn republieken. Enkel bij de federale regering speelt de koning nog een minimale, hoofdzakelijk protocollaire rol. De samenstelling van die regering zal moeilijk zijn: hoe kan men het sterk links gekleurde Wallonië samen besturen met het overwegend rechtse Vlaanderen? Het lijkt niet erg democratisch een van de twee grootste partijen uit te sluiten van de federale regering (al heeft men dat in de vorige legislatuur wel ongestraft gedaan met de N-VA).

    De oplossing ligt wellicht in een reorganisatie van het federale parlement, zoals ook gebeurd is voor de senaat. Waarom ook daar niet het federale parlement samenstellen met volksvertegenwoordigers uit de parlementen van de gemeenschappen en gewesten? Dan moeten we niet meer twee keer gaan stemmen, en beperken we meteen het zinloos hoge aantal volksvertegenwoordigers. De federale regering kan dan gevormd worden met ministers uit de deelregeringen, zodat er geen wrijvingen meer zijn bij zogenaamd asymmetrische regeringen, en ook het zinloos hoge aantal ministers wordt teruggebracht tot een niveau dat enigszins in overeenstemming is met de bescheiden omvang van dit land. En terwijl we toch bezig zijn: die federale regering kan dan wetten goedkeuren die desgevallend en waar nodig een aangepaste toepassing krijgen in elk landsgedeelte, zodat men geen ontelbare zinloze compromissen meer moet sluiten waar niemand gelukkig mee is.

    Zo’n vaart zal het helaas niet lopen, zo valt te vrezen. Jammer.


    Categorie:samenleving
    Tags:politiek
    26-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mestkevers?

    Het begon nog voor de Vlaamse en ‘Belgische’ verkiezingen met een reactie op Facebook: iemand maakte zich zogezegd zorgen over de gevolgen van al de overlopers van Vlaams Belang naar de N-VA: die partij zou nu wel rekening moeten houden met die nieuwe achterban. Die gedachte dook na de verkiezingen zowat overal op: het Vlaams Belang is helemaal niet dood, integendeel: ze hebben nu de N-VA ingepalmd en zullen zo hun racistisch programma realiseren. CD&V-er Eyskens ging nog een stap verder: die ‘radicale’ VB-ers die naar de N-VA zijn overgestapt, waren helemaal niet welkom bij CD&V. Ook De Gucht (VLD) sloot zich daarbij aan: de N-VA zou nu wel veel meer racistisch worden, met al die VB-ers.

    Uit dat alles blijkt een grote minachting voor de kiezers van het Vlaams Belang, ook voor hen die de overstap gemaakt hebben naar een andere partij. Men beschouwt hen als personen die het partijprogramma van die partij voor de volle 100% aanhangen, terwijl ze niet meer gedaan hebben dan (ooit) voor die partij stemmen. Ik heb in mijn leven al voor ongeveer alle partijen gestemd, behalve VB, maar ik was het nooit helemaal eens met welk partijprogramma ook, en dat geldt voor de meeste kiezers: je stemt voor een partij omdat die het meest aansluit bij jouw opvattingen. Het is vaak een keuze uit armoede…

    Kiezers zijn onafhankelijke wezens, het zijn geen trouwe partijsoldaten; het aantal leden van een politieke partij is relatief zeer klein: voor het Vlaams Belang is dat aanzienlijk minder dan 20.000, voor N-VA waarschijnlijk meer dan 40.000, CD&V misschien rond de 70.000, VLD rond 60.000, SPa rond 50.000 (benaderende cijfers van omstreeks 2010, de partijen zijn niet scheutig met informatie over hun ledenaantal). Bijna alle partijleden van de traditionele partijen zijn ook (of vooral?) lid van de bijhorende mutualiteit en vakbond. Het aantal partijleden is dus een zeer kleine fractie van de kiezers van die partij. Het is dus een elementaire denkfout om kiezers te verwarren met partijleden, en een even zware vergissing om te denken dat kiezers kunnen vereenzelvigd worden met een partijprogramma.

    Karel De Gucht noemde het Vlaams Blok destijds ‘mestkevers’. Toen men hem erop wees dat het wel heel grof was om mensen zo te omschrijven, probeerde hij zich te verschonen door te stellen dat hij niet de kiezers bedoelde, maar de partijtop, die onwetende mensen met valse informatie voor zich deed stemmen. Het is toen weinig mensen opgevallen dat zijn beeldspraak in die interpretatie nog veel grover was: als de mestkever de partijtop is, wat zijn dan de kiezers? Mestkevers (Geotrupes stercorarius) voeden zich en hun jongen met mest, die ze in mestballen rollen en zo naar het nest brengen. Als de partijtop de mestkevers zijn, dan zijn de partijleden en de kiezers… mest, drek, stront. En dat is precies wat De Gucht en anderen over die mensen denken, zoals blijkt uit de reacties van politici en teleurgestelde maar onnadenkende leden van andere partijen. Bart De Wever daarentegen neemt een strikt democratisch standpunt in: elke kiezer is voor hem een persoon en dus even waardevol als een andere.

    Misschien moeten we daar toch even over nadenken. In een samenleving verschillen mensen van opinie, en hoe vrijer en opener de samenleving, hoe groter en duidelijker ook de verschillen van mening zullen zijn. Waar er vrijheid van mening en van meningsuiting is, zullen talrijke opinies naar voren komen, en dat is goed, wat ook die opinies zijn. Want wanneer die vrijheid er niet is, wordt één bepaalde opinie opgedrongen, en worden alle andere onderdrukt. We weten waartoe dat leidt. We moeten dus als democraten niet alleen respect hebben voor alle mensen, maar ook voor alle opinies, hoezeer die ook afwijken van onze eigen opvattingen.

    Dat wil niet zeggen dat alle opinies even waardevol zijn: het is duidelijk dat racisme niet in overeenstemming is met de universele verklaring van de rechten van de mens, en dus moet bestreden worden. Ik heb het echter moeilijk om (aanzetten tot) racisme ook strafbaar te maken. Racisme als opvatting, als mening, zou zoals alle andere opvattingen moeten kunnen bestaan, en het ziet er naar uit dat dit in feite ook het geval zal zijn gedurende ten minste nog enkele decennia of zelfs eeuwen, indien het ooit zal verdwijnen. Maar elke misdaad die vanuit racistische overwegingen wordt begaan, moet vanzelfsprekend zoals alle andere misdaden bestraft worden. Of die motivering, die overigens niet altijd gemakkelijk te verifiëren is, een verzwarende omstandigheid vormt, is een uiterst moeilijk te beantwoorden vraag, waaraan ik mij (hier en nu) niet zal wagen.

    Ik zei het al: racisme moet bestreden worden, maar enkel door er andere opinies tegenover te plaatsen, door in gesprek te gaan met personen die er racistische gedachten op na houden, door hen te overtuigen van hun ongelijk, niet door hen te veroordelen of te minachten. Men moet zich immers altijd afvragen waarom iemand tot dergelijke opvattingen gekomen is.

    Wij hebben in Vlaanderen tijdens de voorbije halve eeuw een merkwaardige en ingrijpende evolutie doorgemaakt, ook op het punt van de ‘vreemdelingen’ in onze samenleving. Omzeggens niemand had hier in 1950 ooit een buitenlander gezien, laat staan een vreemdeling die zich hier vestigde. Dat veranderde plotsklaps met de immigratie van niet-Europese buitenlanders, die vasthielden aan hun taal, cultuur en godsdienst, en die ook als ‘vreemdeling’ herkenbaar waren door hun huidskleur en andere fysieke kenmerken. Dat was voor alle Vlamingen een nieuw feit en een uitdaging.

    Positief was de kennismaking met vertegenwoordigers van een andere cultuur en met mensen met een verschillende huidskleur en enkele niet-essentiële andere lichamelijke kenmerken, die het besef bijbracht dat mensen verscheidene vormen kunnen aannemen, maar steeds mensen blijven en als dusdanig moeten gerespecteerd worden, wat niet vanzelfsprekend is: er bestaat bij veel mensen een spontane huiver tegenover het zichtbaar andere. Men moet de mensen dus de tijd geven om te wennen aan de nieuwe situatie en hen helpen om in te zien dat de verschillen totaal onbelangrijk zijn. Dat is onvoldoende gebeurd, en dat is een ernstige misrekening gebleken.

    Als negatief werd de verstoring ervaren van de gevestigde samenleving door de intrede van personen van externe oorsprong. Zelfs indien dit als een verrijking beschouwd wordt, wat niet voor iedereen meteen het geval was, moet men nog begrip opbrengen voor de spontane aarzelende of angstige reacties van de autochtone bevolking, en zelfs voor enkele ronduit afwijzende reacties. Dat wil niet zeggen dat men die reacties moet goedkeuren, aanmoedigen, vergoelijken of goedpraten. Wanneer eenmaal de politieke beslissing gevallen is om mensen van vreemde origine naar hier te halen of toe te laten zich hier te vestigen, moet men rekening houden met de gevolgen van die beslissing, zowel voor de allochtone als voor de autochtone bevolking. Er is dan immers geen sprake meer van ‘vreemdelingen’: wanneer iemand hier legaal verblijft, moeten we dat zonder meer aanvaarden en die persoon beschouwen als een volwaardig lid van onze gemeenschap, met alle voorrechten en verplichtingen die dat met zich meebrengt.

    Dat brengt ons bij de vraag van de integratie. In hoeverre moeten immigranten zich aanpassen aan de plaatselijke omstandigheden? Ik vind dit een onterechte vraag: niemand moet zich aanpassen. Er zijn immers geen voorwaarden verbonden aan de toekenning van een verblijfsvergunning of zelfs het burgerschap. Wij vragen niet dat een Zweedse EU-ambtenaar een van onze landstalen kent, net zoals we dat niet vroegen van de Italiaanse, Turkse of Marokkaanse gastarbeiders. Wij mogen hen wel aanmoedigen om een van die talen te leren gebruiken, en moeten hen daartoe ruimschoots de gelegenheid geven, maar een verplichting kan het niet zijn, tenzij dat vooraf zo bepaald is. Of het haalbaar of opportuun is dergelijke voorwaarden op te leggen, is zeer de vraag, een vraag die wellicht binnenkort brandend actueel wordt, en die door verschillende politieke partijen anders bekeken wordt, naargelang hun kiezers tot de ene of de andere groep behoren. Voor het overige kunnen we alleen maar hopen dat immigranten zich gaandeweg voldoende aanpassen aan hun omgeving om problemen en conflicten te vermijden.

    Die integratie is, zoals we overal ter wereld vaststellen, niet verzekerd. Sommigen passen zich zo goed aan, dat men zelfs na enkele maanden niet meer merkt dat het om immigranten gaat, anderen passen zich helemaal niet aan, zelfs niet na verscheidene generaties. Er zijn gemengde huwelijken, maar er zijn ook personen die uitsluitend binnen de eigen groep huwen en leven. Het is onwaarschijnlijk dat, zoals sommigen voorspellen, binnen afzienbare tijd alle mensen over heel de wereld er eender zullen uitzien, niet alleen in hun kleding en gebruiken, maar ook qua huidskleur. Het lijkt veel waarschijnlijker dat er homogene groepen zullen blijven bestaan met typische lichaamskenmerken en culturen, en dat leden daarvan zich over de hele wereld zullen verspreiden, en daar al dan niet gemengde huwelijken zullen aangaan en zich al dan niet of ten dele zullen aanpassen.

    Vlaanderen is bijna onherkenbaar veranderd sinds 1950. In de homogeen ‘Vlaamse’ traditionele samenleving zijn er nu talloze externe elementen binnengekomen, en ongeveer een miljoen personen van vreemde herkomst, ongeveer 15% van de Vlaamse bevolking. Dat is een spectaculaire en onomkeerbare verandering, die zich grotendeels geluidloos voltrokken heeft. Het zou getuigen van weinig inzicht in de menselijke aard indien men zou verwachten dat dit door iedereen voetstoots zou aangenomen worden en rimpelloos zou verlopen. Niemand, op onrealistische uitzonderingen na, denkt er nog aan terug te keren naar de toestand van voor 1950. Maar velen menen dat wij moeten nadenken over de immigratie in Vlaanderen.

    Het gaat dan niet om personen van binnen de EU: die mogen zich vrij bewegen over de oude landsgrenzen heen, zoals ook de burgers van de Verenigde Staten dat mogen binnen dat uitgestrekte land. Maar ook die beslissing wordt door velen veeleer aarzelend onthaald: er zijn immers aanzienlijke verschillen op zowat alle gebieden tussen de inwoners van de verschillende landen van de EU, naast opvallende gelijkenissen. Het gaat dan vooral over de immigratie van buiten de EU, zoals die uit Afrika, Azië en de landen van Oost-Europa die niet tot de EU behoren.

    Velen zijn van mening dat men immigratie uit die landen moet beperken, maar de redenen daarvoor zijn allesbehalve duidelijk. Men is het eens over het principe dat asielzoekers moeten opgevangen worden, maar wie daarvoor in aanmerking komt? Wij kunnen onmogelijk alle vluchtelingen uit alle brandhaarden ter wereld hier opvangen; welke keuzes maken we dan? Wat met economische vluchtelingen? Uiteindelijk stelt zich de vraag of we het vrij verkeer van personen en het recht om zich ergens te vestigen moeten uitbreiden tot de hele wereld, of niet. Indien niet, waarom dan? En welke beperkingen willen we, en waarom die en geen andere? Als alle mensen gelijk zijn, waarom moeten er dan nog grenzen zijn? Behoort het tot de universele mensenrechten om zich vrij om het even waar te vestigen? Het zijn ernstige en ongemeen belangrijke vragen, waarmee we in de komende decenniën voortdurend zullen geconfronteerd worden, terwijl we nog maar amper de economische immigratiegolven hebben verteerd van de vorige eeuw, en de integratie van die immigranten nog verre van voltooid is, wat zelfs voor hun kinderen en kleinkinderen nog steeds tot schrijnende toestanden leidt, bijvoorbeeld met betrekking tot hun kansen op de arbeidsmarkt, zelfs indien zij (hoog)geschoold zijn.

    Het vreedzaam samenleven van mensen van verschillende herkomst is zonder enige twijfel altijd in zekere mate minder vanzelfsprekend dan in meer homogene groepen. Die problemen hebben echter uitsluitend te maken met culturele verschillen, niet met enige essentiële ongelijkheid tussen de mensen omwille van hun herkomst, huidskleur of wat dan ook. Dat betekent dat die verschillen gelukkig niet onoverkoombaar zijn, maar anderzijds zou het een zware vergissing zijn om die problemen om die reden te onderschatten: de mens is essentieel een cultureel wezen, en past zich slechts geleidelijk aan aan nieuwe omstandigheden, ook als die nieuwe mogelijkheden tot ontplooiing bieden.

    Laten we ons dus hoeden voor kwetsende uitspraken over onze medemensen, ook wanneer we het niet eens zijn met de opvattingen die zij erop na houden. En laten we samen ernstig nadenken, zowel over de eventuele beperkingen die wij wensen aan te brengen bij de universele rechten van alle mensen, als over het vreedzaam samenleven van cultureel zeer diverse mensen.

    Tot slot heb ik nog een landbouwkundige raadgeving voor wijnbouwer Karel De Gucht: mestkevers zijn uiterst nuttige wezens; door het begraven van mest en het omwoelen van honderden kilo’s grond per hectare hebben zij een veel groter ecologisch belang dan men toch nog toe vermoedde.


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij


    Foto

    Inhoud blog
  • Johan Braeckman, Darwins moordbekentenis
  • Vrijheid en determinisme
  • De blinde telescoop
  • Herakleitos, Alles stroomt (vert. Paul Claes)
  • Antisemitisme?
  • O'Hanlons Helden
  • Polarisatie in Vlaanderen
  • Voetbalgekte
  • Na de verkiezingen
  • Mestkevers?
  • Een eerbaar Vlaams nationalisme
  • Vlaams nationalist, ik?
  • Voor een democratisch Vlaanderen
  • Julian Barnes, The Sense of an Ending
  • Recensie: Ludo Abicht, Democratieën sterven liggend.
  • Recensie: Paul Frentrop, Het jaar 1759.
  • Edward Elgar, Sea Pictures
  • De zoon van de priester
  • Verrijzenis
  • Adel
  • Mijn Spinoza-vertaling
  • Gij zult niet doden...
  • Seksualiteit: idealen en normen
  • The Oxford Handbook of Atheism
  • Hoe we overleven - Mark Rickerby
  • karabiner, musketon, volant en ruflettelint
  • Gedichtendag 2014
  • Antiklerikaal
  • verhitte internetdiscussie
  • Het kruis en de gekruisigde.
  • De seculiere samenleving - Patrick Loobuyck
  • Kweddelen!
  • Euthanasie in België
  • for whom the Bell tolls: exit Didier Bellens
  • De Zevende van Beethoven
  • God bewijzen - Stefan Paas en Rik Peels
  • De Verlichting als kraamkamer, Jabik Veenbaas
  • Recensie: De naakte perenboom. Op reis met Spinoza, Rudi Rotthier
  • In memoriam Luc Verbeke (1924-2013)
  • Gods dobbelstenen
  • Afwezig?
  • Rode kazuifels
  • Socialisme of sociaal-democratie?
  • Late Night Thoughts - Lewis Thomas
  • vrije universiteiten
  • slaagcijfers aan de universiteit
  • Islam, Nazisme en verdraagzaamheid
  • Mes tendres années
  • Caveat emptor!
  • De botten van Descartes - Russell Shorto
  • The Ends of Life - Keith Thomas
  • Goed en kwaad
  • Rebellen - Anne Morelli (red.)
  • Dick Swaab, Wij zijn ons brein
  • Topprestaties, onbehagen en liefde
  • Marius Engelbrecht, De onttovering van de waanzin
  • Siebrand en Hiemstra, Voetangels & Klemtonen
  • meikever
  • Evolutie, cultuur en betekenis - Tom Uytterhoeven
  • Pascal Smet of Pieter Wispelwey?
  • Herbetovering van de wereld - Michael Löwy
  • de utopie van Martin Buber
  • Radicale secularisatie?
  • Economisch nationalisme - Olivier Boehme
  • Kerk en staat
  • bij een overlijden: Macbeth
  • Jacques Brel
  • Goudhaantje
  • ik en de anderen
  • het ruimere perspectief
  • haptonomie, hapschaar
  • Desiderata - Max Ehrmann
  • Crisis
  • Onze waarden? Of toch niet...
  • Democratie in België en in Vlaanderen
  • De eenden zijn terug!
  • Grootschaligheid
  • Sjostakovitsj' Lady Macbeth
  • carnaval
  • Liegen - Sam Harris
  • Verbeter je brein - Reinhoud de Jong
  • Gedichtendag 2013
  • De hulpelozen van de macht - Jean-Pierre Rondas
  • binaire klok
  • Aforisme
  • Sneeuw
  • standvogel
  • Spelen
  • het Belgisch koningshuis
  • keuzes maken
  • De avonden
  • In den beginne...
  • Zwart Vlaanderen volgens Lode Wils en Eric Defoort
  • Barbaren!
  • Spijt
  • God is niets omdat hij alles is (C. Verhoeven)
  • de niet zo schijnbare paradox
  • forum
  • Bevrijd van de dwang van de media
  • Het opgeheven vingertje
  • media-asiel
  • Een links complot?
  • seks
  • Is er dan een probleem?
  • Morgen gaan we stemmen!
  • Kwaad
  • Lees- en gespreksdag in Werchter
  • Vrijheid van mening
  • Dank je wel, Mr. Darwin!
  • het relatieve belang van de islam
  • Dichtbundel David Verstreken
  • N-VA racistisch?
  • N-VA extreemrechts?
  • Ian Robertson, Het winnaareffect
  • sanitaire stop
  • Champions League
  • Getuigen van Jehova
  • Het grote misverstand, nog steeds en alweer
  • blog writer's block
  • Olympisch goud
  • Levende wezens, dode materie
  • Onrust
  • Olympische spelen
  • de kogel is door de kerk, of net niet?
  • De goden. Cicero, De natura deorum
  • Voltaire, Satires, Les Systèmes
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Ode aan Spinoza
  • koppiekoppie!
  • Uriel da Costa: bibliografie
  • Uriel da Costa's Testament in Nederlandse vertaling
  • Uriel da Costa, Een mensenleven als voorbeeld
  • Geluk in ruimer perspectief
  • pareidolia
  • Fluisterend atheïsme
  • elk muntstuk heeft twee kanten
  • Goethe's Harzreise im Winter - Brahms' Alt-rapsodie
  • De receptie van Spinoza
  • Spinoza's Korte Verhandeling eenmaal, andermaal
  • nogmaals: 300.000
  • de begrafenis van God: Herman Philipse over godsdienstfilosofie
  • 300.000
  • de legende van Uriël da Costa
  • vriendschap kent geen grenzen
  • de reisduif en de huismus
  • het grote misverstand
  • Een oude nieuwe Spinoza
  • De derde weg
  • Consequent?
  • geld
  • Seks als oorlog
  • de vogelen des hemels en de leliën in het veld
  • Nescio: wat Spinoza niet wist
  • Liefde
  • Gastgedicht: Ik weet niet waarom
  • Verrijzen
  • Goede Vrijdag
  • Koekoek!
  • Topsport?
  • The law is a ass! Quatsch in de rechtzaal
  • Gebed voor Vlaanderen
  • Lentekriebels
  • Niet alleen op de wereld
  • Nogmaals: de dobbelstenen!
  • Oorzaak en gevolg
  • Schijnheilig? Niet echt...
  • een eenvoudige gedachte
  • Sierre 14 maart 2012
  • Additions aux Pensées philosophiques, Denis Diderot
  • dobbelen
  • Abnormaal?
  • telegeleid
  • Pensées Philosophiques 1-12, Denis Diderot
  • Pensées philosophiques 13-20, Denis Diderot
  • Pensées philosophiques 21-49, Denis Diderot
  • Pensées philosophiques 50-62, Denis Diderot
  • d'Holbach's Coterie, Alan Charles Kors
  • schrik niet: année bissextile!
  • Jonathan I. Israel, Democratic Enlightenment
  • Vita brevis
  • een steen verleggen in een rivier
  • puntdichten voor Vader
  • Eitjes en zaadjes
  • Spinoza's Theologisch-politiek tractaat
  • Openbaring zonder God?
  • Salaris
  • Mens sana in corpore sano?
  • Jozua en de stilstaande zon
  • Emoties, justitie en de sharia
  • Eenvoud en complexiteit
  • Geluksmachines
  • Vrij, of bevrijd?
  • de libero arbitrio: de vrije wil van de scheidsrechter
  • De Rede en de individualist
  • De vrije wil bestaat niet! Victor Lamme
  • Humanisme, zinvol leven en ouder worden, Peter Derkx
  • Moeten de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen?
  • gedichtendag 2012: STROOM
  • Mentaliteitswijziging
  • Gadgets


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!