NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Categorieën
  • etymologie (72)
  • ex libris (35)
  • God of geen god? (138)
  • historisch (27)
  • kunst (4)
  • levensbeschouwing (205)
  • literatuur (26)
  • muziek (68)
  • natuur (7)
  • poŽzie (73)
  • samenleving (192)
  • spreekwoorden (11)
  • tijd (11)
  • wetenschap (50)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • de blog van Lut
  • The Secular Web
  • Vladimir Nabokov
  • tweedehandse boeken
    Archief per maand
  • 09-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Elke week zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geÔnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1300! De lijst van de categorieŽn bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    12-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Facebook

    Het leek een leuk idee, Facebook. Na enkele jaren alles gezien te hebben dat vrienden, kennissen en onbekenden me bewust of onbewust toestuurden, heb ik voor een aantal ‘vrienden’ de informatiekraan dichtgedraaid: we zijn nog wel vrienden, maar ik volg hen niet meer, omdat ik hun berichten niet interessant vind en je nu eenmaal niet alles kan lezen. Een ander aspect van Facebook is het aanbod aan spectaculaire en aangrijpende beelden en video’s. Je blijft er met verbazing naar kijken, soms met tranen in de ogen. Maar de laatste tijd bekijk ik die zaken wat argwanender. Van sommige video’s zie je meteen dat ze in scène gezet zijn. Bij andere is dat minder duidelijk. Zo was er eentje over een klein reptiel dat gered was uit een zwembad en met veel moeite gereanimeerd werd. Leuk, maar even later was er een gelijksoortig filmpje, maar nu met een eekhoorntje dat gered werd op identiek dezelfde manier. Dan denk je: hé, dat heb ik nog gezien, en je begint je af te vragen of men niet eerst die beestjes half verdronken heeft om dan een filmpje te kunnen maken over hun redding. En als het niet lukt, gewoon nog eens proberen tot je een filmpje hebt dat miljoenen views en likes krijgt. Zo ook met herten die met hun gewei vastgeraakt zijn, dieren die uit kolkende rivieren gered worden of door het ijs gezakt zijn, verwaarloosde honden die miraculeus herstellen enzovoort. Deze morgen was er eentje over een kerel die een scam, een telefoonoplichter van antwoord diende. Het leek echt, maar dan dacht ik aan die andere kerel die naar een school belde om een schooluniform te vragen en zich voordeed als een vierjarige peuter.

    Met andere woorden: wat is er echt op FB en wat is fictie? Zijn de honderdjarigen die een like vragen wel honderd? Zijn de chemo-kinderen wel ziek? Zit Jan met de pet wel degelijk aan de Azurenkust? Is die zonsondergang wel op Santorini, en is tante Julia echt daar? Is nonkel Edmond echt de Ventoux opgereden? Is dat echt het bord van die verre vriend in dat leuke restaurantje? Is dat wel dezelfde hond? Misschien wel, maar het probleem is dat je het onmogelijk echt kan weten. Facebook of Fakebook?

    De vraag is dan enerzijds: heeft het belang? Zo’n redding van een dier is echt wel spannend om te bekijken, zelfs als het opgezet spel is. Maar anderzijds: hoe ver zal men nog gaan? Hoeveel dieren moeten er sneuvelen voor enkele minuten FB-vermaak of YouTube-sensatie? Filmpjes maken is een industrie geworden waar mensen grof geld mee verdienen. En: waar zijn we in hemelsnaam mee bezig, zowel wij die naar die filmpjes en foto’s zitten te kijken, als zij die ze maken? Hebben we echt niets anders en beters te doen? Tijd voor bezinning over mijn Facebook-activiteiten dus. Er zijn interessante aspecten aan, maar er is ook massaal rommel aanwezig en het is niet gemakkelijk die te vermijden.


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij, samenleving
    11-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De heilsstaat is niet voor morgen.

    Er gaat bijna geen dag voorbij dat er in de media geen bericht verschijnt over schrijnende toestanden in de zorgsector. Er zijn te lange wachtlijsten voor zowat alle voorzieningen. Veel zorgbehoevenden van jong tot oud vallen tussen de mazen van het vangnet. De zorgverstrekkers zijn zwaar overbevraagd. Nochtans spendeert de staat miljarden: het beschikbaar Belgisch budget gezondheidszorg alleen al is in 2016 ruim 23 miljard euro. Het budget sociale bescherming bedraagt ruim 50 miljard. Als je dat verdeelt over 10 miljoen Belgen betekent dat 7.300 euro per persoon. De staat betaalt dus enorme sommen aan onze zorg. Wij menen dat wij recht hebben op die subsidies. We vinden het maar normaal dat de staat voor ons zorgt. Dat we daar uiteindelijk zelf voor betalen via de belastingen, daar staan we niet bij stil. Toch kan men zich de vraag stellen of we alle zorg van de overheid moeten verwachten. Zijn staatsinstellingen of instellingen die bijna uitsluitend gefinancierd worden met staatssubsidies het best geschikt om zorgen te verstrekken? Moeten we met al onze problemen naar een of andere staats- of gesubsidieerde instelling? Kan de verzorgingsstaat al onze problemen oplossen? Mogen we van de staat verwachten of eisen dat die alle problemen voorkomt of oplost?

    Het is duidelijk dat we nog niet in die sociale heilsstaat leven. Maar zowat alle politieke partijen en alle belangengroepen lijken ervan uit te gaan dat de maatschappij slechts dan optimaal zal functioneren wanneer er voor elk probleem een oplossing voorhanden is, en er dus uiteindelijk alleen nog maar volmaakt gelukkige mensen zijn, die in optimale omstandigheden leven op alle gebied. Of anders gezegd: dat men alleen gelukkig kan zijn als men onbezorgd in optimale omstandigheden leeft, en dat men noodzakelijkerwijs ongelukkig is als dat niet het geval is.

    Of we ooit die hemel op aarde zullen realiseren, is uiterst twijfelachtig als we voortgaan op de huidige toestand. We zijn zo ver verwijderd van dat ideaal dat het niet realistisch lijkt te verwachten dat we het ooit zullen bereiken. We maken grote vooruitgang op sommige gebieden, maar natuurrampen veroorzaken nog altijd enorme schade en veel menselijk leed, om nog te zwijgen van de eindeloze gewapende conflicten overal ter wereld. Opiniemakers willen ons doen geloven dat er voor alles een oplossing is als we hun (tegenstrijdige) raad opvolgen. Men creëert zo de verwachting dat het ideaal wel degelijk bereikbaar is en dat de huidige toestand slecht is omdat men niet genoeg inspanningen levert of niet de juiste maatregelen treft. Dat zorgt voor een chronisch ongenoegen bij zowat iedereen, waarbij iedereen beschuldigend de andere als verantwoordelijke aanwijst voor de onrechtvaardige bestaande toestanden. Vooral de linkse ideologieën spannen daarin de kroon. Het is nooit genoeg, het is nooit goed. Wie weinig heeft, moet meer krijgen en dat moet uiteraard komen van wie te veel heeft. Iedereen moet een menswaardig bestaan leiden, en het is de overheid die dat moet garanderen. Dat leidt uiteindelijk tot communisme, waarbij alle inkomsten van de burgers doorgestort worden aan de staat, die instaat voor alle voorzieningen. Wij hebben gezien tot welke wantoestanden dat leidt, in de Sovjet-Unie en andere communistische experimenten. Het probleem met het communisme en het socialisme is dat uiteindelijk toch iemand moet bepalen hoe het werk en de middelen verdeeld worden, en de personen die dat gezag in handen hebben zijn nog altijd mensen die zich kunnen vergissen. Als er een volmaakt communistisch systeem zou bestaan waarin niemand ooit een verkeerde beslissing neemt, dan zou dat inderdaad de heilsstaat opleveren. Maar ook dat is een utopie, iets dat nergens bestaat en ook niet kan bestaan. Een utopie is een gedachte-experiment, geen blauwdruk voor een reële maatschappij.

    Enkele voorzichtige conclusies. Laten we een gezond scepticisme aan de dag leggen tegenover politici en ideologen die de hemel op aarde beloven: als het zo eenvoudig was om dat te realiseren, dan was het al lang gebeurd. Laten we niet te gauw denken dat de huidige toestand ‘onaanvaardbaar’ is: meestal kunnen we niet anders dan die aanvaarden, en proberen om die beter te maken. Laten we niet te veel rekenen op de overheid: als we zelf een probleem aanpakken, hoeven we niet te betalen om het door een dure instelling te laten oplossen. Laten we niet te gauw denken dat er voor alles een voor de hand liggende oplossing is: het samenleven van zeven miljard mensen is geen simpele zaak. Laten we naast rechtvaardigheid vooral ook onze vrijheid nastreven: wie alleen maar doet wat anderen voorschrijven, maakt zich afhankelijk van die anderen voor de realisatie van het eigen welzijn en welbehagen. Sapere aude! Durf zelf na te denken.


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij, samenleving
    05-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paul Claes: Catullus, Lesbia (recensie)

    Catullus, Lesbia. Verzen over liefde en spot, vertaald door Paul Claes, Amsterdam: Athenaeum–Pollak & Van Gennep, 2017, 270 blz.,  € 17,50 (pb 20 x 12,6 cm).

    Paul Claes en Catullus, een onafscheidelijk duo, a match made in heaven…

    Niet voor het eerst waagt Paul Claes zich aan het vertalen van de verzen van Catullus. Deze ruime selectie uit de 116 Carmina beslaat 108 korte gedichten, telkens met de Latijnse tekst tegenover de moderne Nederlandse vertaling. Het boek vangt aan met een inleiding die eerst de verhouding schetst tussen Catullus en zijn geliefde Lesbia, en vervolgens een korte toelichting geeft bij het systeem van de concatenatio, de ordening van de gedichten. Claes schreef daarover een baanbrekende monografie: Concatenatio Catulliana. A New Reading of the Carmina (Amsterdam: J.C. Gieben, 2002). De inleiding vervolgt met een korte toelichting bij de vertaling en bij de overigens uiterst verzorgde en nuttige aantekeningen (blz. 245-268). Het boek sluit af met een bondige bibliografie.

    Voor de hedendaagse lezer is Catullus een uitdaging. Wie tijdens de secundaire studies al kon kennismaken met zijn poëzie zal zich allicht het uiterst gebalde bekende Odi et amo herinneren (85), of misschien het treurdicht op de dood van het sijsje of musje van zijn geliefde (2), maar wellicht niet het onstuimige zoengedicht (5), met het klassieke vers over de onvermijdelijke vergetelheid van de dood: nobis, cum semel occidit brevis lux, nox est perpetua una dormienda, noch de meer scabreuze en platte agressieve gedichten. Hier vindt men ze allemaal in hun bonte verscheidenheid, voor onze lering en vermaak.

    Catullus beschikte over een meesterlijke beheersing van taal en stijl. Zijn gedichten staan bol van klassieke loci, stijlfiguren, allusies, halve citaten en parafrasen, mythologische motieven en verwijzingen naar historische figuren, politieke tegenstanders, weldoeners, vrienden en vijanden. Hij was een man van de wereld, hij kende iedereen en iedereen kende hem. Maar hij was ook een echte poëet, een uitzonderlijk bekwaam en veelbelezen dichter die als een volleerde poeta faber zijn gedachten en observaties vormelijk polijstte op een manier die wij vandaag wellicht als maniëristisch zouden definiëren. Dat maakt het niet gemakkelijk om ons een idee te vormen van de persoonlijkheid van Catullus. Wanneer zien we achter het masker van de gedichten de echte man, wanneer zoveel louter pose is, gekunstelde pose van het hoogste vormelijk niveau, maar nog altijd uitdagende pose? Wat was zijn doel in het leven? Wou hij een politieke rol spelen? Of althans via politieke vrienden winstgevende mandaten toegewezen krijgen? Was hij een typisch Romeinse macho, een onverbeterlijke Don Juan, een ordinaire hoerenloper? Of een tedere minnaar die het niet om de seks te doen was maar om het trouwe, innige, intieme samenzijn van een gelukkig koppel? Wat weten we trouwens over die tumultueuze wereld waarin Catullus leefde, het ontstellend rijke Romeinse rijk in de laatste eeuw voor de christelijke jaartelling? Hoeveel mensen hebben Catullus gekend, hoeveel iets van hem gelezen?

    Deze door Paul Claes magistraal en ongetwijfeld definitief in het Nederlands vertaalde gedichten bieden ons een ruime blik op de dichter en de mens Catullus en op zijn spectaculaire leefwereld. In een bloemrijk gevarieerde baaierd van spitante, bruisende, hilarische en intimistische verzen ontdekken we een gepassioneerde, uitzonderlijk getalenteerde superbe dichter en een diep gevoelig en diepzinnig man. Enkel een dichter met soortgelijke kwaliteiten kon een dergelijke vertaling tot een goed einde brengen. Warm aanbevolen.

    Afbeeldingsresultaat voor catullus lesbia


    Categorie:poŽzie
    17-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.het boerkini-verbod en de filosoof

    Si tacuisses, philosophus mansisses (cf. Boëthius,  De consolatione philosophiae, II, 7, 21)

    In de krant las ik een interview met iemand die zich filosoof noemt. Hij maakt zich sterk dat het boerkini-verbod verwerpelijk is op filosofische gronden. Hij steunt zich daarbij op het onderscheid tussen morele normen en praktische voorschriften. Morele normen zijn algemeen geldend, praktische voorschriften kan men naar believen aanpassen. Met het dragen van een boerkini overtreedt men geen enkele morele norm, en dus is dat altijd en overal toegelaten, tenzij het om praktische redenen verboden wordt. Hij ziet echter geen enkele praktische reden om dat te verbieden, dus moet het toegelaten worden.

    Kijk, dat is nu een van de redenen waarom filosofen zo’n slechte reputatie hebben. Iedereen ziet onmiddellijk in dat er iets schort aan die redenering, ook al weet men niet meteen waar ze precies fout loopt. Laten we de kwestie eens van naderbij bekijken.

    Onze filosoof heeft vanzelfsprekend gelijk wanneer hij stelt dat het dragen van een boerkini op zich niet strijdig is met enige algemene morele norm. Maar dan doet hij alsof een boerkini niets anders is dan de talloze andere modeverschijnselen, of een individuele uitdrukking is van iemands persoonlijkheid. Dat is het niet. Het is iets dat religieuze betweters bedacht hebben en als regel opgelegd hebben aan (alleen) vrouwelijke gelovigen die wensen te baden. Het is dus een religieus voorschrift, een morele norm die verplicht moet nageleefd worden, op straffe van vervolging. Stellen dat gelovigen die verplichting vrijwillig op zich nemen is geen argument: het blijft een morele norm, en geen praktische regel. Het dragen van een boerkini bij het baden maakt deel uit van het geheel van de religieuze wetgeving, en van persoonlijke vrijheid is daarbij geen sprake. De religieuze wetten hebben een absolute geldigheid, en wie daaraan twijfelt, moet maar eens gaan kijken in een land waar die wetten rigoureus toegepast, gecontroleerd en geïmplementeerd worden; of eens gaan wandelen in een wijk van onze grootsteden waar de islam hoogtij viert.

    Afbeeldingsresultaat voor boerkini zwembad

    Waar onze filosoof zich vingers in zijn beide ogen steekt, is in zijn blindheid voor de obsceniteit van banale zogenaamd religieuze voorschriften. Hij zou de eerste moeten zijn om aan te klagen dat sommige mensen anderen verplichten om zich op een bepaalde manier te vertonen op straffe van zonde. Hoe men zich kleedt, is inderdaad een praktische zaak, en geen religieuze. Religie moet zich bezighouden met de morele kwaliteiten van de mens, niet met wat ze eten en hoe ze zich kleden. Voor alle mensen geldt de universele regel van vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Dat een vrouw zich niet naakt of schaars gekleed mag vertonen, of haar hoofdhaar niet mag laten zien, dat heeft niets te maken met godsdienstigheid, maar alles met de machtswellust van religieuze fanaten en fundamentalisten. Als filosoof zou men daarop moeten wijzen, en die algemene norm van vrijheid, gelijkheid en solidariteit verdedigen, veeleer dan een kledingsvoorschrift te vergoelijken waarvoor geen enkel ernstig religieus argument voorhanden is. Er zijn immers godsdiensten die de naaktheid verheerlijken. Hoe kan het dan iets zijn dat intrinsiek kwaad is? En als naaktheid geen morele normen overtreedt, waarom moet het dan verboden worden?

    Er zijn weliswaar publieke fatsoensnormen, maar ook die zijn niet absoluut. Niemand zal hier bij ons helemaal naakt over de straat gaan lopen, maar men neemt helemaal geen aanstoot aan naaktheid in bijvoorbeeld de sauna of de jacuzzi, en op het strand is er nog maar heel weinig dat verhuld wordt. De christelijke preutsheid van amper vijftig jaar geleden heeft plaats gemaakt voor een zorgeloze cultuur van open lichamelijkheid. Wie zich daarbij niet goed voelt, hoeft daar niet aan mee te doen, maar er is niemand meer die zal aanvaarden dat men die vrijheid van kleding verbiedt. Wanneer er dan een godsdienst is zoals de islam die deze vrijheid ontneemt aan haar vrouwelijke gelovigen, moeten wij ons daartegen krachtig verzetten, omdat het een inbreuk is op de universele waarden van vrijheid, gelijkheid en solidariteit.

    Om het heel scherp te stellen: indien onze filosoof zich in een zwembad zou vertonen in een boerkini of een alles omhullend pak, dan zou men dat moeten tolereren als een uiting van zijn persoonlijke vrijheid. Wanneer moslima’s dat doen omdat ze anders niet mogen baden, moeten we dat veroordelen en zelfs verbieden, en wel om filosofische redenen, als een inbreuk op hun persoonlijke vrijheid en gelijkheid.

    Vandaar dat mooie Latijnse citaat. Toen iemand vroeg: ‘Zie je dan niet dat ik een filosoof ben?’, kreeg die als antwoord: ‘Als je je mond gehouden had…’

    Zo ook onze man uit de krant. Op grond van zijn opleiding en zijn beroep had hij voor een filosoof kunnen doorgaan. Had hij maar gezwegen!


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij, samenleving
    05-06-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.de gruwel en de verantwoordelijkheid

    Iedereen probeert voor zichzelf een of andere verklaring te vinden voor de gruwel in onze wereld, de dagelijkse gruwel in conflictgebieden en de steeds vaker toeslaande gruwel in onze beschaafde en vredelievende omgeving.

                    Een eerste bedenking daarbij is dat men bijna altijd ervan uitgaat dat de daders gehandeld hebben uit vrije wil en dus daarop moeten beoordeeld worden. Ze werden niet gedwongen om hun aanslagen te plegen, ze hadden het evengoed niet kunnen doen. Het zijn dus monsters, want welke mens doet nu zoiets?

                   Die vrije wil is echter een begrip dat sterk genuanceerd moet worden. Men laat uitschijnen dat elke mens op elk ogenblik volkomen vrij is om een bewuste beslissing te nemen met volledige kennis van zaken. Was dat maar zo… Elke mens is het resultaat van een geschiedenis. Die begint al bij de bevruchting, want wij erven het genetisch materiaal van onze ouders, zij het in een unieke combinatie. Vervolgens ondergaan wij de invloed van onze omgeving en reageren we daarop op onze eigen manier. Dat maakt ons tot unieke wezens die weliswaar beschikken over de mogelijkheid om rationeel na te denken over ons denken en doen, maar slechts in beperkte mate en op onze eigen manier. Die combinatie van redelijkheid en onredelijkheid die in elke mens aanwezig is als het resultaat van onze voorgeschiedenis is de oorzaak van ons gedrag.

                   Het is weinig waarschijnlijk dat iemand zonder enige aanleiding en zonder enige beïnvloeding van buitenaf plots een aanslag pleegt zoals in Brussel, Nice, Berlijn, Manchester, Londen… Dat kunnen we ons alleen maar voorstellen bij mensen die zwaar mentaal gestoord zijn. Van de moslimterroristen veronderstellen we echter dat zij volkomen uit vrije wil gehandeld hebben en we beschouwen hen niet als mentaal gestoord. Indien zij niet metaal gestoord zijn, en dat is nog zeer de vraag, dan moeten we toch rekening houden met de beperkingen die er noodzakelijkerwijs aan de vrije wil moeten opgelegd worden. In hoever beschikt een jonge persoon die sinds de geboorte opgroeit in een omgeving van gewelddadig moslimfundamentalisme over een absoluut vrije wil?

                   Een tweede bedenking bij het zelfmoordterrorisme is dat we de mogelijkheid onder ogen moeten zien dat dit in bepaalde gevallen meer te maken heeft met het verschijnsel van de zelfdoding dan met terrorisme. Elk jaar sterven ongeveer 800.000 mensen door zelfdoding. Het is dus niet ondenkbaar dat een aantal onder hen dat doen op een manier die onschuldige slachtoffers maakt, of dat nu in het kader van terrorisme is of niet. Het is een vorm van zelfdoding die bekend is, niet het minst wegens de media-aandacht die eraan besteed wordt. Op die manier vormt het een beïnvloeding van personen die geneigd zijn tot zelfdoding. Wanneer een organisatie zoals het islamfundamentalisme deze vorm verheerlijkt, heeft dat onvermijdelijk gevolgen, dat is nu wel duidelijk. De verantwoordelijkheid van de leiders van dergelijke organisaties is dan ook verpletterend, om dat cliché toch maar eens te gebruiken.

                   Dat brengt ons tot de vraag over de verantwoordelijkheid van de daders. Alle mensen zijn fysiek verantwoordelijk voor hun daden. Iemand die een moord pleegt, maakt zich schuldig aan een misdaad en moet daarvoor bestraft worden, wat ook de oorzaak, de reden of de aanleiding was. Die persoonlijke verantwoordelijkheid wordt niet geringer door de invloed die een persoon heeft ondergaan van anderen, maar men kan bij de bestraffing wel rekening houden met wat men dan verzachtende omstandigheden noemt, bijvoorbeeld de immense druk die kan uitgaan van de omgeving of van de omstandigheden.

                   Deze bedenkingen zijn niet onbelangrijk wanneer wij proberen vormen van geweld te verhinderen zoals de terroristische aanslagen van de laatste jaren in het Westen of tegen niet-moslims. Het is duidelijk dat de beïnvloeding die uitgaat van de islamitische godsdienst en van de meest radicale en gewelddadige vormen daarvan onbetwistbaar verantwoordelijk is voor althans de frequentie, de vorm en de omvang van dat geweld, en voor de keuze van de slachtoffers. Het komt er dus op aan deze beïnvloeding zoveel mogelijk te vermijden. Indien men daarin zou slagen, al was het maar gedeeltelijk, dan zouden er ongetwijfeld nog dergelijke aanslagen gebeuren, aangezien die ook gebeurden vóór het recente moslimterrorisme, en aangezien er altijd dergelijke zelfdodingen geweest zijn, maar het is meer dan waarschijnlijk dat met name de recente terroristische aanslagen niet zouden gebeurd zijn of niet op die gruwelijke manier en niet op die plaatsen.

                   Men moet dus niet zozeer zoeken naar personen die in staat zijn om dergelijke aanslagen te plegen, die zijn er helaas genoeg, maar naar personen die anderen ertoe brengen om dergelijke aanslagen te plegen. Zij zijn de ware oorzaak van de gruwel, ook al hebben ze zelf propere handen. Wij kennen hen, en al te lang laten wij hen begaan. Dat maakt ons mede verantwoordelijk voor de gruwel die we zo afkeuren.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij, samenleving
    28-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Exit buxus

    Ik hoor zo weinig over de buxusmot en de schade die ze aanricht. En toch, als ik tijdens mijn dagelijkse wandeling rondkijk, dan valt het op dat in de meeste tuinen de overvloedig aanwezige buxusstruiken en -hagen volledig vernield zijn. Verscheidene constant gardeners hebben de verdorde exemplaren al uitgegraven en verwijderd, met het vaste voornemen nooit ofte nimmer nog buxus te planten. Alleen de meest ijverige buxusliefhebbers hebben hun planten tijdig en herhaaldelijk bespoten en zijn er zo in geslaagd hun fraaie exemplaren gaaf en groen te houden, zich wel bewust van de verplichting die ze zichzelf zo opleggen om elk jaar dat ritueel te herhalen, althans als er dan nog een chemisch product beschikbaar is om de mot en vooral de rupsen te lijf te gaan.

    Afbeeldingsresultaat voor buxus sempervirens

    Ik ben nooit een liefhebber geweest van buxus of palm, zoals wij dat noemden. Ik vond het een te kunstmatige plant, geschikt om in strakke rijen te staan, of anders in allerlei nog kunstmatiger vormen geknipt te worden. Mijn voorkeur gaat uit naar meer natuurlijke soorten, zoals camelia, toverhazelaar, rode esdoorn of krulwilg, waarvan mijn oudste zoon me een exemplaar cadeau gaf en die nu de tuin sieren. Of de spirea met zijn spectaculaire witte voorjaarspracht, skimmia, ribes sanguineum, forsythia, blauwe regen en andere klassiekers die weinig onderhoud vragen, grotendeels winterhard zijn en elk op hun manier bijdragen tot de kleurenpracht.

    Maar de buxus heeft altijd talloze aanhangers gehad. Of de bezitters van tuinen nu van de lage haagjes hielden in geometrische patronen, of van hogere hagen als afscheiding van de buren, of van solitaire struiken al dan niet in vorm geknipt, in de meeste tuinen kon je prachtige exemplaren vinden in behoorlijke staat van onderhoud. Liefhebbers hebben zelf vele uren besteed aan het onderhoud van hun buxusplanten, of hebben heel wat geld uitgegeven om dat te laten doen. Buxus was de trots van menige tuin of tuinman of eigenaar. Was, want het is gedaan met de buxus, althans voor zover ik dat in mijn buurt kan zien. Dat is niet minder dan een horticulturele revolutie, een tuinbouwkundige paradigmashift. Wat gaan die mensen nu doen? Zomaar overschakelen naar liguster of taxus? Ik kan het mij niet voorstellen. Je bent een buxusmens of je bent het niet. Je vraagt een geitenboer toch niet om over te schakelen op varkens, en vice versa? Of een vegetariër om alleen nog varkensvlees te eten? Een motard om over te schakelen naar de fiets?

    En toch besteden de media weinig aandacht aan dit ingrijpend verschijnsel, dat nochtans bijna iedereen treft die een tuin of tuintje heeft, of zelfs maar een terrasje. Als ik met de buren praat, blijkt dat ze allen getroffen zijn. Ofwel hebben ze, zoals bij een beurscrash, hun verlies geïncasseerd en hebben ze alles geliquideerd om erger te voorkomen, ofwel hebben ze zwaar geïnvesteerd om hun struiken en hagen te redden. Niemand is gespaard gebleven. De meeste tuinen vertonen onnatuurlijke lege plekken, andere hebben de geel-rosse restanten van wat eens hun trots was nog niet verwijderd en lijken vertwijfeld een miraculeuze genezing af te wachten. In een zeldzame tuin staat de buxus bijna onnatuurlijk groen te schitteren, een bespoten uitdaging voor de motten en hun rupsen en een stil verwijt aan de buren die het niet zien aankomen hadden, of het niet zien zitten om jaar in jaar uit te spuiten.

    Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet sarcastisch, zelfs niet ironisch, ik meen het. Dit is evenmin een allegorisch verhaal met een verborgen boodschap over andere schadelijke immigratiebewegingen. Het is een antropologische bespiegeling over een typisch kenmerk van onze tuinen waaraan plotsklaps een einde gekomen is, zonder dat we erin geslaagd zijn dat te voorkomen, en zonder dat men spreekt van een epidemie, een plaag of zelfs maar een merkwaardige gebeurtenis. Ik begrijp dat niet. Hoe kan dat zomaar ongemerkt gebeuren? We treuren om minder, we schrijven de kranten vol over minder ingrijpende verschijnselen dan deze buxit.

    Afbeeldingsresultaat voor buxusmot

    Tijdens mijn wandelingen kijk ik meewarig naar de dode struiken en inspecteer ik de nog groene exemplaren op sporen van aantasting; ik praat met de buren als ik hen in de tuin aantref en probeer te achterhalen hoe ze zich voelen bij hun verlies en hoe ze reageren. Soms verbaast hun opvallende ogenschijnlijke onverschilligheid me. Is het echt mogelijk dat het afscheid van hun geliefde struiken en hagen, waaraan ze soms hun hele leven gewerkt hebben, hun helemaal niets doet? Dat ze zonder enige emotie de dode planten uitgraven en hakselen, verbranden of naar het compostpark brengen? Zijn we dan toch iets ongevoeliger tegenover planten dan tegenover onze huisdieren? Ik althans voel het zo niet aan. Ik heb zelfs moeite met het verwijderen van het onkruid en het mos in de voegen van de plaveien van het terras, en ik zou liever het gras van het gazon laten opschieten dan het te kortwieken. Maar niet iedereen voelt het zo aan, daarvan ben ik me wel bewust. En dus moet ik af en toe, of zelfs iets vaker, al eens een compromis sluiten in de tuin. Het zij zo. Zoals ons Vader zaliger zei als het over mensen ging die anders waren dan wij: er moeten er van soorten zijn.


    Categorie:natuur
    Tags:natuur, maatschappij
    21-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Terugblik
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Als ik terugkijk op mijn leven en mijn huidige levenswijze bezie, dan stel ik vast dat ik me niet graag ophoud in grote groepen van mensen, zelfs niet in kleine groepen. Ik heb geen enkele moeite om zelfs met wildvreemden in contact te komen, maar dat doe ik enkel in een individueel gesprek, zonder dat daar anderen bij aanwezig zijn. Dat beperkt mijn sociale contacten uiteraard drastisch, want de gelegenheden voor persoonlijke ontmoetingen zijn veeleer schaars. Er zijn andere mensen, die nood hebben aan het gezellig samenzijn met verscheidene anderen en de min of meer oppervlakkige contacten die men daar heeft. Er zijn ook mensen die zich pas goed voelen wanneer ze kunnen opgaan in een menigte, en graag deelnemen aan publieke bijeenkomsten van allerlei aard, zoals concerten en optredens, sportwedstrijden, of de gezamenlijke beoefening van sport, cultuur of ontspanning.

    Het zijn keuzes die men maakt op grond van de eigen aard. Wat voor de ene persoon het opperste geluk is, verafschuwt een andere. Gelukkig mag iedereen zichzelf zijn en hoeven we geen oordeel uit te spreken op basis van dergelijke persoonlijke voorkeuren, die overigens meestal onbewust zijn en gegroeid zijn uit genetisch bepaalde neigingen en uit de levensomstandigheden van elk afzonderlijk.

    Wat wij allen echter gemeen hebben, is dat we niet zonder de anderen kunnen. Of je nu samen met honderdduizend anderen een stormachtige voetbalwedstrijd bijwoont, of een rustig gesprek hebt met een goede vriend, of alleen een wandeling maakt in de natuur, steeds gebeurt dat in een wereld waarin heel veel mensen dat mogelijk maken, rechtstreeks en onrechtstreeks. Wanneer ik helemaal alleen (op Toby na) thuis ben en deze tekst schrijf, ben ik mij ervan bewust dat ik dat niet zou kunnen zonder al de mensen die op een of andere manier bijgedragen hebben tot dat uiteindelijk resultaat. Zonder mijn ouders was ik er niet eens geweest, en zonder al de mensen die ik ooit ontmoet heb, zou ik niet zijn wie ik ben. Naast de mensen die ik in levenden lijve mocht ontmoeten, hoe vluchtig ook, zijn er de talloze mensen met wie ik ooit virtueel contact gehad heb, via de media, correspondentie, publicaties, kunstwerken &c. Mijn cultuur is de cultuur van de hele mensheid, mijn talen zijn de talen van verscheidene volkeren door de eeuwen heen. Heel mijn materiële wereld is tot stand gekomen zonder veel concrete inbreng van mezelf. Ik voel die verbondenheid heel scherp en diepgaand aan. De hele wereld, het ganse universum is één groot geheel van identieke elementaire partikels die bepaalde vormen aannemen, en ik ben slechts een tijdelijke onooglijke conglomeratie van dergelijke subatomaire deeltjes, die als razenden ronddraaien in de leegte van de ruimte, zowel in het minuscuul kleine als in het astronomisch grote, in een wervelende wieling van verandering zonder einde. Alles hangt met alles samen, niets ontsnapt aan de invloed van al het andere, niets blijft zonder gevolg.

    Wellicht is het eigen aan de oude dag dat ik de zaken nu zo bekijk. Ik heb geen materiële zorgen, geen grote ambities of behoeften, geen vetes of harde conflicten met mijn medemensen. Ik leef in vrede met mijn familieleden, vrienden en kennissen. Ik prijs me gelukkig dat ik grotendeels mag leven zoals ik dat kan en wil in een wereld waarvan ik enerzijds meer en meer vervreemd ben, maar waarmee ik me anderzijds toch intens verbonden weet.

     


    Categorie:poŽzie
    21-03-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een poging tot samenvatting

    Is het mogelijk dat er niets zou zijn? Het lijkt in principe mogelijk dat er niets zou geweest zijn, maar anderzijds stellen we vast dat er wel degelijk iets is; het is uiterst onwaarschijnlijk dat wij ons alles zouden verbeelden. En zelfs als dat het geval zou zijn, zijn wij er nog altijd die ons iets verbeelden en is er ten minste die verbeelding.  Aangezien het onmogelijk lijkt dat er iets zou ontstaan uit niets, is het redelijk aan te nemen dat er altijd iets geweest is. Laten we dat wat bestaat de substantie noemen, en dus kunnen we zeggen dat de substantie bestaat, of is. Al wat is, of bestaat, is dus substantie. Er is niets anders dan de substantie. Die substantie is onbeperkt. Als ze beperkt zou zijn, zou ze grenzen hebben. Dan zou er naast wat er is ook niets zijn, maar dat spreekt zichzelf tegen: niets kan niet zijn, het is niets.

    De substantie neemt vormen aan. Wij hebben een model opgemaakt van het ontstaan van de substantie zoals we die nu kennen. Die vertrekt van een bijzondere gebeurtenis, ongeveer 14 miljard jaar geleden, waarbij er een enorme expansie geweest is van de substantie en waarbij allerlei elementen gevormd werden met de materie of de kracht waaruit de substantie bestaat. De gebeurtenissen in de substantie verlopen niet chaotisch, ze vertonen wetmatigheden. Die natuurwetten laten oneindig veel toe, maar niet alles. De natuur put alle mogelijkheden uit. Al wat kan gebeuren, zal ook gebeuren, tenzij er omstandigheden zijn die dat verhinderen. Alle gebeurtenissen zijn op hun beurt de oorzaak van andere gebeurtenissen. Van al de mogelijke gebeurtenissen is er slechts een deel dat werkelijk gebeurt. De substantie is constant in beweging en verandering, ze neemt voortdurend een nieuwe vorm aan, die bestaat uit alle vormen die de onveranderlijke subatomaire partikels kunnen aannemen.

    Die vormen van de substantie, zoals planten en dieren en mensen, maar ook zonnestelsels en sterrennevels zijn eveneens constant in beweging en verandering. Ze ontstaan en vergaan. Sommige zijn als vorm meer in beweging dan andere en vertonen een zekere actieve autonomie. Andere zijn als vorm nauwelijks in beweging en ondergaan passief de invloed van de andere vormen.

    De substantie is dus al wat is, een ordelijk onophoudelijk veranderend geheel. De substantie heeft dus ook een verleden: ze is nu anders dan een seconde geleden, of vijf miljard jaar geleden. Maar ze bestaat of is alleen nu. Hoe ze vroeger was, kunnen we alleen proberen te achterhalen, maar het is voorbij. Hoe ze over één seconde zal zijn, of over vijf miljard jaar, weten we niet, maar we kunnen proberen het te voorspellen aan de hand van onze kennis van het verleden op grond van de natuurwetten. Die kennis van het verleden en van de toekomst berust op het feit dat de substantie niet chaotisch is, maar ordelijk. We kunnen op basis van onze kennis van de wetmatigheden uitspraken doen over het verleden en over de toekomst. Maar onze menselijke kennis is beperkt, we kennen niet alle natuurwetten helemaal.

    De substantie heeft in een lange evolutie levende wezens voortgebracht en wij zijn één van de vele soorten. Wij mensen beschikken over een lichaam dat bijzonder goed in staat is om zich in stand te houden door middel van onze uitzonderlijk sterk ontwikkelde hersenen. Wij kunnen op grond van onze ervaring uit het verleden en de kennis die we opdoen van anderen projecties maken over de toekomst en ons daardoor laten leiden voor ons handelen. We hebben een geheugen en we zijn in staat tot rationeel denken en dat maakt van de mens een uiterst efficiënt organisme, vooral door onze samenwerking met anderen en het ontwikkelen van een hoogtechnologische informatiebeschaving.

    Om ons te handhaven in de wereld zijn we dus voortdurend bezig met het verleden en de toekomst. We zien onszelf en de wereld als een moment op een langere tijdschaal. We doen alsof ons bestaan zich uitstrekt over een bepaalde periode, van onze geboorte tot onze dood. Ook alle andere wezens en zaken kennen we een tijdsduur toe, een permanentie. Van een steen weten we dat die er al een hele tijd was en nog een hele tijd zal zijn. Een eendagsvliegje is veel vergankelijker. We vertrouwen erop dat de meeste zaken die er nu zijn er het volgende ogenblik nog altijd zullen zijn, en we baseren ons daarvoor op onze ervaring en op de wetenschap, die onze ervaring verklaart.

    Sommige zaken bestaan gedurende een lange tijd, andere slechts kort. Dat zijn relatieve begrippen: kort en lang in vergelijking met elkaar. Zaken die lang bestaan, hebben een geringere autonomie en bewegen minder, ze zijn duurzamer, ze hebben een grotere vastheid. Zaken die kort bestaan, zijn meer beweeglijk, hebben een grotere autonomie, maar ze zijn minder vast. Of omgekeerd: wat een grotere vastheid heeft, bestaat langer in die vorm, wat een geringere vastheid heeft, is meer vergankelijk. Zaken die een grote vastheid hebben, zijn traag: voor hen duurt de tijd lang, of gaat langzaam voorbij. Zaken die heel kwetsbaar en vluchtig zijn, zijn haastig en snel, voor hen vliegt de tijd.

    In feite is die permanentie echter een fictie. Er zijn, of bestaan, betekent: er nu zijn, nu bestaan. We zijn niet meer hoe we gisteren waren, en niet zoals we over een jaar zullen zijn, als we er nog zijn. Zoals de hele substantie bestaan we enkel in het nu, al de rest is herinnering en toekomstprojectie. Ons bestaan is een voortdurend veranderende vorm die de substantie aanneemt, een vorm die gedurende een bepaalde tijd blijft bestaan als hetzelfde individu, ondanks alle veranderingen. Voor we er waren, bestond de materie waaruit wij bestaan onder een andere vorm, en na onze dood zal die materie weer een andere vorm aannemen. Vanuit het standpunt van de substantie zijn wij vormen die de subatomaire partikels tijdelijk aannemen. Wij zijn de vorm die de substantie aanneemt. De substantie is het geheel van alle vormen die ze ordelijk aanneemt.

    Het bestaan of het zijn van de substantie en van alle vormen is beperkt tot het nu. We leven nu, niet in het verleden en niet in de toekomst. De tijd is iets dat wij bedenken als een zeer nuttig hulpmiddel bij onze inspanningen om de wereld te begrijpen en ons in stand te houden. Die tijd is dan de denkbeeldige opeenvolging van de nu-momenten. Maar wat is een moment? Het is niet mogelijk dat uit te drukken in een bepaalde grootte, want welke grootte zouden we kiezen? Een seconde, of een miljoenste van een seconde? Het nu ontsnapt aan de tijd, omdat de tijd een kunstmatige indeling is die we geven aan iets dat zich in feite niet leent tot meten en tellen, namelijk het bestaan van de substantie in het nu.

    Als we onze aandacht vooral vestigen op de substantie, en niet op de duur van bepaalde vormen, kunnen we zeggen dat de substantie buiten de tijd valt, ze is enkel nu. Haar wetmatigheden zijn eveneens tijdloos, ze veranderen niet. In haar tijdloosheid houdt de substantie al haar wetmatigheden in, en alle mogelijkheden om vormen aan te nemen. Ze houdt virtueel alle mogelijke geschiedenissen in die zich zouden kunnen voltrekken binnen de natuurwetten, en dus ook de ene geschiedenis die zich werkelijk voordoet. Van al wat er zou kunnen bestaan, is er in de tijdloze substantie een blauwdruk aanwezig, omdat de substantie niet chaotisch is, maar ordelijk. De substantie omvat dus niet alleen de materie, maar ook de manier waarop de materie is, de natuurwetten.

    De substantie is dus een ordelijke uitgebreidheid. Ze is nooit uitgebreid zonder orde, en nooit orde zonder uitgebreidheid. Ze is materie, en ze is materie op een bepaalde, ordelijke manier. Dat komt doordat al de vormen die ze aanneemt eigen kenmerken hebben, die bepalend zijn voor de manier waarop die vormen op elkaar inwerken. Als we ons concentreren op de natuurwetten, en niet op de materie, kunnen we zeggen dat de substantie een ordelijke structuur is. We kunnen de wetten vastleggen in woorden of wiskundige vergelijkingen of in beelden, maar we moeten steeds blijven bedenken dat die wetten en ideeën niet op zich bestaan: het is slechts de manier waarop de substantie bestaat.

    Zoals de mens de tijdloze substantie probeert te vatten in een tijdsduur, proberen we ook de natuurwetten, de manier waarop de substantie is, vast te leggen in begrippen, definities en wetten. Dat is uiterst nuttig, net zoals het vastleggen van de geschiedenis van de substantie in de tijd, omdat het ons toelaat met die wetten, definities, axioma’s en begrippen op een abstracte, logische manier om te gaan en er andere, verborgen wetmatigheden uit af te leiden, die ons een beter begrip geven van de ordelijke substantie en ons toelaten daar ons voordeel mee te doen. De mens heeft op die manier een grote autonomie en is zeer ingrijpend aanwezig in de wereld. Zoals alle vormen die de substantie aanneemt, draagt de mens actief bij tot het uitzicht van de substantie, maar de mens doet dat veel meer dan gelijk welke andere vorm, in die mate zelfs dat de mens in staat is om de planeet die we bewonen onbruikbaar te maken voor menselijke bewoning, of juist uiterst geschikt daarvoor.

    Zoals voor het begrip ‘tijd’, moeten we ook inzien dat onze ideeën slechts benaderende verklaringen zijn van de manier waarop de substantie is. Men zou kunnen zeggen dat onze benaderende ideeën op een volmaakte manier aanwezig zijn in de substantie, namelijk als de ordelijke manier waarop de substantie is.

     Deze algemene principes zijn van groot belang voor het leven van de mens, als individu in de samenleving en in de wereld.

    Vooreerst is er het besef dat wij een bepaalde vorm zijn van dezelfde materie als alle andere vormen. Wij zijn een deel van het onmetelijke geheel, een van de vele variaties. Wij zijn niet fundamenteel anders dan de rest van de natuur. Wat voor de hele natuur geldt, geldt ook voor ons.

    Vervolgens stellen we vast dat wij niet kunnen bestaan zonder de rest van de natuur. Wij hebben de wereld om ons heen nodig op ontelbare manieren, van de lucht die we inademen tot de medemens met wie wij ons voortplanten en een beschaving ontwikkelen.

    Het inzicht dat alles in voortdurende verandering is, waarschuwt ons tegen een overdreven behoudzucht. Als we te veel willen vastleggen in materiële vormen, wetten en structuren, proberen we een rem te zetten op verandering, maar de natuur laat zich niet afremmen, de verandering in beweging is een wezenskenmerk van al wat is.

    Ook in onze verhouding tot onze omgeving moeten we ons bewustzijn van de vergankelijkheid van al wat is. Wij kunnen niet anders dan ons hechten aan wat ons ontroert en gelukkig maakt, maar wijzelf veranderen voortdurend, en al het andere verandert eveneens: tempora mutantur, nos et mutamur in illis; de tijden veranderen en wij veranderen met hen. De dood wacht alle leven en het is goed dat steeds voor ogen te houden op elk ogenblik van ons leven en van dat van anderen. De dood is geen verschrikking, het is het onvermijdelijk einde van een intrinsiek tijdelijk bestaan.

    De samenleving is eveneens voortdurend in beweging. De macht concentreren in bepaalde personen of instellingen of de samenleving vastleggen in starre vormen is een hopeloze poging om die veranderingen tegen te houden. Wij mogen hooguit proberen de veranderingen vreedzaam te laten verlopen.

    In alles moeten we in de eerste plaats oog hebben voor het groter geheel: de natuur, de substantie, al wat is. Dat kan alleen door oog te hebben voor zelfs het kleinste deeltje daarvan.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:wetenschap
    10-02-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Leonard Cohen

    Leonard Cohen (1934-2016)

    Afbeeldingsresultaat voor leonard cohen

    Er is altijd Leonard Cohen geweest in mijn oor. Zijn eerste songs zijn van 1967, ik was toen 21 en in 1968 ben ik getrouwd en is mijn oudste zoon geboren. Zijn laatste album is van 2016 en ik was 70. Er zijn jaren geweest dat we nog nauwelijks iets van hem hoorden, maar hij kwam steeds terug. De laatste vijftien jaar van zijn leven waren wellicht de meest publiek actieve, met verscheidene nieuwe albums en talrijke optredens voor massaal publiek over heel de wereld, waar hij oude successen afwisselde met nieuw materiaal. Leonard Cohen was herkenbaar en bleef altijd zichzelf subtiel herhalen, zowel in zijn teksten als zijn muziek. Het was die bezwerende, vrij eentonige en eenvoudige muziek en de doordringende declamatie van de gewijde woorden van zijn poëzie die zijn succesformule werden.

    Zo zag het er echter aanvankelijk niet uit. Cohen wou dichter en romanschrijver worden. Hij had een bandje aan de universiteit, maar veel betekende dat niet. Zijn eerste poëziebundels waren geen groot succes en Cohen bleef onbekend en onbemind. Tot hij in 1966 besliste dat hij een singer-songwriter wou worden. Een van zijn songs, het beroemde Suzanne werd een hit in de versie van Judy Collins, die hem overtuigde om ook zelf te zingen voor een groot publiek, al viel hem dat aanvankelijk heel lastig. Judy Collins en andere artiesten vertolkten nog meer van zijn songs, en bereidden zo de weg voor zijn eigen optredens in de zaal en voor de televisie. In 1971 gebruikte de cineast Robert Altman drie van zijn songs in zijn film McCabe & Mrs. Miller (met het heerlijke koppel Julie Christie en Warren Beatty). Daarna ging Cohen op tournee in de jaren ‘70, in de Verenigde Staten en Canada, maar ook in Europa. Het was de tijd van de grote festivals, en hij maakte furore. In de jaren 80 werd het wat stiller rond Cohen, met een uitschieter in 1985: de LP Dance me to the end of love. In 1984 verscheen de song die hem wereldberoemd zou maken: Hallelujah, maar dat gebeurde niet door zijn eigen versie, maar door die van John Cale in 1991 en later vooral die van Jeff Buckley. Sindsdien hebben meer dan 200 artiesten de song gecoverd. Zijn carrière kende heel wat ups en downs, maar Cohen kwam steeds terug, vaak met het beste uit vroegere albums, maar af en toe ook met volledig nieuw werk, zoals Ten New Songs (2001).

    Cohen had zijn financiële belangen in handen gegeven van een vertrouwelinge, Kelley Lynch, zijn manager. In 2004 bleek dat die aan de haal was gegaan met het grootste gedeelte van zijn spaarcenten en van zijn pensioenfonds. Hij deed haar een proces aan, maar heeft waarschijnlijk nooit een dollar teruggezien van zijn geld. Dat debacle was er mede de oorzaak van dat hij weer op tournee ging in 2008, vijftien jaar na zijn laatste tournee. Sindsdien heeft hij, mede dank zij het enorme succes dat hij overal behaalde, niet meer opgehouden. Zijn laatste album kwam uit drie weken voor zijn dood. Cohen was een levende legende geworden.

    Toch blijft zijn succes verbazen. Zijn muziek is zoals gezegd vrij eentonig en voorspelbaar, zijn stembereik beperkt, zijn dramatisch vermogen en zijn présence soms weinig overtuigend. Hij heeft zijn back-up vocals en zijn orkest hard nodig als steun, maar muzikaal stelt die begeleiding weinig voor, zeker als men dat vergelijkt met de spetterende muzikaliteit van bijvoorbeeld Paul Simon. Maar Leonard Cohen trok het grote publiek en wist het ook in vervoering te brengen met zijn shows.

    Cohen heeft al vrij vroeg ingezien dat hij met zijn gedichten nooit het grote publiek zou aanspreken. Dat doen zelfs de grootste dichters niet, en Cohens gedichten en songteksten behoren niet tot de absolute top. Als we de tekst lezen van zijn Hallelujah, van Suzanne of van I know who I am, dan valt het op hoe weinig die om het lijf hebben. Dit is de laatste strofe van Hallelujah: ‘Ik deed mijn best, dat was niet veel; ik kon niet voelen, dus probeerde ik aan te raken; ik sprak de waarheid, ik kwam je niet belazeren, en zelfs al ging het helemaal verkeerd, ik zal voor de Heer van het Lied staan, met niets anders op mijn tong dan Halleluja.’ En de middelste strofe van Suzanne: ‘En Jezus was een zeeman toen hij over het water wandelde, en hij stond lange tijd uit te kijken op zijn eenzame houten toren; en toen hij er zeker van was dat enkel mensen die aan het verdrinken waren hem konden zien, zei hij: ‘Alle mensen zullen zeelieden zijn totdat de zee hen zal bevrijden.’ Maar hijzelf werd gebroken, lang vooraleer de hemel zou opengaan. Verlaten, bijna menselijk, verzonk hij onder jouw wijsheid als een steen, en je wil met hem op reis gaan en je wil blind op reis gaan en je denkt dat je hem misschien zal vertrouwen, want hij heeft jouw perfecte lichaam aangeraakt met zijn gemoed.’

    De teksten van Cohen bevatten vaak vrij vage religieuze thema’s. Cohen was van Joodse afkomst en is altijd het Jodendom als zijn godsdienst blijven beschouwen. Hij heeft talrijke andere godsdienstige wegen bewandeld, zelfs even dat van de Scientology. Hij is tot boeddhistische monnik gewijd. Hij bewonderde de figuur van Jezus. Beelden en woorden uit verschillende godsdienstige tradities hebben hun weg gevonden in zijn bezwerende poëtische taal, die met haar vele vrije allusies de mensen indringend aanspreekt op de mythische memen die verscholen liggen in het collectief geheugen. Zonder goed te weten wat men hoort, voelt men zich aangesproken; zonder de betekenis van de woorden te vatten, herkent men wat er gezegd wordt, vooral wanneer die profane gewijde teksten gedragen worden door melodieën en ritmes die op hun beurt herinneren aan eenvoudige strofische hymnen en godsdienstige gezangen uit onze jeugd.

    Cohen is Hebreeuws voor ‘priester’, en Leonard Cohen is voor de generaties na mei 1968 de hiëratische bard geweest van de nieuwe, vrije wereld en van de vrije liefde; van de democratie en van de opstand tegen onderdrukking; van het individu dat zich afzet tegen de maatschappelijke druk en een eigen weg wil gaan; van het alternatieve leven, seks, drugs en rock & roll. Hij is een zoekende zanger gebleven tot op het laatst, een door en door melancholische romanticus, steeds de zware, zwarte depressie nabij. Hij heeft ons van zijn wilde, woelige leven een ontstellend getuigenis nagelaten in zijn talloze optredens en zijn vele albums. Hij was een kind van zijn tijd, de verscheurde tweede helft van de twintigste eeuw, getekend door oorlogen en revoluties. De laatste vijftien jaren waren een onvermoede bonus, voor hem en voor ons. We zullen zijn zonderlinge, zeurderige zingen zeker missen.

    If you should ever track me down

    I will surrender there

    And I will leave with you one broken man

    Whom I will teach you to repair

    You know who I am.


    Categorie:muziek
    Tags:muziek
    02-02-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De wraak van Jan met de pet

    De presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten zijn aandachtig gevolgd, ook hier in Vlaanderen., door de media en de sociale media. Elke dag worden we overspoeld met berichten over Trump. Het is me wat teveel geworden, en ik heb afgehaakt op Facebook. Ik probeer ook het avondnieuws te vermijden, maar dat is moeilijk omdat Lut graag kijkt, al dommelt ze daarbij vaak in…

    Er is iets merkwaardigs aan de hand in de politiek. Ik heb altijd de indruk gehad dat de mensen politici verkozen omdat ze hen bewonderden om hun kwaliteiten: hun intelligentie, hun talenten. Politici waren bekwame personen, die zinvolle zaken zeiden en verstandige zaken deden, zoals van hen verwacht werd. Men werd niet verkozen om een eigen agenda door te drukken, maar om het land op een goede manier te besturen, de juiste beslissingen te nemen, ook als die onaangename gevolgen hadden, zoals het verhogen van de belastingen of het verlagen van uitkeringen wanneer dat noodzakelijk was.

    Het was ook vroeger al duidelijk dat niet iedereen die beslissingen van de politici kon waarderen. De eenvoudige kiezers konden maar weinig begrip opbrengen voor maatregelen die nadelig waren voor hen, of die ze als dusdanig interpreteerden. Ze hadden weinig oog voor het staatsbelang, en dachten in de eerste plaats aan zichzelf. Diezelfde eenvoudige mensen hadden evenmin belangstelling voor hogere ethische waarden of voor kunst en cultuur. Ze waren vooral uit op het bevredigen van hun primaire behoeften, en wel op hun eigen manier. Dat is nog altijd zo.

    Daar waar vroeger de politici behoorden tot de ‘betere klasse’ en de politiek dus veeleer geïnspireerd was door hogere waarden, is daarin stilaan een kentering gekomen. Sommige politici zijn bewust de grote massa van de eenvoudige mensen gaan aanspreken in hun eigen taal en zijn gaan inspelen op de vooringenomenheden en vooroordelen van de eenvoudige mensen. Dat is populisme. Het kan dan zijn dat die politici de vrij primitieve opvattingen van de massa delen, maar het is evengoed mogelijk dat zij die alleen maar handig uitbuiten om verkozen te raken.

    We zien dus een verschuiving in de manier van politiek bedrijven, en verschuivingen in de politieke agenda. De politiek is niet meer in de eerste plaats gericht op het staatsbelang, of het algemeen belang, en gebaseerd op hogere waarden, maar op de verwachtingen van het kiezerspubliek, op de eenvoudige opvattingen van de massa. Die eenvoudige, gewone mensen zijn het beu hoogopgeleide intellectuelen te verkiezen die het land regeren vanuit hun hoogstaande principes. Ze willen van hun democratische macht gebruik maken om politici te verkiezen die hun eigen opvattingen verdedigen, hoe eenvoudig of primitief of vooringenomen of bevooroordeeld die ook zijn. Als zij bijvoorbeeld racistische gevoelens koesteren, of minder overheidsinmenging willen, of minder belastingen, en meer ruimte voor volksvermaak, stemmen ze voor politici die daarop inspelen.Dat is de wraak van Jan met de pet, de opgestoken middenvinger van de gewone kiezers naar het staatsbelang en de hogere waarden. Men verwacht van de politici dat ze doen wat de massa wenst, en niet noodzakelijk wat ethisch verantwoord is, of wetenschappelijk onderbouwd, of goed op langere termijn, of noodzakelijk in de gegeven omstandigheden. Men is kortzichtig, emotioneel, onnadenkend, agressief, radicaal, eenzijdig, vooringenomen.

    Afbeeldingsresultaat voor trump

    Ik zie het hier bij ons nog niet gebeuren dat een toppoliticus (M/V/…) de verkiezingsperiode ingaat met een knalrode pet op het hoofd. Dat is echter wat Trump gedaan heeft. Jan met de pet als presidentskandidaat. Een politicus die zegt wat de gewone kiezers denken, die hun wensen ter harte neemt, die hun programma uitvoert, die hun belooft wat ze verlangen. Die inspeelt op hun meest primitieve gevoelens, en gebruik maakt van hun onwetendheid en kortzichtigheid. Die er niet voor terugdeinst om hun misvattingen te bevestigen met halve waarheden en hele leugens.

    Men reageert nu in meer beschaafde middens op de verkiezing van Trump. Het is nuttig daarbij te bedenken dat Trump spreekt namens de massa. Het is de massa die nu aan de macht is, de eenvoudige, primitieve kiezer die de meerderheid uitmaakt van onze wereld. Dat Trump daarmee zijn persoonlijke ambities waarmaakt, is een andere kwestie: hij is een populist die regeert bij de gratie van de massa. De geschiedenis heeft ons geleerd dat dergelijke politici kenmerken vertonen van grootheidswaanzin en mentale instabiliteit, en dus hebben we reden om bezorgd te zijn, zeer bezorgd zelfs, op korte termijn. Op langere termijn moeten we ons vragen stellen over de massa van de eenvoudige mensen en hoe we hun opvattingen en hun verwachtingen naar een hoger peil kunnen tillen.

    Er is immers niets mis met het democratisch principe van het algemeen stemrecht. Maar we moeten er wel rekening mee houden dat de massa van de kiezers niet gekenmerkt wordt door haar belangstelling voor wat waar en goed is, maar zich spontaan laat leiden door wat zij als waar en goed ziet. Het komt er dus op aan de eventuele kloof tussen die twee zo klein mogelijk te maken.


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij


    Foto

    Inhoud blog
  • Facebook
  • De heilsstaat is niet voor morgen.
  • Paul Claes: Catullus, Lesbia (recensie)
  • het boerkini-verbod en de filosoof
  • de gruwel en de verantwoordelijkheid
  • Exit buxus
  • Terugblik
  • Een poging tot samenvatting
  • Leonard Cohen
  • De wraak van Jan met de pet
  • Foucaults slinger: naschrift ter correctie
  • En toch beweegt ze! Foucaults slinger.
  • Tentoonstelling
  • De rode draad
  • Avondlied
  • Afscheid van kerstmis
  • Spinoza: De Brieven over God
  • Spinoza: de Brieven over God
  • Keren Mock, Hťbreu, du sacrť au maternel, 2016 (recensie)
  • Geen visum voor vluchtelingen?
  • Rudolf Agricola (recensie)
  • Jan Verplaetse, Bloedroes (recensie, niet voor zachtmoedigen)
  • De verlichting uit evenwicht? (recensie)
  • Godsdienst: macht of inspiratie?
  • 'En bewaar het geheim.' Intieme blikken van vrijmetselaars (recensie)
  • Lamettrie, Het Geluk (recensie)
  • El cant dels Aucells
  • Peter Venmans, Amor Mundi (recensie)
  • RŁdiger Safranski: Tijd (recensie)
  • Terroristen
  • De lastige weg
  • Richard Dawkins, Een kaars in het donker (recensie)
  • Herwonnen vrijheid. Recensie Julian Baggini
  • Gedichtendag 2016
  • virtueel
  • Elfenbankjes
  • Averij - gehavend - average
  • Tentoonstelling Lut De Rudder
  • Tentoonstelling Lut De Rudder, vernissage
  • Parijs: het vendel moet marcheren.
  • Paul Cliteur & Dirk Verhofstadt, Het AtheÔstisch Woordenboek (recensie)
  • Romeo & Juliet gedanst
  • Multiculturalisme
  • Matthew Hutson, Magisch denken (recensie)
  • Individu
  • Compelle intrare: dwingen om binnen te gaan.
  • Rik Peters, Verlichte kost. Filosofen van toen over het eten van nu (recensie).
  • Paul Claes, Kinderen van Rousseau (recensie)
  • Leo Beek, Pioniers van de wetenschap (recensie)
  • Asiel
  • van vandaag op morgen
  • IdeeŽn en gedachten
  • De schoonheid en de troost van het atheÔsme
  • Recensie: De schoonheid en de troost van het atheÔsme
  • ouderdomsdoofheid
  • het blinde socialisme van Zakynthos
  • The windmills of your mind
  • muziek en dans
  • IS en de ruines van Palmyra
  • Charles Vergeer, Overspoeld door de eindigheid. (recensie)
  • Over baby olifantjes, vermoorde wilde dieren, pandavoyeurisme en huisdieren
  • 50+ en zonder job
  • The Soul Fallacy, Julien Musolino (recensie)
  • De kerk en haar gelovigen
  • (g)een filosofie van de stilte (recensie Jan Hendrik Bakker)
  • Slavoj Zizek, Eis het onmogelijke (recensie)
  • Recensie: Nick Broers, Achter Darwins horizon. Een religie voor atheÔsten.
  • Me dunkt...
  • Niemand kan twee heren dienen, nogmaals.
  • bindi, FGM en andere gebruiken
  • Seksualiteit
  • Oost west, thuis best?
  • Recensie: Het voordeel van de twijfel, Tim De Mey.
  • Gedichtendag 2015: Toby
  • Buridans ezel?
  • Spinoza over de Islam
  • Piet Spigt (1919-1990), Nederlands humanist en vrijdenker (recensie)
  • besparen op cultuur?
  • Gelukkig 2015!
  • Imagine...
  • Een zomer met Montaigne (recensie)
  • Dode materie en levende.
  • 300.000 bezoekers
  • Nicholas Carr, De glazen kooi (recensie)
  • Vrijheid en technologie
  • Vrijheid
  • Staken en betogen, of werken?
  • Es geht auch anders...
  • De twijfel van de atheÔst
  • Tom Kroon, De morele intuÔtie van kinderen
  • Flamenco!
  • Julian Baggini, De deugden van de tafel
  • Edward O. Wilson, The Meaning of HUman Existence
  • Vrijdenken
  • onze hoog-technologische samenleving
  • Tobit
  • De volmaakte priester bestaat niet.
  • La perfection n'est pas de ce monde.
  • Toby
  • Geloof of wetenschap?
  • Besparingen, nogmaals.
  • Besparen op cultuur?
  • Niemand kan twee heren dienen.
  • John Stuart Mill
  • Brief van de bisschop van Antwerpen aan de bisschop van Rome
  • Odette?
  • Onverzoenbaarheid
  • The windmills of your mind
  • Nogmaals: fatalisme en menselijke vrijheid
  • Aarschot, augustus 1914-2014
  • Pastoor Pieter-Jozef Dergent, 1870-1914
  • Yezedi's?
  • Een waanzinnige logica: de Hannibal Directive
  • ongewenst seksueel gedrag
  • Gaza: de grond van de zaak
  • Johan Braeckman, Darwins moordbekentenis
  • Vrijheid en determinisme
  • De blinde telescoop
  • Herakleitos, Alles stroomt (vert. Paul Claes)
  • Antisemitisme?
  • O'Hanlons Helden
  • Polarisatie in Vlaanderen
  • Voetbalgekte
  • Na de verkiezingen
  • Mestkevers?
  • Een eerbaar Vlaams nationalisme
  • Vlaams nationalist, ik?
  • Voor een democratisch Vlaanderen
  • Julian Barnes, The Sense of an Ending
  • Recensie: Ludo Abicht, DemocratieŽn sterven liggend.
  • Recensie: Paul Frentrop, Het jaar 1759.
  • Edward Elgar, Sea Pictures
  • De zoon van de priester
  • Verrijzenis
  • Adel
  • Mijn Spinoza-vertaling
  • Gij zult niet doden...
  • Seksualiteit: idealen en normen
  • The Oxford Handbook of Atheism
  • Hoe we overleven - Mark Rickerby
  • karabiner, musketon, volant en ruflettelint
  • Gedichtendag 2014
  • Antiklerikaal
  • verhitte internetdiscussie
  • Het kruis en de gekruisigde.
  • De seculiere samenleving - Patrick Loobuyck
  • Kweddelen!
  • Euthanasie in BelgiŽ
  • for whom the Bell tolls: exit Didier Bellens
  • De Zevende van Beethoven
  • God bewijzen - Stefan Paas en Rik Peels
  • De Verlichting als kraamkamer, Jabik Veenbaas
  • Recensie: De naakte perenboom. Op reis met Spinoza, Rudi Rotthier
  • In memoriam Luc Verbeke (1924-2013)
  • Gods dobbelstenen
  • Afwezig?
  • Rode kazuifels
  • Socialisme of sociaal-democratie?
  • Late Night Thoughts - Lewis Thomas
  • vrije universiteiten
  • slaagcijfers aan de universiteit
  • Islam, Nazisme en verdraagzaamheid
  • Mes tendres annťes
  • Caveat emptor!
  • De botten van Descartes - Russell Shorto
  • The Ends of Life - Keith Thomas
  • Goed en kwaad
  • Rebellen - Anne Morelli (red.)
  • Dick Swaab, Wij zijn ons brein
  • Topprestaties, onbehagen en liefde
  • Marius Engelbrecht, De onttovering van de waanzin
  • Siebrand en Hiemstra, Voetangels & Klemtonen
  • meikever
  • Evolutie, cultuur en betekenis - Tom Uytterhoeven
  • Pascal Smet of Pieter Wispelwey?
  • Herbetovering van de wereld - Michael LŲwy
  • de utopie van Martin Buber
  • Radicale secularisatie?
  • Economisch nationalisme - Olivier Boehme
  • Kerk en staat
  • bij een overlijden: Macbeth
  • Jacques Brel
  • Goudhaantje
  • ik en de anderen
  • het ruimere perspectief
  • haptonomie, hapschaar
  • Desiderata - Max Ehrmann
  • Crisis
  • Onze waarden? Of toch niet...
  • Democratie in BelgiŽ en in Vlaanderen
  • De eenden zijn terug!
  • Grootschaligheid
  • Sjostakovitsj' Lady Macbeth
  • carnaval
  • Liegen - Sam Harris
  • Verbeter je brein - Reinhoud de Jong
  • Gedichtendag 2013
  • De hulpelozen van de macht - Jean-Pierre Rondas
  • binaire klok
  • Aforisme


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!