NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Categorieën
  • etymologie (69)
  • ex libris (32)
  • God of geen god? (130)
  • historisch (27)
  • kunst (2)
  • levensbeschouwing (182)
  • literatuur (24)
  • muziek (63)
  • natuur (5)
  • poŽzie (66)
  • samenleving (183)
  • spreekwoorden (11)
  • tijd (10)
  • wetenschap (46)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • de blog van Lut
  • Edge
  • The Secular Web
  • Vladimir Nabokov
  • Investigating Atheism
  • tweedehandse boeken
    Archief per maand
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Elke week zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geÔnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1000! De lijst van de categorieŽn bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    27-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.bindi, FGM en andere gebruiken

    Mensen doen vreemde dingen, dat staat buiten kijf. Vaak vraag ik me af: hoe komt het toch dat iemand zoiets doet, vooral wanneer er geen haar op mijn hoofd is dat eraan denkt om hetzelfde te doen. Ik heb het dan niet over allerlei eigenaardigheden die al bij al onbelangrijk zijn. Neem nu de bindi; dat is een lichaamsversiering die bestaat uit een gekleurde stip die men aanbrengt in het midden van het voorhoofd, net boven de wenkbrauwen. Het is een gebruik dat vooral in Zuid-Azië voorkomt en bij personen die van daar afkomstig zijn. Het is pijnloos, goedkoop, gemakkelijk te verwijderen, niet onhygiënisch en het ziet er best leuk uit. Waarom dus niet?

    Maar waarom wel?

    Omdat het een gebruik is. Men doet het al heel lang, blijkbaar en het is een ruim verspreide vorm van lichaamsdecoratie. Voor iemand die in een omgeving leeft waar dat gebruik in voege is, is het een heel kleine stap om zich ook aan een bindi te wagen. Misschien is er wel wat familiale en sociale en religieuze druk mee gemoeid, maar zelfs dan kan men maar moeilijk serieuze bezwaren bedenken tegen een dergelijk gebruik.

    Hoe men ertoe gekomen is, weet men niet meer. Iemand moet er ooit mee begonnen zijn en dan is het zijn weg gegaan. Allicht beantwoordt het aan esthetische verwachtingen: het ziet er best leuk uit. Maar het is vooral wanneer men dat spontaan ontstane versiersel gaat formaliseren dat het ook een gebruik wordt. Zo zijn er etnische gebruiken, culturele, religieuze, politieke enzovoort. Organisaties eigenen zich een bestaand of een nieuw ontworpen ‘gebruik’ toe en schrijven het voor als een uitdrukking van het toebehoren tot een of andere gemeenschap. In plaats van een willekeurig, spontaan en individueel gekozen uiterlijk teken wordt het dan een welomschreven, algemene en voorgeschreven verplichting. Wie zich eraan onttrekt, overtreedt een gebod en stelt zich bloot aan bestraffing.

    Om mensen dingen te laten doen, ook dingen die ze uit zichzelf nooit zouden doen, is het blijkbaar voldoende dat men iets formaliseert: een vaste vorm geven, er een gebruik van maken, er een morele, religieuze of culturele verplichting aan toevoegen, zodat het iets wordt waarover men niet meer nadenkt en dat tot de eigen identiteit behoort. Wanneer iets een gebruik geworden is dat al eeuwenlang meegaat en algemeen aanvaard is, wordt het zeer moeilijk om zich daaraan te onttrekken. Men moet eerst gaan nadenken over iets dat zo goed als vanzelfsprekend is en er zelf een oordeel over vormen. Wanneer men dan tot de conclusie komt dat men er niet meer wil aan meedoen, zal de gemeenschap daarop scherp en vaak zelfs gewelddadig reageren.

    Een bindi is best leuk. Er zijn nu allerlei mensen die zich een bindi schilderen of een kant en klare zelfklevende bindi plaatsen, zonder enige religieuze, culturele of andere betekenis, puur om esthetische redenen. En waarom ook niet?

    Er zijn echter ook andere gebruiken, die minder onschuldig zijn. Als we bij lichaamsversieringen blijven, zien we allerlei vormen van mutilatie of lichaamsverminking, gaande van een klein gaatje voor een bescheiden oorring of een onopvallende tatoeage tot zeer ingrijpende piercings en allerlei drastische insnoeringen en uitrekkingen van lichaamsdelen. Een aparte categorie vormt de genitale mutilatie, het verminken van de geslachtsorganen. Bij de man is dat de besnijdenis, waarbij de voorhuid van de penis verwijderd wordt. Bij de vrouw neemt het verscheidene vormen aan: de clitoridectomie of het verwijderen, geheel of gedeeltelijk van de clitoris; het verwijderen van de kleine schaamlippen of van de kleine en de grote schaamlippen, al dan niet gecombineerd met het zo goed als volledig dichtnaaien van de vagina.

    Vooral de vormen van vrouwelijke besnijdenis, die veel drastischer zijn dan de mannelijke en geen enkele hygiënische betekenis hebben, worden in gemeenschappen waar ze niet gebruikelijk zijn als gruwelijk ervaren. Maar in de bijna dertig landen waar ze tot de gebruiken behoren, is de weerstand ertegen veel minder evident. Dan wordt pas duidelijk hoe men zelfs de meest wrede, dwaze, nutteloze, vernederende en zelfs gevaarlijke ingrepen ingang kan doen vinden en ze tot symbolische gebruiken kan verheffen waartegen men zich nauwelijks verzet, zelfs niet als het met de eigen kinderen gebeurt. Voor ons is zoiets ondenkbaar, maar gedurende eeuwen hebben mensen zo hun kinderen verminkt en ook vandaag gebeurt het nog volop, niet alleen in bepaalde Afrikaanse landen, maar overal waar mensen dat als een gebruik beschouwen dat ze willen in stand houden.

    Het is een systeem: maak van iets een gebruik, schrijf het voor, en men zal het ook doen, wat het ook is, zonder erover na te denken. Dat lukt natuurlijk het best bij mensen die überhaupt niet veel nadenken: ongeschoolde, arme, ondervoede, vernederde, uitgebuite, zieke mensen uit de laagste bevolkingslagen. Daaruit komen ook degenen die dergelijke gebruiken voorschrijven en de verminkingen uitvoeren, al zijn er ook hoger opgeleide personen die zich daaraan schuldig maken. Tradities zijn zeer krachtig en moeilijk uit te roeien, zelfs als ze volkomen zinloos zijn, wanneer ze dictatoriaal opgelegd worden aan machteloze mensen. Het is vooral in democratische samenlevingen dat individuen zich spontaan zullen verzetten tegen wat zij onaanvaardbaar vinden voor zichzelf of voor anderen, bijvoorbeeld ernstige lichaamsverminkingen als de vrouwelijke besnijdenis, en het is een kenmerk van democratische politieke regimes dat ze dergelijke gebruiken niet zullen opleggen, maar ze verbieden en bestraffen.

    Er zijn talloze gebruiken in de wereld. De mens is een gewoontedier, wij apen elkaar na en de druk van de gemeenschap is aanzienlijk. De markteconomie maakt ongeveer alles mogelijk en de reclame verzint dagelijks nieuwe toepassingen en ‘trends’. Iedereen doet er aan mee, het is bijna onmogelijk om eraan te ontsnappen, het aantal mensen dat op een volstrekt originele manier leeft, is uiterst beperkt. Maar wij moeten ons ervan bewust zijn dat gebruiken goed of slecht kunnen zijn en dat slechte gebruiken ten minste zo gemakkelijk ingang vinden als totaal ongevaarlijke. Als men vaststelt dat een of ander gebruik zware negatieve gevolgen heeft, moeten we de moed hebben ertegen te protesteren en ertegen op te treden op een krachtdadige en efficiënte manier, voor het te laat is.

    Er zijn vandaag in onze wereld talloze wijd verspreide gebruiken die onze afkeuring verdienen, maar die zich niet gemakkelijk laten uitroeien. Wij moeten ze durven aanwijzen en ons ertegen verzetten, ook wanneer wij daarmee ingaan tegen tradities, voorschriften en de instellingen en de personen die ze in stand houden. Maar het eenvoudigste en het belangrijkste dat wij kunnen doen, is er zelf niet aan meedoen.

     


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij
    21-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Seksualiteit

    Seksualiteit: wie heeft daar geen mening over? Wie is er niet mee bezig, in gedachten en in de praktijk? Maar de meningen zijn ook hier verdeeld. Niemand zal natuurlijk ontkennen dat er zoiets als seksualiteit is; denk aan de titel van dat hilarische boek Is Sex Necessary? Maar wat is het precies? Het is een complexe kwestie en ik ben niet beter geplaatst dan gelijk welke andere 69-jarige om er uitspraken over te doen.

    Het is vaak bij bijzondere gevallen van seksualiteit dat men zich vragen gaat stellen, zoals pedofilie, incest, verkrachting, homoseksualiteit, masturbatie. Dan blijkt dat seksualiteit inderdaad veel ruimer is dan de kwestie van de voortplanting. In onze moderne tijd zijn die twee steeds meer van elkaar gescheiden: seks kan zonder voortplanting, en voortplanting kan zonder seks. Dat eerste was vroeger ook al zo: er zijn altijd al mensen geweest die seks wouden zonder dat er kinderen uit voortkwamen en daarnaar handelden. Seks en alles wat eromheen hangt, is een van de sterkste menselijke drijfveren. Dat die seksuele aandrift, de mogelijkheid om opgewonden te geraken en genot te beleven aan het seksuele bestaat, betekent dat die een voordeel betekent voor wie die heeft. Zonder die neiging of drift zou er allicht geen spontane voortplanting zijn. Wij zijn genetisch gericht op voortplanting en seksueel genot is een middel om dat aantrekkelijk te maken.

    Maar eens er een dergelijk systeem aanwezig is in onze genen, gaat dat ook een eigen leven leiden in onze beschaving. Het krijgt vorm en evolueert verder naargelang de omstandigheden en de beleving door de mens. Vergelijk het met drinken: dat is een natuurlijke behoefte en dorst waarschuwt ons voor uitdroging en drank verschaft ons genot, maar als je ziet wat drinken betekent in onze huidige maatschappij…

    Als we het hebben over seks, dan bedoelen we niet alleen wat er gebeurt bij de bevruchting. Het begrip is veel ruimer dan dat. Men kan gerust stellen dat alles wat mogelijk is in die context ook gebeurt, of ooit gebeurd is, of ooit wel eens zal gebeuren. En de mogelijkheden zijn even onuitputtelijk als de menselijke nieuwsgierigheid en vindingrijkheid. Als we de menselijke seksualiteit bekijken zoals antropologen en biologen dat doen, dan stellen we een enorme waaier van gebruiken vast, waarbinnen de bevruchting van de vrouw door de man slechts een miniem onderdeel is. Het volstaat het aantal keren dat een mens seks heeft te vergelijken met het aantal kinderen dat een mens voortbrengt om dat in te zien. En dan hebben we het niet eens over de vele uitingen van seksualiteit die niet op de voortplanting gericht zijn, zoals masturbatie, anale, orale, intercrurale seks enzovoort, fetisjisme, sadomasochisme en noem maar op. Ook subtiele, innerlijke vormen en aspecten van seksualiteit zoals verliefdheid, tederheid, bezorgdheid, verlangen, lijden, jaloersheid enzovoort zijn enorm belangrijk voor ons, vaak veel belangrijker dan de ‘eigenlijke’ seks zelf.

    Hoewel heel veel mensen allicht meestal seks hebben op de gebruikelijke manier, dat wil zeggen dat ze als man en vrouw intiem genitaal contact hebben in een levenslange monogame relatie, zijn er heel veel mensen die hun seksualiteit anders beleven, op een van de talloze mogelijkheden die daartoe bestaan. En er is wellicht niemand die uitsluitend op die gebruikelijke manier seks heeft. Dat die manier gebruikelijk is, betekent alleen dat ze het meest voorkomt, en niet eens exclusief. Dat ze nooit de enige manier is, bewijst dat andere manieren ook gebruikelijk zijn, in mindere of meerdere mate. De meest gebruikelijke is dus niet automatisch de enige juiste, of de enige natuurlijke vorm, waardoor al de andere vormen meteen ook verkeerd of onnatuurlijk zouden worden.

    Zijn alle vormen van seksualiteit dan evenwaardig? Dat is afhankelijk van welke waarde men hanteert bij de beoordeling. Als men vertrekt van ‘voortplanting’ als de hoogste exclusieve waarde, dan zijn evident alle vormen die niet tot voortplanting leiden minderwaardig. Maar wij weten dat seksualiteit op alle punten veel ruimer is dan alleen maar de voortplanting, dat voortplanting zelfs maar een miniem aspect is van de menselijke seksualiteit. Er is dus geen reden om dat aspect als enige norm te gebruiken of op te leggen; dan houdt men immers geen rekening met het grootste deel van de uitingen en vormen en belevingen van de menselijke seksualiteit. Het is dus niet omdat onze voortplanting seksueel gebeurt dat onze seksualiteit uitsluitend voor de voortplanting zou kunnen of mogen gebruikt worden. Vergelijk het nogmaals met eten en drinken: op die manier zorgen we ingevolge genetische impulsen voor onze instandhouding en we beleven daar genot aan, maar we eten en drinken ook voor het genot dat we eraan beleven: Boire sans soif et faire l'amour en tout temps, madame, il n'y a que ça qui nous distingue des autres bêtes (Beaumarchais, Le mariage de Figaro).

    Moet men dan alle vormen zonder meer toelaten? Seksualiteit is slechts een van de manieren waarop wij onze eigenheid beleven. Het is niet duidelijk dat daarvoor fundamenteel andere regels zouden gelden dan voor al de andere domeinen van het leven. De mens leeft onvermijdelijk in gemeenschap met andere mensen en vindt daarin ook zijn hoogste ontplooiing; dat samenleven is slechts mogelijk als men onderling bepaalde regels afspreekt die moeten verhinderen dat de vrijheid van de ene belemmerd wordt door die van de andere en die anderzijds zoveel mogelijk bijdragen tot een vreedzame co-existentie en zelfs de samenwerking bevorderen en leiden tot de optimale verwezenlijking van de mogelijkheden van elkeen. Ook voor de beleving van onze seksualiteit zullen we dus tot dergelijke afspraken moeten komen.

    De mensheid heeft van bij haar ontstaan dergelijke regels bedacht en wetten opgesteld en ingevoerd met vallen en opstaan. Zo heeft men ontdekt dat incest tussen familieleden in de eerste graad vaak aanleiding geeft tot nakomelingen met defecten. Dat leidde tot een algemeen incestverbod. Maar ook zo’n wet gaat een eigen leven leiden: het wordt een taboe dat een bovennatuurlijke dimensie krijgt en daaraan zijn kracht ontleedt: men ziet niet af van incest omdat men wil vermijden dat er ‘mismaakte’ kinderen komen, maar omdat het absoluut verboden is. Terwijl seks met nauwe verwanten die niet gericht is op de voortplanting vanzelfsprekend ook geen aanleiding geeft tot kinderen met een handicap en dus vanuit alleen dat oogpunt en met uitsluiting van alle andere mogelijke nadelen, toch geoorloofd zou kunnen zijn. Waarom zou de staat moeten tussenkomen wanneer bijvoorbeeld een broer en zus als gehuwden gelukkig samenwonen en ofwel kinderloos blijven, of de nodige voorzorgen nemen om genetische fouten te voorkomen bij hun nakomelingen? Men moet dus spaarzaam zijn met wetten, ook over seksualiteit en misschien zelfs vooral over seksualiteit: men weet immers dat men die wetten moeilijk kan implementeren en dat ingrijpen in het meest intieme van het persoonlijk leven een uiterst delicate zaak is voor een overheid.

    Vandaar dat in een democratische rechtsstaat de overheid uiterst tolerant zal zijn op verscheidene belangrijke gebieden en misschien vooral op seksueel gebied, terwijl overheden die niet democratisch zijn vaak uiterst intolerant zullen zijn. Zo heeft men bij ons lang masturbatie verboden, vanuit de gedachte dat dit een onnatuurlijke daad is: het is zelfbevrediging en het is niet gericht op voortplanting. Er werden zelfs wetenschappers gevonden die bereid waren te ‘bewijzen’ dat masturbatie schadelijk was voor de gezondheid, en dat terwijl iedereen wel eens masturbeerde zonder manifeste negatieve gevolgen.

    Homoseksualiteit is een ander voorbeeld. Het is van alle tijden en alle streken en men kan maar bezwaarlijk zeggen dat het schadelijk is, behalve wanneer de maatschappij zelf die schade berokkent door wetten die homoseksualiteit verbieden en de betrokken personen stigmatiseren, discrimineren en zo ook emotioneel schaden. Het is daarbij vanuit maatschappelijk oogpunt totaal onbelangrijk of homoseksualiteit een natuurlijk verschijnsel is en als dusdanig onweerstaanbaar, of het resultaat van omstandigheden buiten de wil van de betrokkenen, dan wel een vrije en bewuste keuze. Homoseksualiteit bestaat, en men moet beslissen of men daarover wetten maakt of niet. Die wetten zijn er evident geweest en ze zijn er nog en zelfs wanneer die wetten erg tolerant zijn of dode letter blijven, is er nog steeds een vrij ruim verspreide argwaan tegenover homoseksualiteit, ongetwijfeld hoofdzakelijk als gevolg van eeuwenlange verontwaardigde verbodsbepalingen. Men weet nog altijd niet precies wat de oorzaak is van homoseksualiteit. Alles wijst erop dat het een combinatie is van genetische en omgevingsfactoren, die bij verschillende individuen tot verscheidene resultaten leiden. Maar wat daar ook van zij, men zal met heel sterke argumenten moeten afkomen om homoseksualiteit te kunnen verbieden. Tot nog toe heeft men niets anders kunnen bedenken dan dat het tegennatuurlijk is en niet leidt tot nakomelingen. Op dat laatste punt is er overigens een belangrijke verandering gekomen door het homohuwelijk, kunstmatige inseminatie en adoptie door homoseksuelen.

    Menselijk gedrag is uiterst divers. Zoals de Natuur alle mogelijkheden die er zijn ook uitprobeert en er zo een complex Universum tot stand komt, zo doen ook mensen alles wat ook maar enigszins mogelijk is, om welke reden dan ook, met dezelfde complexiteit tot gevolg voor de samenleving. Zoals wij ook de Natuur slechts proberen in te tomen wanneer die manifest schadelijk is voor ons, zoals bij overstromingen, zo moeten we ook het menselijk gedrag slechts indijken en kanaliseren wanneer het schadelijk is voor de betrokkenen, voor anderen of voor de Natuur, of een combinatie daarvan. Zeker in het geval van de seksualiteit moeten we een nauwkeurig onderscheid maken tussen wat toegelaten is en wat wenselijk is. Wij kunnen immers onze wensen, die verschillen van persoon tot persoon, niet tot wetten verheffen waarmee we anderen onze wil opleggen. Het is de overheid die zal beslissen of er wettelijke maatregelen moeten getroffen worden; die zal daarbij met de grootste omzichtigheid tewerk gaan. Zij kan geen autocratische beslissingen nemen op onzekere gronden, maar het is evenmin aanvaardbaar dat zelfs een democratische meerderheid haar wil discriminerend zou opleggen aan een minderheid. Onze seksualiteit is een onvervreemdbaar mensenrecht van elke persoon en iedereen is vrij om die te beleven zoals hij of zij dat wil en kan. De overheid moet daarin enkel tussenkomen zoals in alle andere gevallen waarbij de rechten van individuen manifest onverenigbaar blijken zijn met die van anderen en tot ernstige onoplosbare conflicten leiden. Alleen in die gevallen kan de overheid een beperking van sommige vrijheden opleggen, die iedereen dan ook moet respecteren.

    Homoseksualiteit is geen goed voorbeeld van een dergelijk conflict: men kan niet aantonen dat homoseksualiteit als levenshouding of als seksuele activiteit op enigerlei wijze schadelijk zou zijn; zelfs in het extreme geval dat iedereen exclusief homoseksueel zou zijn, kan er vandaag nog steeds voortgeplant worden. Dat was vroeger niet zo, maar het aantal homoseksuelen is nooit zo aanzienlijk geweest dat het een bedreiging betekende voor het voortbestaan van de soort. Als dat het geval zou geweest zijn, zou het immers als kenmerk in de loop van de evolutie weg geselecteerd zijn.

    Pedofilie daarentegen lijkt wel degelijk een conflict in te houden. Mede door het inherente leeftijdsverschil gaat het om asymmetrische relaties, waarbij bewuste volwassenen seksueel omgaan met kinderen die zich in een kwetsbare fase van hun ontwikkeling bevinden en die niet zonder meer in staat kunnen geacht worden tot het maken van bewuste en vooral verantwoorde keuzes. Men heeft kunnen vaststellen dat pedofiele contacten op kinderen een traumatische invloed kunnen hebben met negatieve gevolgen tot op latere leeftijd. Er is ook meestal sprake van dwang, verleiding, misleiding, intimidatie en druk door de pedofiele persoon, elementen die weliswaar niet vreemd zijn aan andere relaties, maar die zeker in deze gevallen kunnen beschouwd worden als voldoende bezwarend om er een negatief oordeel over te vellen. De maatschappij zal dan ook maatregelen nemen om pedofiele praktijken af te keuren, te verbieden en te beteugelen. Zij mag zich echter niet bemoeien met het innerlijk leven van pedofiele personen en moet hun vrijheid op dezelfde manier respecteren en waarborgen als bij alle anderen. Het is enkel wanneer die personen een reëel en concreet gevaar betekenen voor de maatschappij dat men tegen hen kan optreden. Dat zal allicht betekenen dat de pedofiele persoon zich zal moeten onthouden van seksuele contacten en zijn specifieke seksualiteit op een andere manier zal moeten beleven.

    Dat onze seksualiteit genetisch gestructureerd is, hoeft geen betoog: we worden geboren met mannelijke of vrouwelijke eigenschappen, als man of vrouw. Maar louter fysiologisch is daarin al heel wat variatie mogelijk, zowel wat betreft de primaire als de secundaire geslachtskenmerken. De meer subtiele, mentale aspecten van de seksualiteit (en zegt men niet dat seks tussen onze oren zit?) zijn eveneens ten minste gedeeltelijk genetisch van aard, zoals blijkt uit onderzoek naar bijvoorbeeld homoseksualiteit. Er is dus al op genetische basis een zeer brede waaier van mogelijkheden voor seksuele identiteitsvorming, waarbij mannelijke en vrouwelijke kenmerken in alle mogelijke combinaties voorkomen; elke persoon is uniek en enkel door zeer oppervlakkig te veralgemenen kan men tot bepaalde zichtbare types komen, waarvan de traditionele hetero en de traditionele homo (m/v) er slechts twee zijn. Maar zoals elke hetero verschilt van elke andere, zijn er ook evidente verschillen tussen homoseksuelen.

    Het wordt nog complexer wanneer er andere factoren toegevoegd worden aan de genetische: de omgevingsfactoren, die bovendien veranderen naargelang plaats en tijd en zoals de genetische eveneens voor niemand dezelfde zijn, omdat iedereen een andere levensgeschiedenis heeft waarin al de persoonlijke ervaringen diep verweven zijn.

    Dat alles maakt dat men werkelijk alle mogelijke combinaties van factoren zal aantreffen, wat dan weer zorgt voor een quasi onbegrensde veelheid van gedragingen, om nog te zwijgen van emoties, op seksueel vlak.

    We kunnen dus niet anders dan concluderen dat de seksuele identiteit van een persoon uniek is en dat termen als hetero, homo, transgender, of fetisjist of sadomasochist slechts een zeer algemene aanduiding geven van iemands seksuele activiteiten en een nog vagere weergave zijn van iemands seksuele identiteit, in de mate dat we die zouden kunnen afzonderen van de specifieke algemene identiteit van die persoon. Onze seksualiteit heeft immers een zo sterke impact op onze levenshouding dat men zonder seksualiteit niet van een volledige persoonlijkheid kan spreken: de mens is een seksueel wezen.

    Deze opvatting staat haaks op onder meer de christelijke seksuele moraal, die nog steeds uitgaat van wat zij als de natuur van de seksualiteit beschouwt, namelijk haar functie bij de voortplanting. Men zou kunnen zeggen dat de christelijke seksuele moraal enkel daarover gaat: de bevruchting, en geen raad weet met alle andere aspecten van de seksualiteit, die dan weggemoffeld of verboden worden. De rijke complexiteit van elke persoonlijke identiteit wordt dan opgeofferd aan een radicale en onterechte reductie van de seksualiteit tot haar strikt biologisch procreatief aspect. De mens wordt op die manier herleid tot nog minder dan een dier en louter als een soort voortplantingsmachine beschouwd.

    Vandaar ons pleidooi om inzake seksualiteit het adagium van Terentius indachtig te zijn: Homo sum, humani nil alienum a me puto (Ik ben een mens en ik beschouw niets menselijks als mij vreemd). Een mens blijft een mens, wat ook zijn seksuele neigingen, voorkeuren of gedragingen zijn. Men moet niet proberen om daar iets aan te veranderen, want dat zal wellicht niet lukken, gezien de complexiteit van de oorzaken van de seksuele identiteit. En welke onbetwistbaar goede redenen zal men kunnen aanvoeren om zelfs maar te proberen iemand van gedacht te doen veranderen? Wat men natuurlijk wel moet doen, is het seksueel gedrag, zoals elk menselijk gedrag, maatschappelijk reguleren. En voor elke mens geldt de opdracht om zich te bezinnen over zijn identiteit en zijn gedrag, ook zijn seksueel gedrag en identiteit.

     


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij
    20-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oost west, thuis best?

    Onlangs ontmoette ik enkele mensen die een vakantie hadden doorgebracht in Zuid-Afrika. Een van hen vermeldde de vreemde ervaring van de zon in die streken: bij ons komt die links van ons op (als je naar het zuiden kijkt) en gaat rechts van ons onder. In Zuid-Afrika is dat blijkbaar net andersom.

    Ik moest er even bij nadenken, en dat is vreemd. Moet ik 69 jaar oud worden voor ik dat te weten kom? Je zou toch kunnen vermoeden dat dit opvallende feit in het hele zuidelijke halfrond ooit al eens iemand voldoende zou opgevallen zijn om het ergens te vermelden, maar nee hoor. Ik las het bijvoorbeeld nergens in een handboek of bij een of andere ontdekkingsreiziger.

    Misschien vind jij het vanzelfsprekend dat de zon zich ginds anders beweegt aan de hemel, maar ik blijkbaar niet. De aarde is een bol en draait in één richting, van west naar oost; van boven de Noordpool gezien draait de aarde in tegenwijzerzin of tegen de wijzers van de klok in. Dat is zo voor iedereen op aarde, zou je dan denken. Maar als je op aarde naar het zuiden kijkt, dan kijk je naar de evenaar, en als je in het noordelijk halfrond naar het zuiden kijkt, is het oosten aan je linkerkant en het westen aan je rechterkant. In het zuidelijk halfrond is dat net andersom. Twee personen die in elk halfrond naar het zuiden kijken, kijken elkaar aan, als het ware, en dus zien ze elkaars wereld in spiegelbeeld. De zon komt overal op in het oosten en gaat overal onder in het westen, maar de plaats waar we ons bevinden op aarde bepaalt waar het oosten en het westen zich bevinden voor ons.

    Dat moet toch ooit iemand opgevallen zijn die zich naar het andere halfrond verplaatste en de evenaar overstak? En dan moet men daar toch over nagedacht hebben: waarom is dat zo? Want men dacht dat de zon om de aarde draaide, en als ze in het zuidelijk halfrond in de andere richting lijkt te draaien, van recht naar links, dan moet dat toch te denken gegeven hebben? De zon kan immers niet in twee richtingen om de aarde draaien.

    Onze plaats op aarde tegenover de evenaar bepaalt ook de baan die de zon beschrijft. Op de evenaar komt de zon op in het oosten en stijgt steil naar boven, tot ze op de middag pal boven ons hoofd staat; daarna daalt ze even steil naar beneden. Dat verschijnsel verplaatst zich noord- en zuidwaarts van de evenaar in de loop van het jaar. Halverwege tussen de evenaar en de pool beweegt de zon zich minder steil naar omhoog en omlaag en komt nooit zo hoog als op de evenaar.

    De schijnbare beweging van de zon is ook verschillend in de zomer en de winter: ze is zelfs de oorzaak van zomer en winter. Door de schuine stand van de as van de aarde worden de dagen korter en langer omdat de zon korter en langer boven de horizon uitkomt. Als ze kortere tijd zichtbaar is, bijvoorbeeld slechts acht uur hier bij ons op 21 december, komt ze ook meer naar het zuiden op en gaat ze meer naar het zuiden onder. Aan de polen komt ze in putteke winter zelfs niet eens op.

    Het zijn allemaal verschijnselen waar we niet bij stilstaan, maar die ons leven toch grondig beïnvloeden: de tijd van het jaar, de seizoenen, de lengte van dag en nacht, de hoogte van de middagzon, de veranderende plaats waar de zon opkomt en ondergaat in de loop van het jaar. Vroegere beschavingen besteedden daar meer aandacht aan. Bij heel wat primitieve volkeren probeerde men cruciale momenten van het jaar vast te leggen met kunstmatige middelen: de zomer- en winterzonnewende op 21 juni en 21 december, wanneer de zon haar hoogste en laagste stand bereikt en de dagen het langst en het kortst zijn, respectievelijk; de lente- en herfstnachtevening op 21 maart en 21 september, wanneer dag en nacht even lang zijn. Als men dan op de middag de stand van de zon vastlegt tegenover een vast punt op aarde, weet men wanneer dat moment van het jaar gekomen is. Dat kan heel eenvoudig met twee stokken, pilaren of zuilen van verschillende lengte op de zon te mikken, zoals je met een geweer doet. Stonehenge is daarvan een voorbeeld, evenals verscheidene antieke tempels, waar men een venster zo plaatste dat een zonnestraal die erdoor viel op die bepaalde dag op een gemarkeerde plek kwam. Dat waren hoogdagen, en dat merken we nog altijd: Kerstmis is de winterzonnewende, Pasen de lente-evening. De langste dag vieren we ook, maar de herfstnachtevening is bij ons wat minder in evidentie. In het Boeddhisme en in de theosofie is het wel een belangrijk moment: de dagen beginnen te korten, in de natuur sterft alles af. Bij ons gedenken we dat pas op 1 en 2 november.

    In onze moderne wereld houden we steeds minder rekening met de natuur: we willen gewoon doorgaan met onze dagelijkse bezigheden. Als het vroeg donker wordt en laat klaar steken we gewoon het licht aan, als het koud is de verwarming. Eten hebben we altijd in overvloed, ook in de winter. Regen, hagel of sneeuw kan ons niet deren. We werken en slapen even lang op de kortste dag als op de langste. Voor de primitieve volkeren bepaalde de natuur alles, omdat ze nauwelijks middelen hadden om zich ertegen te verzetten. Dat zijn de twee uitersten: de moderne mens die totaal onafhankelijk is van de wisselingen in de natuur en de primitieve mens die er totaal aan onderworpen is. Zoals gewoonlijk lijkt het wenselijk die uitersten te vermijden, en als moderne mensen toch wat meer rekening te houden met de natuurelementen. Een goed begin zou zijn dat we ons al wat meer bewust zouden worden van die natuur, en beseffen dat we er onlosmakelijk deel van uitmaken. Het zou immers verwonderlijk zijn indien wij geen enkele invloed zouden ondergaan van die astronomische bewegingen, of die invloeden helemaal zouden kunnen neutraliseren. Ons lot is met de aarde en het universum verbonden, wij zijn de aarde en het universum zoals al het andere op aarde, wij zijn allemaal een vorm die het universum aanneemt gedurende korte tijd en dan weer afbreekt om nieuwe vormen aan te nemen. Zo is het altijd al gegaan en zo zal het blijven gaan. Wij kunnen niet veel meer dan proberen de korte tijd die we hebben zo goed mogelijk te gebruiken. We doen dat niet slecht, in het algemeen gesproken, met zijn zeven miljard mensjes, maar er is duidelijk nog veel ruimte voor verbetering.

     


    Categorie:samenleving
    Tags:levensbeschouwing
    07-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Recensie: Het voordeel van de twijfel, Tim De Mey.

    Tim De Mey, Het voordeel van de twijfel, Rotterdam: Lemniscaat 2014, 255 blz., € 29,95 (hardcover, groot formaat).

    Eerst even een mogelijk misverstand uit de weg ruimen: dit boek heeft niets te maken met een gelijknamige televisiereeks die nu (begin 2015) loopt op Canvas, het tweede net van de VRT, noch met het gelijknamige boek dat bij die reeks hoort. Dus: caveat emptor.

    Wat is het dan wel?

    Dat is een vraag die ik me de hele tijd gesteld heb onder het lezen. Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat het een studentencursus is, of collegenotities, of een handboek bij een lessenreeks aan een universiteit of hogeschool. Maar zo ziet het er echt niet uit: het is een zeer luxueuze uitgave, hardcover, op dik, glanzend papier, met een lay-out als van een mode- of kunstboek, met talrijke afbeeldingen in z/w, met teksten in de marge en in gekleurde kaders, met uitstapjes naar de film en de literatuur enzovoort.

    Al dat fraais, noch de bij momenten speelse schrijftrant kan evenwel verhullen dat het hier nog altijd gaat om een academische behandeling van het scepticisme als filosofische houding en van de geschiedenis van dat scepticisme. De vraag is dan: is het in zijn genre, als handboek voor het hoger onderwijs, een geslaagd boek? Ik meen van wel. Ik kan me voorstellen dat jongelui een aanpak zoals hier aangeboden wordt wel zullen smaken. De auteur heeft duidelijk heel hard geprobeerd om wat in feite een vrij ingewikkelde, taaie en met momenten ook saaie filosofische discipline is, op een aantrekkelijke, boeiende manier te presenteren. Of de studenten aan de hand van deze presentatie zullen doordringen tot de kern van de zaak zal dan afhangen van hun eigen ijver en intellectuele mogelijkheden.

    De auteur houdt duidelijk van voorbeelden en gedachte-experimenten, dat blijkt ook uit zijn eigen bibliografie. Dat is een aloude didactische traditie, en ik neem aan dat ze ook werkt in de praktijk, ik bedoel bij het lesgeven: zo houd je tenminste de aandacht gaande en de studenten wakker. In een boek werkt dat minder goed, meen ik. Dan krijgt wat mondeling een speelse excursus is en enkel bedoeld om iets anders duidelijk te maken, door het neerschrijven en uitwerken een gewicht dat het niet verdient. Elke vergelijking gaat immers mank, en die mankementen springen van het blad bij het lezen en verhinderen net de gedachtesprong die ze beogen. Een uitgewerkte filosofische tekst is iets anders dan een reeks anekdotes en gedachte-experimenten; dat is meer iets voor Zenmeesters, me dunkt. Bij het zoveelste vergezochte gedachte-experiment ging althans deze lezer steigeren: als een veronderstelling te idioot is om waar te zijn, zijn allicht ook de conclusies daaruit te idioot om waar te zijn. Het scepticisme heeft een rijke geschiedenis van dergelijke extreme voorbeelden en onrealistische veronderstellingen, en de verleiding is natuurlijk groot om daarmee te gaan spelen als docent, maar filosofie is een ernstige zaak, en geen intellectueel spel. Wanneer men zich (en de werkelijkheid) al te zeer verliest in ijle gedachte-experimenten, creëert men bij de meer bedachtzame of minder verduldige lezer een spontane reactie van afkeer tegenover zoveel ijdele spielerei. Het is niet ondenkbaar dat de filosofie precies daaraan haar slechte naam heeft te wijten.

    Het is echter een moeilijke keuze voor een auteur. De bladzijden waar de voorbeelden, excursussen en gedachte-experimenten ontbreken, zijn net zo taai en saai als alle andere filosofiehandboeken. Er zijn talloze verwijzingen naar bekende en minder bekende filosofen, maar steeds uiterst summier, wat wel eens leidt tot een nauwelijks verteerbare opeenstapeling van namen en begrippen, meer dan de lezer in zijn parate kennis kan opslaan of langer kan onthouden dan tot het omdraaien van de bladzijde. In die zin is het boek ook een naslagwerk en bron voor verdere studie.

    Een uitstekend vertrekpunt daarvoor is de substantiële verzameling van twaalf primaire teksten in het tweede deel van het boek, vanaf blz. 153. Dan blijkt nog maar eens dat Husserls zu den Sachen selbst in de filosofie nog steeds de beste methode is: men kan beter één bladzijde van een belangrijke filosoof lezen dan een heel boek over die bladzijde van een niet zo belangrijke filosoof. De afbeelding op blz. 72 is daarvan een sprekende symbolische illustratie: een bladvullende afbeelding van een antieke buste van Plato, met op de sokkel zijn naam in forse Griekse hoofdletters. En daarnaast, in een minuscule corpsgrootte: Plato.

    De eindconclusie is gemengd, zoals past bij het onderwerp: dit is ongetwijfeld een geslaagd handboek bij wat vermoedelijk boeiende colleges zullen geweest zijn over een belangrijke maar vrij ingewikkelde filosofische discipline en haar geschiedenis; door de luxueuze vormgeving is het echter een onbehoorlijk grote hap uit een studentenbudget. Als zelfstandig filosofisch werk vertoont het dan weer talrijke sporen van zijn oorspronkelijke functie als handboek bij colleges. Men zal in de bibliografie van dit boek moeiteloos een aantal andere goede inleidingen vinden tot het scepticisme. De keuze is dan aan de lezer.


    Categorie:wetenschap
    Tags:filosofie
    29-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gedichtendag 2015: Toby
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Toby

     

    Dichten doe je niet pro forma

    Om woorden te mennen

    En met versvoeten te spelen

    Om binnen en buiten te rijmen

    Regels op elkaar af te stemmen

    En korte en lange syllaben te tellen

    Dat is allemaal net en fraai

    Maar al bij al verschrikkelijk saai

    Als je voor en na

    Niets hebt te vertellen

     

    Ik houd van mijn hond

    Is wat ik vandaag wou zeggen

    Het kan veel poëtischer dan dat

    Maar dat verandert niets aan het feit

    dat

     

    Ik houd van mijn hond

     

    Toby

     

    Karel

    Gedichtendag 2015


    Categorie:poŽzie
    25-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Buridans ezel?

    Buridans ezel?

    Wanneer men in naam van de filosofie een of ander gedachte-experiment voorstelt, houd ik altijd mijn hart vast. Wat moeten de mensen niet denken over filosofen die zich met dergelijke dwaasheden bezighouden?

    Neem nu de ezel van Buridan. Die bevond zich op precies dezelfde afstand van twee hooischelven, of van een portie hooi en een emmer water, en kon dus geen keuze maken, en kwam om van honger, of van honger en dorst in het tweede geval. Tja…

    Bovendien blijkt dat Jean Buridan, die leefde tot ongeveer 1358, helemaal niet over een ezel heeft geschreven, noch over een dergelijk gedachte-experiment. Hij hield wel voor dat men altijd moet kiezen voor de beste van twee oplossingen, of de minst slechte. En wanneer de twee volledig evenwaardig zijn, is er geen rationele keuze mogelijk, omat er geen argumenten zijn voor de ene mogelijkheid of de andere.

    De dwaasheid van simplistische filosofen is hierin gelegen, dat zij een dergelijk gedachte-experiment voorstellen als een concreet geval, terwijl het niet meer is dan de illustratie van een specifieke en beperkte logische redenering. Het gaat om de vraag waarop men zijn voorkeuren moet baseren, wat de grond is voor onze besluitvorming. Het antwoord is: de rede of ratio, het rationeel redeneren, dus ons verstand gebruiken. Wanneer we echter rationeel onmogelijk kunnen uitmaken wat de beste oplossing of keuze is, is de conclusie helemaal niet, zoals (sommige) filosofen beweren, dat men geen keuze kan maken en dus gevangen zit in een dodelijk dilemma, zoals onze ezel, maar wel dat beide mogelijkheden inderdaad evenwaardig zijn en dat het dus niet uitmaakt voor welke oplossing we kiezen: ze zijn allebei even rationeel en mogen dus allebei gekozen worden. Dat is precies wat ezels en mensen ook doen in dat geval.

    We moeten dus paradoxen en andere hulpmiddelen van de filosofie met een stevige korrel grof zout nemen. Dat er geen rationele, dus redelijke keuze zou zijn tussen twee evenwaardige mogelijkheden is manifest onjuist. Het is precies door rationeel verder te denken dat we tot de conclusie komen dat we helemaal niet moeten aarzelen om te kiezen wanneer we ervan overtuigd zijn dat er geen noemenswaardig verschil is tussen twee alternatieven, wat overigens veeleer zelden zal voorkomen in de praktijk. Wij kunnen ons in dergelijke gevallen zelfs gerust laten leiden door onze persoonlijke voorkeur, of kruis of munt spelen. Veeleer dan ons te verlammen, maakt een dergelijke situatie de keuze juist gemakkelijk: het kan immers niet verkeerd gaan.

    Spinoza heeft het over Buridans spreekwoordelijke of eponieme ezel zowel in zijn eerste gepubliceerde werk, een commentaar bij Descartes, als in zijn hoofdwerk, de Ethica (E2p49s). Daar maakt hij zich min of meer vrolijk over de veronderstelling van sommige filosofen dat men tussen twee evenwaardige dingen niet kan kiezen, en men dus daarover voor altijd onbeslist moet blijven, en omkomen zoals de ezel van Buridan. Spinoza zegt: ze doen maar; maar iemand die zo redeneert, is veeleer zelf een ezel dan een mens. Natuurlijk zijn er dergelijke mensen die hun verstand niet gebruiken, zoals zelfmoordenaars, zwakzinnigen, kinderen, krankzinnigen enzovoort.

    Wie blijft steken in een al te letterlijke interpretatie van de situatie van de ezel van Buridan, denkt niet zoals een mens die goed bij zijn verstand is, en is dus zeker geen filosoof, maar een ezel. Als we over filosofie niet meer weten dan dergelijke anekdoten en gedachte-experimenten, zijn we niet veel beter dan onze simpele langoor.


    Categorie:spreekwoorden
    Tags:filosofie
    08-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spinoza over de Islam

    Spinoza over de Islam

    De ervaring lijkt ons te leren dat het goed is voor de vrede en de eendracht dat men alle macht sterk concentreert. Er is geen enkel imperium dat zonder enige grondige omwenteling zolang heeft standgehouden als het Ottomaanse Rijk; in tegenstelling daarmee waren er geen die zo kortstondig waren of die zo door burgertwisten geteisterd werden als de volksdemocratieën. Maar als vrede neerkomt op slavernij, barbarij en verwoesting, dan is er niets erger voor de mens dan de vrede.

    Spinoza, Staatkundige Verhandeling, hoofdstuk 6, § 4.

     

    Men heeft zich sterk ingespannen om de godsdienst, of die nu waar was of niet, aantrekkelijk te maken, zodat iedereen die zou beschouwen als indrukwekkender dan om het even wat anders en men die godsdienst overijverig zou onderhouden met de grootst mogelijke getrouwheid. De Moslims hebben dat heel doeltreffend georganiseerd. Zij geloven namelijk dat het boosaardig is om zelfs over de godsdienst te discussiëren en vullen de hoofden van alle individuen met zoveel vooroordelen dat ze geen plaats laten voor gezond redeneren, laat staan voor twijfel.

    Misschien is dat wel het grootste geheim van een alleenheerschappij, en van essentieel belang daarvoor, namelijk de mensen in een bedrieglijke illusie aan zich te onderwerpen, en de angst die hen bevangt te verbergen onder de mooie naam van de godsdienst, zodat ze zullen vechten voor hun eigen slavernij alsof ze streden voor hun bevrijding, en niet van oordeel zijn dat het een vernedering is, maar wel de allerhoogste heerlijkheid wanneer zij hun eigen bloed vergieten en hun leven opofferen voor de glorie van een enkele persoon. Maar in een vrije samenleving is het niet mogelijk zoiets met succes te verzinnen of te betrachten. Het is immers helemaal in tegenstrijd met de gemeenschappelijke vrijheid om de vrije mening van een individu te binden met allerlei kluisters van vooroordelen en dwingelandij. Opstanden omwille van zogenaamd religieuze motieven kunnen ongetwijfeld enkel ontstaan omdat men wetten instelt over godsdienstige leerstellige zaken en omdat men geloofsovertuigingen onderwerpt aan vervolging en veroordeling alsof het misdaden waren, en men de personen die deze verboden overtuigingen huldigen vermoordt, niet omwille van het algemeen belang, maar vanuit de haat en de wreedheid van hun tegenstanders. Maar als de wetten van de staat ‘enkel misdaden verbieden en woorden vrij laten’ (Tacitus), dan kan een dergelijke afwijking zich niet als wettelijk uitroepen, en kunnen intellectuele disputen niet als staatsgevaarlijk beschouwd worden.

    Spinoza, Theologisch-Staatkundige Verhandeling, Voorwoord, § 6-7

     

    [Mijn tegenstander] zegt, dat ‘er mij geen enkel argument overblijft om te bewijzen dat Mohammed geen ware profeet was.’ Hij probeert dat af te leiden uit mijn verklaringen, terwijl echter daaruit klaar en duidelijk volgt dat hij een bedrieger was, aangezien hij de vrijheid die de ware godsdienst, geopenbaard door het natuurlijk licht en dat van de profeten, toestaat, en waarvan ik heb aangetoond dat ze geheel en al moet toegestaan worden, helemaal ontneemt; en zelfs mocht dit niet het geval zijn, dan vraag ik je: ben ik er soms toe gehouden om aan te tonen dat een of andere profeet vals is? Profeten moesten net aantonen dat zij waarachtig waren. En als hij daartegen aanvoert dat ook Mohammed de goddelijke wet verkondigde, en duidelijke tekenen heeft getoond van zijn zending, zoals de andere profeten hebben gedaan, dan is er voorwaar geen enkele reden meer waarom hij zou ontkennen dat ook hij een ware profeet was.

    Spinoza, Brief 43 over Van Velthuysen.

    Vertalingen © 2015 Karel D’huyvetters

     


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij
    05-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Piet Spigt (1919-1990), Nederlands humanist en vrijdenker (recensie)

    Bert Gasenbeek (redactie), Piet Spigt. Humanist onder de vrijdenkers en vrijdenker onder de humanisten, Humanistisch Erfgoed deel 18, Humanistisch Historisch Centrum, Papieren Tijger, 2014, 261 blz., foto’s. € 25 (paperback).

    Deze verzorgde uitgave is een eerbetoon aan Piet Spigt (1919-1990), een van de markante figuren uit de geschiedenis van het Nederlandse vrijzinnige humanisme in de twintigste eeuw.

    De eerste bijdrage brengt een evenwichtig, geslaagd portret van Piet Spigt, wat hem voor de lezer die niet vertrouwd is met de Nederlandse situatie aardig tot leven brengt. Vervolgens wordt dit portret aangevuld en geïllustreerd door talrijke uittreksels uit de vele geschriften van Spigt, geordend onder de titels Vrijdenken, Humanisme, en Multatuli. We leren er Spigt kennen als een zeer belezen autodidact en een gedreven vrijdenker, die zich bovendien na zijn dagtaak bij een grootbank onvermoeibaar inzette voor de georganiseerde vrijzinnigheid in Nederland, zowel in het verenigingsleven als in geschrifte.

    De afdeling Vrijdenken wordt afgesloten door een onopvallende, typische gelegenheidsbijdrage van Floris van den Berg. De afdeling Humanisme heeft als afsluiters enerzijds een onvoldragen bijdrage van Alfons Nederkoorn die bovendien stilistisch en taalkundig scherp contrasteert met de veelgeroemde schrijverskwaliteiten van Piet Spigt zelf; anderzijds een vlotte, warme en persoonlijke getuigenis van Rob Tielman.

    Atheïsten staan steeds voor een keuze: ofwel beleven ze hun overtuiging individueel, ofwel zoeken ze contact met anderen en engageren ze zich in de georganiseerde vrijzinnigheid, om zo een invloed te hebben op het maatschappelijk bestel. Piet Spigt heeft van meet af aan de beide opties gecombineerd. Hij heeft zijn leven lang gestudeerd zoals alleen een autodidact dat kan: fervent, extensief, verslindend, selectief, uitzwermend, en heeft zich zo ontwikkeld tot een zelfstandig denker en een overtuigd atheïstisch humanist. Maar hij heeft ook zijn hele leven gefunctioneerd binnen de humanistische organisaties, als lid en bestuurslid van verenigingen, als schrijvend medewerker aan tijdschriften, als opsteller van nota’s en rapporten, als spreker op bijeenkomsten, als deelnemer aan vergaderingen van commissies en werkgroepen allerhande enzovoort. Hij was een kamergeleerde, maar tevens een onverbeterlijke vergaderaar; een zorgzaam gedocumenteerd publicist en een geboren feestredenaar; een huisvader en een man die onvermijdelijk zelden thuis was.

    Wij krijgen slechts enkele aanduidingen in deze bundel van het karakter en het persoonlijk leven van Piet Spigt, maar de schrale aanwijzingen laten ons toe te vermoeden dat achter de flamboyant geklede publieke figuur een tragische figuur schuilging, die niet zelden de strijd met zijn demonen aanbond, en vaak die strijd verloor. Tragisch is voor Spigt een sleutelwoord in zijn filosofie en zijn levenshouding: het is de houding van de mens die vaststelt dat het leven hem niet altijd welgezind is en dat de mens niet in staat is om zijn drang naar idealen en zijn streven naar volmaaktheid tot een goed einde te brengen, maar die dat besef van intrinsieke onvolmaaktheid niet ziet als een reden tot defaitisme en pessimisme, maar als een uitdaging om van een misschien uitzichtloze situatie toch het beste te maken.

    Voor de Vlaamse lezer biedt dit boek een interessante en boeiende inkijk in de geschiedenis van de georganiseerde vrijzinnigheid in Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat wij in Vlaanderen toen ruimschoots achterop liepen, niet alleen in het vrijzinnig verenigingsleven, maar vooral ook in de maatschappelijke en politieke impact van de openlijke vrijzinnigheid. Zelfs vandaag nog blijkt de bijna integraal onkerkelijke Vlaamse bevolking te aarzelen om zich uitgesproken tot de vrijzinnigheid te bekennen die ze de facto aankleeft, zowel op individueel vlak als in het verenigingsleven, en dat ondanks de wettelijke erkenning en ruime subsidies die de vrijzinnigheid en haar organisaties gekregen hebben. Wat volgens dit boek in Nederland vanzelfsprekend lijkt, namelijk een normaal privaat en publiek leven als atheïst, van de wieg tot het graf, lijkt tot op vandaag in Vlaanderen veeleer de hoge uitzondering. Ook in die context stemt dit boek tot nadenken.


    Categorie:God of geen god?
    Tags:godsdienst, atheÔsme
    04-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.besparen op cultuur?

    De laatste tijd discussieert men in Vlaanderen fel over de plannen van de regeringen (zowel de federale als de Vlaamse) om ernstig te besparen op allerlei uitgaven die beschouwd worden als minder essentieel, laat ons maar zeggen: cultuur, bijvoorbeeld en in mindere mate ook de sociale zekerheid. Er moet meer aandacht, en ook meer geld, gaan naar wat dan wel als essentieel gezien wordt, bijvoorbeeld ondernemen en tewerkstelling. Dat komt niet goed aan bij mensen die niet rechtstreeks betrokken zijn in de economie in de strikte betekenis van het woord: de productie van goederen.

    Ik vroeg me af hoe het in België gesteld is met de verdeling van de tewerkstelling in de drie traditionele sectoren: de primaire (landbouw, veeteelt, bosbouw, visserij), de secundaire (de bewerkende en verwerkende nijverheid) en de tertiaire (diensten, vervoer en financiële verrichtingen). In 1846 was dat respectievelijk 50,9 - 36,3 – 12,2. Honderd jaar later, in 1947 was dat 12,5 – 48,6 – 38,6; een enorme verschuiving. In 2000 was dat nog meer spectaculair: 1,8 – 26,3 – 71,9. In 2009 werd dat enkel bevestigd: 1,8 – 23,4 – 74,9. Ik neem aan dat de cijfers voor 2014 die trend volgen: er zijn nog nauwelijks mensen tewerkgesteld in de landbouw en zo, niemand meer in de koolmijnen; slechts één op vier in de verwerkende industrie, zoals de autoassemblage, de olieraffinaderij en zo. De overgrote meerderheid van de arbeidende bevolking werkt in de dienstensector.

    Dat is een vlag die een grote en verscheiden lading dekt. Men deelt die soms in in commerciële en niet-commerciële diensten, en die laatste noemt men dan de quartaire sector: de openbare diensten en de door de overheid gesubsidieerde diensten.

    3.683.737

    3.669.497

    3.722.319

    3.748.674

    3.735.248

    15.195

    15.050

    16.631

    16.868

    16.653

    800.683

    767.236

    763.205

    765.004

    752.138

    1.467.536

    1.459.349

    1.487.686

    1.505.195

    1.503.118

    1.400.323

    1.427.862

    1.454.797

    1.461.607

    1.463.339

     

    In de bovenstaande tabel zie je de verdeling van de tewerkgestelden over de vier sectoren (verticaal) voor de jaren 2008 tot 2012 (horizontaal). Dat zijn merkwaardige cijfers, vind ik. Wij zijn nog nauwelijks bezig met het produceren van grondstoffen en goederen, en voor het overgrote deel met dienstverlening allerhande. Voor die diensten betalen we elkaar, of ze worden door de overheid betaald, dat wil zeggen door ons, via de belastingen op ons werk.

    Ik ben geen economist, ik ken daar zo goed als niets van. Maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat er bij die dienstverlening toch een goed deel activiteiten zijn die niet echt productief zijn. Neem nu defensie, het leger: dat is een zuivere kostprijs in het budget, en daar staat heel weinig tegenover dat men als winst zou kunnen beschouwen in het BNP. Idem voor de ongeveer 50.000 personen die tewerkgesteld zijn in de kunsten, het amusement en de recreatie. Het voordeel dat wij daarvan hebben is niet uit te drukken in geld, maar in economisch vagere termen als welzijn, cultuur, beschaving. Voor het onderwijs (387.000 personen) is dat duidelijker: goed gevormde en hoog opgeleide personen zijn in staat winstgevende beroepen uit te oefenen.

    Als men dus wil of moet besparen, zal men dat bij voorkeur doen in niet-winstgevende sectoren. Het leger is een gemakkelijk doelwit. We kunnen het desnoods ook zonder, of met een minimale bezetting, in samenwerking met bondgenoten. Maar dan? Er zijn meer dan een half miljoen mensen tewerkgesteld in de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening. Als men moet kiezen tussen die sector en de kunsten, het amusement en de recreatie, dan lijkt het nogal voor de hand te liggen dat men een grotere inlevering zal vragen van deze laatste groep dan van de eerste. Dat is een kwestie van prioriteiten. Niemand zal beweren dat cultuur niet noodzakelijk is, maar gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening zijn dat misschien toch iets meer nadrukkelijk. Een maatschappij zonder culturele instellingen is ondenkbaar, maar dat is ook niet de bedoeling van deze regeringen: iedereen moet besparen, maar sommigen net iets meer, niet veel, dan anderen.

    De keuzes die men daarbij maakt, moeten maatschappelijk gedragen zijn. Cultuur, zeker de zogenaamd hogere cultuur, zoals opera, ballet, ernstige muziek, musea etc. is vrij elitair, hoe men het ook draait of keert: de participatiegraad is er vrij laag en bovendien grotendeels beperkt tot mensen die het zich rustig kunnen permitteren om ervoor te betalen. En dus schroeft men de (royale) subsidies aan die instellingen enigszins terug, zodat ze gedwongen worden hun aanbod te beperken, of de kostprijs voor de gebruikers te verhogen. Beide opties lijken verdedigbaar.

    Ik neem de opera als voorbeeld. Ik houd van opera, ik ben ermee opgevoed vanaf mijn prille jeugd, via de radio. Later heb ik enkele keren kunnen profiteren van de sponsoring van enkele grote bedrijven die me uitnodigden om gratis een optreden bij te wonen. Ik beken: ik heb zelden of nooit betaald voor een bezoek aan de opera, en ik denk dat ik niet de enige ben die in dat geval is. Ik heb genoten van die zeldzame keren dat ik een opera live kon bijwonen, maar voor mij hoeft het niet echt. Ik kan genieten van de muziek alleen, op cd, of van video op dvd of via de televisie. Ik heb dus mijn twijfels over de noodzaak van een operahuis, of zelfs verscheidene operahuizen in Vlaanderen alleen al. Ik vind de muziek van Wagner geniaal, maar voor mij hoeft men de Ring niet elk jaar op te voeren in Vlaanderen, tenzij dat met beperkte middelen kan, wat blijkbaar niet het geval is, als we mogen voortgaan op de aberrante kost van recente producties. Kijk, zelfs als Wagner geniaal is, is dat nog een relatief begrip. Zijn muziek is niet de enige geniale, en naast muziek zijn er nog andere geniale dingen, zoals literatuur, wetenschap, beeldende kunsten enzovoort. Ik kan Wagner eigenlijk missen, als dat moet, maar dat moet gelukkig niet, want ik kan hem vrijwel gratis zien, in uitstekende omstandigheden, zonder dat hij hier bij ons regelmatig moet opgevoerd worden; ik kan hem op elk ogenblik bekijken en beluisteren, ingeblikt, jawel, maar dat is geen laatdunkende term: ik geniet echt van opera op het (niet zo) kleine scherm; er zijn zelfs rechtstreekse uitzendingen op groot scherm in filmzalen. Als men dus de Munt enkele miljoenen ontfutselt, dan bloedt mijn hart niet, en ik neem aan dat het aantal mensen die het verschil zullen merken klein, zeer klein is. Als men daarentegen gaat snoeien in de verzorging van zieken, personen met een beperking of hulpbehoevende bejaarden, dan is de reactie terecht veel groter en overtuigender. Dat maakt van mij nog geen cultuurbarbaar, meen ik. Als iedereen die nog nooit iets van Wagner gehoord heeft een cultuurbarbaar is, dan vrees ik dat de zogezegd niet-barbaren een heel klein groepje zijn.

    Cultuur is best mogelijk zonder de extreme budgetten die men er vaak aan spendeert. Ik weet het wel: aan kijksporten besteden we veel meer geld, en het salaris van een topvoetballer is een veelvoud van wat zelfs een operaster verdient. Maar dat is een andere kwestie, die te maken heeft met massa-evenementen, reclame en media. Cultuur speelt zich vaak af binnen veel kleinere afmetingen, bijvoorbeeld de huiskamer, met een goed boek, of een kamerconcert in een of andere geschikte zaal. Dat kan met zeer beperkte middelen, en dat is de cultuur waar ik van houd. Voor mij geen wereldsterren in cultuurtempels, geen rockconcerten met 80.000 anderen op een wei in Werchter.

    Ik zal dus doorgaan met mijn gratis ‘blog’, mijn bescheiden niet-gesubsidieerde bijdrage aan de cultuur met kleine c. Ik zal niets merken van de besparingen. En ik wens een aantal mensen uit de culturele wereld die nu zo op hun achterste poten gaan staan omdat ze minder kunnen uitgeven of zelfs minder verdienen iets van die bescheidenheid toe. Er zijn ongetwijfeld veel grote kunstenaars, en veel geniale persoonlijkheden, maar het zijn niet altijd de grootste die het meest aandacht krijgen. Al iets van Spinoza gelezen?

     

     

     


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij
    02-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gelukkig 2015!

    De langste nacht is weer voorbij

    Elke nieuwe dag brengt meer licht

    Straks zal de zon ons weer omarmen.

    Die zekerheden koesteren wij

    Terwijl we weten dat het duister

    Ook over de harten van de mensen ligt

    En het licht daar moeizaam daagt

    Moge het nieuwe jaar vervulling brengen

    Van onze moedige hoop en stoutste dromen.


    Categorie:poŽzie
    Tags:poŽzie


    Foto

    Inhoud blog
  • bindi, FGM en andere gebruiken
  • Seksualiteit
  • Oost west, thuis best?
  • Recensie: Het voordeel van de twijfel, Tim De Mey.
  • Gedichtendag 2015: Toby
  • Buridans ezel?
  • Spinoza over de Islam
  • Piet Spigt (1919-1990), Nederlands humanist en vrijdenker (recensie)
  • besparen op cultuur?
  • Gelukkig 2015!
  • Imagine...
  • Een zomer met Montaigne (recensie)
  • Dode materie en levende.
  • 300.000 bezoekers
  • Nicholas Carr, De glazen kooi (recensie)
  • Vrijheid en technologie
  • Vrijheid
  • Staken en betogen, of werken?
  • Es geht auch anders...
  • De twijfel van de atheÔst
  • Tom Kroon, De morele intuÔtie van kinderen
  • Flamenco!
  • Julian Baggini, De deugden van de tafel
  • Edward O. Wilson, The Meaning of HUman Existence
  • Vrijdenken
  • onze hoog-technologische samenleving
  • Tobit
  • De volmaakte priester bestaat niet.
  • La perfection n'est pas de ce monde.
  • Toby
  • Geloof of wetenschap?
  • Besparingen, nogmaals.
  • Besparen op cultuur?
  • Niemand kan twee heren dienen.
  • John Stuart Mill
  • Brief van de bisschop van Antwerpen aan de bisschop van Rome
  • Odette?
  • Onverzoenbaarheid
  • The windmills of your mind
  • Nogmaals: fatalisme en menselijke vrijheid
  • Aarschot, augustus 1914-2014
  • Pastoor Pieter-Jozef Dergent, 1870-1914
  • Yezedi's?
  • Een waanzinnige logica: de Hannibal Directive
  • ongewenst seksueel gedrag
  • Gaza: de grond van de zaak
  • Johan Braeckman, Darwins moordbekentenis
  • Vrijheid en determinisme
  • De blinde telescoop
  • Herakleitos, Alles stroomt (vert. Paul Claes)
  • Antisemitisme?
  • O'Hanlons Helden
  • Polarisatie in Vlaanderen
  • Voetbalgekte
  • Na de verkiezingen
  • Mestkevers?
  • Een eerbaar Vlaams nationalisme
  • Vlaams nationalist, ik?
  • Voor een democratisch Vlaanderen
  • Julian Barnes, The Sense of an Ending
  • Recensie: Ludo Abicht, DemocratieŽn sterven liggend.
  • Recensie: Paul Frentrop, Het jaar 1759.
  • Edward Elgar, Sea Pictures
  • De zoon van de priester
  • Verrijzenis
  • Adel
  • Mijn Spinoza-vertaling
  • Gij zult niet doden...
  • Seksualiteit: idealen en normen
  • The Oxford Handbook of Atheism
  • Hoe we overleven - Mark Rickerby
  • karabiner, musketon, volant en ruflettelint
  • Gedichtendag 2014
  • Antiklerikaal
  • verhitte internetdiscussie
  • Het kruis en de gekruisigde.
  • De seculiere samenleving - Patrick Loobuyck
  • Kweddelen!
  • Euthanasie in BelgiŽ
  • for whom the Bell tolls: exit Didier Bellens
  • De Zevende van Beethoven
  • God bewijzen - Stefan Paas en Rik Peels
  • De Verlichting als kraamkamer, Jabik Veenbaas
  • Recensie: De naakte perenboom. Op reis met Spinoza, Rudi Rotthier
  • In memoriam Luc Verbeke (1924-2013)
  • Gods dobbelstenen
  • Afwezig?
  • Rode kazuifels
  • Socialisme of sociaal-democratie?
  • Late Night Thoughts - Lewis Thomas
  • vrije universiteiten
  • slaagcijfers aan de universiteit
  • Islam, Nazisme en verdraagzaamheid
  • Mes tendres annťes
  • Caveat emptor!
  • De botten van Descartes - Russell Shorto
  • The Ends of Life - Keith Thomas
  • Goed en kwaad
  • Rebellen - Anne Morelli (red.)
  • Dick Swaab, Wij zijn ons brein
  • Topprestaties, onbehagen en liefde
  • Marius Engelbrecht, De onttovering van de waanzin
  • Siebrand en Hiemstra, Voetangels & Klemtonen
  • meikever
  • Evolutie, cultuur en betekenis - Tom Uytterhoeven
  • Pascal Smet of Pieter Wispelwey?
  • Herbetovering van de wereld - Michael LŲwy
  • de utopie van Martin Buber
  • Radicale secularisatie?
  • Economisch nationalisme - Olivier Boehme
  • Kerk en staat
  • bij een overlijden: Macbeth
  • Jacques Brel
  • Goudhaantje
  • ik en de anderen
  • het ruimere perspectief
  • haptonomie, hapschaar
  • Desiderata - Max Ehrmann
  • Crisis
  • Onze waarden? Of toch niet...
  • Democratie in BelgiŽ en in Vlaanderen
  • De eenden zijn terug!
  • Grootschaligheid
  • Sjostakovitsj' Lady Macbeth
  • carnaval
  • Liegen - Sam Harris
  • Verbeter je brein - Reinhoud de Jong
  • Gedichtendag 2013
  • De hulpelozen van de macht - Jean-Pierre Rondas
  • binaire klok
  • Aforisme
  • Sneeuw
  • standvogel
  • Spelen
  • het Belgisch koningshuis
  • keuzes maken
  • De avonden
  • In den beginne...
  • Zwart Vlaanderen volgens Lode Wils en Eric Defoort
  • Barbaren!
  • Spijt
  • God is niets omdat hij alles is (C. Verhoeven)
  • de niet zo schijnbare paradox
  • forum
  • Bevrijd van de dwang van de media
  • Het opgeheven vingertje
  • media-asiel
  • Een links complot?
  • seks
  • Is er dan een probleem?
  • Morgen gaan we stemmen!
  • Kwaad
  • Lees- en gespreksdag in Werchter
  • Vrijheid van mening
  • Dank je wel, Mr. Darwin!
  • het relatieve belang van de islam
  • Dichtbundel David Verstreken
  • N-VA racistisch?
  • N-VA extreemrechts?
  • Ian Robertson, Het winnaareffect
  • sanitaire stop
  • Champions League
  • Getuigen van Jehova
  • Het grote misverstand, nog steeds en alweer
  • blog writer's block
  • Olympisch goud
  • Levende wezens, dode materie
  • Onrust
  • Olympische spelen
  • de kogel is door de kerk, of net niet?
  • De goden. Cicero, De natura deorum
  • Voltaire, Satires, Les SystŤmes
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Ode aan Spinoza
  • koppiekoppie!
  • Uriel da Costa: bibliografie
  • Uriel da Costa's Testament in Nederlandse vertaling
  • Uriel da Costa, Een mensenleven als voorbeeld
  • Geluk in ruimer perspectief
  • pareidolia
  • Fluisterend atheÔsme
  • elk muntstuk heeft twee kanten
  • Goethe's Harzreise im Winter - Brahms' Alt-rapsodie
  • De receptie van Spinoza
  • Spinoza's Korte Verhandeling eenmaal, andermaal
  • nogmaals: 300.000
  • de begrafenis van God: Herman Philipse over godsdienstfilosofie
  • 300.000
  • de legende van UriŽl da Costa
  • vriendschap kent geen grenzen
  • de reisduif en de huismus
  • het grote misverstand
  • Een oude nieuwe Spinoza
  • De derde weg
  • Consequent?
  • geld
  • Seks als oorlog
  • de vogelen des hemels en de leliŽn in het veld
  • Nescio: wat Spinoza niet wist
  • Liefde


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!