NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Categorieën
  • etymologie (72)
  • ex libris (35)
  • God of geen god? (139)
  • historisch (27)
  • kunst (5)
  • levensbeschouwing (207)
  • literatuur (27)
  • muziek (68)
  • natuur (7)
  • poŽzie (75)
  • samenleving (192)
  • spreekwoorden (11)
  • tijd (11)
  • wetenschap (50)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • de blog van Lut
  • The Secular Web
  • Vladimir Nabokov
  • tweedehandse boeken
    Archief per maand
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Elke week zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geÔnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1300! De lijst van de categorieŽn bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    16-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Renť Willemsen, Het onvoltooide leven van Thomas (recensie)

    René Willemsen, Het onvoltooide leven van Thomas, Groningen: Uitgeverij Nobelman, 2017, 163 blz., soft cover 14 x 21 cm, ISBN 978 9491737251, € 19,50

    Spinoza duikt soms op waar je hem niet meteen verwacht, zoals in deze roman, de eersteling van Dr. René Willemsen. Spinoza-romans zijn er wel meer geweest, denken we maar aan recentere werken als Spinoza, un roman juif van Alain Minc (1999), Het raadsel Spinoza van Irvin D. Yalom (2012), The Spinoza Quartet van Bernard Susser (2013), Spinoza in Love van Martin Skogsbeck (2014), Het web van Spinoza van Goce Smilevski (2014). Ook Hoffmans honger van Leon de Winter (1990) verdient hier vermelding. Het genre is al veel ouder: Otto Hauser schreef zijn Spinoza-roman in 1907, die van E.G. Kolbenheyer, Amor Dei verscheen in 1908, die van Berthold Auerbachal in 1837. Het is nuttig daarbij een onderscheid te maken tussen geromanceerde biografiën en alternatieve geschiedenissen van Spinoza enerzijds, en anderzijds romans waarin niet de figuur maar het gedachtegoed van Spinoza aan bod komt.

    Het is in deze laatste groep dat we de roman, of de lange novelle van Dr. Willemsen moeten situeren. De auteur (°1953) is economist en werkte jarenlang in de financiële wereld. Dat is ook het milieu waarin het verhaal zich afspeelt. Het is het verhaal van de naoorlogse generatie, de kinderen die opgegroeid zijn zonder directe herinnering aan de gruwel en de ontbering van de Tweede Wereldoorlog, die de spectaculaire opleving van de economie en de verbetering van de levensstandaard meegemaakt hebben en de grondige veranderingen in het leven en het denken vanaf de jaren 1960. Niet het minst door de onderwijshervormingen, de langere schoolplicht en de democratisering van het hoger onderwijs is er een meer kritische jeugd ontstaan die zich, mede in reactie tegen het onheil van de eerste helft van de twintigste eeuw, afkeerde van de opgelegde zekerheden van Kerk en Staat. Dat resulteerde vaak in een vrij nihilistisch hedonisme en een vlucht in het bedenkelijk genot van verdovende en zogenaamd geestverruimende middelen, maar anderzijds niet zelden ook in nogal fundamentalistische maatschappijkritische gedweep. Veel van die jongeren werden echter later door de maatschappij gerecupereerd en groeiden uit tot typische babyboomers (Pim Fortuin, 1998).

    De auteur plaatst in zijn verhaal twee dergelijke generatiegenoten naast en tegenover elkaar. Ze hebben allebei mei '68 meegemaakt, maar zijn na een degelijke opleiding in de wereld van de hogere financiën terechtgekomen en hebben daar carrière gemaakt. Thomas, de eponieme hoofdfiguur, komt uit katholieke middens en blijft een leven lang worstelen met de traditionele waarden van zijn opvoeding en zijn milieu. Henri, de verteller, is al vroeg van zijn geloof vervreemd en heeft resoluut gekozen voor het ethische atheïsme dat hij vond in het gedachtegoed van Spinoza. Het verhaal speelt zich af in het begin van de 21ste eeuw maar volgt deze beide figuren tijdens hun hele leven aan de hand van flashbacks en beschrijvingen van pertinente en dramatische gebeurtenissen. Voor Thomas zijn dat evenveel onoplosbare problemen, botsingen tussen een moderne wereld en een aftandse en onmenselijke religieuze doctrine die zijn fragiele gemoedrust grondig verstoren. Voor de nuchtere Henri zijn het gelegenheden om tijdens lange natuurtochten zijn vriend te overtuigen van de zinloosheid van zijn gekweld geloof.

    Deze eerste roman van Dr. René Willemsen mag zeker geslaagd genoemd worden. De taal is verzorgd, stijlvol en levendig, het verhaal geloofwaardig en meeslepend, de figuren zijn accuraat en overtuigend geschetst in hun uiterlijke verschijning, hun leefwereld, hun gemoedstoestand en hun karakterontwikkeling. De Spinozistische overtuiging van de verteller komt niet kunstmatig over, maar veeleer als een verantwoorde en verwerkte volwassen levenshouding. Er zijn geen lange citaten of parafrases van het werk van Spinoza, maar de grondgedachten van zijn filosofie zijn op een degelijke manier verwerkt in een aantrekkelijke en doorleefde hedendaagse levensvisie. Voor de onbevooroordeelde hedendaagse lezer is het een herkenbaar relaas van de weg die elke bewust levende persoon gegaan is vanuit de ruïnes van de eigen jeugd en die met vallen en opstaan geleid heeft tot een realistische levensfilosofie die zowel intellectueel als ethisch verantwoord is. Dat voor velen Spinoza daarbij de ideale reisgids geweest is, mag ons niet verbazen. Er is een eeuwenlange traditie van dilettanti die zonder enige specifiek filosofische opleiding toch hun heil gevonden hebben in de betrouwbare eenvoud van Spinoza's uitzonderlijk rijke gedachtegoed. Dat dit ook in onze 21ste eeuw nog steeds het geval is, bewijst dit aantrekkelijke werk van Dr. René Willemsen op overtuigende wijze. Warm aanbevolen.


    Categorie:literatuur
    31-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Thomas van Aquino, Over het zijnde en het wezen (recensie)

    Thomas van Aquino, Over het zijnde en het wezen. Proeve van een ontologie, vertaling, inleiding en commentaar door Rudi te Velde, Eindhoven: Damon, 2017, 152 blz., hardcover 13 x 20,5 cm., € 19,90

    De inleiding omvat 28 bladzijden, de vertaling 48, de toelichting 59, de woordenlijst en bibliografie 6. Het is een verzorgde uitgave, compleet met leeslint en kapitaalbandjes. De tekst is gezet uit een goed leesbare letter, de bladspiegel met de vrij korte regels vergemakkelijkt het lezen. In plaats van de gebruikelijke koptitels zijn er hier voettitels die vooral opvallen door hun afwijkende schreefloze letter.

    De vertaler en commentator is de Nederlandse hoogleraar Rudi te Velde, verbonden aan de Universiteit Tilburg, die reeds verscheidene publicaties over Thomas bracht.

    Zoals in de inleiding vermeld wordt, is het werk geen eenvoudige lectuur, het vraagt inderdaad ‘nauwkeurige bestudering’. Het commentaar volgt niet na elke paragraaf of hoofdstuk, maar staat bijeen in het tweede deel van het boekje. Het lijkt echter raadzaam dat men na de inleiding meteen begint met het commentaar en pas daarna de vertaling ter hand neemt. Voor een werk geschreven rond 1250 is dat niet verwonderlijk. Niet-specialisten hebben vandaag de dag enige moeite met de terminologie en de stijl van het betoog. Zaken die toentertijd gemeengoed waren, zijn dat nu nog nauwelijks. Toch gaat het om belangrijke kwesties, al krijgen die in de huidige filosofische stromingen minder aandacht of worden ze op andere manieren geformuleerd.

    De titel zelf, De ente et essentia is op zichzelf al een uitdaging, ook voor de vertaler. Ens vindt men zelfs niet in een wetenschappelijk Latijns woordenboek, tenzij als participium van esse. Entia is de Latijnse vertaling van het Griekse ta onta, wat eveneens het participium is van eimi, zijn. Van Dale kent ‘zijnde’ evenmin. De vertaler verdedigt zijn keuze voor deze term, maar overtuigen doet hij niet, en dat blijkt voortdurend in de tekst, waar een vreemde term als ‘zijnde’ nauwelijks verhelderend is. Wellicht ware het beter geweest de term niet steeds door hetzelfde bevreemdende woord ‘zijnde’ te vertalen, maar door een woord dat in de context weergeeft waarover het gaat: een ding, een voorwerp, een zaak, een persoon, een individu, een levend wezen &c.

    Dezelfde moeilijkheid doet zich voor bij essentia. De keuze voor ‘wezen’ als vertaling is verdedigbaar, maar er zijn onmiskenbaar complicaties aan verbonden. Het wezen van iets is inderdaad dat wat het is, maar een wezen is eveneens iets dat is, en in die zin begrijpt men ‘wezen’ in het Nederlands spontaan als een vertaling van ens, en niet meteen als de vertaling van essentia, waarvoor men veeleer het voor de hand liggende ‘essentie’ verwacht. Teksten die op zich al behoorlijk ingewikkeld zijn, worden door de gemaakte keuzes soms ronduit onbegrijpelijk bij eerste lezing. Pas wanneer men zich dwingt achter zijnde en wezen de voor filosofen vertrouwde begrippen ens en essentia te denken, wordt duidelijk wat Thomas kan bedoeld hebben. Wie Latijn kent, grijpt na enkele bladzijden spontaan geërgerd naar de originele tekst en leest daar dan opgelucht verder.

    Er zijn nog meer termen die een lastige vertaling gekregen hebben. Zo wordt signatus vertaald als ‘aanwijsbaar’, zoals in materia signata. Uit de context blijkt dat het gaat om materie die een vorm (gekregen) heeft, in tegenstelling tot ruwe of primaire materie die geen vorm heeft. Het Aristotelische onderscheid tussen materie en vorm is voor de hedendaagse lezer al een kluif. Maar ‘aanwijsbare materie’ is daarbij niet echt verhelderend. Signare betekent bijvoorbeeld het munten van geldstukken: door er een vorm op te slaan gaan ze over van ruwe materie, bijvoorbeeld een klompje goud of zilver, tot een geldstuk met een bepaalde en herkenbare waarde. Materie die op die manier een vorm gekregen heeft, is niet zozeer aanwijsbaar, maar veeleer bepaald, bestempeld, gevormd, (her)kenbaar &c.

    Op een aantal plaatsen wordt ook het Nederlands geweld aangedaan. Zo is er een verbijsterende passage in het commentaar (blz. 104 en 106) over een mes: “Binnen de context van de ontbijttafel ‘verschijnt’ de mes (sic!) mij op een bepaalde manier…, terwijl dezelfde mes (sic!) mij geheel anders verschijnt &c.” En verder: ‘deze [mes] die daar ligt…’ Maar het is ook dit mes en dat mes en zelfs het mes: ‘wat buiten de identiteit van het mes als mes ligt (maar wat wel nodig is om deze (sic!) mes te identificeren).’ Is er een parallel taaluniversum waarin mes zowel een de-woord als een het-woord is?

    Als Vlaming bezondig ik mij bewust of onbewust aan vlamismen en erger ik me soms aan ‘hollandismen’. Maar wat moet je met een uitdrukking als ‘Thomas gaat elk van deze zijnsgraden bij langs…’? (blz. 135)

    Wier en wiens behoren tot de formele taal, maar zijn niet onderling omwisselbaar: ‘Er bestaat, ten eerste, iets zoals God, wier wezen het zijn zelf is’ (blz. 73) kan echt niet.

    ‘De individuatie van de ziel is bij haar begin afhankelijk ervan of zich de gelegenheid voordoet van een lichaam, want ze verkrijgt het individuele zijn alleen in het lichaam waarvan ze de akt is.’ (blz. 75) Dat is geen gesneden koek, maar de vertaling ‘ervan afhankelijk zijn of…’ is onbeholpen, en ‘akt’ is ‘act’.

    In het voorwoord noemt Rudi te Velde het werkje ‘briljant in zijn heldere en doordachte verklaringen van de ontologische basisbegrippen die ten grondslag liggen aan onze kennis van de werkelijkheid.’ Op de achterflap noemt men ‘Deze uitgave… een geschikte introductie tot het denken van Thomas’. Deze lezer heeft daarover zo zijn twijfels. In de argumenten van Thomas gaat het niet zelden om (termino)logische spitsvondigheden waarbij de band met de werkelijkheid soms ver zoek is. De auteur van het commentaar wijst er herhaaldelijk zelf op dat Thomas in dit werk nog niet tot zijn volledige maturiteit gekomen is en dat verscheidene kwesties veel uitvoeriger en duidelijker behandeld worden in zijn later werk. Wellicht bedoelt men dat dit vroege didactisch werkje door zijn bescheiden omvang van amper 48 bladzijden meer hapklaar is dan de Summa. Dat mag dan wel zo zijn, maar bij een goede inleiding tot het denken van Thomas stel ik me toch iets anders voor. Laat ons wel wezen: voor de belangstellende leek is deze tekst van Thomas vrijwel onverteerbaar; de inleiding en het commentaar lichten Thomas’ tekst zo goed mogelijk toe, maar doen nauwelijks aan externe of objectieve kritiek en duiding. Thomas is al te zeer verplicht aan het onderscheid tussen materie en vorm en dat onzalig dualisme verhindert een vruchtbare ontginning van de ontologische basisprincipes. Het geeft integendeel aanleiding tot vergezochte en nutteloze fantasieën over het werkelijk bestaan van onlichamelijke wezens (engelen…) en over de onsterfelijke ziel van de mens.

    Al bij al zal dit boekje vooral een publiek aanspreken dat al vertrouwd is met de middeleeuwse theologie en filosofie. Of die rari nantes behoefte hebben aan een nieuwe Nederlandse vertaling (naast die van Delfgaauw, 1986 en verscheidene andere in de gangbare internationale wetenschappelijke talen) is dan nog de vraag. Damon is een dappere uitgeverij.

     


    Categorie:God of geen god?
    Tags:filosofie
    29-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.What's in a name?

    What’s in a name? (Shakespeare, Romeo and Juliet)

    Nominalisme, idealisme, realisme, materialisme…

    Namen hebben niet echt belang: zoals Shakespeare zegt, zou de roos even lieflijk ruiken als ze een andere naam had, bijvoorbeeld meigui in het Chinees. Een appel is une pomme, een wolk a cloud. Maar hoewel de benamingen verschillen in de vele talen die er zijn, is er toch voor alles een naam, anders zou de wereld niet leefbaar zijn. In Genesis 2, 18-20 lezen we het al: ‘Jahwe God sprak: `Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past. Toen boetseerde Jahwe God uit de aarde alle dieren op het land en alle vogels van de lucht, en bracht die bij de mens, om te zien hoe zij ze noemen zou: zoals de mens ze zou noemen, zo zouden ze heten.De mens gaf dus namen aan al de tamme dieren en aan al de vogels van de lucht en aan al de wilde beesten; maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet.’

    Let wel: de mens geeft de dieren geen individuele naam, zoals mensen een eigennaam hebben; het gaat om soortnamen: aap, slang, arend, zwaluw. De benamingen die we gebruiken slaan dus op al de individuen van een soort. Maar wat is een soort? Het is een groep van individuen die een gemeenschappelijk kenmerk hebben. Dat kan een zeer algemeen kenmerk zijn, en dan is de soort heel uitgebreid en divers, bijvoorbeeld ‘levend wezen’. Of het kan een zeer specifiek kenmerk zijn, bijvoorbeeld ‘mens’, en uiteindelijk bedoelen we daarmee in de biologie dat het om een individu gaat dat zich met een menselijke soortgenoot kan voortplanten.

    Een individu draagt zo verscheidene namen, gaande van de meest algemene tot de meest individuele, de eigen-naam: Karel D’huyvetters. Misschien is er in de loop van de geschiedenis nog een persoon geweest met die naam (al heb ik daar geen weet van, terwijl er ongetwijfeld talrijke Piet Janssens en Jan Peters geweest zijn), maar dan nog was dat numeriek een andere persoon. De kans dat al de atomen die die andere persoon vormden nu opnieuw samengekomen zouden zijn voor een tweede incarnatie, is vanishingly klein. Maar zelfs in dat onwaarschijnlijke geval zou het nog een andere persoon zijn die in andere omstandigheden leeft en dus anders is. Er zijn al enkele honderden miljarden mensen geweest, waarvan er nu zeven miljard leven, en die zijn allemaal verschillend. En toch zijn het allemaal mensen. Er is dus een veelheid van verschillende individuen die allemaal dezelfde benaming hebben: mens, zij het in verschillende talen.

    Wat er in feite bestaat op een gegeven moment is een aantal individuele mensen. ‘De mens’ bestaat niet op dezelfde manier als Jan en Piet bestaan. Het is een naam. Die naam bestaat ook, als een klank die we voortbrengen en die we begrijpen, als een geschreven woord dat we herkennen, als een pictogram, een schilderij enzovoort, steeds onder een of andere materiële vorm. Die materiële vorm is echter zinloos indien er niemand is om die waar te nemen en juist te interpreteren. Als je niet weet wat meigui betekent, ben je niets met die zes letters. De materiële vorm is drager van een betekenis voor de waarnemer die op de hoogte is van de gemaakte afspraken.

    De vraag is nu of die betekenis op zich bestaat. Dat lijkt evident, maar dat bestaan is dan toch anders dan het materiële bestaan van de drager van de betekenis. Het begrijpen van de betekenis is een kennende activiteit van een waarnemer. Dat is een materiële activiteit van de hersenen, maar dat elektrochemisch proces is op zich even betekenisloos als de inkt op het papier. Enkel degene die denkt, begrijpt ook de gedachte. ‘Mens’ is een begrip. Begrippen bestaan en kunnen omschreven en gedefinieerd en gecommuniceerd worden. Maar hoe bestaan ze?

    Filosofen hebben daarover veel nagedacht en geschreven. Sommigen menen dat enkel de individuen bestaan, bijvoorbeeld de mensen, en dat het begrip ‘mens’ louter een hersenspinsel is, een gedachteconstructie. Anderen menen dat juist die begrippen werkelijk bestaan, of een hogere, eeuwige vorm van bestaan uitmaken, terwijl de vergankelijke individuen slechts tijdelijke belichamingen zijn van die ideeën. Nominalisten (van het Latijn nomen, naam) menen dat begrippen, en dan vooral zeer algemene en abstracte begrippen, niet echt bestaan, het zijn slechts namen die wij bedenken. Er zijn veel zaken die wit zijn, maar ‘wit’ bestaat niet op zichzelf, het is steeds een eigenschap van iets dat wel bestaat. De tegengestelde opvatting is dan een realisme over algemene en abstracte begrippen, en dat noemt men meestal een idealisme, omdat die denkrichting het werkelijk bestaan voorstaat van dergelijke ideeën.

    Sommige filosofen menen dat dergelijke algemene en abstracte begrippen niet aangetroffen kunnen worden in de wereld waarin wij leven, maar eraan toegevoegd worden door het menselijk inzicht. Het zijn gedachteconstructies die weliswaar gebaseerd zijn op onze waarneming, maar daaraan iets toevoegen dat niet aanwezig is in de zaken zelf. Als een biljartbal een andere aanstoot, zien we die eerste bal als de oorzaak van de beweging van de tweede bal. Maar in de werkelijkheid is er alleen een opeenvolging van gebeurtenissen, een fysieke verplaatsing van voorwerpen. Oorzaak en gevolg zijn termen die wij gebruiken om die gebeurtenissen te beschrijven en te verklaren. Het begrip ‘oorzaak’ of ‘gevolg’ bestaat niet in de natuur, het is een menselijke creatie.

    Dat is een heel abstracte manier van denken die wel enige inspanning vraagt, maar er zit wel iets in. Het begrip ‘mens’ is een veralgemening op basis van de kenmerken die we zien in alle individuen. Maar een mens die louter aan dat abstracte begrip beantwoordt, bestaat niet. Het is evident dat elke concrete mens veel meer is dan dat, en dat een concrete mens op een gans andere manier bestaat dan het abstracte begrip.

    Wat moeten we ons immers voorstellen bij het algemene begrip ‘mens’? Om goed te zijn moet de definitie ervan ondubbelzinnig beschrijven wat ‘mens’ betekent, als onderscheiden van elk ander begrip, zoals ‘dier’ of ‘steen’. Men kan dan trachten een volledige opsomming te geven van al de eigenschappen die men in een unieke combinatie aantreft in de mens, terwijl sommige van die kenmerken ook in andere wezens kunnen voorkomen. Men zal daarbij die kenmerken weglaten die als niet-essentieel beschouwd worden voor het mens-zijn, bijvoorbeeld de grootte, het gewicht, de huidskleur (al was dat niet altijd zo…), de kleur en de vorm van de beharing en nog veel meer. Uiteindelijk zal blijken dat het heidens moeilijk is om de essentiële kenmerken vast te leggen: hoe algemener het begrip, hoe minder inhoud het heeft. Wat maakt de essentie uit van een mens? De onderlinge verschillen zijn zo groot dat het moeilijk wordt om zelfs maar één kenmerk te noemen dat uitsluitend op de mens van toepassing is. Bijvoorbeeld: men zou kunnen stellen dat het vermogen om te spreken typisch is voor de mens. Maar niet alle mensen kunnen spreken en zelfs als ze dat kunnen, is dat vermogen bij sommigen zo onbetekenend dat men het nauwelijks als een essentieel kenmerk kan beschouwen. In de biologie deelt men levende wezens in op grond van hun mogelijkheid om zich onder natuurlijke omstandigheden met elkaar voort te planten en daarbij vruchtbare nakomelingen voort te brengen. Dat is weliswaar een uiterst nuttige afbakening van een soort, maar het is geen erg zinvolle omschrijving van een mens: een mens is zoveel meer dan een wezen dat zich voortplant met zijn soortgenoten, en de definitie geldt ook voor alle andere levende wezens. Wanneer beschouwt men een levend wezen als een mens? Als het zich op natuurlijke wijze kan voortplanten met een ander levend wezen en vruchtbare nakomelingen voortbrengen. Er zijn echter heel wat niet-natuurlijke manieren van voortplanting onder de mensen, en anderzijds zijn er heel wat mensen die zich nog niet of niet meer kunnen voortplanten of dat niet willen of wensen: zij dat dan geen mensen? Mijn partner suggereerde deze definitie: een mens is een wezen dat geboren wordt uit een mens. Dat is een prachtige en zeer bruikbare definitie, maar ze verlegt het probleem alleen maar: wanneer kunnen we zeggen dat iemand een mens is waaruit dan een andere mens kan geboren worden?

    In feite zijn onze begrippen inderdaad veralgemeningen en omschrijvingen van de werkelijkheid in al haar verscheidenheid. Elk wezen, elk ding is uniek. Niet alleen is het ‘numeriek’ uniek, dat wil zeggen dat het in zijn bestaan uniek is: het bestaat op een bepaalde plaats en op een bepaald moment; het is ook uniek van vorm en samenstelling, er zijn geen twee werkelijk totaal identieke voorwerpen of wezens. Elke definitie die we zouden bedenken van ‘mens’ zou ontoereikend zijn om de uitzonderlijk rijke uniciteit van een bepaalde mens uit te drukken. Het is echter wel nuttig dat wij ons algemene begrippen vormen en daarover met elkaar in gesprek gaan om ze zo nauwkeurig mogelijk te omschrijven, maar ze zijn niet meer dan dat: omschrijvingen vanuit een bepaald oogpunt. Wanneer men bijvoorbeeld een universele verklaring van de rechten van de mens gaat opstellen, is het noodzakelijk dat men zo goed mogelijk bepaalt wat men bedoelt met ‘mens’, want van die omschrijving zal het afhangen of iemand zich op die universele rechten kan beroepen.

    Toch is er iets dat wringt in die manier van denken. Het is niet omdat een begrip iets anders is dan een concreet bestaand individu dat een begrip niet zou bestaan. Er zijn evident verschillende manier waarop iets kan bestaan, en dat begrippen bestaan, kan niemand betwisten. Maar er is meer. Begrippen zijn niet zomaar hersenspinsels of toevallige afspraken. Ze zijn gebaseerd op de waarneming, op herhaalde en nauwkeurige waarneming, op beredenering, overleg, bijsturing, nuancering, verificaties, twijfel, argumentering en discussie. Zeker, er zijn ook dwaze of gebrekkige ideeën. Maar het is niet omdat men eeuwenlang gedacht heeft dat de zon om de aarde draait, of dat de aarde plat is, dat dat ook zo is. Sommige ideeën zijn niet meer dan hersenspinsels, maar de meeste van onze ideeën zijn heel veel meer dan dat. Ze hebben een fundamentum in re, ze zijn gegrond op de werkelijkheid. Wat ze zeggen over die werkelijkheid is geen verzinsel, maar een redelijk accurate weergave van hoe de werkelijkheid werkelijk is. Een sprekend voorbeeld daarvan is onze technologische wereld. Voortgaand op een wetenschappelijke benadering en bevraging van de wereld zijn wij in staat om met de materialen die wij in de wereld aantreffen verbazingwekkende zaken te realiseren die zonder menselijke tussenkomst niet zouden kunnen gebeuren, of niet in die mate. Dat komt omdat wij niet zozeer met ons verstand iets toevoegen aan de werkelijkheid, maar de eigenschappen van het universum adequaat onderkennen. Oorzaak en gevolg is niet zomaar een arbitraire gedachteconstructie, het is een natuurwet, een vaste manier waarop de werkelijkheid bestaat. Wit is niet zomaar een woord, het is een afgesproken beschrijving van een definieerbare en meetbare eigenschap van het licht. En de definitie van een mens als ‘een levend wezen dat zich kan voortplanten met een andere mens’ is een concrete werkelijkheid, niet zomaar een waanidee. Zeker, alle wetmatigheden en begrippen die op inductieve wijze tot stand komen, dat wil zeggen louter door observatie, zijn tentatief en dus precair; het volstaat dat er een waarneming is die ervan afwijkt opdat de regel zou vervallen. Maar wij gaan ook deductief te werk, wij zijn in staat om op basis van bestaande vastgestelde wetmatigheden logische conclusies te trekken die geldig blijken zijn. Als we sommige resultaten van de werktuigkunde en de elektronica bekijken, of de spectaculaire verwezenlijkingen van de architectuur, of de vele manieren om energie op te wekken, of de ruimtevaart, kunnen we niet anders dan besluiten dat onze wetenschappelijke benadering van de werkelijkheid grotendeels klopt.

    Dat kan men ook zeggen van begrippen als vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid, medemenselijkheid. Op basis van filosofisch onderbouwd redeneren kan men tot conclusies komen die niet zomaar afspraken zijn, maar die een grond hebben in de werkelijkheid. Het is werkelijk zo dat handelen volgend dergelijke principes bijdraagt tot de manier waarop de werkelijkheid, onze werkelijkheid, bestaat.

    Onze begrippen bestaan dus niet alleen als abstracte ideeën die wij ons vormen, ze zijn tevens aanwezig in de werkelijkheid, ze zijn de begrijpelijke manier waarop de werkelijkheid is. Indien het universum chaotisch was, zouden we vruchteloos proberen te achterhalen hoe het ineen zit en wat ermee te doen valt. Dat is waarover Einstein zich blijvend verwonderde: dat het universum zich leent tot begrijpen, dat de natuurwetten uitgedrukt kunnen worden in logische en mathematische formules, dat er een wetenschappelijke manier is om over het universum te spreken, dat abstracte en universele begrippen wel degelijk bestaan en zeer bruikbaar en zelfs noodzakelijk zijn voor de mens en voor de samenleving.

    Een nominalisme dat onze intellectuele verwezenlijkingen reduceert tot niet meer dan loze spielereien van het povere menselijke verstand is blind voor de noodzakelijkheid van de eeuwige natuurwetten. Een idealisme dat de werkelijkheid verguist en enkel heil ziet in een bovennatuurlijke wereld van abstracte begrippen is even blind voor de daadwerkelijke en ordelijke realiteit van het universum. Het universum is materieel reëel en het is niet chaotisch maar ten gronde begrijpelijk. Het menselijk verstand is wel degelijk bij machte om die noodzakelijke ordening ten minste gedeeltelijk te doorgronden door actief rationeel na te denken en te handelen en een beschaving uit te bouwen waarin onze gedachten en begrippen als memen gebruikt en gekoesterd worden in het collectieve bewustzijn en geheugen, en veilig bewaard en overgeleverd worden op talloze materiële dragers.

     


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:filosofie
    19-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spinoza: Ethica

    Ik heb het genoegen  hierbij de publicatie aan te kondigen van mijn jongste werk:

    Spinoza: Ethica, uit het Latijn vertaald en toegelicht, deel 1 vertaling, 256 blz., deel 2 toelichting, 432 blz. Werchter: Uitgeverij Coriarius, 2017.

    Met deze nieuwe uitgave wordt Spinoza’s meesterwerk toegankelijk gemaakt voor een ruim Nederlandstalig publiek.

    Uitgeverij Coriarius publiceert dit werk zonder winstoogmerk, zodat de prijs heel bescheiden kon blijven: € 32 verzendkosten inbegrepen; voor Nederland € 35.

    We bieden het werk nu tijdelijk aan:

     

    uitzonderlijke introductie- en vriendenprijs

    € 25 verzendkosten inbegrepen; voor Nederland € 28

     

    voor de beide delen samen, die niet afzonderlijk verkocht worden.

    Eenvoudig te bestellen bij Uitgeverij.Coriarius@telenet.be. Een mailtje met opgave van het leveringsadres volstaat.

     

     Spinoza: Ethica uit het Latijn vertaald en toegelicht


    Categorie:levensbeschouwing
    02-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Patrick Lateur (vert.), Goden. 150 epigrammen uit de Anthologia Graeca

    Van Patrick Lateur, de gereputeerde vertaler van nota bene de Ilias én de Odyssee van Homeros, verscheen heden bij Damon ‘Goden. 150 epigrammen uit de Anthologia Graeca’. Die Anthologia is een immense verzameling van Griekse verzen, of verzen in het Grieks, uit een periode van meer dan duizend jaar, van de vroegste dichters uit het antieke Griekenland tot de allerlaatste stuiptrekkingen van het antieke Rome. Deze selectie uit de Anthologia volgt op eerdere bloemlezingen van de auteur rond Plato (P., 2006), over dichters (Voltaire, 2009) en over filosofen (Damon, 2009). De gedichten in dit boek verschenen als een werk in wording op de Facebook pagina van de auteur in wekelijkse afleveringen, maar zijn hier nu nuttig en zelfs nodig voorzien van een algemene inleiding, verklarende aantekeningen bij de teksten en registers op naam van de dichters, op eigennamen die voorkomen in de tekst en op de nummering van de epigrammen.

    Voor de allicht zeldzame lezers die op school Grieks geleerd hebben, is het een aangenaam weerzien van gedichten in het oorspronkelijke Grieks dat de vertaling telkens voorafgaat. Het roept milde herinneringen op aan de vele uren die we aangenaam doorbrachten in een klas met een beperkte groep nieuwsgierige leerlingen, geschaard rond een begaafde en begeesterde leermeester om zo de rijkdom van die cryptische lettertekens en die vreemde woorden te onthullen.

    Het hoeft niet gezegd, maar de vertalingen zijn zoals steeds bij Patrick Later voorbeeldig vlot leesbaar gesteld in een fris en ongekunsteld hedendaags Nederlands, met behoud van de typische zeggingskracht van het origineel.

    Epigrammen ontstonden bij verschillende gelegenheden: op een gedenksteen op de plaats waar een belangrijke overwinning behaald werd op de vijand, in een haven om de goden te danken voor een behouden aankomst of hun zegen af te smeken bij een gevaarlijke zeereis, bij een beroemd beeld of schilderij, op een votiefgeschenk dat men achterliet aan een bron of een lieflijke plaats, op een vogelschrik (meestal een uitdagende Priapos), of als een grafschrift.

    De selectie die de auteur maakte voor deze uitgave heeft de goden als rode draad: de Griekse goden vanzelfsprekend, met uitzondering van enkele christelijke epigrammen aan het einde van het boek. Enige kennis van de Griekse mythologie is dus noodzakelijk voor een goed begrip; de aantekeningen zijn immers summier. Sommige gedichten zijn niet meer dan stereotiepe parafrasen op bekende mythologische thema’s zoals de keuze van Paris, of de escapades van Zeus. De goden van de Griekse en Romeinse oudheid zijn niet te vergelijken met de christelijke goden (Vader, Zoon, Heilige Geest), maar veeleer met Maria en de bonte schare van Roomse heiligen die men voor allerlei zaken aanriep en dankte. Het was een gemeenschappelijk cultureel erfgoed veeleer dan een ideologische godsdienst zoals het jodendom, het christendom of de islam. In de verzameling prijken echter ook echte pareltjes, waarin achter de gebruikte beeldspraak diepmenselijke inzichten en ervaringen schuilen die de lezer verrassen door hun onthutsende directheid. Zo wordt de liefde, of liever de verliefdheid ervaren als een vuur dat het slachtoffer verteert dat getroffen wordt door de pijlen van Eros. Het zijn vooral die vaak korte gedichtjes die deze bundel tot meer maken dan een leuke verzameling van goed vertaalde Griekse gelegenheidspoëzie. Hier horen we de stem van de antieke dichter die haar oorspronkelijke emotie verwoordt en ervaren we prangend de verrassend moderne vertolking van deze onsterfelijke poëzie.

    Patrick Lateur (vert.), Goden. 150 epigrammen uit de Anthologia Graeca, Eindhoven: Damon, 2017, 200 blz., paperback, € 18,90.

    Afbeeldingsresultaat voor lateur goden


    Categorie:poŽzie
    01-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ter inleiding bij de tentoonstelling van Lut in De schuur van A, 9 september 2017

    ‘De tentoonstelling 'Met taal van lijnen en vlakken' is het resultaat van een zoektocht naar de essentie van vorm en inhoud. Hoe kan je in lijnen en vlakken vorm geven aan wat zich in het menselijk bewustzijn, voorbij het individuele en het anekdotische, als grondervaring aanbiedt in een universele taal.’

    ‘In den beginne schiep God hemel en aarde, en de aarde was zonder vorm en leeg…’. Dat moet zowat het gevoel zijn van de kunstenaar voor het lege doek of blad, een ware horror vacui, de angst voor het lege. Als een god zegt de mens dan: laat er licht zijn, en ziet dat het licht goed is. Vervolgens verdeelt de mens de ruimte tussen licht en duisternis. Door het aanbrengen van lijnen en vlakken in zwart/wit of kleuren creëert de kunstenaar een wereld waar voorheen alleen leegte was. Lut De Rudder weet alles van lijnen. Sinds jaren trekt ze elke dag ontelbare lijnen op het blad. In een van haar cycli bestaat het kunstwerk uit één enkele lijn. Op het tweede werk waren er twee, enzovoort. Als drie lijnen elkaar kruisen, ontstaat een driehoek, een merkwaardige figuur die talloze vormen kan aannemen, maar waarvan de drie hoeken samen altijd twee rechte hoeken vormen. Van een vierkant, een ruit, een rechthoek vormen de vier hoeken samen altijd vier rechte hoeken. Van een cirkel liggen alle punten op dezelfde afstand van het middenpunt. Met die eenvoudige vlakke figuren experimenteert Lut onverdroten, steeds weer licht en donker en kleur variërend in afmetingen en verhoudingen en invulling. Het brengt haar tot rust, ze vindt zin en evenwicht in de pure essentie van de strakke vlakken en de lijdzame lijnen die het blad indelen en tot leven brengen in steeds nieuwe vorm en betekenis.

    Maar er is meer in onze wereld dan alleen de drie elementaire vormen: driehoek, vierhoek, cirkel en de vormen die resulteren uit hun overlappingen. Er zijn meer complexe vlakken, triskaidecagonen en nog veel ergere tongbrekers. En naast allerlei regelmatige is er ook een oneindige reeks van onregelmatige veelhoeken. Wanneer we de rechte lijn en de zuivere cirkel verlaten, opent zich een universum van combinaties van gebogen lijnen. Wanneer we het pure zwart verlaten dat het wit wit maakt en het oneindige spectrum van kleuren erbij halen (de mens kan tot 100.000 verschillende kleuren onderscheiden), bevinden we ons in de wereld van de schilderkunst. Zo gaan we van de uiterste abstractie tot de meest intense en sublieme complexiteit. De kunstenaar maakt de keuzes die ons verwonderen, verbazen, fascineren en ontroeren.

    Spinoza, de filosoof die in Nederland leefde van 1632 tot 1677, maakte een soortgelijke redenering over de mens. De mens maakt deel uit van de wereld en bestaat uit hetzelfde materiaal als alle andere wezens en wordt dus beheerst door de strakke natuurwetten die de materie beheersen tot in de ijle wereld van de subatomaire elementaire deeltjes. De mens is echter geen muon, geen boson of quark, maar een uiterst complex levend wezen, en daarvoor gelden naast de zeer algemene bovendien meer complexe natuurwetten, die alleen voor levende wezens en zelfs alleen voor mensen gelden. Maar het blijven natuurwetten, er is wel verregaande complexiteit, maar geen chaos. We kunnen over emoties spreken zoals over lijnen, vlakken en lichamen, zegt Spinoza. Omgekeerd kan men zeggen dat een begenadigd kunstenaar door eenvoudige lijnen en sobere vlakken te tekenen of door subtiel geraffineerde composities te maken in vorm en kleur, pure emoties of complexe gevoelens kan oproepen.

    Spreken is tekenen en schilderen met woorden. We kunnen onze gevoelens formuleren in freudiaanse analyses, in meetkundige stellingen of in meer poëtische bewoordingen. Ik verkies te eindigen op die laatste manier met een gedichtje dat ik schreef voor Luts verjaardag:

    Toen onze wegen woelig kruisten

    in de nare nazomer van ons leven

    dachten we aan samen oud worden

    en bijna berustend stilaan sterven

    we hebben elkaar de ruimte gegeven

    om moedig nieuwe wegen in te slaan

    de milde michielszomer van ons late leven

    waarin het leven weer barst en bruist

    genadig wenkt de herfst in gulle gloed

    hand in hand gaan we dankbaar samen

    de schaduw van het afscheid tegemoet.

    Karel D’huyvetters, 9 september 2017


    Categorie:kunst
    Tags:tentoonstelling, kunst
    24-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paul Claes, SIC, mijn citatenboek
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Uitgeverij Coriarius

     

    Paul Claes, SIC. Mijn citatenboek, Werchter: Uitgeverij Coriarius, 2017, 128 blz., 12,5 x 20 cm, softcover.

    Een treffend citaat is een formule die wat we vaag vermoeden definitief onder woorden brengt. Als een verbale vuursteen slaat het vonken van verbazing.

          Dit citatenboek is de weerslag van een halve eeuw verwonderd lezen. Als student begon Paul Claes bij zijn lectuur zinnen te noteren die hem bijzonder opvielen. Om enige orde in de chaos te scheppen rangschikte hij de citaten thematisch.

          Wie citeert, eigent zich toe. Deze collectie is dan ook een geestelijke biografie. Door alle vreemde citaten te vertalen, heeft de verzamelaar ze tot eigen woorden gemaakt. Door ze een voor een te overwegen kan de lezer ze veranderen in eigen gedachten.

     

    Paul Claes (Leuven 1943) is een even vruchtbaar als veelzijdig romancier, dichter, essayist, pasticheur, criticus, vertaler en bloemlezer. In 2017 verscheen zijn honderddertigste boek.

     

    'Paul Claes - de scherpzinnigste lezer van Noord en Zuid' (Kees Fens)

    Verkoopprijs € 12,50 (verzendkosten inbegrepen).

    Tijdelijke introductie- en vriendenprijs:

    € 9,90 verzendkosten inbegrepen.

    Bestel bij Uitgeverij Coriarius: uitgeverij.coriarius@telenet.be

    Uitgeverij Coriarius, Hogeweg 78, 3118 Werchter

    0486 273784 bankrekening BE40 9731 6405 9063


    Categorie:poŽzie
    12-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Facebook

    Het leek een leuk idee, Facebook. Na enkele jaren alles gezien te hebben dat vrienden, kennissen en onbekenden me bewust of onbewust toestuurden, heb ik voor een aantal ‘vrienden’ de informatiekraan dichtgedraaid: we zijn nog wel vrienden, maar ik volg hen niet meer, omdat ik hun berichten niet interessant vind en je nu eenmaal niet alles kan lezen. Een ander aspect van Facebook is het aanbod aan spectaculaire en aangrijpende beelden en video’s. Je blijft er met verbazing naar kijken, soms met tranen in de ogen. Maar de laatste tijd bekijk ik die zaken wat argwanender. Van sommige video’s zie je meteen dat ze in scène gezet zijn. Bij andere is dat minder duidelijk. Zo was er eentje over een klein reptiel dat gered was uit een zwembad en met veel moeite gereanimeerd werd. Leuk, maar even later was er een gelijksoortig filmpje, maar nu met een eekhoorntje dat gered werd op identiek dezelfde manier. Dan denk je: hé, dat heb ik nog gezien, en je begint je af te vragen of men niet eerst die beestjes half verdronken heeft om dan een filmpje te kunnen maken over hun redding. En als het niet lukt, gewoon nog eens proberen tot je een filmpje hebt dat miljoenen views en likes krijgt. Zo ook met herten die met hun gewei vastgeraakt zijn, dieren die uit kolkende rivieren gered worden of door het ijs gezakt zijn, verwaarloosde honden die miraculeus herstellen enzovoort. Deze morgen was er eentje over een kerel die een scam, een telefoonoplichter van antwoord diende. Het leek echt, maar dan dacht ik aan die andere kerel die naar een school belde om een schooluniform te vragen en zich voordeed als een vierjarige peuter.

    Met andere woorden: wat is er echt op FB en wat is fictie? Zijn de honderdjarigen die een like vragen wel honderd? Zijn de chemo-kinderen wel ziek? Zit Jan met de pet wel degelijk aan de Azurenkust? Is die zonsondergang wel op Santorini, en is tante Julia echt daar? Is nonkel Edmond echt de Ventoux opgereden? Is dat echt het bord van die verre vriend in dat leuke restaurantje? Is dat wel dezelfde hond? Misschien wel, maar het probleem is dat je het onmogelijk echt kan weten. Facebook of Fakebook?

    De vraag is dan enerzijds: heeft het belang? Zo’n redding van een dier is echt wel spannend om te bekijken, zelfs als het opgezet spel is. Maar anderzijds: hoe ver zal men nog gaan? Hoeveel dieren moeten er sneuvelen voor enkele minuten FB-vermaak of YouTube-sensatie? Filmpjes maken is een industrie geworden waar mensen grof geld mee verdienen. En: waar zijn we in hemelsnaam mee bezig, zowel wij die naar die filmpjes en foto’s zitten te kijken, als zij die ze maken? Hebben we echt niets anders en beters te doen? Tijd voor bezinning over mijn Facebook-activiteiten dus. Er zijn interessante aspecten aan, maar er is ook massaal rommel aanwezig en het is niet gemakkelijk die te vermijden.


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij, samenleving
    11-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De heilsstaat is niet voor morgen.

    Er gaat bijna geen dag voorbij dat er in de media geen bericht verschijnt over schrijnende toestanden in de zorgsector. Er zijn te lange wachtlijsten voor zowat alle voorzieningen. Veel zorgbehoevenden van jong tot oud vallen tussen de mazen van het vangnet. De zorgverstrekkers zijn zwaar overbevraagd. Nochtans spendeert de staat miljarden: het beschikbaar Belgisch budget gezondheidszorg alleen al is in 2016 ruim 23 miljard euro. Het budget sociale bescherming bedraagt ruim 50 miljard. Als je dat verdeelt over 10 miljoen Belgen betekent dat 7.300 euro per persoon. De staat betaalt dus enorme sommen aan onze zorg. Wij menen dat wij recht hebben op die subsidies. We vinden het maar normaal dat de staat voor ons zorgt. Dat we daar uiteindelijk zelf voor betalen via de belastingen, daar staan we niet bij stil. Toch kan men zich de vraag stellen of we alle zorg van de overheid moeten verwachten. Zijn staatsinstellingen of instellingen die bijna uitsluitend gefinancierd worden met staatssubsidies het best geschikt om zorgen te verstrekken? Moeten we met al onze problemen naar een of andere staats- of gesubsidieerde instelling? Kan de verzorgingsstaat al onze problemen oplossen? Mogen we van de staat verwachten of eisen dat die alle problemen voorkomt of oplost?

    Het is duidelijk dat we nog niet in die sociale heilsstaat leven. Maar zowat alle politieke partijen en alle belangengroepen lijken ervan uit te gaan dat de maatschappij slechts dan optimaal zal functioneren wanneer er voor elk probleem een oplossing voorhanden is, en er dus uiteindelijk alleen nog maar volmaakt gelukkige mensen zijn, die in optimale omstandigheden leven op alle gebied. Of anders gezegd: dat men alleen gelukkig kan zijn als men onbezorgd in optimale omstandigheden leeft, en dat men noodzakelijkerwijs ongelukkig is als dat niet het geval is.

    Of we ooit die hemel op aarde zullen realiseren, is uiterst twijfelachtig als we voortgaan op de huidige toestand. We zijn zo ver verwijderd van dat ideaal dat het niet realistisch lijkt te verwachten dat we het ooit zullen bereiken. We maken grote vooruitgang op sommige gebieden, maar natuurrampen veroorzaken nog altijd enorme schade en veel menselijk leed, om nog te zwijgen van de eindeloze gewapende conflicten overal ter wereld. Opiniemakers willen ons doen geloven dat er voor alles een oplossing is als we hun (tegenstrijdige) raad opvolgen. Men creëert zo de verwachting dat het ideaal wel degelijk bereikbaar is en dat de huidige toestand slecht is omdat men niet genoeg inspanningen levert of niet de juiste maatregelen treft. Dat zorgt voor een chronisch ongenoegen bij zowat iedereen, waarbij iedereen beschuldigend de andere als verantwoordelijke aanwijst voor de onrechtvaardige bestaande toestanden. Vooral de linkse ideologieën spannen daarin de kroon. Het is nooit genoeg, het is nooit goed. Wie weinig heeft, moet meer krijgen en dat moet uiteraard komen van wie te veel heeft. Iedereen moet een menswaardig bestaan leiden, en het is de overheid die dat moet garanderen. Dat leidt uiteindelijk tot communisme, waarbij alle inkomsten van de burgers doorgestort worden aan de staat, die instaat voor alle voorzieningen. Wij hebben gezien tot welke wantoestanden dat leidt, in de Sovjet-Unie en andere communistische experimenten. Het probleem met het communisme en het socialisme is dat uiteindelijk toch iemand moet bepalen hoe het werk en de middelen verdeeld worden, en de personen die dat gezag in handen hebben zijn nog altijd mensen die zich kunnen vergissen. Als er een volmaakt communistisch systeem zou bestaan waarin niemand ooit een verkeerde beslissing neemt, dan zou dat inderdaad de heilsstaat opleveren. Maar ook dat is een utopie, iets dat nergens bestaat en ook niet kan bestaan. Een utopie is een gedachte-experiment, geen blauwdruk voor een reële maatschappij.

    Enkele voorzichtige conclusies. Laten we een gezond scepticisme aan de dag leggen tegenover politici en ideologen die de hemel op aarde beloven: als het zo eenvoudig was om dat te realiseren, dan was het al lang gebeurd. Laten we niet te gauw denken dat de huidige toestand ‘onaanvaardbaar’ is: meestal kunnen we niet anders dan die aanvaarden, en proberen om die beter te maken. Laten we niet te veel rekenen op de overheid: als we zelf een probleem aanpakken, hoeven we niet te betalen om het door een dure instelling te laten oplossen. Laten we niet te gauw denken dat er voor alles een voor de hand liggende oplossing is: het samenleven van zeven miljard mensen is geen simpele zaak. Laten we naast rechtvaardigheid vooral ook onze vrijheid nastreven: wie alleen maar doet wat anderen voorschrijven, maakt zich afhankelijk van die anderen voor de realisatie van het eigen welzijn en welbehagen. Sapere aude! Durf zelf na te denken.


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij, samenleving
    05-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paul Claes: Catullus, Lesbia (recensie)

    Catullus, Lesbia. Verzen over liefde en spot, vertaald door Paul Claes, Amsterdam: Athenaeum–Pollak & Van Gennep, 2017, 270 blz.,  € 17,50 (pb 20 x 12,6 cm).

    Paul Claes en Catullus, een onafscheidelijk duo, a match made in heaven…

    Niet voor het eerst waagt Paul Claes zich aan het vertalen van de verzen van Catullus. Deze ruime selectie uit de 116 Carmina beslaat 108 korte gedichten, telkens met de Latijnse tekst tegenover de moderne Nederlandse vertaling. Het boek vangt aan met een inleiding die eerst de verhouding schetst tussen Catullus en zijn geliefde Lesbia, en vervolgens een korte toelichting geeft bij het systeem van de concatenatio, de ordening van de gedichten. Claes schreef daarover een baanbrekende monografie: Concatenatio Catulliana. A New Reading of the Carmina (Amsterdam: J.C. Gieben, 2002). De inleiding vervolgt met een korte toelichting bij de vertaling en bij de overigens uiterst verzorgde en nuttige aantekeningen (blz. 245-268). Het boek sluit af met een bondige bibliografie.

    Voor de hedendaagse lezer is Catullus een uitdaging. Wie tijdens de secundaire studies al kon kennismaken met zijn poëzie zal zich allicht het uiterst gebalde bekende Odi et amo herinneren (85), of misschien het treurdicht op de dood van het sijsje of musje van zijn geliefde (2), maar wellicht niet het onstuimige zoengedicht (5), met het klassieke vers over de onvermijdelijke vergetelheid van de dood: nobis, cum semel occidit brevis lux, nox est perpetua una dormienda, noch de meer scabreuze en platte agressieve gedichten. Hier vindt men ze allemaal in hun bonte verscheidenheid, voor onze lering en vermaak.

    Catullus beschikte over een meesterlijke beheersing van taal en stijl. Zijn gedichten staan bol van klassieke loci, stijlfiguren, allusies, halve citaten en parafrasen, mythologische motieven en verwijzingen naar historische figuren, politieke tegenstanders, weldoeners, vrienden en vijanden. Hij was een man van de wereld, hij kende iedereen en iedereen kende hem. Maar hij was ook een echte poëet, een uitzonderlijk bekwaam en veelbelezen dichter die als een volleerde poeta faber zijn gedachten en observaties vormelijk polijstte op een manier die wij vandaag wellicht als maniëristisch zouden definiëren. Dat maakt het niet gemakkelijk om ons een idee te vormen van de persoonlijkheid van Catullus. Wanneer zien we achter het masker van de gedichten de echte man, wanneer zoveel louter pose is, gekunstelde pose van het hoogste vormelijk niveau, maar nog altijd uitdagende pose? Wat was zijn doel in het leven? Wou hij een politieke rol spelen? Of althans via politieke vrienden winstgevende mandaten toegewezen krijgen? Was hij een typisch Romeinse macho, een onverbeterlijke Don Juan, een ordinaire hoerenloper? Of een tedere minnaar die het niet om de seks te doen was maar om het trouwe, innige, intieme samenzijn van een gelukkig koppel? Wat weten we trouwens over die tumultueuze wereld waarin Catullus leefde, het ontstellend rijke Romeinse rijk in de laatste eeuw voor de christelijke jaartelling? Hoeveel mensen hebben Catullus gekend, hoeveel iets van hem gelezen?

    Deze door Paul Claes magistraal en ongetwijfeld definitief in het Nederlands vertaalde gedichten bieden ons een ruime blik op de dichter en de mens Catullus en op zijn spectaculaire leefwereld. In een bloemrijk gevarieerde baaierd van spitante, bruisende, hilarische en intimistische verzen ontdekken we een gepassioneerde, uitzonderlijk getalenteerde superbe dichter en een diep gevoelig en diepzinnig man. Enkel een dichter met soortgelijke kwaliteiten kon een dergelijke vertaling tot een goed einde brengen. Warm aanbevolen.

    Afbeeldingsresultaat voor catullus lesbia


    Categorie:poŽzie


    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • Renť Willemsen, Het onvoltooide leven van Thomas (recensie)
  • Thomas van Aquino, Over het zijnde en het wezen (recensie)
  • What's in a name?
  • Spinoza: Ethica
  • Patrick Lateur (vert.), Goden. 150 epigrammen uit de Anthologia Graeca
  • Ter inleiding bij de tentoonstelling van Lut in De schuur van A, 9 september 2017
  • Paul Claes, SIC, mijn citatenboek
  • Facebook
  • De heilsstaat is niet voor morgen.
  • Paul Claes: Catullus, Lesbia (recensie)
  • het boerkini-verbod en de filosoof
  • de gruwel en de verantwoordelijkheid
  • Exit buxus
  • Terugblik
  • Een poging tot samenvatting
  • Leonard Cohen
  • De wraak van Jan met de pet
  • Foucaults slinger: naschrift ter correctie
  • En toch beweegt ze! Foucaults slinger.
  • Tentoonstelling
  • De rode draad
  • Avondlied
  • Afscheid van kerstmis
  • Spinoza: De Brieven over God
  • Spinoza: de Brieven over God
  • Keren Mock, Hťbreu, du sacrť au maternel, 2016 (recensie)
  • Geen visum voor vluchtelingen?
  • Rudolf Agricola (recensie)
  • Jan Verplaetse, Bloedroes (recensie, niet voor zachtmoedigen)
  • De verlichting uit evenwicht? (recensie)
  • Godsdienst: macht of inspiratie?
  • 'En bewaar het geheim.' Intieme blikken van vrijmetselaars (recensie)
  • Lamettrie, Het Geluk (recensie)
  • El cant dels Aucells
  • Peter Venmans, Amor Mundi (recensie)
  • RŁdiger Safranski: Tijd (recensie)
  • Terroristen
  • De lastige weg
  • Richard Dawkins, Een kaars in het donker (recensie)
  • Herwonnen vrijheid. Recensie Julian Baggini
  • Gedichtendag 2016
  • virtueel
  • Elfenbankjes
  • Averij - gehavend - average
  • Tentoonstelling Lut De Rudder
  • Tentoonstelling Lut De Rudder, vernissage
  • Parijs: het vendel moet marcheren.
  • Paul Cliteur & Dirk Verhofstadt, Het AtheÔstisch Woordenboek (recensie)
  • Romeo & Juliet gedanst
  • Multiculturalisme
  • Matthew Hutson, Magisch denken (recensie)
  • Individu
  • Compelle intrare: dwingen om binnen te gaan.
  • Rik Peters, Verlichte kost. Filosofen van toen over het eten van nu (recensie).
  • Paul Claes, Kinderen van Rousseau (recensie)
  • Leo Beek, Pioniers van de wetenschap (recensie)
  • Asiel
  • van vandaag op morgen
  • IdeeŽn en gedachten
  • De schoonheid en de troost van het atheÔsme
  • Recensie: De schoonheid en de troost van het atheÔsme
  • ouderdomsdoofheid
  • het blinde socialisme van Zakynthos
  • The windmills of your mind
  • muziek en dans
  • IS en de ruines van Palmyra
  • Charles Vergeer, Overspoeld door de eindigheid. (recensie)
  • Over baby olifantjes, vermoorde wilde dieren, pandavoyeurisme en huisdieren
  • 50+ en zonder job
  • The Soul Fallacy, Julien Musolino (recensie)
  • De kerk en haar gelovigen
  • (g)een filosofie van de stilte (recensie Jan Hendrik Bakker)
  • Slavoj Zizek, Eis het onmogelijke (recensie)
  • Recensie: Nick Broers, Achter Darwins horizon. Een religie voor atheÔsten.
  • Me dunkt...
  • Niemand kan twee heren dienen, nogmaals.
  • bindi, FGM en andere gebruiken
  • Seksualiteit
  • Oost west, thuis best?
  • Recensie: Het voordeel van de twijfel, Tim De Mey.
  • Gedichtendag 2015: Toby
  • Buridans ezel?
  • Spinoza over de Islam
  • Piet Spigt (1919-1990), Nederlands humanist en vrijdenker (recensie)
  • besparen op cultuur?
  • Gelukkig 2015!
  • Imagine...
  • Een zomer met Montaigne (recensie)
  • Dode materie en levende.
  • 300.000 bezoekers
  • Nicholas Carr, De glazen kooi (recensie)
  • Vrijheid en technologie
  • Vrijheid
  • Staken en betogen, of werken?
  • Es geht auch anders...
  • De twijfel van de atheÔst
  • Tom Kroon, De morele intuÔtie van kinderen
  • Flamenco!
  • Julian Baggini, De deugden van de tafel
  • Edward O. Wilson, The Meaning of HUman Existence
  • Vrijdenken
  • onze hoog-technologische samenleving
  • Tobit
  • De volmaakte priester bestaat niet.
  • La perfection n'est pas de ce monde.
  • Toby
  • Geloof of wetenschap?
  • Besparingen, nogmaals.
  • Besparen op cultuur?
  • Niemand kan twee heren dienen.
  • John Stuart Mill
  • Brief van de bisschop van Antwerpen aan de bisschop van Rome
  • Odette?
  • Onverzoenbaarheid
  • The windmills of your mind
  • Nogmaals: fatalisme en menselijke vrijheid
  • Aarschot, augustus 1914-2014
  • Pastoor Pieter-Jozef Dergent, 1870-1914
  • Yezedi's?
  • Een waanzinnige logica: de Hannibal Directive
  • ongewenst seksueel gedrag
  • Gaza: de grond van de zaak
  • Johan Braeckman, Darwins moordbekentenis
  • Vrijheid en determinisme
  • De blinde telescoop
  • Herakleitos, Alles stroomt (vert. Paul Claes)
  • Antisemitisme?
  • O'Hanlons Helden
  • Polarisatie in Vlaanderen
  • Voetbalgekte
  • Na de verkiezingen
  • Mestkevers?
  • Een eerbaar Vlaams nationalisme
  • Vlaams nationalist, ik?
  • Voor een democratisch Vlaanderen
  • Julian Barnes, The Sense of an Ending
  • Recensie: Ludo Abicht, DemocratieŽn sterven liggend.
  • Recensie: Paul Frentrop, Het jaar 1759.
  • Edward Elgar, Sea Pictures
  • De zoon van de priester
  • Verrijzenis
  • Adel
  • Mijn Spinoza-vertaling
  • Gij zult niet doden...
  • Seksualiteit: idealen en normen
  • The Oxford Handbook of Atheism
  • Hoe we overleven - Mark Rickerby
  • karabiner, musketon, volant en ruflettelint
  • Gedichtendag 2014
  • Antiklerikaal
  • verhitte internetdiscussie
  • Het kruis en de gekruisigde.
  • De seculiere samenleving - Patrick Loobuyck
  • Kweddelen!
  • Euthanasie in BelgiŽ
  • for whom the Bell tolls: exit Didier Bellens
  • De Zevende van Beethoven
  • God bewijzen - Stefan Paas en Rik Peels
  • De Verlichting als kraamkamer, Jabik Veenbaas
  • Recensie: De naakte perenboom. Op reis met Spinoza, Rudi Rotthier
  • In memoriam Luc Verbeke (1924-2013)
  • Gods dobbelstenen
  • Afwezig?
  • Rode kazuifels
  • Socialisme of sociaal-democratie?
  • Late Night Thoughts - Lewis Thomas
  • vrije universiteiten
  • slaagcijfers aan de universiteit
  • Islam, Nazisme en verdraagzaamheid
  • Mes tendres annťes
  • Caveat emptor!
  • De botten van Descartes - Russell Shorto
  • The Ends of Life - Keith Thomas
  • Goed en kwaad
  • Rebellen - Anne Morelli (red.)
  • Dick Swaab, Wij zijn ons brein
  • Topprestaties, onbehagen en liefde
  • Marius Engelbrecht, De onttovering van de waanzin
  • Siebrand en Hiemstra, Voetangels & Klemtonen
  • meikever
  • Evolutie, cultuur en betekenis - Tom Uytterhoeven
  • Pascal Smet of Pieter Wispelwey?
  • Herbetovering van de wereld - Michael LŲwy
  • de utopie van Martin Buber
  • Radicale secularisatie?
  • Economisch nationalisme - Olivier Boehme
  • Kerk en staat
  • bij een overlijden: Macbeth
  • Jacques Brel
  • Goudhaantje
  • ik en de anderen
  • het ruimere perspectief
  • haptonomie, hapschaar
  • Desiderata - Max Ehrmann
  • Crisis
  • Onze waarden? Of toch niet...
  • Democratie in BelgiŽ en in Vlaanderen
  • De eenden zijn terug!
  • Grootschaligheid
  • Sjostakovitsj' Lady Macbeth


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!