NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Categorieën
  • etymologie (69)
  • ex libris (33)
  • God of geen god? (135)
  • historisch (27)
  • kunst (2)
  • levensbeschouwing (188)
  • literatuur (24)
  • muziek (65)
  • natuur (5)
  • poŰzie (67)
  • samenleving (185)
  • spreekwoorden (11)
  • tijd (10)
  • wetenschap (46)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • de blog van Lut
  • Edge
  • The Secular Web
  • Vladimir Nabokov
  • Investigating Atheism
  • tweedehandse boeken
    Archief per maand
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Elke week zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan ge´nteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1300! De lijst van de categorieŰn bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    22-07-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De schoonheid en de troost van het athe´sme

    In mijn recensie van het boek De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder god kwam ik tot het besluit dat precies op dat punt het boek tekortschoot: er is te veel kritiek op het theïstisch wereldbeeld, wij zijn nog altijd bezig ons af te zetten tegen hoe het was en te weinig met hoe het is en hoe het kan zijn.

    Ik kreeg ook enkele reacties van personen die zich afvragen waarin die schoonheid en die troost dan wel gelegen zijn. Dat heeft me aan het denken gezet. Ik voel mijn atheïsme echt wel aan als vertroostend en als iets moois, maar waarom precies?

    Als ik daarop probeer te antwoorden, moet ik erop letten dat ik niet in dezelfde val trap als de auteur van dat boek en de talrijke andere oude en nieuwe atheïsten die zich bijna uitsluitend beperken tot het in de verf zetten van wat er verkeerd is met de godsdiensten, in ons geval het christendom. Dat is een afzonderlijke discipline in het strijdbare atheïsme en een uiterst rechtgeaarde bovendien. Maar het is nu stilaan wel duidelijk dat het christendom zich schuldig heeft gemaakt aan alle zonden uit zijn eigen biechtboeken. Wordt het geen tijd dat we meer aandacht gaan besteden aan wat er goed en mooi is aan een leven zonder God?

    Voor we daaraan toe zijn, meen ik dat het toch van belang is te wijzen op de positieve gevolgen van het afscheid van God en kerk. Wanneer men zoals ik katholiek opgevoed is in een katholieke landstreek en zijn hele leven heeft gewerkt in een katholieke instelling, is men gemazeld en gepokt in dat katholicisme, of men dat wil of niet. Men beseft het op de duur niet meer, het is een deel van jezelf geworden. Als je, zoals ik heb gedaan, dan toch de knagende vragen die er altijd al geweest zijn, probeert te beantwoorden en tot de conclusie komt dat godsdienst inderdaad zelfbegoocheling en misleiding is, geeft dat een enorm gevoel van opluchting. Door afstand te nemen, in de mate van het mogelijke, want het zit allemaal heel diep, van de veronderstellingen en vooringenomenheden van het geloof, bevrijd je jezelf van een last waarvan je niet besefte hoe terneerdrukkend ze was. Door vervolgens ook afstand te nemen van al wat christelijk is in de maatschappij en de rangen van de gelovigen te verlaten, heb je het gevoel niet meer tot de verkeerde, schuldige partij te behoren. Ook dat is een bevrijdende ervaring: je hebt je voorgenomen om niet meer mee te werken aan iets dat je als fout beschouwt. Je kan van nu af aan als een vrije persoon in het leven staan, onbelast met de fouten van de groep waartoe je behoorde. Ik heb die ervaring doorgemaakt en dat heeft me sterker gemaakt, minder afhankelijk, meer autonoom, minder volgzaam, meer bewust en verantwoordelijk voor mijn eigen opinies en daden en aandachtiger voor die van anderen.

    Dat is een aspect van een bekering tot een atheïstische levenshouding dat men niet mag onderschatten. Men legt waarlijk de oude gewaden af. Volg deze link voor wat ik vijf jaar geleden al schreef over het achterlaten van een traditie en het behouden van wat de moeite is. Door de deur achter zich dicht te trekken, begint men een nieuw leven en dat is een hoopgevende gebeurtenis.

    Het verlaten van de christelijke manier van denken is ook een fameuze intellectuele ontnuchtering, en ik gebruik het woord hier in zijn etymologische positieve betekenis, en niet in de afgeleide betekenis van een ontgoocheling. Het is inderdaad alsof men ontwaakt uit een dronken roes en eindelijk voor het eerst helemaal nuchter is, nuchter genoeg om de zaken niet meer te zien door een dronken waas van wierookslierten, maar met de heldere en onbevangen blik van het gezond verstand en de rede. Het christendom is niet bestand tegen de kritiek van de rede en beoogt dat ook niet: geloven is niet rationeel, het is een keuze op niet-rationele gronden. Welnu, als men er integendeel voor kiest om zich te laten leiden door de rede, lijkt het alsof plots de mist opgetrokken is in je hoofd en je hart. Ook dat is een diepe emotionele en bevrijdende ervaring.

    Kenmerkend voor een goddeloze visie is dat er geen hiernamaals is, geen eeuwig leven. Los van consideraties over hemel en vagevuur en hel als beloning en straf voor wat je met je leven hebt gedaan, geeft denken over het leven als een eenmalig en intrinsiek eindig gebeuren een indringend en zinderend gevoel van eenheid met de natuur. Als je om je heen kijkt, zie je dat alles ontstaat, groeit en vergaat en dat je daarvan integraal deel uitmaakt. Je begint helemaal anders naar je eigen leven en dat van anderen te kijken en er anders over te denken. De dood is niet meer de afschrikwekkende man met de zeis, de ultieme mislukking van het leven. Integendeel, het is niet alleen de normale gang van zaken voor al wat leeft, het is de waardige bekroning van een bewust geleefd leven, het einde van iets dat eindigen moest, iets dat ons altijd al wachtte aan het einde. Eindelijk kunnen we het hoofd neerleggen en aanvaarden wat alle leven beschoren is: de dood, hoe die ook komt en wanneer die ook komt. Leven is leren sterven (Seneca, Brieven aan Lucilius). Het besef dat er ooit een einde komt aan het leven, dat ik ooit zal sterven en er zelf op geen enkele manier meer zal zijn, is een van de meest troostgevende gedachten die een mens kan hebben. Mij heeft het een gevoel van volmaakte rust bijgebracht, iets waarnaar ik kan uitkijken tijdens mijn leven. Het idee van een oneindig bestaan, op welke manier dan ook, is daarentegen een werkelijk ondraaglijk belastend perspectief.

    Leven zonder God is niet leven zonder ethiek. Daarvan raken stilaan ook sommige gelovigen overtuigd, zoals ongelovigen ook alle reden hebben om te denken dat een leven met God niet meteen een ethisch leven is. Het verschil is dat de atheïst zich niet laat leiden door normen die namens een God opgelegd zijn door een godsdienst, maar de regels aanvaardt van de maatschappij waartoe hij behoort en voortdurend die regels in vraag stelt en probeert bij te sturen. Men bepaalt zelf hoe men wil leven en men neemt die zware verantwoordelijkheid op door op een bewuste manier en met kennis van zaken beslissingen te nemen, veeleer dan zich onnadenkend te conformeren aan opgelegde geboden en verboden. Dat biedt onvermoede mogelijkheden voor diverse persoonlijke overtuigingen, op voorwaarde dat die beantwoorden aan de meest fundamentele normen van medemenselijkheid. Dus geen banbliksems voor meningen en gedragingen, bijvoorbeeld in verband met de beleving van de seksualiteit en maatschappelijke samenlevingsvormen. Verdraagzaamheid, tolerantie zijn essentiële kenmerken van het ware atheïsme en dat is een voorwaarde en zelfs een garantie voor een menswaardige samenleving.

    Het atheïsme kent aan de mens geen uitzonderlijke voorrechten toe. Het is een levensvorm die geëvolueerd is uit andere en niet essentieel verschilt van de andere, maar enkel op sommige punten, voornamelijk in het gebruik van onze mentale middelen voor het tot stand brengen van onze leefwereld. Als een van de resultaten van die evolutie van ons universum zijn wij alle andere bestaansvormen, levende en niet-levende, respect verschuldigd. Ons samenleven gebeurt echter vooral met andere mensen. Daarbij moeten wij rekening houden met onze fundamentele bestaansdrang, die alle bestaan en alle leven kenmerkt, maar ook met het onmiskenbare feit dat wij samen tot meer in staat zijn dan alleen of in strijd met elkaar. Dat is de basis van elke ethische overweging. Dat is een besluit waartoe wij kunnen komen op louter redelijke, dat wil zeggen atheïstische gronden, en het vormt een betere basis voor het bepalen van het gedrag dan welke andere overweging ook.

    De mensheid neemt vrijwel exponentieel toe in aantal. Maar zelfs vanaf het prilste begin hebben wij gezocht naar de beste manieren om samen te leven. Er is veel onschuldig en onnodig bloed vergoten in die zoektocht, maar stilaan hebben wij ontdekt dat een democratisch bestel de minst slechte staatsvorm is. Atheïsme is bij uitstek democratisch, of moet dat zijn, omdat het geen hoger gezag duldt. Daarom verwerpt het elke vorm van monarchie, aristocratie, plutocratie en dictatuur. Een atheïstische opvatting van de maatschappij streeft naar de grootste vrijheid van het individu binnen de gemeenschap, in het besef dat enkel in gemeenschap het individu zichzelf en de gemeenschap optimaal kan realiseren. Er is geen enkele godsdienst die dat principe huldigt, integendeel. Ook om die reden moet men toegeven dat het atheïsme verkieslijk is en een hogere waarde inhoudt, doordat het onze hoop voedt.

    Godsdiensten en menselijke kennis of wetenschap hebben steeds samen bestaan sinds het ontstaan van homo sapiens. Maar het is een moeizame co-existentie geweest vanaf het begin en dat is vandaag niet anders. Alle ernstige wetenschappers zijn ongelovig, alle godsdiensten verwerpen de wetenschap als enige verklaring van al wat is. Er is absolute en principiële onverenigbaarheid tussen beide. Anderzijds is onze moderne wereld steeds meer en vandaag vrijwel uitsluitend gebaseerd op de verworvenheden en het gebruik van de wetenschap. Een atheïstische opvatting impliceert een aanvaarden en huldigen en verdedigen van de wetenschappelijke methode en dat is voor heel veel mensen een houvast dat ze niet willen loslaten. Zelfs nominale gelovigen geloven ten minste op alle belangrijke punten veeleer in de wetenschap dan in de godsdienst. Ons dagelijks leven speelt zich af in een goddeloze wereld, onderbouwd door de wetenschap en de technologie. Er zijn nog nauwelijks mensen die zich buiten die wereld plaatsen om in volstrekte afzondering God te dienen, en zelfs dat is niet meer echt mogelijk. Wie atheïst is, stelt zich geen vragen meer over God, maar wel over de wetenschap waarin hij of zij gelooft als principe. Wetenschap is inderdaad een principe, een uitgangspunt, en geen geloof; geen dogma maar een zoektocht geleid door de ervaring en de rede. Wanneer men bij die zoektocht geen rekening meer moet houden met God of godsdienstige dogma’s, vallen belemmeringen weg die de mensheid eeuwenlang onnodig in duisternis, armoede, honger, ziekte, lijden en angst hebben gedompeld.

    Atheïsme is een intellectuele ontvoogding en bevrijding van de mens, die ons de schoonheid van de Renaissance heeft opgeleverd, de maatschappelijke revoluties van de 18de eeuw en de explosieve ontplooiing van de moderne technologie en wetenschap, de grondslagen van onze beschaving.

    Dat atheïsme staat open voor de adembenemende schoonheid van het universum in zijn ontstellende oneindigheid, zowel in het allerkleinste als het allergrootste.

    Elke vorm die het universum aanneemt, is op zijn manier volmaakt. Elke levensvorm zal ernaar streven dat universum zo nuttig en aangenaam mogelijk te maken voor zichzelf en daarbij zullen de belangen van de enen allicht in botsing komen met die van anderen. Maar enkel als wij daarbij de atheïstische principes trouw en met overtuiging toepassen, bestaat er een kans dat op een dag onze aarde voor iedereen een thuis zal zijn.

    Er is leed op deze wereld en dat heeft velerlei oorzaken. Tegen het leed dat kan vermeden worden, moeten we ons blijven verzetten, vanuit onze principes. Maar we moeten ook beseffen dat we voorlopig met heel wat leed zullen moeten leren leven. Ook daarin is een atheïstische levenshouding nuttig en zelfs noodzakelijk. Ons persoonlijk leed en dat van anderen is niet iets dat ons overkomt omdat een hogere macht dat wil en daarmee een bedoeling heeft. Het is ook geen straf voor iets dat wij zouden misdaan hebben, noch een beproeving om ons te louteren. Het is louter het gevolg van onze omstandigheden en die hebben we niet helemaal in de hand. Het besef dat wat ons overkomt niet zo bedoeld is, kan ons helpen om een gelijkmoedige houding aan te nemen en het beste te maken van elke situatie, hoe pijnlijk of beperkend die ook is. Een dergelijke houding is niet alleen intellectueel meer verantwoord, maar ook levenskrachtiger dan de onrust van onterechte schuldgevoelens of woede en vertwijfeling, die enkel tot verbittering leiden en nog meer ongeluk.

    Dit zijn enkele elementen die ik heb willen aanbrengen om aan te tonen dat een leven zonder God niet alleen mogelijk is, maar een beter leven is; dat er schoonheid en troost te vinden is in een eerlijke, bewuste, redelijke en autonome levenshouding.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:maatschappij
    21-07-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Recensie: De schoonheid en de troost van het athe´sme

    Waldo Swijnenburg, De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder god. Met een voorwoord van Jaap van Heerden, Amsterdam: Balans, 2015, 317 blz., € 19,95 (pb).

    Een boek met deze titel kan niet anders dan mijn aandacht trekken, natuurlijk. Ik ben, laten we dat maar meteen duidelijk stellen, een overtuigd en enthousiast atheïst en tevens vinnig antiklerikaal, en ik vind daarin inderdaad de schoonheid en de troost die ik zo deerlijk miste en mis in godsdienstige levenshoudingen. De vraag is nu of de auteur erin slaagt die overtuiging en die gevoelens op te roepen en weer te geven.

    Bij nader toezien blijkt veruit het grootste gedeelte van het boek veeleer te gaan over God en de religieuze levensopvatting en wat daar zoal mis mee is. De argumenten voor het bestaan van God en voor een godsdienstige levenshouding worden systematisch en zorgvuldig onder de loep genomen en op een ernstige en welwillende manier weerlegd. In die zin is dit boek een welkome tegenhanger van het verwerpelijke schrijfsel van de pseudo- of para-wetenschappers Paas en Peels, die het theïsme aanprijzen tegen alle beter weten in. Maar in de argumenten tegen het theïsme is maar weinig te vinden van die schoonheid en troost uit de titel, integendeel zelfs. Door de confrontatie met de bedenkelijke redeneringen van de klassieke en de zogezegd moderne godsbewijzen ervaart men veeleer een onmiskenbaar en onstuitbaar gevoel van afkeer en zelfs walging: hoe is het mogelijk dat ernstige en welmenende mensen dergelijke ‘bewijzen’ verzinnen, verspreiden en blijven herkauwen? Hoe is het mogelijk dat zoveel mensen met een minimum aan gezond verstand zich ooit hebben laten verleiden door dergelijke klinkklare onzin? Het antwoord op die laatste vraag is natuurlijk dat ze niet echt geloofden in wat men hen probeerde wijs te maken, maar het hoofd bogen voor de wereldse macht van de godsdiensten en er in stilte het hunne van dachten. Dat bleek toen de godsdienst de greep op de maatschappij abrupt verloor, althans in het Westen, en plots geen mens nog een voet in de kerk zet.

    In die zin is het bestrijden van de argumenten van het theïsme een achterhoedegevecht. Het is allemaal al zo vaak gedaan, in allerlei toonaarden, beter dan hier door deze auteur maar helaas ook veel slechter. Er is vandaag een hele literatuur van nieuwe atheïsten, waarbij men vergeet dat er ook ‘oude’ atheïsten geweest zijn die al honderden, ja duizenden jaren hetzelfde verkondigen, maar die men nu meestal achteloos negeert: Democritus, Euripides, Aristophanes, Diagoras, Epicurus, Lucretius, Cicero, Dolet, Vanini, Lyszczynski, de la Barre, Spinoza, Meslier, d’Holbach, Diderot, Hume, Paine, Shelley, Feuerbach, Bradlaugh, Eliot, Nietzsche, Marx, om slechts deze bekende namen te noemen. Ik verwijs geïnteresseerden naar het werk van John Mackinnon Robertson (1856-1933) A History of Freethought, Ancient and Modern, to the Period of the French Revolution, Fourth Edition, Revised and Expanded, in two volumes, in de mooie heruitgave van Dawsons of Pall Mall, 1969, samen goed voor 1032 welgevulde bladzijden, en het vervolg daarop, A History of Freethought in the Nineteenth Century, two volumes, London: Watts & Co, 1929, 635 pp.

    Maar goed, niet iedereen heeft de tijd en de gelegenheid om zich te verdiepen in de geschiedenis en de filosofie van het atheïsme. In die zin is dit boek een goede shortcut, een binnenweg voor wie zich wil beperken tot de hoofdzaken. De discussie verloopt vreedzaam, in fel contrast met andere new atheists, soms zelfs iets te tolerant naar mijn zin, want niet elk theïstisch argument verdient een volwaardig antwoord. Onze auteur is enigszins lijdzaam en braaf en dat zijn prijzenswaardige deugden, maar af en toe verwacht je toch wat meer vuurwerk.

    Terloops wil ik nog opmerken dat de auteur verrassend in de controverse gaat met niemand minder Richard Dawkins, en wel over het zogenaamd anthropisch principe. Bij mijn weten is Dawkins echter helemaal geen aanhanger van dat principe, maar wel van het tegenovergestelde ervan. Hij stelt namelijk niet dat het universum niet anders kon dan leiden tot het universum zoals het nu is, dat er dus een ingebouwde voorkeur is, maar dat het universum de kenmerken vertoont die het nu heeft omdat wij er zijn om die waar te nemen. Wij zijn het resultaat van de evolutie van het universum sinds de Big Bang en net daardoor ziet het universum eruit alsof het erop gericht is om ons voort te brengen. Het universum heeft ons voortgebracht, maar dat was slechts één van de oneindig vele andere mogelijkheden die zich niet gerealiseerd hebben, sommige om overduidelijke redenen, andere veeleer toevallig. Dat de mens ooit zou bestaan, was niet vooraf zeker, maar wel altijd zeker mogelijk, vanzelfsprekend, anders waren we er niet. Dat het zover gekomen is, is echter voor een groot deel toeval, want er waren ook andere waarschijnlijk even valabele mogelijkheden. Wij waren ongetwijfeld niet de enig mogelijke uitkomst. Van de mens zien wij de hele voorgeschiedenis, die van de niet-gerealiseerde alternatieven zien we meestal niet omdat ze op een bepaald moment afgebroken zijn. Zo weten we veel meer over homo sapiens sapiens dan over de Neanderthalers. Maar dat terzijde. Men leze Dawkins erop na, het loont zeker de moeite.

    Wie echter vertrouwd is met de oude en de nieuwe atheïstische literatuur zal hier niet veel nieuws vinden. Ik had dan ook hoge verwachtingen voor het laatste deel van het boek, dat expliciet beloofde te handelen over het atheïsme en zijn schoonheid en troost. Niet alleen is dat gedeelte vrij kort, het is ook ontoereikend. Men krijgt de indruk dat de auteur al zijn kruit verschoten heeft in het kundig weerleggen van de argumenten van de tegenstanders en dat het hem op het ogenblik dat hij het alternatief moest aanprijzen enigszins ontbroken heeft aan inspiratie, overtuigingskracht en enthousiasme. Misschien komt dat omdat het beleven van het atheïsme en het ervaren van zijn schoonheid en troost nog niet echt ingeburgerd zijn, geen traditie hebben, geen zichtbare vormen en gebruiken, geen gemeenschappelijkheid. Atheïsten zijn bijna altijd eenzaten en velen hebben juist een afkeer van alle vormelijkheid: zij hebben de kerk niet verlaten om naar een kapel te gaan, zoals dat heet. Het is echter mijn overtuiging dat wij in de komende jaren hier bij ons spontaan zullen komen tot niet-religieuze individuele en maatschappelijke vormen en gebruiken voor de belangrijke momenten in het leven: geboorte, de overgang naar de volwassenheid, huwelijk of samenleven, ziekte en dood. Daarin zal de schoonheid en de troost die het atheïsme inderdaad veel beter te bieden heeft dan welke godsdienst dan ook, eindelijk aan bod kunnen komen.

    Dit boek kan daartoe een bijdrage leveren. Ik zie er echter vooral een uitnodiging in tot verdere reflectie en lectuur, zowel over de aangehaalde argumenten en de rijke en vaak gewelddadige geschiedenis van het atheïsme als over de toekomst van het atheïsme als de overwegende levenshouding in het Westen. Vooral over dat laatste onderwerp is het helaas nog wachten op een doorbraak.

     


    Categorie:God of geen god?
    Tags:maatschappij
    20-07-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ouderdomsdoofheid

    Ouderdomsdoofheid is een bekend verschijnsel, maar je merkt het niet als het jezelf overkomt.

    Ik ben een melomaan, ik houd van muziek. Ik ben zo geboren, ik heb het nooit anders geweten. Ik heb behoefte aan muziek, ik kan muziek niet missen. In de muziek vind ik het hoogste genot en de diepste ontroering.

    Ik was ook gezegend met een uitstekend gehoor. Dat ondervond ik vaak wanneer bleek dat ik geluiden hoorde en kon identificeren die anderen niet hoorden of niet konden thuisbrengen. Een toevallige test bij een oorarts bevestigde dat: de man was onder de indruk van het bereik van mijn gehoor zoals dat bleek uit zijn meetapparatuur.

    Sinds enkele jaren is dat beginnen veranderen. Het eerste dat ik opmerkte was dat ik met mijn rechteroor minder hoorde bij het muziek beluisteren dan met mijn linkeroor: eerst dacht ik dat het de afstelling van de luidsprekers was, maar als je je omdraait en het effect verlegt zich, dan weet je dat het niet aan je stereoset ligt.

    Een tweede aanwijzing was dat ik de indruk kreeg dat die stereoset plots mono geworden was: ik hoorde het ruimtelijke stereo-effect niet meer en dus ook niet meer de scherpe definitie van de verschillende instrumenten die daarmee gepaard gaat.

    En ten slotte leek de muziek wel uit een ouderwetse radio te komen, op AM in plaats van FM. Het plezier was eraf. Onze tv is gekoppeld aan de stereoset maar ik kreeg het alsmaar moeilijker om het gesproken woord te verstaan. Op de duur moest het geluidsvolume zo hard dat het echt niet meer aangenaam was.

    Op een dag liep ik dan ook nog een vorm van lawaaidoofheid op: door met een hamer herhaaldelijk op een metalen voorwerp te slaan in een weergalmende ruimte hoorde ik plots tijdelijk niets meer. Dat werd gelukkig stilaan weer beter, maar nooit meer zoals tevoren.

    Bij een toevallige test ter gelegenheid van mijn deelname aan een medisch experiment aan de universiteit zei de arts die de testen organiseerde dat ik in aanmerking kwam voor terugbetaling van een hoorapparaat door de ziekteverzekering. Ik wist niet wat ik hoorde… ik, een hoorapparaat?

    Toen het stilaan tot mij doordrong dat ik echt niet meer hoorde zoals vroeger en dat muziek beluisteren nu veeleer een marteling was dan een genot, heb ik geweend. Als je ouder wordt zijn er zaken die niet meer zo goed gaan en dat weet je en je legt je daarbij neer. Maar de muziek voorgoed uit mijn leven bannen, dat kon ik mij niet voorstellen. En toch is het daarop neergekomen gedurende een hele tijd. Ik luisterde nog amper met enige aandacht en stelde me tevreden met achtergrondmuziek zoals je die ook in liften en winkels hoort.

    Stilaan viel het me moeilijk om gesprekken te volgen, zeker in gezelschap. Ook dat is een bekend verschijnsel, maar het overkomt je niet ineens, de achteruitgang verloopt heel langzaam, tot je op zekere dag tot het besef komt: ja, ik ben een van die personen uit reclamespotjes voor hoorapparaten…

    En dus heb ik de stap gezet om me daarover te informeren en een dergelijk toestel uit te proberen. Dat was een matig succes: ik hoorde de geluiden wel luider en ik hoorde ook zaken die ik vroeger bijna niet meer hoorde, zoals het fluiten van de vogels, maar ook alle andere geluiden werden hevig versterkt, wat erg vervelend en vermoeiend was. Verscheidene sessies om de apparaten aan te passen aan mijn specifiek geval brachten wel enige verbetering, maar niet de verhoopte. Ik hoorde nog altijd niet zoals tevoren en in feite zelfs minder ‘goed’, namelijk met heel veel bijgeluiden en veel vervorming van bijvoorbeeld mijn eigen stem.

    Bovendien ben ik veel alleen en dan heb ik geen hoorapparaat nodig, aangezien het ook geen verbetering bracht bij het beluisteren van muziek; ook daarvoor waren er teveel bijgeluiden en vervorming, en de hoge tonen bleven afwezig, terwijl die juist het verschil maken.

    Op een dag beluisterde ik een lezing op internet via ‘oortjes’ en ik verbaasde me erover dat ik de spreker moeiteloos verstond en ook de scherpe klanken hoorde, zoals de f en de s. Ik begreep niet hoe dat kwam: ik bleek plots toch in staat om die hoge tonen te horen! Ik zocht natuurlijk meteen naar de reden voor dat onverwachte gebeuren, maar vond geen antwoord en ik kon hetzelfde effect niet reproduceren op een andere manier.

    Op mijn laptop luister ik ook af en toe naar muziek, met oortjes of met een goedkoop stel luidsprekertjes. Ik had de gewoonte ontwikkeld om het geluid wat bij te sturen met een equalizer, een programma dat fungeert als een regelbare voorversterker om het geluid aan te passen aan de persoonlijke smaak van de luisteraar, door bijvoorbeeld wat meer bassen te geven of wat meer hoge tonen. Op een dag was ik die bekende curve aan het bijstellen. Er zijn tien schuifregelaars, op regelmatige afstand van elkaar over het hele bereik van 31 tot 20.000 Hz. Omdat mijn probleem te maken heeft met het snelle afvallen van hoge tonen, zeg maar vanaf 2kHz, had ik tot nog toe geprobeerd om die maximaal op te voeren, maar zonder merkbaar resultaat: ik hoorde de hoge tonen gewoon niet. En dan plots wel! Ik wist niet wat ik hoorde: muziek zoals vroeger! Het duurde even voor ik doorhad wat er gebeurd was. Ik had namelijk om een of andere reden de schuifregelaar van 1000 Hz helemaal naar beneden gehaald, een vermindering van -15dB. Toen ik daarmee experimenteerde, bleek dat de hoge tonen inderdaad onhoorbaar werden als ik de frequentie rond 1kHz niet helemaal onderdrukte, en dat die als bij wonder weer verschenen als ik dat wel deed, zonder iets te veranderen aan de instelling van de hoge of lage tonen.

    Door daarover wat na te denken, kwam ik tot deze veronderstelling: mijn gehoor is verminderd voor frequenties vanaf ongeveer 2kHz. Geluidsversterking met hoorapparaten of met een versterker haalt alles op, ook het gebied dat ik nog goed hoor, bijvoorbeeld rond 1kHz. Daardoor hoor ik dat dubbel zo hard: eenmaal natuurlijk en een tweede keer door de versterking. En dat overstemt de hoge tonen, die slechts één keer versterkt worden, en dus maar half zo krachtig zijn als de middentonen.

    Ik had nu een oplossing om via mijn laptop naar muziek te luisteren op internet. Ik wou ook wel eens opnieuw naar mijn verzameling cd’s luisteren, maar ik krijg al een tijdje een bericht dat mijn cd-speler op de laptop stuk is, en zo klinkt die ook: er is blijkbaar iets met de snelheid van het afspelen. Opzoekingen op internet om daaraan te verhelpen brachten geen soelaas. Toen bedacht ik: en als ik nu eens een andere speler gebruik, ik bedoel een ander programma om cd’s af te spelen in plaats van de Mediaplayer van Microsoft? Snel even gegoogeld en de OrangeCD Player geïnstalleerd en ja hoor: de klavecimbelmuziek van Couperin klonk weer glashelder uit de overigens zeer bescheiden luidsprekertjes van de Aldi!

    So far so good. Maar dat is alleen maar de laptop, en hoewel ik daar vele uren aan zit, zijn er ook nog momenten dat ik iets anders doe, lezen bijvoorbeeld in de tuinkamer, waar Luts stereoset staat en een stel kleine luidsprekertjes op haar desktop, die we gebruiken voor achtergrondmuziek. Ik probeerde op die desktop een equalizer te installeren, maar dat lukte niet meteen. Maar meestal luisteren we naar muziek op haar stereoset, aangestuurd door mijn tablet. Dus even een equalizer app gezocht en dat was niet moeilijk, er is ruime keuze. Gratis geïnstalleerd, niet zo uitgebreid als op mijn laptop, maar het werkt. We luisteren nu weer naar Klara Continuo en de hoge tonen zijn weer daar. Cd’s beluisteren gaat niet, want er zit geen cd-speler in de tablet en er is ook geen cd-ingang.

    In de zitkamer staat de stereoset en de tv. Om daar een equalizer in te schakelen heb ik een echt toestel nodig, geen virtueel programma op een pc. Even kijken op internet en dan blijkt dat je equalizers hebt van 50 tot 5000 euro. In zo een geval heb je het advies van een expert nodig, vind ik. En die vond ik in de figuur van Ludo Vleugels, de bekende geluidsman in het Leuvense. Ik legde hem mijn probleem voor en hij nodigde me uit om naar zijn studio te komen om enkele zaken uit te proberen. Een eerste experiment was het beluisteren van een stel prachtige studiokwaliteit luidsprekers van het merk Amphion. Die waren inderdaad indrukwekkend, zeker op de excellente apparatuur van Ludo Vleugels’ studio, maar mijn beschadigd gehoor bleef me parten spelen: ik hoorde teveel middentonen en te weinig hoge tonen en bassen. Een equalizer moest dan maar de oplossing brengen en Ludo verkocht me een professioneel toestel voor een schappelijke prijs. Thuisgekomen en snel geïnstalleerd, en al vanaf de eerste klanken bleek het een schot in de roos. Ik had niet te weinig hoge tonen, maar te veel! Ik moest ze drastisch dempen. En zo ben ik nu al twee weken bezig met experimenteren met de instellingen (dertig schuifregelaars…) van de equalizer. En met succes! Wel moet ik voortdurend bijstellen, want de ene muziek is de andere niet: solo instrumenten, opera, strijkkwartet, vol orkest, het luistert allemaal nauw. Ook naar tv luisteren vergt aanpassingen op de equalizer, zodat de stemmen natuurlijk klinken. Maar aan hoge tonen geen gebrek meer, integendeel!

    Blijft dus enkel nog het probleem met Luts stereoset in de tuinkamer voor het afspelen van cd’s. Dat is niet echt een probleem, er is genoeg muziek op internet die ik via de tablet kan afspelen op de stereoset, en als we het geluid hard genoeg zetten in de zitkamer horen we het ook in de tuinkamer. Misschien dat ik ook daar nog een goedkopere equalizer voor koop, maar daar is geen haast bij.

    Dat alles heeft me fel doen nadenken over het gehoor. Ik was stomverbaasd toen ik ontdekte dat mijn gehoor niet definitief beschadigd was doordat ik bepaalde frequenties definitief niet meer kon horen, maar doordat ik bepaalde frequenties alleen maar minder goed kon horen en dat ik ze terug kan horen mits ze versterkt worden, maar dan, en dat is de clou natuurlijk: op voorwaarde dat de middentonen niet versterkt worden maar gedempt. Dat heeft de poort geopend naar de equalizers, zodat ik weer naar muziek kan luisteren, bijna zoals tevoren.

    Maar het opent ook perspectieven voor hoorapparaten. Als daarop hetzelfde principe toegepast wordt, zou ik ook zonder equalizers naar muziek kunnen luisteren, niet alleen via stereosets, maar ook live. En ook in de dagelijkse omgang zou dat een meer natuurlijke luisterervaring moeten opleveren. Wij zijn nu samen met de audiologe op zoek naar de beste hoorapparaten; het model dat ik nu heb, stopt rond de 7kHz, terwijl een ander merk tot 14kHz gaat en dat is tot een slok op een borrel, niet?

    Voorlopig gebruik ik de hoorapparaten enkel in gesprekken in gezelschap, en dat is bij mij enkel uitzonderlijk. Dat is in principe niet goed, eigenlijk moet je ze altijd in hebben, zodat je oor en je hersenen er kunnen aan wennen en je op de duur niet meer weet dat je ze in hebt, maar daarvoor wacht ik nog even tot ze beter afgesteld zijn of tot er andere en betere apparaten zijn. Er zijn er die speciale muziekinstellingen hebben en sommige kan je draadloos bijregelen met je smartphone of tablet. Er zijn ook zendertjes die het signaal van je stereoset of tv of van een microfoon draadloos rechtstreeks naar je hoorapparaten doorseinen. Er valt nog een hele wereld van toepassingen te verkennen.

    Het belangrijkste in dit verhaal, niet alleen voor mezelf maar allicht ook voor anderen, is dat ouderdomsdoofheid en lawaaidoofheid althans in sommige gevallen uitstekend te verhelpen zijn door het geluid bij te sturen, zowel voor versterkte muziek via een virtuele of ‘echte’ equalizer als voor live muziek en geluid via het afstellen van hoorapparaten.

    Ik hoop dat ik door deze ervaring hier te delen hier en daar misschien iemand kan helpen. Probeer het eens, als je in het geval bent, het resultaat was in mijn geval verbluffend. Meer nog: ik heb nogmaals geweend, maar nu met tranen van geluk.


    Categorie:muziek
    Tags:muziek
    21-06-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.het blinde socialisme van Zakynthos

    Er is de laatste tijd weer veel sociale onrust. Hier in België begon het allemaal na de jongste verkiezingen, toen de socialisten uit de regering verdwenen. Prompt werd de nieuwe regering bestookt van alle kanten omwille van haar rechtse en dus asociale politiek. Dat is vreemd, want in de vorige regering zaten dezelfde partijen, alleen zijn de socialisten nu vervangen door de grootste partij in Vlaanderen. De socialisten zijn een bescheiden partijtje, en de vorige regering had geen meerderheid in Vlaanderen. Nu wel, vanzelfsprekend, en de socialisten zijn nog een kleiner partijtje. Die hele kleine minderheid, die ongeveer 10% van de kiezers trekt, wil nu vanuit de oppositie haar wil opdringen aan de hele bevolking. Kijk, dat noem ik nu ondemocratisch. Als je in de politiek iets wil bereiken, dan moet je dat doen vanuit een meerderheidspositie, zo simpel is dat. In een democratie zoals de onze heeft een kleine oppositiepartij zo goed als geen macht in het parlement. En dus neemt men zijn toevlucht tot de straat: stakingen, betogingen, acties… En tot de media.

    Diezelfde socialisten nemen nu hardnekkig de verdediging op van ‘het Griekse volk’, dat door de rechtse en kapitalistische krachten op de knieën gedwongen wordt en in de armoede gestort. Ook daarvoor is er geen politiek of maatschappelijk draagvlak, noch in Vlaanderen, noch in de rest van Europa. In Griekenland zijn de zaken al sinds mensenheugenis erg in de war. Eerst was het een bezet onderdeel van het Ottomaanse rijk, en na de bevrijding daarvan had het nieuwe land alle moeite om een eigen koers te bepalen. Dan kwamen de wereldoorlogen, en toen dat leed geleden was, wachtte de Grieken een harteloos en onmeedogend maar aartsdom kolonelsregime. Toen dat eindelijk over zijn eigen dwaasheid en onmenselijkheid struikelde, viel het opeenvolgende regeringen moeilijk om de scherven van de gebroken potten te lijmen. Griekenland was een soort van bananenrepubliek in de weke onderbuik van Europa, met het socialisme als de overheersende politieke strekking.

    Die combinatie van een Aziatische traditie als Ottomaanse buitenprovincie met een eng ideologisch socialisme is dodelijk gebleken voor de Griekse staat en het Griekse volk. Indien het massale toerisme er niet geweest was, was Griekenland al lang bankroet. De staat werd een doorgeefluik: met de belastingen betaalde men massale sociale uitkeringen en wanneer de belastingen niet voldoende opbrachten, omdat die op grote schaal ontdoken werden door iedereen die ook maar iets verdiende, maar natuurlijk vooral door wie veel, heel veel verdiende, maakte men begrotingen op die dat verdoezelden en ging men royaal lenen in het buitenland. Griekenland ging elk jaar zwaar in het rood, zonder dat daar een haan naar kraaide. Een graaicultuur noemt men dat nu. Als de politiek de verkiezingen steelt door nog meer sociale voordelen te beloven, terwijl men goed weet dat men die niet kan betalen, dan creëert men een dergelijke graaicultuur bij de bevolking van hoog tot laag. Iedereen wil een graantje meepikken, iedereen wil een vinger in de pap, iedereen wil meesmullen van de gratis vleespotten; als je niet meedoet, ben je een oen.

    Dat brengt ons bij het verhaal van het idyllische eiland Zakynthos. Op zekere dag stelde iemand recentelijk vast dat daar wel uitzonderlijk veel mensen een uitkering genoten als blinde of slechtziende. Er waren daar tien keer zoveel blinden als gemiddeld. De oorzaak was niet een of andere vervuilende industrie of een plaatselijke genetische afwijking, maar de graaicultuur. Dat de staat blinden en slechtzienden een sociale toelage geeft, zal niemand vreemd of ongepast vinden. Als je die normale toelage laat toekennen door een stel door en door corrupte politici, ambtenaren en dokters, ontaardt dat tot het melodrama van Zakynthos. In elke maatschappij zijn er mensen die zich bezondigen aan sociale fraude, die onterecht uitkeringen opstrijken. Zo moet het ook in Zakynthos begonnen zijn: iemand was min of meer slechtziend en slaagde erin zich te laten erkennen als blinde, wat een fikse maandelijkse toelage opbracht. Dergelijke mensen kunnen dat moeilijk wegsteken of verzwijgen en dat zorgde ervoor dat een kennis dezelfde truc probeerde, omdat hij iemand kende, of iemand iets had toegestopt. En van het een kwam het ander: de corrupte mensen die iets uit te delen hadden waar ze zelf niets moesten voor betalen of waarvoor ze zelfs betaald werden door de mensen die hen omkochten, trokken nog meer mensen aan om nog meer macht en rijkdom te verwerven en de corrupte mensen die onterechte uitkeringen begeerden, vonden moeiteloos de weg naar het sociaal paradijs.

    Het socialisme is gesteund op het principe van de solidariteit: als wij alle rijkdommen en alle voorzieningen gelijk verdelen onder iedereen, is de gemiddelde welstand het hoogst. Dat lijkt een nobel principe, een extreme vorm van naastenliefde, waarbij iedereen voor de andere de rol speelt van de barmhartige Samaritaan. Maar dat is niet zo. In een dergelijk herverdelend systeem zijn er steeds mensen van wie men iets afneemt om het te geven aan anderen die het niet hebben. Dat is leuk voor deze laatsten, maar heel wat minder leuk voor de eerstgenoemden. Bovendien blijkt keer op keer dat die opgelegde solidariteit niet werkt. Wie geld verdient, is niet geneigd dat zomaar af te staan onder de vorm van belastingen waarmee men aan herverdeling doet onder mensen die er niet voor gewerkt hebben. En wie de kans schoon ziet om gratis geld te krijgen, is geneigd die kans te grijpen. En zo krijg je witteboordencriminaliteit bij de rijken, die zo veel mogelijk hun bezit veilig willen stellen en zo weinig mogelijk willen bijdragen aan het corrupt systeem van sociale herverdeling, en anderzijds sociale fraude van de armen en vooral de iets minder rijken die terecht vinden dat de rijken al rijk genoeg zijn en hun geld verdiend hebben op de rug van de armen. De centrale pot, waarin de rijken hun bijdrage moeten storten en waaruit de armen hun bijdragen putten, raakt leeg omdat er te weinig wordt ingestopt en te veel wordt uitgegraaid. Dat is precies wat er in Griekenland is gebeurd.

    En dan komt Europa eraan. Griekenland, de bakermat van onze beschaving, moet daarvan natuurlijk deel uitmaken, denk aan Solon, Pericles, Lord Byron enzovoort. Maar Griekenland is eeuwenlang niet-Europees geweest en dat heeft zijn sporen nagelaten. De staat plunderen was een nationale sport in de buitenprovincies van het Ottomaanse rijk: men bestal immers de bezetter, de vijand en daar is niets verkeerds aan. Maar goed, Griekenland in de EU en Griekenland natuurlijk ook in de euro, al waren daarvoor wel enkele spectaculaire financiële kunstgrepen nodig. Een farce, in feite, want Griekenland beantwoordde aan geen enkele van de vele strenge eisen voor lidmaatschap. Het was een emotionele beslissing, zoals die van de romantische superheld Lord Byron die het opnam voor de Grieken en op 36-jarige leeftijd stierf aan de gevolgen van een ziekte die hij opgelopen had toen hij de Grieken opleidde voor hun strijd tegen de Ottomaanse overheersing.

    Griekenland was bankroet toen het in de EU en de eurozone opgenomen werd en kon enkel overleven mits Europa bereid was de prijs te betalen voor het louter emotioneel belang van de Griekse deelname aan het Europees project. En Europa betaalde en bleef betalen en al die euro’s verdwenen in de bodemloze Griekse schatkist, waaruit nu niet alleen de armen en de middenklasse graaiden, maar ook de rijken en de superrijken, als die al niet aan de euro’s zaten nog voor ze de Griekse schatkist bereikten. Er veranderde niets aan de Griekse graaicultuur, Griekenland was nog steeds bankroet, maar niemand was persoonlijk bankroet, omdat de subsidies overvloedig bleven binnenstromen, en de spectaculaire tekorten op de begroting werden met door beroepsgoochelaars weggetoverd en door beroepsbedriegers weggewerkt met steeds grotere buitenlandse leningen dank zij steeds hogere beloofde maar nooit betaalde interesten, laat staan terugbetaalde kapitalen. Griekenland was het Eldorado, het beloofde land voor financiers, economisten, fraudeurs en schurken allerhande, de gulden speelbal van de internationale high finance.

    Tot op zekere dag de zeepbel barstte in Europa, in Ierland, Spanje, Portugal, Italië en ja, ook in Griekenland. Zolang de interesten op leningen betaald worden, is iedereen tevreden. Wie zijn geld heeft uitgeleend, is enkel geïnteresseerd in hoge interesten en maakt zich maar weinig zorgen over zijn kapitaal. Wie geld ontleent, maakt het kapitaal op en maakt zich maar weinig zorgen over de te betalen interesten. Op een dag loopt dat verkeerd af. Als je het geleende kapitaal hebt verkwanseld aan zaken die niets opbrengen, of het gewoon uitgedeeld hebt, of verspeeld in het casino of aan dure vakanties en de hoeren, dan heb je geen zin meer om de interesten te betalen voor iets dat je niet meer hebt. En als de tegenpartij ontdekt dat je wel het geld dankbaar hebt aangenomen, maar het niet verstandig gebruikt hebt en er enkel goede sier mee gemaakt hebt, dan begint vroeg of laat iemand zich zorgen te maken over de interesten, maar nog meer over de terugbetaling van de kapitalen. Leningen zijn voor een bepaalde periode, daarna moet je ze terugbetalen. Een normale burger leent voor zijn huis en betaalt maandelijks zowel de interesten als een deel van het kapitaal terug, zodat na de normale looptijd van de lening alles vereffend is. In de high finance betaalt men alleen de interesten terug, en als het ogenblik van de vereffening komt, sluit men een nieuwe overeenkomst voor dezelfde lening, voor een nieuwe periode en misschien nog een hogere interest. Griekenland stapelde dergelijke leningen op, zonder er ooit één terug te betalen, want dat kon niet, men was feitelijk bankroet en de schatkist was niet alleen leeg, er was bovendien een onvoorstelbaar grote nationale buitenlandse schuld.

    Toen de bankencrisis losbarstte in 2008 ging het daarom: de banken hadden goed geld uitgeleend aan onbetrouwbare klanten, zoals de Griekse staat. Griekenland was niet meer in staat om zijn leningen af te betalen, en als de banken geen interesten meer kregen, konden ze ook geen interesten meer uitkeren aan wie zijn geld daar gedeponeerd had. Iedereen, ook jij en ik, moest bijspringen om de banken te redden. Dat moest wel, anders werd het nog erger: de absolute chaos in de internationale financies, de economie en de politiek: de gevreesde en door Marx voorspelde finale crisis van het kapitalisme.

    Op dat ogenblik vielen de valsspelers door de mand. Iemand merkte op dat er in Zakynthos wel erg veel blinden rondliepen en zelfs rondreden als taxichauffeur, of met een Porsche hun maandelijkse uitkering kwamen innen voor de ogen van het verbijsterd personeel van de sociale dienst. Er zijn ook Grieken die het spelletje niet meespeelden, er zijn uiteindelijk allicht meer eerlijke Grieken dan fraudeurs. En toen Europa eindelijk inzag dat Griekenland als institutionele blinde jarenlang geleefd had op de kosten van de Europese banken en instellingen, vroeg men aan Griekenland beleefd hoe dat nu eigenlijk zat met die interesten en die kapitalen en die begroting. Europa is nog altijd die vragen aan het stellen en Griekenland is nog altijd bezig die te ontwijken, want er zijn geen antwoorden: het geleende geld is op, verschwunden, foetsie. De begroting? Ach, dat… een probleem, ja. Strenge maatregelen? Ja, maar, hoor eens hier, wij moeten ook nog wel verkozen worden, of heb je liever de extremisten aan de macht? De enige oplossing was nochtans werken aan de begroting, de tering naar de nering zetten. Maar dat betekent de bevolking laten betalen: meer belastingen, minder uitkeringen. Welke bevolking zal dat slikken en blijven slikken, zelfs als er vroeger te weinig belastingen waren en te veel achterpoortjes en te veel uitkeringen aan mensen die ze niet nodig hadden of die er geen recht op hadden?

    Crisis in Griekenland. Spanje, Portugal, Ierland, Italië hebben zich hersteld. Griekenland niet. De economie, voor zover die er al was, is stuk en wordt verkocht aan het buitenland om het bodemloos gat te vullen in de begroting. Het toerisme slabakt omdat stakingen de diensten verlammen. En de politici spelen hoog spel: wil je de leningen niet vernieuwen? Goed, dan gaan we maar failliet, dan hoeven we geen interesten meer te betalen en ook geen kapitalen. Jullie willen ons geen toelagen meer geven? Goed, dan stappen we uit de EU en de euro en gaan we aankloppen bij de oude en nieuwe vijand van Europa: Rusland.

    Dezer dagen moeten er beslissingen vallen, zegt men, maar dat zegt men al jaren. Europa wou Griekenland erbij en als we het erbij willen houden, zullen we ervoor moeten betalen. Wie denkt dat men van Griekenland een moderne democratie kan maken zoals Denemarken, droomt met de ogen open.

    Griekenland is het socialisme op zijn platst: het is het socialisme op zijn kop. In plaats van een algemene solidariteit, is het een collectieve diefstal van iedereen op iedereen. Niemand wil nog bijdragen, iedereen wil bijdragen blijven trekken. Het sociale weefsel is stuk, dank zij het socialisme, dat van Griekenland een gemakkelijke prooi heeft gemaakt voor het extreme kapitalisme. In het Westen toomt men nu dat roekeloos kapitalisme danig in. Maar wie zal het uit de hand gelopen socialisme herstellen tot een redelijke solidariteit? Niet de Westerse socialisten, die in hun ideologische blindheid de schuld voor alles leggen bij de corrupte politici en de rijken en niet bij de zeshonderd blinden van Zakynthos.


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij
    17-06-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.The windmills of your mind

    Deze nacht heb ik gedroomd. Ik weet dat, omdat ik mij herinner dat ik gedroomd heb en ook grotendeels wat ik gedroomd heb. In mijn droom wist ik dat ik droomde en wat ik droomde, of ben ik misschien heel even min of meer wakker geworden omdat ik zo realistisch en levendig droomde? Nu ben ik al enkele uren wakker en de details zijn al aan het vervagen, ik weet nog vaag de plot van het verhaal, maar in mijn droom was het een heel uitgewerkte episode, uit het leven gegrepen, met talloze elementen uit mijn verleden die ik me bewust niet zou kunnen herinneren.

    Wat een vreemde wereld huist er in ons, wat een wondere zaak zijn onze hersenen! Men zegt dat tijdens de slaap het bewustzijn uitgeschakeld is, maar onverhoeds spelen er zich processen af en dansen de muizen alsof de kat van huis is, of voert het speelgoed een nachtelijke Notenkrakerballet op, waarvan je in je dromen glimpen mag opvangen. Ben ik dat? Ik lijk wel een toeschouwer in mijn eigen hoofd, een bezoeker in het archief van alles wat ik ooit heb gezien en geroken en meegemaakt, ik kijk in een caleidoscoop van duizenden beelden en zie hoe de verrassend herkenbare kleurrijke scherven van mijn geschiedenis een gans nieuwe soap afspelen, met een scenario dat enerzijds verrassend nieuw is, maar anderzijds volgestouwd zit met vertrouwd aandoende restanten die als eenzame getuigenheuvels opdoemen in een landschap dat ontdaan is van zijn context.

    Wat gebeurt er dan als wij wakker zijn? Waar blijven de muizenissen en de vreemde capriolen van onze nachtelijke fantasieën? Als ’s nachts ons bewustzijn slaapt, slapen dan overdag onze dromen? Of als ons ongeremd nachtelijk batavieren de vakantie is van ons syllogistisch denkend brein, is dan ons wakend logisch redeneren de geordende werkdag in burgerpak van de demonen onzer dromen? Ontmoeten Jekyll en Hyde elkaar ooit? Of liggen ze beiden steeds op de loer om elkaar een loer te draaien?

    In ons lichaam gebeuren vreemde dingen, waarvan wij ons onmogelijk bewust kunnen zijn, zoals van de werking van onze alvleesklier of de eilandjes van Langerhals, maar waarvan we de verre gevolgen merken als fossielen van vroegere levens of eeuwenoude stalactieten die de kale restanten bewaren van gestadig druipende kalkdruppels en zo een verbijsterend theater vormen waarop ons soms een hilarische blik gegund wordt in een nachtelijk visioen of een aha-ervaring als een pronte ochtenderectie.

    Het is hetzelfde ik dat droomt en waakt, dat denkt en fantaseert, dat voortdurend dobbert op de wielingen van de maalstroom en de windmolens van ons ondoorgrondelijke brein.

    Soms krijg ik mails toegestuurd waarvan ik geen woord begrijp, hoezeer ik me ook openstel voor elke mogelijke of onmogelijke verborgen logica of poëtische bevlieging. Allicht zijn dat hersenkronkels die door de eigenaars neergeschreven zijn zoals ze zich aanboden, onbeheerst, ongecensureerd, ongerepte reptielen in de broeierige brousse van ons atavistisch hersenarsenaal, grillig gestold lava der zinnen, mateloze meanders van een ontijdige Michielszomer. Blijf ze maar sturen, het zijn zeldzame geschenken van onbekende weldoeners die ik even koester en dan respectvol opberg in de verste recessen van de ruime receptakels van mijn onvermoeibaar ronddwalend rusteloos gemoed.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:cryptisch
    26-05-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.muziek en dans

    Muziek en dans

    We kunnen ons muziek perfect voorstellen zonder dans en dat is trouwens hoe we er gewoonlijk naar luisteren, thuis op de radio of via internet of cd, maar ook in de concertzaal. Het omgekeerde is veel minder denkbaar: dans zonder muziek… Het kan, natuurlijk maar dan krijg je ongetwijfeld het gevoel dat er iets ontbreekt, dat er iets met opzet is weggelaten, misschien om een bijzonder effect te bereiken, zoals bij mime, wanneer het spreken gewist is bij theater om de volle aandacht op de gebaren te vestigen. Zelfs als dans niet noodzakelijk bij muziek hoort, hoort muziek bij dans. Muziek biedt het ritme en het tempo dat de dans structuur geeft, en een melodische lijn die uitdrukking geeft aan emoties en de choreograaf toelaat een verhaal te vertellen, afzonderlijke houdingen en figuren met elkaar te verbinden in een vloeiende of gebroken beweging in tijd en ruimte. Dat maakt dans tot een gesamtkunstwerk, een samenspel van kunstvormen waarbij het geheel zoveel meer is dan de som van de delen.

    Muziek heeft altijd al dansers en choreografen geïnspireerd. Op deze website heb ik al heel veel muziek onder de aandacht gebracht die mensen geïnspireerd heeft om erop te dansen. Het gaat dan niet zozeer om muziek waarop je kan dansen in een of andere stijl, zomaar, voor je amusement, maar veeleer om echte choreo’s, zoals ze in het moderne metier heten. Vaak had de componist helemaal de bedoeling niet een muziekstuk te maken dat zou dienen om erop te dansen in een of andere vorm van ballet.

    Zo schreef Mendelssohn zijn bekende Midzomernachtsdroom oorspronkelijk als een concertouverture, geïnspireerd door het gelijknamige toneelstuk van Shakespeare, in 1826; hij was toen amper zeventien. Zestien jaar later kreeg hij de opdracht om muziek te schrijven bij dat toneelstuk, als ouverture, als intermezzo bij de scèneveranderingen en als achtergrondmuziek bij sommige scènes. Hij gebruikte zijn bestaande concertouverture voor de ouverture en de eerste scène en componeerde dan andere muziekstukken in dezelfde stijl voor de andere scènes, waaronder de alom bekende bruidsmars. In 1962 maakte Balanchine er een avondvullend ballet van met dezelfde naam en met dezelfde muziek, aangevuld met andere composities van Mendelssohn, waaronder nog drie ouvertures en een deel uit een symfonie voor strijkers.

    Een ander voorbeeld van een volmaakt samengaan van muziek en dans is het korte ballet Le Spectre de la rose. Het is gebaseerd op een gedicht van Théophile Gautier, gecombineerd met de bekende Uitnodiging tot de dans, een werk voor piano van Carl Maria von Weber uit 1819, een stukje programmamuziek, gebaseerd op een verhaaltje over twee jongelui die elkaar ontmoeten op een bal. Het gedicht van Gautier uit 1838 gaat over de roos die een jonge vrouw droeg op een bal en die de volgende dag verwelkt is. Berlioz componeerde in 1838 een heerlijk gedragen, diep ontroerend kunstlied op dat gedicht, in de cyclus Les Nuits d’été. In 1841 kreeg Berlioz de opdracht om het pianowerk van Weber te bewerken voor orkest, als achtergrond voor een ballet dat naar Parijse gewoonte vereist was in elke opera, in dit geval Der Freischütz, eveneens van von Weber. Op die muziek creëerde Fokine in 1911 zijn bekende versie van dat ballet.

    Veel bekender is de geschiedenis van muziekwerken die specifiek voor het ballet geschreven zijn: Ravel’s Bolero, Stravinsky’s Sacre du Printemps, Petruchka, Pulcinella en nog een twintigtal andere van zijn werken; Tsjaikovski’s Zwanenmeer, Notenkraker, De schone slaapster, Sjostakovitsj’ Gouden tijdperk, De bout, De klare stroom, enzovoort. Als je naar Tsjaikovski luistert, kan je niet anders dan aan het ballet denken.

    Zo gaat het ook met moderne en hedendaagse muziek: componisten schrijven voor het rijk gevarieerde hedendaagse ballet, of choreografen op zoek naar interessant materiaal laten zich inspireren door muziek die oorspronkelijk niet bestemd was om erop te dansen, maar die zich door haar vorm en structuur daartoe heel gemakkelijk leent, waarbij de soms verrassende en innoverende compositietechnieken de choreografen ertoe brengen om ook in het ballet vernieuwende elementen te verwerken.

    Muziek en dans zijn onafscheidelijk sinds hun ontstaan, bij het ontwaken van de mens en zullen ongetwijfeld elkaar blijven beïnvloeden en stimuleren, zowel in het ontspanningsleven als in de hoogstaande kunstvorm die het ballet is in al zijn klassieke en moderne vormen.

     

    De schim van de roos

    Licht je sluimerend ooglid op
    dat een ongerepte droom beroerde
    ik ben de schim van de rozenknop
    die je gisteren op het bal ontroerde

    je plukte me waar je me bepareld vond
    met zilveren tranen nog besproeid
    en op het feest van sterren doorgloeid
    wandelde je met mij de hele avond rond

    jou, de oorzaak van mijn dood
    en zonder dat je me kan verjagen
    komt elke nacht mijn schim rozerood
    aan het hoofdeinde van je bed nog plagen

    wees maar niet bevreesd, het is
    geen mis die ik vraag noch de profundis
    mijn ziel is een licht parfum 
    en het is uit de hemel dat ik kom

    een lot als het mijne dat afgunst gaf
    en voor een zo prachtig sneven
    zou menigeen het leven geven
    want op jouw boezem ligt mijn graf

    en op het albast waarop ik rust
    heeft een dichter met een kus
    geschreven: hier rust een roos
    die koningen benijden, mateloos.

    vertaling © Karel D’huyvetters 2007

     

     


    Categorie:muziek
    Tags:muziek
    23-05-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IS en de ruines van Palmyra

    Er is dezer dagen veel te doen over IS. Nu zijn het echter niet de moordpartijen, die overigens gewoon doorgaan, al dan niet commercieel in beeld gezet voor de media en internet, maar de aanslagen op het cultureel erfgoed, in het bijzonder de dreigende verwoesting van de ruines van Palmyra.

    Nu ben ik sinds mijn prilste jeugd een groot bewonderaar van de klassieke oudheid. Ik studeerde ijverig en enthousiast Latijn en Grieks en was daar erg goed in, al zeg ik het zelf. Ik bewonderde de Grieks-Romeinse beeldhouwkunst en bouwkunst en wat ons rest van de schilderkunst. Aan het einde van de humaniora richtte de school een Rome-reis in voor onze klas, en dan gebeurde er iets merkwaardigs. Hoewel mijn ouders, die het echt niet breed hadden, me aanmoedigden om mee te gaan, en ik naar de universiteit zou gaan om er klassieke filologie te studeren, besliste ik spontaan om niet mee te gaan. Ik heb nooit goed geweten waarom, maar het was een sterk gevoel van afkeer dat me dreef. Meer dan tien jaar later kreeg ik de gelegenheid om deel te nemen aan een gelijksoortige schoolreis naar Griekenland voor de leerlingen van mijn echtgenote, en toen ben ik wel meegegaan. Het werd geen succes. Ik heb in mijn leven wel wat gereisd en de obligate bezoeken gebracht aan kerken, kathedralen, musea, concertzalen en openbare gebouwen, maar steeds was er iets dat me onbehaaglijk tegenstak.

    Nu ik oud ben, stel ik vast dat ik een hekel heb aan grote gebouwen. Het is enerzijds een fysieke weerstand die ik ervaar, maar anderzijds ook een diepgewortelde overtuiging dat grote gebouwen een menselijke vergissing zijn. Waarvoor dienen ze? Kerken en kathedralen zijn niet gebouwd voor mensen, maar om mensen te onderwerpen. Ook openbare gebouwen hebben die functie: ze bevestigen de machthebbers in hun positie en intimideren de burger tot gehoorzaamheid en gezagsgetrouw handelen. Musea en andere tentoonstellingsruimten zouden de kunst moeten verheerlijken, maar zijn meestal protserige schatkamers met onbetaalbare kunstwerken van niet zelden bedenkelijk allooi, waarop eenvoudige mensen een blik gegund wordt in dure en wegens de mediahype overbevolkte tentoonstellingen. Concertzalen zijn burchten waar het establishment en het geld zich etaleert, op het podium en in de zaal.

    Ik stel vast dat ik er niet meer kom. Het is niet meer voor mij, ik erger me alleen maar mateloos.

    En dat is ook mijn reactie bij de vernieling van de antieke kunst in het gebied dat door IS veroverd wordt. Het raakt me niet, stel ik vast. Men zou verwachten dat een kunstminnend en cultureel toch enigszins onderlegde persoon zoals ik zijn afgrijzen zou uitschreeuwen over zoveel barbarij, maar dat is niet het gevoel dat bij mij opkomt.

    Een zeer klein gedeelte van ons erfgoed, de kunst en de cultuur uit het verleden, is bewaard gebleven. Het overgrote deel ervan is verdwenen, in puin gevallen of verwoest. Dat is de werkelijkheid, dat is de normale gang van zaken. De overdreven aandacht die naar die schaarse overblijfselen gaat en de waarde ervan tot astronomische hoogten opdrijft, is in mijn ogen ongepast. Een schilderij van Van Gogh heeft een commerciële waarde van honderden miljoenen en ligt ergens in een kluis, terwijl de brave schilder het niet aan de straatstenen verkocht kreeg. Voor mij heeft het niet meer waarde dan het doek en de verf.

    Als men nu de zeldzame restanten van de Assyrische kunst aan diggelen slaat in musea en op archeologische sites, of ze verkoopt op de zwarte markt om de IS-strijders en hun wapens te betalen, dan maakt dat op mij niet de minste indruk, stel ik vast. Er gebeurt maar wat altijd al gebeurd is, en of een pronkstuk terechtkomt in een museum dat slechts enkele van de zeven miljard mensen bezoeken, maar dat stukken van mensen kost om in stand te houden, of vernietigd wordt, dat blijft mij eender, het is even verwerpelijk en dwaas. Voor mij hoeven de klassieke ruines van Palmyra niet vernietigd te worden, maar ze moeten ook niet mordicus blijven bestaan. Alles in stand houden wat we hebben is onmogelijk. Het oude moet steeds sneller plaats maken voor het nieuwe, we zijn bezige bijtjes, nietwaar.

    Als men morgen zou beslissen de honderden leegstaande kerken en kathedralen en de talloze cultuurpaleizen in ons land te slopen, ik zou er geen traan om laten. Men kan ze een andere, nuttige bestemming geven, maar meestal is dat vele malen duurder dan afbreken en iets bouwen dat echt nodig is. En misschien is er niet zoveel nodig als men denkt of wil doen geloven. In Rotselaar, waarvan Werchter een deelgemeente is, prijkt een hypermodern gemeentehuis; de zeldzame keren dat ik er binnenkom, huiver ik als ik de ijzige leegte op mij voel vallen. In immense kantoorlandschappen zitten hier en daar bedienden verdwaald, rari nantes in gurgite vasto. Alles is grijs en strak en kaal, en onmenselijk koud. Ik vermoed dat men dezelfde diensten zou kunnen aanbieden in een eenvoudige, gezellige huurwoning.

    Dat is wat ik bedoel. Wij hebben behoefte aan een omgeving op mensenmaat en die is niet monumentaal. In monumenten leeft men niet, men komt er kunstmatig bijeen in veel te groten getale. Ik herinner mij luidruchtige recepties in overvolle en akoestisch horribele zalen van openbare gebouwen: een verschrikking… Musea en concertzalen staan het grootste gedeelte van de tijd gewoon leeg, ze zijn slechts zelden echt in gebruik, en dan op een totaal onnatuurlijke manier. Ik bezocht ooit MoMA in New York en in een van de ruime bovenzalen vond ik een ‘tentoonstelling’ van arte povera, zeg maar: vuilnis (artistiek!) uitgestrooid op de dure vloer. In de hoek zat een suppoost in livrei zich een haalbare houding te zoeken op een duidelijk ongemakkelijke stoel. We keken elkaar aan, en onze woordeloze conversatie was er een van onnoemelijke droefheid om de wezenloze idiotie van de hele situatie. Hebben we echt niets anders te doen? Is dat het beste waartoe we in staat zijn? Is dat wat we bedoelen met een leefbare wereld?

    Ik keur de eventuele verwoesting van de klassieke ruines van Palmyra niet goed, integendeel, het is barbarij en schandelijk. Maar ik begin stilaan te begrijpen hoe het zo ver is kunnen komen. Sommige mensen hebben genoeg van de hypocrisie van onze samenleving en doen er eindelijk zelf iets aan, met mokerslagen, dynamiet, gesofistikeerd wapentuig of een ritueel mes. Verwerpelijk, absoluut verwerpelijk, maar het zat er wel aan te komen. Niet iedereen vindt dat we nu leven in de beste van alle mogelijke werelden, en wij zullen het geweten hebben.

    Wat staat ons nog te wachten? Waar en wanneer is het volgende Palmyra, het volgende Bardomuseum, de volgende Charlie Hebdo, het volgende Utøya, de volgende Killing Fields? Als het niet verandert, zal het allicht veel erger worden voor het ooit nog beter wordt.

    Geen illustraties vandaag.

     


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:samenleving
    09-05-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Charles Vergeer, Overspoeld door de eindigheid. (recensie)

    Charles Vergeer, Overspoeld door de eindigheid. Inleiding tot de metafysica, Budel: Damon, 2015, 204 blz., € 15,90 (pb).

    Het is niet elke dag dat er een inleiding tot de metafysica verschijnt en al helemaal niet in het Nederlandse taalgebied en dan nog in het oorspronkelijk Nederlands. Dat was genoeg om mij tot lezen aan te zetten.

    Van bij de aanvang valt op dat het hier niet gaat om een strak gestructureerde en methodische uiteenzetting van wat metafysica nu eigenlijk is, hoe ze ontstaan en geëvolueerd is en wat de hedendaagse geldende opvattingen ter zake zijn. De teksten zijn de weergave van colleges die de auteur gegeven heeft voor een selecte groep van honours studenten en worden omschreven als oefeningen. Maar niet helemaal, want het interactieve karakter van die colleges kunnen in een boek niet tot hun recht komen, natuurlijk.

    Wat we aangeboden krijgen, blijkt een transcriptie te zijn van de mondelinge bijdrage van de docent, veeleer min dan meer aangepast aan het boekformaat. Men leze het boek dus het best als dusdanig: beeld je in dat je de auteur zijn teksten hoort debiteren in een auditorium of seminarielokaal. Hij benadert zijn onderwerp flanerend langs bekende en minder bekende paden, sprekend in een half poëtische, half filosofisch-technische badinerende spreekstijl waarvan sommige filosofen menen dat die van hen verwacht wordt door een belangstellend publiek. Wat niet moeilijk kan gezegd worden is de waarheid niet, lijkt het parool te zijn.

    Typisch zijn de Heideggeriaanse etymologieën en pseudo-etymologieën en woordsplitsingen die een ver-borg-en waar-heid moet-en ont-hullen. Het is allemaal zo vaak gedaan in de vorige eeuw, dat het meer dan een beetje oubollig aandoet dat in 2015 nog eens voorgeschoteld te krijgen.

    We krijgen dus veeleer flarden van uiteenzettingen dat een rustig betoog, met talrijke citaten in het Latijn, Grieks, Engels, Duits, Frans, soms vertaald (of hertaald, of erger) maar vaak ook niet, nog meer verre verwijzingen naar bekende en minder bekende auteurs uit de hele geschiedenis van het denken. De vele herhalingen die in een voordracht nog enig nut kunnen hebben, verliezen in een boek hun zin en worden als slordigheden ervaren die men is vergeten weg te werken bij de revisie.

    Men kan zich echter afvragen of er van enige revisie wel sprake is geweest. Slordig is ook het taalgebruik, met talloze gevallen van de haar-ziekte (‘Het Griekse woord logos werd in haar Latijnse vorm opgenomen…’, blz. 37; ‘Het heelal spat niet uiteen maar dijt uit en behoudt haar samenhang.’, blz. 57), vreemde vormen van geslachtsverwisseling (‘De tijd gaat niet teloor in het verleden, noch verliest ze zich in de toekomst, ze behoudt haar samenhang…’, ibid.; ‘… een boom het kan verdragen dat ze haar wortels verlaat…‘ (blz. 64); ‘… en dat al gerijpte en volgroeide, volwassene en voltooide haar duur kende waarna haar tijd gekomen was en ze weer ten onder ging.’, blz. 64), een Angelsaksisch naast elkaar plaatsen van woorden (‘promotie plechtigheid’, blz. 59; ‘twee werelden leer’, blz. 63; ‘een chrono fobische jongeling‘, blz. 95), foute vervoegingen (‘het ontbreek’ blz. 31), feitelijke onjuistheden (‘acht miljard mensen’, blz. 36; ‘… in de duisternis van ons bloed bijvoorbeeld, zijn miljoenen bacteriën’, blz. 89); warrige beeldspraak (‘Er moet ruimte blijven voor andere wegen naar Rome.’, blz. 68); historische miskleunen (‘Descartes… wilde aansluiting zoeken bij de moderne natuurwetenschappen zoals die vooral door Newton belichaamd werden’, blz. 77; toen Descartes stierf, was Newton zeven jaar oud), onterechte meervouden (‘De gemaakte serie opmerkingen … roepen veel vragen op’, blz. 87) enzovoort, enzovoort.

    Een geval apart zijn de Latijnse citaten en verwijzingen. Alle grammaticale fouten daarvan opsommen, zou meer dan een volle bladzijde in beslag nemen. De meest schrijnende zijn het herhaalde ens creata en het hilarische Homer sacer (blz. 86, waarschijnlijk geïnspireerd door de metafysicus Simpson met die naam). Indien iemand dit boek nagelezen heeft, kende die geen Latijn.

    Met het Grieks gaat het niet beter. Enerzijds heeft de auteur kritiek op de vertaling van (naast anderen) Paul Claes van een Herakleitos-citaat (blz. 78), maar dan gaat hij doodleuk verder en plagieert Claes’ verklaring van zijn vertaling voor het opbouwen van zijn eigen verklaring van het begrip fusis. Het toppunt bereiken we met een volgend citaat van Herakleitos, dat de auteur vertaalt als ‘Lijken zijn betere uitwerpselen dan mest’. Nu hoef je geen Grieks te kennen om meteen in te zien dat dit zelfs voor Herakleitos al te cryptisch is. Wat er staat is natuurlijk dat lijken betere mest zijn dan uitwerpselen. Even verder staat een net zo klungelige vertaling van fragment B20, die zelfs als kopje dient voor het hoofdstuk (‘Opdat de dood niet uitsterft’, terwijl het Grieks zegt ‘… en laten ze kinderen na om te sterven’. En op blz. 105 moet ook Euripides eraan geloven: het bekende citaat ‘O goden! Goddelijk is het je vrienden te herkennen!’ wordt onbegrijpelijk vertaald als ‘het is God als de geliefde bekend wordt’. Blijkbaar kent iemand ook geen Grieks.

    Of Italiaans, want ook die citaten gaan de mist in (tra il finestre, blz. 115). Enkel het Duits lijkt meestal te kloppen.

    Al dat fraais maakt het lezen een frustrerende, ja ergerlijke bezigheid. Het mag een wonder heten dat iemand nog de moed opbrengt om zich in de inhoud te verdiepen. Maar ware heldenmoed is vereist om zich daaraan te wagen. Men kan zich niet van de indruk ontdoen dat de auteur zoals het orakel van Delphi door geestesverruimende of postprandiale wasems in een soort trance is gebracht en ons van daaruit eindeloos overspoelt met onsamenhangend geleuter van een verregaande apodictische arrogantie, gelardeerd met filosofisch jargon, citaten, verwijzingen, boutades, bon mots en vage vluchten van de fantasie. Wie na een pijnlijke worsteling met de eindeloze bladzijden eindelijk met een zucht van verlichting het boek dichtklapt (indien dat al niet veel eerder gebeurd is, wat meer waarschijnlijk is), weet voorwaar niets meer over metafysica dan aan het begin van deze lijdensweg.

    Boeken als dit bezorgen de filosofie haar slechte reputatie. Maar, lieve lezers en lezeressen, vergis je niet: dit boek is geen filosofie, maar een parodie daarvan. Lees dus maar liever het Wikipedia-artikel of ga een flinke wandeling maken. Om bij het citaat van Herakleitos te blijven: dit boek, het ‘lijk’ van de colleges waarmee deze docent zijn studenten teisterde, is helaas geen betere mest dan uitwerpselen, maar slechtere.


    Categorie:ex libris
    Tags:filosofie
    23-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over baby olifantjes, vermoorde wilde dieren, pandavoyeurisme en huisdieren
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Er is in de dierentuin een olifantje geboren en die gebeurtenis kreeg haar plaats tussen het overige wereldnieuws in de media. Iedereen lijkt zo’n baby olifantje schattig te vinden en wanneer het straks te bezichtigen is, zullen duizenden mensen zich staan te verdringen om er toch maar een blik van op te vangen. Ik heb daarbij, als tegendraadse denker, veeleer wrange gevoelens.

    Vooreerst is die geboorte een totaal kunstmatige zaak. De vader en de moeder leven in gevangenschap en overleven slechts met intense verzorging. Dat geldt nog veel meer voor de baby: zonder menselijke tussenkomst zou die het niet overleven. Een uitgebreide groep van verzorgers en gespecialiseerde dierenartsen is de klok rond bezig om de geboorte te doen slagen en de boreling in leven te houden. En dat terwijl in Afrika olifanten koelbloedig uitgemoord worden omwille van hun ivoor. En in hetzelfde dierenpark wordt een ander, gezond dier omgebracht en aan de roofdieren in hun kooien gevoederd. Kan het nog gekker?

    Het is duidelijk dat dierentuinen commerciële instellingen zijn die populaire diersoorten kunstmatig in leven houden en daarmee handig inspelen op de nieuwsgierigheid van mensen die niet weten wat te doen met hun vrije tijd.

    Ik kan tijdens een zeldzaam bezoek aan een dierenpark mijn afschuw en mijn tranen nauwelijks bedwingen. Deze dieren horen thuis in de natuur, niet in gevangenschap. Ik kan geen enkele goede reden bedenken waarom wij wilde dieren hier zouden mogen opsluiten. Met welk recht? Stilaan begint er een kentering te komen in de mentaliteit van de mensen en zelfs in de wetgeving. Wilde dieren in circussen mogen niet meer en de regels voor dierenparken zijn erg streng geworden. Maar we moeten nog een grote stap verder en wilde dieren laten waar ze thuishoren. Er zijn genoeg uitstekende natuurdocumentaires die ons alles over zelfs de meest zeldzame dieren tonen, veel beter en veel natuurlijker dan wij dat in een zoo kunnen zien.

    Ik zal dus ook niet gaan kijken naar het pandakoppel dat sinds enige tijd in een Waalse stad opgesloten zit en blootgesteld wordt aan het trieste menselijke voyeurisme. Die stad verbeurt daarmee overigens meteen de eretitel van (tijdelijke) culturele hoofdstad van Europa (die ze trouwens enkel te danken hebben aan het feit dat de plaatselijke burgemeester ook eerste minister was van dit vreemde landje).

    Sinds oktober van vorig jaar hebben wij een huisdier, Tobit of Toby, onze Beagle. Met vallen en opstaan heb ik geleerd met hem om te gaan als een levend wezen zoals ik er ook een ben. Wij zijn verschillend, maar dat zijn verschillen in gradatie, niet in essentie. Ik voel me verantwoordelijk voor hem, maar ik besef stilaan dat ik hem al de vrijheid moet laten die hij van nature heeft. Dat is niet altijd gemakkelijk, zijn wensen komen niet altijd overeen met de onze en vaak moeten wij ons aanpassen aan hem veeleer dan omgekeerd. De grenzen ontdekken van ons samenleven met een huisdier is een fascinerende belevenis die ons leven verrijkt, elke dag opnieuw.

     


    Categorie:poŰzie
    22-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.50+ en zonder job

    Frank Van Laeken, Als het werk stopt. 50+ en zonder job, Antwerpen/Utrecht: Houtekiet, 215 blz., € 19,99 (pb).

    Ik ben zelf 69, ik schrijf op Seniorennet, dus werd me gevraagd dit boek te bespreken en ik heb maar toegezegd. We lijken er immers niet onderuit te kunnen: enerzijds moeten we met zijn allen langer werken, anderzijds blijken ouderen het steeds moeilijker te hebben om werk te houden en nieuw werk te vinden. Er is dus een aanzienlijke en groeiende groep van mensen die zouden moeten werken maar dat niet doen. Dat is een maatschappelijk probleem, want die mensen moeten ook leven en als ze niet werken, zal iemand hen moeten onderhouden. En als er niet genoeg werkende mensen zijn, is er geen geld genoeg om voor iedereen een sociaal vangnet te voorzien.

    Dat is het probleem en daarover gaat dit boek. Het vertrekt van de situatie van de auteur, die zoals veel anderen op relatief rijpere leeftijd in de werkloosheid terechtkwam. Hij heeft dan de kans gekregen om net daarover een boek te schrijven en heeft zo van een nood een deugd gemaakt. Enerzijds heeft hij een aantal collega-werklozen geïnterviewd over hun ervaringen, anderzijds is hij te rade gegaan bij zowat iedereen die rechtstreeks of onrechtstreeks iets met deze problematiek te maken heeft: politici, vakbondsleiders, werkgeversorganisaties, tewerkstellingsbureaus, arbeidsbemiddelaars, diensten voor arbeidsbemiddeling en de diensten die de werklozensteun toekennen, enzovoort. Er wordt dus opvallend veel geciteerd in dit boek, wat niet verwonderlijk is als men leert dat de auteur ook copywriter is geweest. En daar wringt toch een beetje het schoentje. Zeker, de auteur is persoonlijk betrokken bij al wat hij schrijft, maar hij komt niet echt tot een ernstige analyse van de toestand, zelfs niet in een hoofdstuk met een overdaad aan statistische gegevens, en uiteindelijk biedt hij al evenmin een doordachte oplossing aan in een afsluitend hoofdstuk. Hij laat voortdurend het woord aan zijn talrijke gesprekspartners en dat levert een veelkleurig mozaïek op van opinies en ideeën, maar er verschijnt langzamerhand noch finaal een patroon dat die diversiteit tot een zinvol geheel maakt. Daarvoor zijn de meningen al te zeer verdeeld en de ervaringen al te anekdotisch in hun nochtans schrijnende realiteit.

    Naar het einde van het boek toe lijkt de auteur zich te scharen achter de ideeën van enkele personen die zoals hij van de nood een deugd hebben gemaakt. De ene heeft een bedrijfje opgericht om oudere werklozen aan werk te helpen, de andere heeft een boek geschreven dat deze mensen moet helpen om werk te vinden. Daarmee plaatst de auteur zich uiteindelijk in dat kader en dat is een beetje jammer, want het probleem is reëel en zijn methode is niet onverdienstelijk, en zijn kwaliteiten als copywriter blijken op elke bladzijde. Men kan zich echter niet van de indruk ontdoen dat we hier veeleer te maken hebben met randfenomenen van een uiterst belangrijk maatschappelijk probleem dan met de kern van de zaak en met oplossingen die meer zijn dan verkoperpraatjes. Of iemand werk vindt of niet zal immers niet in de eerste plaats afhangen van hoe men zich verkoopt (zoals in het boek herhaaldelijk gesuggereerd wordt), maar vooral van de vraag of er werk is en of men dat werk wil doen voor het aangeboden loon en de specifieke omstandigheden.

    Het lijstje van de geïnterviewden en van de geraadpleegde documenten is lang. De instanties die maatregelen bedenken om iets aan het probleem te doen zijn legio. Maar de talrijke en diverse genomen maatregelen blijken nauwelijks effect te hebben en niet zelden werken ze elkaar zelfs tegen. De meeste geïnterviewden lijken het nochtans evident te vinden en te verwachten dat de oplossing komt van dergelijke maatregelen, die de tewerkstelling van ouderen moeten aanmoedigen met allerlei fiscale voordelen of nieuwe vormen van arbeidsorganisatie. Zij geloven stuk voor stuk in de maakbaarheid van de economische en maatschappelijke wereld en vooral ook in hun eigen ideologieën en ideeën om die ideale wereld tot stand te brengen of althans de huidige wereld te redden van de ondergang. Maar ook hier kunnen wij ons niet ontdoen van de indruk dat deze mensen van de nood een deugd maken: zij blijken allemaal, zonder enige uitzondering, te leven van hun betrokkenheid bij het probleem, zij het als hoogleraar toegepaste economie, als hoofd van een federale of gemeenschapsoverheidsdienst, als directeur van een plaatsingsbureau, als vakbondsleider enzovoort. Er wordt enorm veel gepraat over dit probleem, er zijn talloze goedbetaalde praatjesmakers, maar dat blijkt het probleem helaas helemaal niet op te lossen.

    Na het lezen van dit boek heeft men een vrij goed zicht op de situatie van de oudere werkloze in Vlaanderen en van de meningen daarover bij de vele betrokkenen en ook van de maatregelen die men daarvoor heeft genomen of heeft nagelaten te nemen. Maar de werkelijke oorzaak van het fenomeen ontsnapt aan deze benadering. De verhalen van de werklozen die we hier vinden laten ons niet toe een algemene regel te formuleren voor hun ontslag, noch voor de redenen waarom zij niet meer aan de bak komen en ook de geleerde analyses van de professoren helpen ons daarbij niet echt. Waarom wordt een oudere werknemer ontslagen? De auteur en zijn gesprekspartners putten zich uit om de vele vooroordelen over deze groep te ontkrachten, maar hoe beter ze daarin slagen, hoe minder men begrijpt waarom die groep desondanks toch zo groot is. Zijn het dan allemaal slechts vooroordelen van werkgevers, personeelsdiensten, headhunters en HR-diensten? Misschien wel, al ontkennen ook zij dat in alle toonaarden.

    Misschien is het met werknemers wel zoals met een bril. Zelfs als er met je oude niets aan de hand is, wil je af en toe wel eens een nieuwe.

    Maar laten we ernstig blijven. Misschien hebben we te weinig oog voor een fundamenteel intermenselijk gegeven, namelijk het generatieconflict, de moeilijkheid die mensen van verschillende leeftijden hebben om met elkaar samen te werken. De oorzaken van die weerstand zijn complex, maar ze volgen wel de lijnen van de leeftijd en dus mogen we aannemen dat die problemen leeftijdsgebonden zijn. Wie voor die diepmenselijke ingesteldheid geen oog heeft, ziet het probleem niet. En wie denkt dat het slechts om een oppervlakkig vooroordeel gaat dat men (zoals in het boek) zomaar kan wegwerken door ‘een Van Goghske te doen’, namelijk het ‘oor’ weg te snijden zodat een voor-oor-deel een voordeel wordt, die is ofwel al te utopisch of, vrees ik, een praatjesmaker.

     


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij


    Foto

    Inhoud blog
  • De schoonheid en de troost van het athe´sme
  • Recensie: De schoonheid en de troost van het athe´sme
  • ouderdomsdoofheid
  • het blinde socialisme van Zakynthos
  • The windmills of your mind
  • muziek en dans
  • IS en de ruines van Palmyra
  • Charles Vergeer, Overspoeld door de eindigheid. (recensie)
  • Over baby olifantjes, vermoorde wilde dieren, pandavoyeurisme en huisdieren
  • 50+ en zonder job
  • The Soul Fallacy, Julien Musolino (recensie)
  • De kerk en haar gelovigen
  • (g)een filosofie van de stilte (recensie Jan Hendrik Bakker)
  • Slavoj Zizek, Eis het onmogelijke (recensie)
  • Recensie: Nick Broers, Achter Darwins horizon. Een religie voor athe´sten.
  • Me dunkt...
  • Niemand kan twee heren dienen, nogmaals.
  • bindi, FGM en andere gebruiken
  • Seksualiteit
  • Oost west, thuis best?
  • Recensie: Het voordeel van de twijfel, Tim De Mey.
  • Gedichtendag 2015: Toby
  • Buridans ezel?
  • Spinoza over de Islam
  • Piet Spigt (1919-1990), Nederlands humanist en vrijdenker (recensie)
  • besparen op cultuur?
  • Gelukkig 2015!
  • Imagine...
  • Een zomer met Montaigne (recensie)
  • Dode materie en levende.
  • 300.000 bezoekers
  • Nicholas Carr, De glazen kooi (recensie)
  • Vrijheid en technologie
  • Vrijheid
  • Staken en betogen, of werken?
  • Es geht auch anders...
  • De twijfel van de athe´st
  • Tom Kroon, De morele intu´tie van kinderen
  • Flamenco!
  • Julian Baggini, De deugden van de tafel
  • Edward O. Wilson, The Meaning of HUman Existence
  • Vrijdenken
  • onze hoog-technologische samenleving
  • Tobit
  • De volmaakte priester bestaat niet.
  • La perfection n'est pas de ce monde.
  • Toby
  • Geloof of wetenschap?
  • Besparingen, nogmaals.
  • Besparen op cultuur?
  • Niemand kan twee heren dienen.
  • John Stuart Mill
  • Brief van de bisschop van Antwerpen aan de bisschop van Rome
  • Odette?
  • Onverzoenbaarheid
  • The windmills of your mind
  • Nogmaals: fatalisme en menselijke vrijheid
  • Aarschot, augustus 1914-2014
  • Pastoor Pieter-Jozef Dergent, 1870-1914
  • Yezedi's?
  • Een waanzinnige logica: de Hannibal Directive
  • ongewenst seksueel gedrag
  • Gaza: de grond van de zaak
  • Johan Braeckman, Darwins moordbekentenis
  • Vrijheid en determinisme
  • De blinde telescoop
  • Herakleitos, Alles stroomt (vert. Paul Claes)
  • Antisemitisme?
  • O'Hanlons Helden
  • Polarisatie in Vlaanderen
  • Voetbalgekte
  • Na de verkiezingen
  • Mestkevers?
  • Een eerbaar Vlaams nationalisme
  • Vlaams nationalist, ik?
  • Voor een democratisch Vlaanderen
  • Julian Barnes, The Sense of an Ending
  • Recensie: Ludo Abicht, DemocratieŰn sterven liggend.
  • Recensie: Paul Frentrop, Het jaar 1759.
  • Edward Elgar, Sea Pictures
  • De zoon van de priester
  • Verrijzenis
  • Adel
  • Mijn Spinoza-vertaling
  • Gij zult niet doden...
  • Seksualiteit: idealen en normen
  • The Oxford Handbook of Atheism
  • Hoe we overleven - Mark Rickerby
  • karabiner, musketon, volant en ruflettelint
  • Gedichtendag 2014
  • Antiklerikaal
  • verhitte internetdiscussie
  • Het kruis en de gekruisigde.
  • De seculiere samenleving - Patrick Loobuyck
  • Kweddelen!
  • Euthanasie in BelgiŰ
  • for whom the Bell tolls: exit Didier Bellens
  • De Zevende van Beethoven
  • God bewijzen - Stefan Paas en Rik Peels
  • De Verlichting als kraamkamer, Jabik Veenbaas
  • Recensie: De naakte perenboom. Op reis met Spinoza, Rudi Rotthier
  • In memoriam Luc Verbeke (1924-2013)
  • Gods dobbelstenen
  • Afwezig?
  • Rode kazuifels
  • Socialisme of sociaal-democratie?
  • Late Night Thoughts - Lewis Thomas
  • vrije universiteiten
  • slaagcijfers aan de universiteit
  • Islam, Nazisme en verdraagzaamheid
  • Mes tendres annÚes
  • Caveat emptor!
  • De botten van Descartes - Russell Shorto
  • The Ends of Life - Keith Thomas
  • Goed en kwaad
  • Rebellen - Anne Morelli (red.)
  • Dick Swaab, Wij zijn ons brein
  • Topprestaties, onbehagen en liefde
  • Marius Engelbrecht, De onttovering van de waanzin
  • Siebrand en Hiemstra, Voetangels & Klemtonen
  • meikever
  • Evolutie, cultuur en betekenis - Tom Uytterhoeven
  • Pascal Smet of Pieter Wispelwey?
  • Herbetovering van de wereld - Michael L÷wy
  • de utopie van Martin Buber
  • Radicale secularisatie?
  • Economisch nationalisme - Olivier Boehme
  • Kerk en staat
  • bij een overlijden: Macbeth
  • Jacques Brel
  • Goudhaantje
  • ik en de anderen
  • het ruimere perspectief
  • haptonomie, hapschaar
  • Desiderata - Max Ehrmann
  • Crisis
  • Onze waarden? Of toch niet...
  • Democratie in BelgiŰ en in Vlaanderen
  • De eenden zijn terug!
  • Grootschaligheid
  • Sjostakovitsj' Lady Macbeth
  • carnaval
  • Liegen - Sam Harris
  • Verbeter je brein - Reinhoud de Jong
  • Gedichtendag 2013
  • De hulpelozen van de macht - Jean-Pierre Rondas
  • binaire klok
  • Aforisme
  • Sneeuw
  • standvogel
  • Spelen
  • het Belgisch koningshuis
  • keuzes maken
  • De avonden
  • In den beginne...
  • Zwart Vlaanderen volgens Lode Wils en Eric Defoort
  • Barbaren!
  • Spijt
  • God is niets omdat hij alles is (C. Verhoeven)
  • de niet zo schijnbare paradox
  • forum
  • Bevrijd van de dwang van de media
  • Het opgeheven vingertje
  • media-asiel
  • Een links complot?
  • seks
  • Is er dan een probleem?
  • Morgen gaan we stemmen!
  • Kwaad
  • Lees- en gespreksdag in Werchter
  • Vrijheid van mening
  • Dank je wel, Mr. Darwin!
  • het relatieve belang van de islam
  • Dichtbundel David Verstreken
  • N-VA racistisch?
  • N-VA extreemrechts?
  • Ian Robertson, Het winnaareffect
  • sanitaire stop
  • Champions League
  • Getuigen van Jehova
  • Het grote misverstand, nog steeds en alweer
  • blog writer's block
  • Olympisch goud
  • Levende wezens, dode materie
  • Onrust
  • Olympische spelen
  • de kogel is door de kerk, of net niet?
  • De goden. Cicero, De natura deorum
  • Voltaire, Satires, Les SystŔmes
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Ode aan Spinoza
  • koppiekoppie!
  • Uriel da Costa: bibliografie
  • Uriel da Costa's Testament in Nederlandse vertaling
  • Uriel da Costa, Een mensenleven als voorbeeld
  • Geluk in ruimer perspectief
  • pareidolia
  • Fluisterend athe´sme
  • elk muntstuk heeft twee kanten
  • Goethe's Harzreise im Winter - Brahms' Alt-rapsodie


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!