De Italiaanse schrijver Paolo Cognetti werd geboren in Milaan op 27 januari 1978. Zie ook alle tags voor Paolo Cognetti op dit blog.
Uit: Beneden in het dal (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)
“Dat had het teefje nog nooit een hond zien doen.
Ze voelde een nieuw soort opwinding toen ze zag dat de grijze zijn kaken op elkaar geklemd hield en de keel van de spartelende herder niet losliet. Net zolang totdat ook zijn maten, die rusteloos om hen heen draaiden, zagen dat het lichaam van hun leider verslapte, dat er bloed uit zijn nek gutste en dat de grond ervan doordrenkt raakte. Nu leek ook hij op een oude autoband, en even later waren de twee in de velden verdwenen.
Op de provinciale weg reed een tankwagen voorbij; op het dak lag een vingerdikke laag rijp die door een windvlaag werd weggeblazen. November. Het teefje sprong van de autostoel af en kwispelde naar de reu, die op haar toeliep. Zijn razernij van even tevoren was al geluwd, hij besnuffelde haar goedmoedig, liet zich besnuffelen.
De geur die ze rook was die van bos, aarde, bladeren, van het bloed van de hond die hij zojuist had gedood. Ze kreeg zin om hem te likken, en likte hem. Daarna nam hij haar en zo kwam er voorgoed een einde aan haar jeugd.
Ze volgden de rivier die dag stroomopwaarts, uitgelaten hollend omdat ze elkaar hadden ontmoet, over de grindbanken, de eilandjes en de verlaten stukken grond in de benedenloop van het dal. Op de bergkammen in de verte was maagdelijke sneeuw te zien, maar langs de rivier stonden cement- en meubelfabrieken, groothandels in landbouwmaterialen en bouwmarkten.
Ze zagen ratten in de afvoerkanalen en kraaien op de stortplaatsen, roken de geur van over de velden uitgestrooide mest, en toen ze op mensen stuitten, in een bestelbusje op de oever, begreep zij, die niet bang was voor mensen, dat hij die juist uit de weg ging, want ze waadden de rivier door om hun weg aan de andere kant te vervolgen.
Ze liepen langs een omheining en niet veel later eindigde hun tocht bij een engte waar de rivier was versperd en waar pijpleidingen begonnen. Ze konden het wegverkeer daarvandaan horen, ergens aan de andere kant van de hoge oever.
Het begon te schemeren, maar hij wilde pas tevoorschijn komen als het helemaal donker was. Terwijl ze wachtten kreeg ze honger, ze had al urenlang niets gegeten en maakte het hem duidelijk zoals puppy’s dat doen, door hem te likken en zachtjes in zijn snuit te bijten, alsof hij haar vader was en haar van eten moest voorzien. Hij kon die kwelling ergens wel waarderen.’

Paolo Cognetti (Milaan, 27 januari 1978)
De Amerikaanse dichter Harvey Shapiro werd op 27 januari 1924 in Chicago geboren in een joodse familie uit Kiev. Zie ook alle tags voor Harvey Shapiro op dit blog.
De moeder der uitvindingen
Op mijn bureau liggen de rekeningen van de levenden
en in mijn slaap liggen de rekeningen van de doden.
“Leegte is de moeder der uitvindingen,”
zegt mijn gelukskoekje. 23 juli 2010.
Brooklyn. Ik loop in de zachte regen,
nog nooit zo voldaan, nog nooit zo gelukkig.
Waarom zou ik twijfelen aan de zin van de wereld
als ik zelfs in mezelf mysterieuze doelen zie?
Een kraai daalt even neer,
zwart, in rabbijnse kleding, en krast Kaddisj.
Vertaald door Frans Roumen

Harvey Shapiro (27 januari 1924 – 7 januari 2013)
Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2024 en ook mijn blog van 27 januari 2019 en ook mijn blog van 27 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.















