|
Dolce far niente
 Moeder en dochter door Edvard Munch, 1897
NERGENS
En maar overal en maar rusteloos maar zonder slaap zonder haar overal zoeken
en zwerven om haar niet te weten overal ook overal in plaatsen waar zijn nooit
maar weten kan je niet dus niet slapen niet eten en overal kijken overal
dat had ze nooit zeggen ze gewild maar wat weten ze daarvan overal
waar haar schaduw haar voetstap daar zal ook ik gaan en in de zon gaan
en in de nacht natuurlijk alle schepen straten treinen er is veel te doen overal
ja ik weet ze is weg maar wellicht wacht ze toch overal op mij dus
ik zoek en ik kijk en ik slaap niet maar blijf buitengewoon waakzaam.
 Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945) De aula (ontvangstgebouw en dienstwoningen) van de begraafplaats Vredenhof in Amsterdam
De Nederlandse schrijver en journalist Stefan Popa werd op 20 januari 1989 geboren in Vleuten. Zie ook alle tags voor Stefan Popa op dit blog.
Uit: In de schaduw van de eik
“Ik druk mijn duim in de noest boven mijn voorhoofd en sleep mijn huid langs de nerf, over het taaie eikenhout, tot een splinter mijn vel in sluipt en ik op mijn tong bijt om geluidloos te kermen. Omdat ik toch iets denken moet, denk ik: ’toog’ betekent zowel ‘priestergewaad’ als ‘bar: Ik stop mijn duim in mijn mond en zuig het ijzer uit mijn lijf. Als de wond is gestold, vouw ik mijn handen kruislings over mijn borst en wacht net als iedereen het einde af. De mouwen van mijn gasten ruisen als zij hun kruisen slaan. Het moet me meer zorgen baren Ik hoor hoe de priester opnieuw rond mijn lichaam klingelt. HIJ prevelt zoetgevooisde woorden die ik niet versta. Ingenesteld in eiken tel ik mijn grafrede af. Er zit een ruimte van twee vuisten tussen neus en deksel, maar ik heb in te veel kleine keukens gewerkt om nu nog claustrofobie te ontwikkelen. Ik lig zo stijf als ik kan. Zonder de priester te zien volg ik het geketende wierookvat in zijn handen, op en neer, heen en terug, als een pendule die de toeschouwer in hypnose leidt. Mijn ingetoomde adem stuit op de deksel en keert nog warm terug. Ik begrijp beat dat je soms wordt verrast door het leven – noem het overrompeld – maar dit is niet het einde dat ik me had voorgesteld. Ik ben hier niet heen gegaan om te sterven. De priester kucht Ik bijt me door de psalmen, hymnes, gebeden en klaagzangen. Een hoop gedoe om niets. Ik heb heel mijn leven gezegd dat ik niet gecremeerd en zeker niet begraven wilde worden. Stoof mijn lijf in een ketel met abdijbier en voer me aan het meest misbruikte dier ter wereld: het varken. Volgende keer beter. De priester neemt een slok water voor hij preekt. Hij vervloekt de globalisering, de eindeloze nood tot consumeren die zelfs is doorgedrongen tot zijn gemeente in het hoge noorden en het gebrek aan spiritualiteit die over de moderne mens is neergedaald. ‘Alex..? Hij pauzeert kort zodat alle aanwezigen mij voor zich zien, de Alex die zij zo kort kenden. te vroeg, veel te vroeg, teruggeroepen.’ Ik houd van mijn voornaam. Van mijn voornaam wel. Alex past me. Die naam heb ik te danken aan mijn vader, die mijn vader niet was. Hij gaf me bij een poldergemeente onder zeeniveau aan als Alex Petrescu. Tegen de zin van mama, zij stond erop om mij Codrin te noemen. Dat kon ze vergeten. Mijn voornaam was de naam die hij mij wilde geven om mijn vader te spelen. Het was een eenzijdig compromis. Al hield hij wel degelijk rekening met haar geboortegrond: het ging wat hem betrof tussen Daniel, Victor, Stefan, zonder komma onder de s, en Alex. Een Alex zou tenminste werk vinden in een kantoortoren. ‘Ik begraaf meer mensen dan ik doop: zegt de priester. Hij zucht – oprecht, geloof ik. ‘Dat kan ik accepteren, dat is mijn last. Maar dit…’ Hij wijst, vermoedelijk, naar mij. Ik druk mijn achterhoofd dieper in het hoofdkussen.”
 Stefan Popa (Vleuten, 20 januari 1989)
Zie voor nog meer schrijvers van de 20e januari ook mijn blog van 20 januari 2024 en ook mijn blog van 20 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.
20-01-2026 om 00:00
geschreven door Romenu 
Tags:Anna Enquist, In Memoriam, Romenu, Stefan Popa
|