Trein en bus, wandelen en weer, en van die hobby's meer
15-07-2010
Bomal - 15 juli 2010
Misschien
was het alles wel beschouwd niet zo een goed idee om meteen de dag na de storm
(zoals dat tegenwoordig heet, want eigenlijk was het een flink uit de kluiten
gewassen onweer), op stap te gaan, en ja hoor, dat zouden we vandaag ook aan
den lijve ondervinden. Al is de invloed van het ruige weer toch maar zijdelings
verantwoordelijk voor alles wat misliep.
We hadden
een wandeling gepland in Lescheret, een waarschijnlijk onooglijk dorp in het
ook al niet indrukwekkende Léglise, en openbaar vervoer is in die streek
meestal een schaars goed. Dat is ook nu het geval: Lescheret wordt bediend door
een variant van lijn 413 Neufchâteau - Bastogne. In Vlaanderen zou men voor een
interstedelijke verbinding van dit formaat waarschijnlijk aarzelen tussen een
uur- of halfuurverbinding, in Wallonië is het - zoals zo vaak - behelpen. Voor
ons zit er dan ook alleen maar een lange omweg via Bastogne in vanuit Libramont
met lijn 163b, die ook als treinverbinding dienstdoet, zolang die niet
officieel afgeschaft wordt - wat waarschijnlijk een zaak is van enkele jaren.
Er kwam dus
niets in huis van onze geplande uitstap naar Lescheret. In de plaats daarvan
werd het een koppel wandelingen in het veel beter bereikbare Bomal. Wallonië
voelt zich graag door de NMBS tekortgedaan, maar eigenlijk is het hun eigen TEC
die er niet in slaagt om buiten de steden een min of meer aanvaardbaar openbaar
vervoer aan te bieden. Bomal heeft een station, en dus valt het daar nog mee,
zeker sinds op lijn 43 een uurdienst gereden wordt, en dat sedert december
2009.
Het gaat
nog allemaal vrij goed tot Brussel-Zuid. P7574 heeft in het zog van de IC uit
Moeskroen wat vertraging opgelopen, en de 5 minuten in Halle zijn er 6 geworden
in Brussel-Zuid, maar onze reserve is ruim. Het lijkt trouwens wel mee te
vallen met de ochtendspits.
Maar dan
begint het: IC 2108 wordt vandaag verzekerd door1 (één) volledig ms 96, en dat voorspelt
weinig goeds. Bovendien hebben 2 groepen hun komst aangekondigd, en mogelijk
komt er nog wel meer van het jonge grut opdagen, dat na de eerstvolgende
onweersbui weer naar huis zal trekken. Ik had eigenlijk M6 verwacht, maar
blijkbaar zijn die allemaal opgevorderd voor het vervoer van het kustvee.
Vroeger was al meermaals gebleken dat 2 ms 96 voor deze 2108 in de zomer niet
volstonden: ik hou mijn hart vast nu we het vandaag met één stel moeten doen.
De TBG is er een naar mijn hart: ze zal eerste klasse niet zomaar laten
vollopen. Dat wil ze hoogstens toestaan aan mensen die echt slecht te been zijn
en dergelijke meer. Later zal blijken dat zelfs een scout met arm in het gips
op haar mededogen zal mogen rekenen.
We
vertrekken in Brussel-Zuid met 5 minuten vertraging. Maar voorbij
Brussel-Centraal is het duidelijk dat dit ene motorstel niet tegen zijn taak is
opgewassen. De vertraging groeit dan ook zienderogen, ook al omdat men in
België voorlopig nog geen persers in dienst heeft, om de laatste reizigers
deskundig op de overvolle platforms te duwen: Brussel-Centraal + 6 -
Brussel-Noord +8 - Brussel-Schuman +10 - Brussel-Luxemburg +9 - Ottignies +10 -
Gembloux +9 - Namur van +8 naar +18. De TBG maakt zich in dat laatste station
behoorlijk boos, omdat ze al vanuit Brussel doorgegeven heeft dat een
bijkomende, aangekondigde groep in Namur niet in de trein zou kunnen. Maar toch
staat de groep van 50 gepakt en gezakt klaar om de 2108 te nemen.
Voor ons
begint het er langzamerhand benard uit te zien: met 9 minuten aansluitingstijd
in Libramont op lijn 163b ziet het er al slecht uit, omdat die 163b
waarschijnlijk niet zo lang wacht, gezien de uurdienst; maar in Bastogne moeten
we een bus van lijn 413 halen, en dan kunnen we ons een latere bus op lijn 163b
niet veroorloven. In Ciney is er nog altijd geen minuutje af: +18, maar wel een
omvangrijke groep, zodat het vanaf Ciney met de bezetting meevalt. (Ciney en
omstreken zijn trouwens zwaar geteisterd door het stormweer, en ook de
vrijwilligers van lijn 128 van de Bocq zullen nog de handen uit de mouwen
moeten steken als ze tijdens het weekend willen rijden. Dat zal ook die auto op
de NMBS-parking niet meer doen, want zowat het hele dak is ingedeukt.)
Ik heb op
onze Railpass 2 lijntjes Halle - Bastogne-Sud (kan dat eigenlijk nog?)
ingeschreven, maar dat lijkt niet langer realistisch. Ik breng een van de TBG's
er dan ook van op de hoogte dat we liever naar Bomal willen, dat een stuk
gemakkelijker te bereiken is. Ze zegt dat ik een en ander moet uitleggen aan de
TBG van de volgende trein, maar na enig aarzelen besluit ze toch maar om een C6
"justification concernant des billets utilisés" aan te maken. En
inderdaad: het hele verhaal verschijnt uit de IBIS: voyageurs désirent aller à Bomal au lieu de Bastogne suite au retard du
2108. Ne pas inquièter. Vooral dat laatste vind ik sympathiek. En een mooi
voorbeeld van klantvriendelijkheid. En van mezelf vind ik het vooruitziend dat
ik ook de kaart van Bomal bij me heb, voor het geval er wat verkeerd mocht gaan.
Bomal zal het dus worden; meteen is onze passe-partoutbestemming die ik graag
voor het laatst gehouden had, opgebruikt.
Tussendoor
hoor ik nog dat de M6 die door het jaar voor de 2108 ingezet worden, nu anders benuttigd worden, dat er een ms 96
ontbreekt in de trein door het onweer van gisteren, en dat er ook een stel I10
op de verbinding Brussel - Luxemburg zit. Vijf rijtuigen, zonder pakwagen. Eén
TBG trekt wit rond de neus weg, want ze kent die I10 nauwelijks. Een andere TBG
vindt trouwens dat het enige wat de zaak vandaag nog had kunnen verergeren, een
pak fietsen geweest zou zijn. En meteen wordt ook de vraag gesteld hoe ze die
in die I10 kwijt moeten raken.
Als we
aanstalten maken om uit te stappen, en onze zedig op de grond liggende
wandelstokken opnemen, grapt een TBG of die dienen om ons van een zitplaats te
verzekeren. Meteen wordt eraan toegevoegd dat ze zo iets eigenlijk ook zouden
kunnen gebruiken. En dat het mooie, originele stokken zijn. Dit is het moment
om handige vriend Dirk in de bloemetjes te zetten. Ik neem deze schitterende
stok al mee sinds mijn verjaardag in 1999; elk jaar slijt onderaan een stukje
af. Zelf ben ik ook in de krimpende leeftijd gekomen, en dat valt dus mee.
In Marloie
wacht de L naar Liège geduldig op aansluiting: 4 minuten vertraging zullen we
ook houden tot Bomal. Onze rechtvaardiging hebben we trouwens niet nodig gehad,
want de TBG stelt de controle nog even uit. In Bomal hangen affiches met nieuws
dat al ergens in mijn achterhoofd gespeeld had. Door werken is de L-trein om de
2 uur afgeschaft. In december werd hier een uurdienst ingevoerd en nauwelijks een
half jaar later is het al nodig om gedurende een week opnieuw naar een 2
uurdienst over te schakelen.
Voor de
terugreis opteren we voor een verbinding langs Liège. In Bomal staat zowaar mw
4123 te rochelen. Vermoedelijk heeft die gisteren de rol van elektrische
treinen overgenomen, toen bleek dat er voor de elektrische treinen geen
doorkomen meer aan was. Daardoor komt onze L-trein op spoor 1 i.p.v. 2, dat ingenomen
wordt door de motorwagen. Even voor aankomst van L zien we de onderstationschef
de sporen oversteken. En even daarna zien we de treinbestuurder, die in de passagiersruimte
zat en vandaar de onderchef de sporen had zien oversteken, uitstappen om te vragen
of er wat aan de hand is. Nee hoor, antwoordt de chef, maar ik kwam eens kijken
of er geen reizigers meer waren op perron 2, want dat is het normale spoor voor
de L-trein. Ik bedenk dat dit 2 personeelsleden zijn die met de zaak (en de
reiziger) begaan zijn, en vermoedelijk lopen er zo veel meer dan de doorsnee
LaatsteNieuwslezer denkt; onbegrijpelijk dat het zo slecht kan gaan met onze
treinen.
De
stoptreinen van 13:52 en 14:08 (naar Jemelle) rijden dus niet, en het wordt die
van 14:52. Het is opnieuw stel 245. Zoals wel meer is de bezetting in eerste
klasse op deze verbinding meer dan bevredigend te noemen. Misschien omdat hier
nog treinen met een echte eerste klasse rondrijden? De werken die noopten tot
de gehalveerde dienst zorgen ook nog eens voor wat extra vertraging. Die zal
wel erg groot moeten worden om in Liège voor problemen te zorgen. Al bij al
blijft ze beperkt tot 5 minuten. In Angleur stappen 2 dames in: voor zo'n korte
afstand maakt het niet uit dat ze in eerste blijven zitten: een nieuw excuus
voor mijn collectie!
In
Liège-Guillemins maken we een bevreemdend moment mee: op het ogenblik dat IC
538 ruim op tijd binnenrijdt, wordt hij met 8 minuten vertraging aangekondigd.
Het raadsel wordt even later opgehelderd: IC 1738 wordt afgeschaft tussen Ans
en Liège, wegens te grote vertraging bij aankomst van IC 1713. (Het is opnieuw
een stel M6-rijtuigen dat het begeven heeft.) IC 538 zal dus extra stoppen in
Ans, en ook vertrekken op het vertrekuur van de IC naar Brussel - Mons -
Quiévrain, die ongetwijfeld nog wat bezoekers van het festival van Dour mee
heeft.
IC 538
vertrekt zo al met 12 minuten uit Ans, en waar het anders lijkt alsof deze IC's
tijd zat hebben, gaat er nauwelijks wat af van de vertraging. In Brussel-Noord
is ze nog altijd 11 minuten groot: de 538 tot Brussel-Noord over de 36N leiden
heeft (zoals vaak) niet het verwachte effect, want de trein doet nu gewoon wat
langer tussen Schaarbeek en het Noordstation.
Ook deze eerste
klasse is vrij goed bezet, met o.m. twee zwangere dames. Het is me al vaker opgevallen
dat zwangeren over het algemeen het reglement vrij goed kennen, dit in
tegenstelling tot vele anderen die nog altijd denken dat je altijd wel een
reden hebt om in eerste te gaan zitten. Eén krijgt te horen dat ze wel een attest
moet komen voorleggen; de tweede heeft zo'n bewijs van zwangerschap wel, en de
TBG trekt er even mee naar de eerste om het te tonen. Toen zwangeren in de
jaren 1970 het recht kregen om na een aantal maanden in eerste te reizen, werd
dat attest ingevoerd, om trucs met kussens te vermijden, klonk het toen
laconiek. In de jaren 1970 leek zo'n regel wat potsierlijk, maar tegenwoordig
weet je maar nooit.
In
Brussel-Noord is de aansluitende trein uiteraard al vertrokken. Het zal dus de
CR naar Geraardsbergen worden; zelfs in deze vakantieperiode zitten de 3
stelletjes behoorlijk vol. Van de 3 zijn er 2 bordeaux, maar zoals trouwe
lezers ongetwijfeld weten laten we dat niet aan ons hart komen. We rijden Halle
binnen met 5 minuten vertraging. Zelfs op een prachtige warme, niet hete
zomerdag, met veel minder reizigers, loopt het niet echt vlot. Geen enkele
genomen trein heeft vandaag stipt gereden, en gelukkig moesten we niet naar een
begrafenis of een ander belangrijk evenement, want dan kun je niet zo snel van bestemming
wisselen Wanneer we een tweede poging wagen om naar Lescheret te trekken, ligt
nog niet vast.
Oh ja, in
Bomal volgden we 2 wandelingen van een alweer verouderde folder, de nummers 5
en 1: Parc du Château en Calvaire. Echt denderend was vooral de eerste niet,
want eigenlijk loop je in een te grote boog rond het kasteel, met een flink
stuk hoofdweg en veel beton. De tweede is wat beter (en zwaarder). Geen wonder
dus dat alleen de 2de wandeling het overleefd heeft, zij het met een gewijzigd
parcours. Wel hebben we enkele mooie bospaadjes gevolgd, hebben we een mooi kasteeltje
aanschouwd, een wat kaal kerkje bezocht (waar 3 bloempotten omvergegooid
lagen), en een flinke klim ondernomen naar een mooie calvarie die over Bomal en
de valleien van de Ourthe en de Aisne uitkijkt. De TWQ bedraagt 26 %, en dat is
veel minder dan wat je in deze prachtige wandelstreek verwacht.
blaregnies - montignies-sur-roc verkennen 6 juli 2010
Gisteren 6 juli zijn mijn vrouw en ik naar de 2 Q's
getrokken, om de volgende Hacowa (nummer 101) te verkennen. Over de wandeling
later meer, als ze in een definitieve plooi ligt en als we ze ook met de groep
gestapt hebben. Beginpunt is Blaregnies geworden, eindpunt Montignies-sur-Roc.
De IR naar Quévy staat aangekondigd met 7 minuten
vertraging. En het lijkt er niet op dat veel van die vertraging zal worden
afgeknauwd. Het aanzetten van de trein doet me vaag denken aan mijn laatste
ritje met een stoomloc, de stops nemen veel tijd in beslag, ondanks het kleine
aantal reizigers, kortom, in Quévy bedraagt de vertraging nog altijd 8 minuten,
en dat zonder hinder onderweg. Veel valt er over de reis niet te vertellen. Net
voor Jurbise wordt de overstap aangekondigd voor de reizigers naar het vroegere
Parc Paradisio, met de ondertussen onmogelijke naam.
De busrit verloopt in een stokoude Van Hool A500. We hebben
zowaar 3 medereizigers! Ik kan de bus fotograferen Pas en service en zo zal hij ook vertrekken. In Blaregnies is de
film nog altijd niet aangepast. Veel kans dat je hier in de verkeerde bus stapt,
is er niet, maar wel dat je hem laat doorrijden omdat je denkt dat het een lege
rit is. Deze lijn is in dienst gekomen in 1984, als vervangingslijn (als doekje
voor het bloeden) voor de verdwenen halten op lijn 96, meer bepaald Genly en
Blaregnies. Genly is ondertussen terug, Cuesmes is dan weer verdwenen.
Overigens lijkt het me toe dat de invoering van lijn 96a meer kaderde in een
reorganisatie van de busbediening in dat landelijke gebied ten zuiden van Mons,
dan in een echte bekommernis om de arme klantjes van de weggevallen halten
tegemoet te komen. In de bus worden de halten aangekondigd op de tickertape,
maar helemaal nauwkeurig verloopt dat nog niet.
Het vergeten stukje België dat we vandaag aandoen, is een
beetje een paradijs voor spoorweghistorici, zowel voor wie van trams als van
treinen houdt. Het NMBS-Station Quévy (met TEC-halte Aulnois SNCB) was een
bijzonder herkenbaar punt voor vele reizigers naar het zuiden (o.a. Parijs,
maar ook Lourdes) omdat de treinen daar vaak van loc moesten wisselen. Het
station is dan ook immens groot, met vroegere douaneafdeling, maar ook met een buffet
dat tijdens de locomotiefwissel (en douanecontrole) gretig bezocht werd door
dorstige klanten, en dat letterlijk op alle uren van de dag en de nacht.
Vandaag staat het station er belabberd bij, in schril contrast met de immense
trein die ons net als enige reizigers in Quévy heeft afgezet. Er was een plan
om die onnodig lange treinen niet meer tot hun huidige eindpunten te laten
doorrijden, ten koste van een overstap op een kortere trein, in dit geval in
Mons, en dat zou niet eens een gek idee zijn. Het zou al minstens een volledig
rijtuigenstel M6 kunnen vrijmaken.
Ook de tram heeft hier geschiedenis geschreven: tot 1958
zouden we hier gebruik hebben kunnen maken van autorails die reden tussen
Eugies en Harveng, en die in Eugies aansluiting gaven op de elektrische trams naar
Frameries en Mons. Vandaag is er niet bijster veel meer terug te vinden van dit
lijntje, tenzij duidelijke sporen van een oude trambedding door het veld tussen
Blaregnies en Aulnois (Quévy).
Onderweg lopen we langs "Le Terminus" in Erquennes:
de gebouwen die ik nog kon fotograferen hebben de onmiskenbare NMVB-look. Het
is trouwens bijna ongelooflijk dat deze lijn door een ongelooflijk ruraal
gebied in 1931 geëlektrificeerd werd: dat rekte de doodstrijd waarschijnlijk
tot in 1966.
Op het einde van de wandeling komen we dan weer in de buurt
van wat ooit in een tabel 90A van de NMBS gegoten werd: Jurbise - Cambrai. Vanin
de bus vangen we een glimp op van een mooie bakstenen spoorwegbrug en van het
vroeger stationnetje van Roisin-Autreppe. Deze bedding is wel nog prominent
herkenbaar op de topografische kaart. Volgens de buschauffeur is ze trouwens
ook al geraveliseerd.
Montignies-sur-Roc lag een eindje verwijderd van de
spoorlijn, en wordt vandaag bediend door een variant van lijn 7 (Quiévrain -
Mons) met een flinterdunne dienstregeling, en door lijn 28, die ons eerst naar
Roisin zal brengen, en vandaar als lijn 29' naar Quiévrain zal rijden. De bus
lijkt al even stokoud als die van vanmorgen. Het is een Mercedes O405 N2 met
keiharde vering en rammelend interieur, vooral op de vele kasseistroken waarmee
we de renners van de Ronde van Frankrijk vandaag de loef proberen af te steken.
De gele posthoorns in de bekleding van de stoeltjes bevestigen dat het hier om
een tweedehandse Postwagen uit Duitsland is. Het is eens wat anders.
Ik heb op infotec opgezocht wat een ritje
Montignies-sur-Roc - Quiévrain zou moeten kosten: 2 zones, maar dat kan ik
nauwelijks geloven. Ook de chauffeur lacht eens hartelijk: hij houdt het op 4
zones, wat me inderdaad al wat redelijker lijkt. We passeren dus langs het oude
tramdepot van Roisin, dat vandaag onderdak biedt aan 3 bussen. De trams
verdwenen al in 1954, de chauffeur uit ook zijn bezorgdheid over het voortbestaan
van de stelplaats en van de busbediening in de streek tout court. Ik weet niet
of de wolken over de toekomst van de landelijke buslijnen van de TEC
ondertussen al wat opgetrokken zijn. Zelf zijn we de enige reizigers, maar
onderweg kruisen we een bus richting Roisin, en die heeft toch wel een 8-tal
klanten mee.
De chauffeur kent zelfs de uren van de aansluitende trein
in Quiévrain. Het is een goede aansluiting, als
we niet in panne vallen, grapt hij. Maar dat gebeurt niet, en we komen
zelfs nog iets te vroeg aan. Quiévrain ziet er al bij al een gezellig stadje
uit; het is me een raadsel waarom het station er zo aftands uitziet: veel ramen
en deuren van dit indrukwekkende gebouw zijn gewoon dichtgemetseld. De
container die voorlopig als station dienstdoet (maar op dit moment van de dag
leeg lijkt) is een dwergje, naast de reus die net als het station van Quévy
destijds onderdak moest geven aan de douane.
Ook deze trein (12 M4) loopt onderweg wat vertraging op: in
Braine-le-Comte gaat het al om 3 minuten. Ook nu vraag ik me af of de loc van
reeks 21 haar taak wel ten volle aankan, en of het nodig is dat dit lange
rijtuigenstel (dat tussen Brussel en pakweg Tienen wel onontbeerlijk is!) vanuit
Quiévrain moet vertrekken. Het spaart ons natuurlijk een overstap uit, maar ook
nu lijkt het sterk op overdaad. Hoe de TBG's er moeten in slagen om in de
stations tot Mons ingestapte reizigers te controleren en eventueel in regel te
stellen, is me trouwens een raadsel. Maar we krijgen toch controle, en dat kan
ik alleen maar toejuichen. Zelf heb ik 's morgens trouwens twee biljetten
Quiévrain - Halle afgeprint.
In Braine-le-Comte staan 2 klassieke bordeaux stellen klaar
als CR naar Leuven. We stappen vooraan in, in stel 261. Een van de TBG's uit de
IC is ook overgestapt, en begint meteen na Hennuyères aan de controle. Hoe
waarschijnlijk is het dat het voorzien is dat een TBG die met de IC is
meegekomen, meteen TBG wordt van de aansluitende CR? Wat gebeurt er dan als die
IC vertraging heeft? Of is dit ook een ingebouwde bron van vertraging? De IC
heeft zijn 3 minuten vertraging trouwens doorgegeven aan de CR. In Halle is
daar nog geen minuut af.
Ik vraag me na vandaag af of al de blabla over veel te
ruime dienstregelingen wel terecht is. Twee van de drie treinen hebben buiten
de spits en zonder aanwijsbare reden zelfs nog wat extra vertraging opgelopen, een
derde heeft zijn vertraging gewoon gehouden. Dat het vandaag om 2 zware treinen
ging, en dat de locs toevallig een baaldag hadden, is misschien ook wel een
verklaring. Maar kan men die standaarddienstregelingen echt aanhouden voor alle
types treinen: ms 96 zullen het wel wat sneller doen dan een stel M6, en met 6
rijtuigen aan de haak heeft zo'n 21 misschien ook wel minder last dan met 12. Nu
de verschillende verbindingen meer en meer met gediversifieerd materieel
gereden worden, is het misschien ook nodig om de dienstregelingen in functie
van het gebruikte materieel op te stellen? Met misschien wat minder rijtijd
voor de snelle samenstellingen, en wat meer voor de logge. En wat meer
geheugenwerk voor de reiziger
Foto's van de verkennende tocht kun je vinden op: http://s62.photobucket.com/albums/h98/overweg13/wandelingen/blaregnies%20-%20montignies-sur-roc/
Eén van de oudste GR's in
Belgenland is GR 57, oorspronkelijk GR O, en dat is geen nul, maar een
hoofdletter O van Ourthe. We stappen vandaag zo'n 16 km tussen Houffalize en
Limerlé, hoofdzakelijk door bossen en langs weiden, langs dorpjes met
opvallende namen als Cetturu en Steinbach, en met halfweg de camping van de
Moulin de Bistain aan de mooie Rocher de Bistain. Dat levert een TWQ op van 68 %, langs bijzonder aangename bos- en veldwegen. Velen zouden er ongetwijfeld
een tocht tot Gouvy van maken, maar dat zou algauw 7 km extra zijn. In de nood
mag en moet men dopen, maar als die nood er niet is, hoeft het dus niet zo nodig.
Voor de spoorwegarcheologen:
we lopen een eindje over de geraveliseerde bedding van het trammetje van
Houffalize naar Bourcy, dat zich blijkbaar niet zonder veel moeite een weg
baande uit de Ourthevallei vanaf het vroegere tramstation. We lopen ook een
hele tijd parallel, maar op afstand, met de verdwenen lijn 163 tussen Gouvy en
Bastogne. Memorabele treinritjes waren dat indertijd, zo op de hoogten van onze
Belgische Ardennen. Spijtig genoeg waren die hoogten ook eenzaam, en het aantal
reizigers was weinig spectaculair. Het dichtst van al komen we nog in de buurt
van het station van Limerlé, maar we besparen ons de moeite en de ontgoocheling
om nog maar eens een verdwenen spoorlijn op te zoeken.
Zoals op zoveel andere
plaatsen was 1984 het dramatische jaar waarin de halten tussen Gouvy en
Bastogne (in volgorde: Limerlé, Tavigny, Bourcy en Bizory) gesloten werden.
(Bizory was trouwens al vroeger voor de bijl gegaan.) Zoals beloofd kwamen daar
buslijnen voor in de plaats, eerst redelijk frequent bediend, maar ondertussen
verworden tot schrale busbedieningen zoals we die hier verwachten. Buslijnen
163c en 163d volgen elk hun eigen traject uit Gouvy naar Bastogne. In
tegenstelling tot de trein bedienen ze wel Houffalize, en dat is ongetwijfeld
een van de pluspunten van deze buslijnen.
Gewapend met een stapel
alternatieven voor als het ergens verkeer zou gaan, vertrekken we vroeg genoeg
uit Halle, zodat we tenminste in Brussel al niet van ons schema moeten
afwijken. We hebben geopteerd voor de CR naar Dendermonde van 7:23, maar we
halen nog moeiteloos de IR naar Antwerpen-Centraal van 7:19, die wel stipt kan
vertrekken over lijn 96E, maar vanaf Lot achter de verlate 3906 aan zit, die in
Halle ongeveer gelijktijdig met 10 minuten vertraging vertrokken is. Dat is de
verklaring voor de 3 minuten vertraging bij aankomst in Brussel-Zuid.
Tijd genoeg dus om over te
stappen op de IC naar Eupen. De tv-schermen vertonen opvallend weinig
schaamrood vanmorgen, maar toch wordt er veel met sporen geschoven. Ook onze
trein wordt verspoord van perron 16 naar 15. We vertrekken met 2 minuten
vertraging, in het zog van de P-trein met reeks 11 ervoor, die net voordien nog
spoor 16 bezette. Twee minuten vertraging worden er uiteindelijk 6 in
Brussel-Noord, 5 in Leuven en 2 in Ans, maar vanaf Ans gaat het opnieuw traag.
Maar met 6 minuten vertraging is er deze keer geen man overboord, want de IR
naar Luxemburg is ruim (en als je het mij vraagt: houden zo!).
Opnieuw zit er een overtallig
eersteklasrijtuig I6 in deze IR. Het eigenlijke A-rijtuig moet het zonder
gordijntjes stellen. Ondanks minstens 4 vertragingszones loopt de trein ei zo
na zijn 4 minuten vertraging in op de gezellige rit tussen Liège-Guillemins en
Gouvy: Liège + 4, Angleur +2, Rivage +3, Aywaille +2, Vielsalm + 1. Van voor
Rivage tot na Aywaille gaat het over tegenspoor: ik vermoed dat nog maar eens een
stuk rotswand naar beneden gekomen is, en dat men daar op dit ogenblik aan
werkt.
Gouvy is - zoals het hoort -
uitgerust met ARIbus, al zit een deel van het scherm achter de struiken
verborgen. Overigens zouden de bussen hier perfect in de correcte richting
langs de perrons kunnen rijden, maar verkeerd geparkeerde auto's, waaronder een
busje van Infrabel, maken dat onmogelijk. De reizigers moeten dus langs de
straatkant instappen. Lijn 163 c rijdt naar Bastogne, en brengt ons langs
Sterpigny, Cherain, Vaux en Sommerain naar Houffalize.De bus zit vol: in Gouvy stapt een groep van
17 leerlingen basisonderwijs met 2 onderwijzeressen in, in Sterpigny volgt een
groepje leerlingen secundair onderwijs in, die blijkbaar een barbecue plannen,
en die allemaal afzonderlijk een biljet kopen. Ongelooflijk hoeveel pasmunt
deze chauffeur bij zich heeft. De tomaten zijn al gesneden - misschien door een
of andere brave moeder. Want tomaten snijden, dat leren ze niet op school Voeg
aan al dat jonge geweld nog ons beiden en wat gewone reizigers toe, en je hebt meteen een bus waarvan alle
zitplaatsen bezet zijn. Deze rit van 10:44 rijdt trouwens niet tijdens schoolvakanties.
Het is duidelijk dat de enige logica hierachter de planning van de
dienstroosters is, want behalve vandaag maakt het voor zo'n rit midden de
voormiddag waarschijnlijk weinig uit of het vakantie is of niet. Onderweg
moeten we twee keer voor tijdelijke verkeerslichten stoppen, en het is dan ook vrij
normaal dat we Houffalize met 8 minuten vertraging bereiken.
Voor de terugreis uit Limerlé volstaat
een korte busrit tot Gouvy.In Limerlé
staat aan de ene kant van de straat een schuilhuisje met antiek haltebord, aan
de andere kant niets. Lekker verwarrend, en zoals wel meer lijkt ook de
plaatselijke bevolking niet echt zeker waar de bus naar Gouvy stopt. Zelfs 3
baskettende jongeren lijken maar half en half overtuigd dat er sowieso een bus
komt
Met een uur overstaptijd in
Gouvy kan er weinig fout gaan. En als de IR naar Liers met 1 minuut vertraging
Gouvy buiten rijdt, lijkt alles vlot te zullen gaan. Deze keer ontbreken niet
alleen gordijntjes in het eersteklasrijtuig, ook de airco heeft het begeven.
Gelukkig staan alle raampjes open en dat zorgt voor verfrissing op deze warme dag.
De TBG toont zich trouwens van zijn menslievende kant, door ons te suggereren
dat ook het tweede rijtuig een eersteklasrijtuig is en dat het daar veel
frisser is. En inderdaad, daar werkt niet alleen de airco, er hangen ook van
die stijlvolle gordijntjes uit de tijd dat treinen nog wat extra mochten
bieden. Dat dit eigenlijk een gedeclasseerd rijtuig is, moeten we er maar bij
nemen.
In Stoumont worden we
tegengehouden. En het duurt even voor we weer vertrekken. De TB is naar de
seinpaal gestapt, en even later krijgen we te horen dat er kinderen op het
spoor lopen en dat we tot Aywaille voorzichtig moeten rijden. Geschatte
vertraging bij aankomst in Liège: 15 minuten.Tussen Nonceveux en Remouchamps gaat het inderdaad traag, maar van de kinderen
is geen spoor meer te bekennen. Ondertussen heeft de TBG ons trouwens gevraagd
of we op de aansluiting naar Brussel en Oostende rekenen, en dat is inderdaad
het geval. Voorbij Poulseur krijgen we te horen dat de IC zal wachten op spoor
3: deze TBG verdient een 10! We komen uiteindelijk in Liège aan met 16 minuten
vertraging.
We zitten al in de IC als we
te horen krijgen dat het vertrek met een paar minuten uitgesteld wordt, om een
aansluiting te verzekeren. Aansluiting verzekerd, denk ik. We vertrekken dus
met 2 minuten, maar Leuven stormen we toch met 5 minuten voorsprong binnen. En
ook tussen Leuven en Brussel-Noord gebeurt er niets vermeldenswaardig. In
Zaventem kijk ik even of de IR naar Quévy nergens meer te bespeuren valt, maar
hij lijkt op tijd te zijn.
Maar hij kan natuurlijk ook zo
veel vertraging hebben dat hij zelfs geen voorrang heeft hoeven geven aan de
IC: in Brussel-Noord staat hij inderdaad aangekondigd met 11 minuten vertraging,
die nog oploopt tot 14 bij aankomst in Halle. (Achteraf zal ik op railtime
lezen dat de vertraging nog gegroeid is tot 20 minuten! En dat op een moment
dat alles vlot zou moeten kunnen lopen ) Eigenaardig resultaat van deze
vertraging is dat we vroeger dan voorzien in Halle aankomen. Veel bedraagt de
winst niet meer (amper 9 minuten), maar aan de 21 minuten overstaptijd in
Brussel-Noord zijn we toch ontsnapt
Zes treinen genomen vandaag,
waarvan 3 met meer dan 5 minuten vertraging, en 2 met zelfs meer dan 10
minuten. In één geval moet je de schuld klaarblijkelijk niet bij de NMBS
zoeken, maar de prestaties blijven ook in 2010 ondermaats.
GR561 (het
Kempen-Maaspad) verbindt Diest met Maastricht langs een uitstulping met
Valkenswaard als noordelijkste punt. Wij stappen vandaag van Valkenswaard naar
Hamont, iets meer dan 20 km. Het is - misschien verrassend - een onvervalste
boswandeling, met een hoog TWQ (68 %), want bijna altijd loop je over
onverharde boswegen en boswegjes. De ontwerpers hebben geopteerd voor een tracé
met veel hoeken en kanten, en dat is wijs, want ook lange rechte stukken bospad
kunnen na een tijdje vervelen. Dat is vandaag zeker niet het geval. Bovendien
ligt de Achelse Kluis (met trappistenbrouwerij en verbruikszaal) erg
strategisch, halfweg het traject, en ook pal op de Nederlands-Belgische grens.
Op Nederlands grondgebied loop je bijna voortdurend door het Leenderbos, in
Belgisch-Limburg nemen Beverbeekse en Haarterheide het over. Kluts daar af en
toe nog eens een ven tussen, en je hebt een aantrekkelijke daguitstap.
Voor de
spoorweghistorici: net buiten Valkenswaard kruisen we de historische lijn
Hasselt - Eindhoven; Valkenswaard was een tussenstation. De heropening van de
lijn Hasselt - Eindhoven lijkt me niet eens een slecht idee, al zal dan ook het
mooie paadje dat op de bedding van de oude lijn ligt, moeten verdwijnen. De
kans dat dit gebeurt is zo goed als nul; Hamont staat er dan misschien weer
beter voor: over de wederindienstneming van de lijn Neerpelt - Hamont - Weert
wordt al een tijdje gepraat, al zijn er wel meer van deze plannen die plots van
het ene moment op het andere in de prullenmand verdwijnen. Overigens zou het
voor ons vandaag heel wat gescheeld hebben, mochten we zowel heen- als
terugreis volledig per trein hebben kunnen afleggen.
Grensoverschrijdend
verkeer is vaak een probleem, en sinds de rechtstreekse verbinding Neerpelt -
Valkenswaard weggesnoeid is, ligt dat laatste stadje zeker niet dichterbij. Het
wordt dan ook een wat moeizame tocht, die alles bij elkaar toch vrij vlot
verloopt.
We gaan
eigenlijk voor de IR3105 van 7:19 in Halle, maar tegenwoordig heb je veel kans
dat je de vroegere trein nog kunt nemen. IR 3906 is met 7 minuten aangekondigd,
en dat klopt perfect. Het gaat vrij vlot tot Brussel-Zuid, zodat de vertraging
niet aangroeit. Blijkbaar is de toestand met de overtallige eersteklasrijtuigen
in dit M6-stel ook genormaliseerd.
In
Brussel-Zuid wordt het afwachten met hoeveel vertraging de IC naar Turnhout zal
vertrekken. Ze houden het een tijdje op 5 minuten, maar uiteindelijk zullen het
er 9 zijn; dat zou wel eens genoeg kunnen zijn om onze aansluiting in Lier in
het rijk van de illusies te doen belanden. Maar alles bij elkaar loopt het vrij
vlot: in Mechelen is de vertraging al tot 5 minuten geslonken. Vanaf Duffel
gaat het echter weer traag - Lier komt uiteindelijk in zicht met een 7-tal
minuten vertraging. Met een overstaptijd van 8 minuten is dat een van die
typische situaties waarin je knopen moet doorhakken. Toch in Lier overstappen,
en erop rekenen dat men de IR naar Neerpelt zoals voorzien achter onze IC laat
aantuffen, of maar meteen doorrijden tot Herentals. Op die momenten zou je
rechtstreeks met de TBG moeten kunnen communiceren, maar meer dan wat
aankondigingen hebben we van hem nog niet gehoord. Tot plots net voor Lier de
mededeling volgt dat reizigers voor Mol en Neerpelt beter kunnen blijven zitten
tot Herentals en daar overstappen, op hetzelfde spoor. Kijk, dat verdient nu de
prijs voor de meest efficiënte aankondiging van het jaar. Ik heb het niet zo
voor ellenlange opsommingen van stations waar de trein halt houdt of van aansluitingen in overstapstations, maar hier heb
je echt iets aan. Tussen Lier en Herentals krijgen we dan toch controle, en ik
feliciteer de TBG oprecht met zijn initiatief.
Van de
vertraging blijft overigens maar 2 minuten meer over in Herentals, dankzij de
wel echt ruime dienstregeling van deze IC's vanaf Lier. De overstap op de IR
naar Neerpelt is dan ook a piece of cake.
We komen stipt in Lommel aan, waar het even wachten is op de Nederlandse
buurtbus.
Je kunt hem
nog het beste omschrijven als een belbus met een vaste dienstregeling. Besparen
stond ook hier op het voorplan. In de bus lezen we trouwens dat het bijna
afgelopen is met het goedkope openbaar vervoer in dit deel van Nederland. Wij
kunnen nog mee met 2 dalurenkaartjes à 3.00 het stuk, die ook goed zijn voor
de aansluitende bus naar Valkenswaard.
Vlak bij de
loodsen van de Luykgestelse brandweer is een overstappunt ingericht. We mogen
van de chauffeur gerust nog even in zijn bus blijven wachten; de andere bus is
er nog niet. Daar kunnen sommige van onze chauffeurs, die maar liever de deuren
tot het laatste moment gesloten houden, nog wat van leren.
De
aansluitende bus is een echte bus. Voor ons Belgen valt het infoscherm nog het
meest op. Achtereenvolgens verschijnt informatie over de eerstvolgende halte, de
volgende halten, de aankomsttijd op het eindpunt (blijkbaar niet de
theoretische tijd, maar wel de tijd in functie van de eventuele vertraging).
Leuk allemaal, ook al omdat je tussendoor nog even naar jezelf kunt zwaaien
omdat ook videobeelden van de bewakingscamera's op het scherm verschijnen. Een
geraffineerde manier is dat, om je duidelijk te maken dat je in het oog gehouden
wordt. We bereiken Valkenswaard precies op tijd.
Voor de
terugrit is de planner van de TEC de enige die ons een (inderdaad snellere!)
verbinding voorstelt met de belbus uit Hamont naar Neerpelt. De Lijn houdt het
op een lange busreis met lijn 48 en overstap in Hasselt. Dat trekt ons wel aan,
zo'n doorsnede van Limburg van noord naar zuid. De chauffeur heeft blijkbaar niet
zoveel klanten die het hele traject afleggen: je hoort zijn verbazing! Bus 3866
is een Jonckheere Transit 2000, voor ons niet bepaald onbekend: zowat de helft
van onze ritten thuis wordt met dergelijke bussen uitgevoerd. De chauffeur
rijdt tamelijk gedecideerd, en dat is blijkbaar ook nodig om de voorziene
rittijd aan te houden. Vooral in het tweede deel van de rit heeft de bus
trouwens behoorlijk wat succes. Een kleine vertraging is het resultaat.
Van Hasselt
naar Brussel kunnen we ook met een overstap in Leuven, maar de tijdswinst weegt
niet op tegen het voordeel van een overstaploze terugrit, en dan nog in een
comfortabele en rustige ms 96. Dat we wat langer moeten wachten in Hasselt
nemen we er graag bij. De loketbediende licht even op als hij onze bestemming
(Halle) hoort, en vraagt of we het moeten gaan splitsen. De brave man begrijpt
evenmin als ik het belang van deze groteske kikkerpoel.
De rit
verloopt zonder problemen; in Brussel-Noord lijkt het er zelfs op dat we nog
meekunnen met de IR naar Geraardsbergen, maar in plaats van de duikbril staat
de IC naar Charleroi al te wachten op spoor 12. De IR staat zonder vertraging
aangekondigd op datzelfde spoor 12, maar dat kan natuurlijk niet. Hij zal
uiteindelijk met 10 minuten vertraging vertrekken, en dat zal de aanleiding
zijn voor het minuutje vertraging dat onze voorziene IR naar Binche zal oplopen
tussen Vorst en Halle.
Hacowa 100:
ik had het met een bang hart geprogrammeerd voor 6 juni, want met de huidige
generatie politici kun je maar beter rekening houden met verkiezingen in juni.
Het is niet makkelijk om iedereen aan een ministerpostje te helpen Maar
naarmate de week vorderde, kon je je beginnen af te vragen of men de
verkiezingen toch niet beter op 6 juni geplaatst had, want het KMI had niet
veel goeds in de aanbieding: zwoel, buien, onweer, rukwinden. En inderdaad, de
radarbeelden logen er niet om: vanuit het zuiden kwam onweer opzetten, met
regen, en het zag er naar uit dat die niet meteen zou ophouden. De timing was
alvast perfect: toen we in Acren uit de trein stapten, was het net begonnen, en
na enkele kilometers leek het erop dat de hemelsluizen flink open stonden en
dat de weergoden niet bepaald van plan waren om ze snel weer dicht te doen.
Heel ver rommelde de donder. En kijk, nog tijdens de pauze in het
Bezoekerscentrum van "De Rietbeemd" trok de regen weg en de lucht
open en konden we hopen op wat milder weer tijdens de rest van de tocht. Op een
buitje na zou dat ook zo uitkomen.
De tocht van
een goede 17 km lang bracht ons in 3 provincies en in 2 gewesten, en werd
grotendeels uitgetekend door de grote Meester die ook al de loop van de Mark
had uitgekiend. Want die was toch wel de leidraad in dit golvende landschap:
van Acren (want zo noemt de NMBS sinds mensenheugenis de halte van Deux-Acren,
al is de telegrafische afkorting FXA) kwamen we al snel aan de plaats waar de
Mark in de Dender dendert. Volgden enkele kilometers langs een erg slome Mark,
die blaasjes trok, want het regende. Even ging het dan weg uit de vallei, maar
voorbije Viane kozen we weer resoluut voor de Mark, stroomopwaarts. We gingen
uiteraard over onverharde wegen waar dat kon; dat er soms een stukje weg ontbreekt,
moet je er in deze streek van overijverige boeren bij nemen. Schoenen en
broeken zaten dan ook snel onder de modder, maar zoals iemand terecht opmerkte:
"Als het niet geregend had, zou dit mul geweest zijn." Zevenentwintig blijde gezichten zorgden voor
een extraatje in Café Paulana, vlak bij het toch wel speciale station van
Galmaarden. Ik had de eerste century van mijn leven gescoord.
De
verplaatsing:
Halle - Ath
1931 10:31 10:57 +4 (2106 - 52250)
Ath - Acren
4881 11:07 11:25 +1 (770)
Galmaarden
- Edingen 3117 17:47 17:57 stipt (229)
Edingen -
Halle 1917 18:19 18:29 (2150 - 52424)
De
commentaar:
Zoals wel
meer de laatste tijd, slaagt de IC naar Moeskroen er opnieuw in enkele minuten
vertraging bij elkaar te rijden: meestal gebeurt dat al in de rit náar
Schaarbeek, waar de keertijd niet volstaat om op tijd de terugrit te kunnen
aanvatten. Ook vandaag loopt de 1908 vertraging op tussen Tournai en Leuze, en
die wordt doorgespeeld naar onze 1931. Men houdt het bij 6 minuten, maar
uiteindelijk worden het er acht bij vertrek uit Halle. Ik zoek zekerheidshalve
toch maar even de TBG op, want 2 uur Ath zou net iets te veel van het goede
zijn (hoewel, met het voorspelde weer ) Ze verzekert
me dat de aansluiting verzekerd is.
(Dicteezinnetje.) Het gaat bovendien erg vlot tot Ath: 4 minuten vertraging
worden er afgereden, zodat de aansluiting ideaal wordt. Een onderstationschef
brengt ons op het goede spoor. Rode klevers ontbreken, zoals op de IC naar
Moeskroen (tenzij ze daar heel ver achteraan hingen) maar met de bezetting van
beide treinen is dat geen probleem. We verdubbelen het aantal zondagsreizigers
naar Acren Spijtig genoeg worden we niet geteld.
Voor de
terugreis zijn de rode stickers er wel: zowel in de niet echt drukke trein naar
Edingen, als in de IC naar Halle. In Edingen komt een onderstationschef ons melden
dat de gereserveerde plaatsen zich in het derde rijtuig bevinden. Dat is
correct, maar op de gereserveerde plaatsen bevinden zich ook reizigers; de bezetting
van deze trein ligt nl. erg hoog. Dat leidt altijd tot wat verbale
schermutselingen, maar uiteindelijk kunnen we bijna allemaal zitten, voor deze
korte rit langs de lijn van mijn jeugd. Ik schrijf hier wel eens vaker over het
probleem van tweedeklasreizigers in eerste klasse, maar je merkt het: het is
een ruimer probleem: ook plaatsreserveringen zijn er alleen nog voor de
administratie; geen mens die dit nog naleeft. De TBG houdt zich ver weg op de
achtergrond. Maar we komen stipt in Halle aan, en Hacowa 100 is geschiedenis.
En de ervaring leert dat het vooral de verregende wandelingen zijn die in het
geheugen blijven hangen; op dat vlak zit deze tocht dus goed.
Foto's die
ik genomen heb tijdens de verkenning (met het prille lentegroen én mul) vind je
hier: http://s62.photobucket.com/albums/h98/overweg13/wandelingen/acren%20-%20galmaarden%20hacowa%20100/
Het was nog
maar een goeie twee jaar geleden dat we laatst in Nassogne stapten, maar
vandaag staat het mooie Ardense stadje (?) alweer op het programma. Wie aan
langeafstandswandelen denkt, denkt natuurlijk meteen aan GR-paden, maar er
lopen hier wel meer trajecten in lijn, zoals de Transardense Route, die
bewegwijzerd is volgens de GR-principes, maar dan met geel-witte streepjes. In
de laatste Nederlandstalige uitgave (Roularta Books, 2009) werden enkele
luswandelingen op het traject van de Transardense toegevoegd, en zo stappen we
vandaag voor de vierde keer in Nassogne. De wandeling is net geen 14 km lang,
en behoorlijk bewegwijzerd met blauwe kruisjes. Over de kwaliteit van de
wandeling kan men het oneens zijn: met een TWQ van amper 28 % is het toch
duidelijk dat je erg veel asfalt moet volgen (en enkele korte stroken
hoofdweg), maar je kunt ongetwijfeld opperen dat zo'n asfaltbaan met nauwelijks
verkeer dwars door het bos ook tot de Trage wegen gerekend moet worden. Dan zou
deze wandeling veel hoger scoren, maar asfalt en straatbreedte, dat is een
verkeersweg, vind ik Toch valt de wandeling wel mee: het grootste deel loopt
door een aangenaam bos, met enkele klaterende beekjes als toemaat, en af en toe
kun je even uitkijken op een schitterend panorama. De brem staat volop in
bloei, en de vogels zorgen in deze eerste zomermaand nog altijd voor overtuigende
concerten.
De aangewezen trein om onze aansluiting te halen met de
2110 is de IR van 10:09, maar we zijn nog op tijd voor de 3759, weliswaar een
stoptrein. Van stel 690 is een buitendeur defect, en dat zorgt voor veel
beweging in eerste klasse. Het stel ziet er proper uit, zonder graffiti, maar
bij nader toezien zijn enkele ramen bewerkt met crassiti. Maar de rit verloopt
probleemloos.
IC 2110 zal het lang trouwens ook goed doen - de
maximumvertraging bedraagt 3 minuten (Ottignies) na een trage rit langs de
werven voor de aanleg van het derde en het vierde spoor. In Ciney vertrekken we
met nauwelijks 1 minuut vertraging, maar dan gebeurt het: in Haversin moeten we
wachten op een trein uit de tegenrichting, want tot Marloie zal het over
tegenspoor gaan. We staan wel 10 minuten stil: schuldige is IC 2133, die
blijkbaar in Arlon technische problemen gehad heeft, en nu met zo'n 25 minuten
vertraging rijdt. Probeer dit trouwens maar niet te checken op railtime, want
daar kennen ze deze trein alleen maar onder zijn internationale nummer: 296. Tussen
Haversin en Aye worden rotswanden gesaneerd, en dat is de reden voor de rit op
tegenspoor. In Marloie komen we aan met volle 10 minuten vertraging; in Jemelle
zijn het er al maar acht meer. Maar we hebben veel aansluitingstijd, en
eigenlijk is er dus geen reden tot klagen.
Klagen kan ik wel over mijn medereizigers: iemand probeert
zijn problemen van op afstand op te lossen, en dat resulteert in een 4-tal
gsm-gesprekken, maar dat is nog het minst van al. In Ottignies stapt een jong
koppel in, dat zich op het platform nestelt, en daarbij naar luidruchtige
muziek luistert, die nog het meest wegheeft van een parkinsonpatiënt die zijn
glas neerzet op een metalen tafel. Een TBG, laat ons hem MAN noemen, passeert
tot 2 maal toe, maar stoort zich blijkbaar niet aan de drukte. In zowat elk
station moet het duo ook zonodig een aantal trekjes aan een sigaret doen,
kortom, dit is het soort halve gebakkenen dat zich tegenwoordig niet langer
wegsteekt, maar juist luid en openlijk zijn plaats in de maatschappij opeist.
Het duurt tot een tweede TBG, laat ons haar VROUW noemen, langskomt en met een "Is
dat muziek?" rechtveert en het koppel tot de orde roept. Het lukt nog ook,
maar ondertussen zijn we Namur al een eindje voorbij.
Daar is ook een Nederlands koppel senioren ingestapt; hij
aarzelt nog even om in eerste te zitten, maar zij vindt dat dat geen kwaad kan.
Zo zitten ze dichter bij hun fietsen. Dat is zonder TBG MAN gerekend: eerst
worden ze naar tweede gestuurd, maar de echte koude douche moet nog komen. Ze
hebben wel biljetten voor hun fietsen aangekocht, maar die zijn volgens de TBG
alleen maar geldig voor treinen in het (Nederlandse) binnenverkeer. Reactie 1:
de loketbediende in Maastricht heeft hen verzekerd dat er geen probleem is.
Reactie 2: in de andere Belgische trein mocht het wel. Reactie 3: ik ga hier
zeker een brief over schrijven. Tegenreactie van de TBG: dat moet u zeker doen.
Geen zweem van ironie in zijn stem, hij zal het dus wel menen.
Ik ben niet zo op de hoogte van die Maastrichttoestanden,
maar volgens art. 7.1.3.4. van de Algemene Voorwaarden lijkt de mogelijkheid om
een fietskaart aan te kopen voor het Belgische net toch te bestaan. Ofwel heeft
de loketbediende zich vergist, ofwel heeft onze TBG zich vergist. Maar de
fietstocht wordt wel plots 10 EURO duurder.
Om in Nassogne te geraken hadden we in Marloie ook een
variant van lijn 1 (Marche - Bastogne) kunnen nemen, maar eigenlijk hadden we
de 40 minuten extra die we zo voor de wandeling kregen niet nodig, en dus wordt
het lijn 420 in Jemelle. Die heeft als eindpunt Nassogne; de meeste bussen
rijden na een lus via de watertoren in Nassogne meteen weer terug naar Jemelle
(of Aye). Vandaag rijdt ab5632-36 van Penning. Het is altijd prettig dat er
mensen zijn die tot op gevorderde leeftijd in Sinterklaas blijven geloven. Zo
ook een meereizende dame die naar het station van Forrières moet, en die vraagt
of ze een foldertje van deze lijn kan krijgen. Vermits in bussen van de TEC
bijna nooit foldertjes beschikbaar zijn, hoef ik het antwoord van de chauffeur
niet te geven.
Forrières Station is trouwens wel een raar geval: het is
een uitbreiding van amper 300 m, die maar enkele keren per dag wordt uitgevoerd
en die op zijn zachtst uitgedrukt redelijk zinloos is, gezien de korte afstand
en het totaal gebrek aan aansluitingen trein/bus in de ondertussen al lang
onbemande halte van Forrières. Tijd misschien om even door oude trein- en
busboekjes te struinen, op zoek naar een verklaring. In 1935 (en al jaren vroeger)
reed er een busdienst van de Post enkele keren per dag tussen Forrières en
Nassogne. De kans is groot dat met Forrières het station bedoeld werd. Later
werd de bediening van Nassogne in de spoorboekjes opgenomen onder de particuliere
busdiensten, en dat tot zeker 1970. Daarna komt Nassogne terecht in tabel 420, in
de lijst van de aanvullende busdiensten van de NMBS. Lijn 420 bestond toen al
een hele tijd, maar krijgt nu 2 terminussen: Awenne en Nassogne. De rest van
het verhaal is klassiek: overname door de NMVB in 1977, en sinds de
regionalisering van het OV in 1990 in handen van de TEC. Lijn 420 is nu een
lijn Nassogne - Aye geworden, waarvan een aantal ritten niet over de hele
afstand wordt verzekerd. Op zondag wordt er helemaal niet gereden.
Onderweg hoor ik nog hoe de chauffeur zich tegenover een
collega smalend uitlaat over het toeristische circuit langs het dorpje Ambly,
dat in de ogen van beide chauffeurs compleet nutteloos is. Tja, die prachtige
karikatuur van de chauffeur die in de bus opgehangen is (de karikatuur) is ook
compleet nutteloos, maar toch vind ik ze best het bekijken waard.
De terugrit verloopt volledig analoog. Gelukkig zijn wij er,
want deze terugrit van wat waarschijnlijk een schoolrit is geweest, heeft niet
bijster veel succes. Deze bus rijdt niet langs het station van Forrières.
In Jemelle is het even wachten, dus, maar in het zonnetje
op een rustig perron is het aangenaam toeven. De IC2116 komt met een 8-tal
minuten aan: het is toch wel een indrukwekkende trein, deze 13 met een lang
stel M6 erachter. In laatste positie hangt een rijtuig, met gele streep - het
is in dienst gekomen als tijdelijk tweedeklasrijtuig: de 2 op de flank is nog
net zo duidelijk als de 1 die er achteraf is overgekleefd. Om het echt
onbegrijpelijk te maken is dit rijtuig ook nog gedeclasseerd met een gele
sticker. Quo usque tandem abutere, NMBS, patientia nostra?
De reis aan boord van stel 523 (IC 2140) verloopt gelukkig
wel zoals elke treinreis zou moeten verlopen: rustig, stipt, met aangename tot
onopgemerkte medereizigers. We komen stipt in Brussel-Noord aan, zodat we nog
rustig naar spoor 12 kunnen stappen om daar IR 3142 te nemen. De trein heeft 3
minuten vertraging, ook nog bij het buitenrijden van Brussel-Zuid. In
Vorst-Zuid komen we net niet tot stilstand, en dat tot verbazing van enkele
reizigers die daar op het perron staan te wachten, maar het wordt tot Halle een
rit tegen sukkeltempo: 9 minuten vertraging zijn het resultaat. Ik kan niet
meteen uitdokteren wie deze keer de schuldige is: IC 1741 of CR 1591, maar het
valt toch opnieuw op hoe stroef alles tussen Brussel en Halle loopt, zelfs op
dit ogenschijnlijk rustige uur