Trein en bus, wandelen en weer, en van die hobby's meer
12-06-2012
netverkenning 2012 - deel 1
In de voorbije maand heb ik nog eens
uitgebreid het Belgische reizigersnet verkend, gedurende 5, gelukkig niet
opeenvolgende dagen. Ik gebruikte hiervoor een schandalig dure Benelux Tourrail,
die in vergelijking met verleden jaar trouwens nog eens 18 % duurder is
geworden. Om één of andere reden voorziet de NMBS zelf geen dagtarief meer, en
de nettreinkaart is zo mogelijk nog duurder. In het bijgevoegde bestandje geef
ik in de eerste plaats een schematisch overzicht. Waar interessant genoeg, zorg
ik voor wat commentaar.
Frank heeft een mobiele wig van hoge druk beloofd, en dat is zo ongeveer
het beste wat hij dezer dagen in de aanbieding heeft. Dus wordt het andermaal
profiteren van deze ene geïsoleerde goede dag, om 21 km te stappen langs GR
128. Deze route loopt dwars door Vlaanderen, en wij bevinden ons vandaag al in
het oostelijke deel, bij de grens tussen Vlaams-Brabant en Limburg. We starten in
het mooie en interessante Zoutleeuw en stoppen in het wat onbetekende Zepperen.
Spijtig genoeg kun je dit moeilijk een geslaagd stukje GR noemen. Daar
is de ballast net iets te overtuigend voor aanwezig: lange stroken beton of
asfalt, langs volgebouwde maar slapende gehuchten, en slechts heel af en toe
stukjes die de moeite waard zijn: Zoutleeuw, de Vloedgracht, het Vinne,
Nieuwenhoven en helemaal op het einde wat gezellige wegjes tussen de Zepperse
boomgaarden. Ik kan de frustratie van de ontwerpers best begrijpen: ze slagen
er erg goed in om alle interessante stukjes aan het snoer te rijgen, maar het
bindgaren tussenin is te lang en te lelijk. De TWQ bedraagt 44 %, en dat is
voor mij het bewijs dat de ontwerpers hier echt wel het onderste uit de kan
gehaald hebben. Oproeien tegen een halve eeuw gemeentepolitiek van asfalt en
beton is niet altijd gemakkelijk.
Eigenlijk zijn we vanochtend sneller dan onszelf: we wilden in Halle vertrekken
om 9:09 (of 8:58), maar we kunnen nog mee met de IR van 8:46, en met de wat
onzekere aansluiting trein/bus in Tienen is dat meegenomen.
Met IR3707 rijden we even over lijn 96N tussen Halle en Ruisbroek, maar
uiteindelijk lopen we toch over lijn 96 Brussel binnen. Het is een rit zonder
problemen, en als je 's morgens op railtime een zestal storingen hebt
genoteerd, is dat een succes.
Ook de aansluitende IC2208 doet het trouwens goed: ook al staan we net
buiten Brussel-Noord alweer stil, en loopt het stroef tot Diegem, toch bedraagt
de vertraging in Leuven niet meer dan 2 minuten. We komen zelfs stipt in Tienen
aan, waar we in het intact gebleven buffet van een lekkere koffie kunnen
genieten. Overigens merken we dat ook de eerst geplande IC 1708 perfect op tijd
in Tienen aankomt: onze aansluiting zou dus ook zonder vervroeging gerealiseerd geweest zijn.
Op de bus van lijn 22 staat al een typisch marktpubliek te wachten, met
boodschappentassen vol groente en de gratis Omnipas. Op die manier loopt de bus
aardig en gezellig vol. Onderweg volgen we een omlegging, maar we bereiken het
aansluitingspunt met lijn 23 (als vanouds de busgarage in Budingen) stipt.
Lijnen 22 en 23 zijn de huidige variant van wat destijds een bijzonder
ingewikkelde tabel 22a was, die op zijn beurt een opvolger was voor het rond
Drieslinter opgebouwde spoorwegkruispunt met lijnen 22 en 23, uit Tienen, met vertakkingen naar
Diest en Tongeren. Meer dan wat typische spoorweggebouwen en vlot rijdende
fietspaden blijft daar niet meer van over. Het zijn spoorlijnen die in een
OV-net met visie ook vandaag niet zouden misstaan.
Lijn 23 pikt ons op op het plein voor de garage, en niet aan de
eigenlijke bushalte. Ook deze bus moet immers een stevige omlegging volgen, en
dat kan niet als hij de halte zou bedienen. We hebben maar één medereizigster.
Het is even schrikken als we terug rijden vanwaar we komen, maar de
buschauffeuse stelt me gerust: we komen in Zoutleeuw. Ik heb de indruk dat we
tussen Budingen en Zoutleeuw geen enkele (!) halte van lijn 23 bediend hebben.
Van de omleggingen, bewaar ons, Heer. Het is een mirakel dat we maar 3 minuten
vertraging hebben bij aankomst.
Voor de terugrit hebben we op de bus van 18:08 gerekend, maar we staan
al rond 17:20 aan de halte Wellenstraat, en dus kunnen we nog met die van 17:38
mee. Die bereikt het Truiense station om 17:52 - de trein naar Brussel vertrekt
om 17:51. Taverne Bodoni zorgt voor de oplossing, ook al zijn de bierglazen dof
van de vaatwasmachine en is het schuim onstabiel: dat heb je wel meer in zaken
waar ook gegeten wordt
Overigens hadden we de IC van 17:51 ook nog kunnen halen, want die rijdt
met wat vertraging, maar we houden ons deze keer aan het schema. IC2240 bestaat
uit 2 breaks, en omdat de P8302 uit Brussel naar Genk stipt rijdt, kunnen we
ook op tijd Sint-Truiden buiten rijden. Het wordt een erg rustige rit. Hoe snel
het kan gaan tussen Leuven en Brussel-Noord wordt ons nog even gedemonstreerd:
we komen 6 minuten te vroeg aan, wat betekent dat je zonder hinder het hele
traject (over lijn 36N) in 14 minuten af kunt leggen.
Ook over de afsluitende rit naar Halle kunnen we kort zijn: doodnormaal.
We hebben er alweer een stevige wandeling opzitten, en het openbaar
vervoer was ons genadig. Het is altijd weer opvallend: hoe groter de
mogelijkheden om naar een alternatief over te schakelen, hoe kleiner de kans
dat je dat ook echt moet doen. Maar dat is een open deur intrappen. Misschien
wel die van de M6 die in Brussel-Noord nukkig deed, en in Halle alweer over
haar agressieve bui heen was
Nog even deze foto van
P8302 die ons het plezier deed op tijd te rijden, zodat ook onze trein het
enkelsporige stuk van Sint-Truiden tot Landen op kon.
GR 12 verbindt Amsterdam met Parijs, en wij maken
vandaag de doortocht van Brussel, meer bepaald van het Brusselse Noordstation
via de Grote Markt naar Vorst, Ukkel, Drogenbos en Beersel. Ik schat de totale
afstand rond de 20 km, met een TWQ van 34 %. Dat laatste mag vooral op de
creditzijde van de doorgelopen parken (Vorst, Duden, Wolvendaal) en van de
laatste kilometers op Beersels grondgebied geschreven worden.
Ik zou dit niet elke week willen doen, maar mijn vrouw
vond het een leuk traject, en dat zeker niet om winkeltjes te bekijken. De
ontwerpers voeren de wandelaar langs een hele reeks interessante punten (Grote
Markt, Manneke Pis, Justitiepaleis) en dat is zeker een verdienste, al lijkt
het voor de doorstapper op een blitzbezoek met Amerikaanse allures. Zelf kon ik
pas herademen in de trits stadsparken (beter onderhouden dan dat van Halle,
maar dat is niet moeilijk!) en langs de paadjes in Beersel. Eén ernstige
waarschuwing: in de huidige toestand van de bewegwijzering is het ondoenbaar om
de eerste helft van het traject te volgen. Eigenlijk hebben we volledig
vertrouwd op de topogids, met vermelding van de straatnamen, en zelfs dan was
het vaak gokken en vertrouwen op het Fingerspitzengefühl.
Wie de GR's en de wit-rode streepjes op deze tocht leert kennen, krijgt een
totaal verkeerd beeld van de toestand op zovele andere GR's, waar wél degelijk
bewegwijzerd wordt.
Onze tocht eindigde in Beersel op het Gemeenteplein,
meer bepaald in De Drie Fonteinen. Het
was even genieten van een lekker zure geuze, en van het besef dat lang geleden
een hele reeks kanjers van de Vlaamse literatuur hier een speels onderkomen
vonden. Onder impuls van Herman Teirlinck (een echte grote) kwamen Raymond
Brulez (zwaar onderschat), Gerard Walschap (zwaar overschat), Ernest Claes,
Maurits Roelants, Willem Pée en anderen,
hier bakschieten, spelen op de mijole.
Weinigen is het nog gegeven het Brussels te kennen, maar als je weet dat het de
bedoeling was om een koperen schijf in een gapende gleuf te mikken en dat de Brusselse
naamgeving enigszins scabreus was, dan zal het wel duidelijk zijn waar die mijole naar verwijst. En nee, ik ga er
geen tekeningetje bij maken.
Om één of andere reden slaagt de NMBS er tijdens het
weekend (en tijdens de week ) niet meer in om de treinen van de IC-verbinding
Schaarbeek - Moeskroen op tijd te laten rijden. Ook vandaag tekenen we 7
minuten vertraging op bij aankomst in Brussel-Noord, en het feit dat de
middelste koker van de NZV volledig buiten dienst is wegens werken, is daar
nauwelijks een excuus voor. We vertrokken immers al in Halle met 4 minuten
vertraging en we gingen erg vlot door de pijp.
We hebben het zevende en het achtste lijntje van onze
KeyCard ingevuld, en dat zijn de eerste lijntjes die ook geknipt worden. Tussen
Halle en Brussel gebeurt dat immers bijna nooit. Met wat de NMBS daar jaarlijks
aan inkomsten verliest, kan De Lijn al zijn afgeschafte buslijnen opnieuw
invoeren.
Veel valt er niet te onthouden van de terugrit uit
Beersel. De bus rijdt met een kleine vertraging, en ook dat is bijna de regel
op de lijnen 153-154-155 op zaterdag. De vele minuten overschot van de
weekdagen zouden op zaterdag meer dan welkom zijn, zeker op de ritten van de
late namiddag.
Het is opvallend hoe rustig je wordt of bent als je
niet meer dan dergelijke eenvoudige trein- of busverbindingen nodig hebt.
Veertig jaar lang al droom je als OV-gebruiker van probleemloze langere
verbindingen, met risicoloze overstappen, maar eigenlijk ontbreekt de wil om de
OV-klant een performante dienst aan te bieden, naar alle mogelijke bestemmingen
in dit land dat eigenlijk niet veel meer is dan een uit de kluiten gewassen
stadsgebied.
Dit was even een uitgesproken kans om wat trams van de
MIVB te fotograferen. Je ziet achtereenvolgens de 2010 (aan het Poelaertplein),
de 7757 (aan de terminus van de Dieweg) en de 3010 (aan de terminus in
Drogenbos).
De dagen worden langer en dus worden de vroege vogels
in ons ook wakker. De kippen, die elke nacht opnieuw veilig opgesloten blijven
om uit de muil van een of ander superactieve vos te blijven, kijken wel
verbaasd, als ze al zo vroeg vrijgelaten worden, maar een flinke schep maïs
snoert hun de bek. Voor ons staat meer dan 21 km voettocht in de Famenne op het
programma, van Wellin naar Vonêche, langs GR 577, en daar kun je maar beter
vroeg aan beginnen. Het is een ongelooflijk goed stukje GR, langs een vijftal
dorpen die nauwelijks minder rustig zijn dan de lange, meestal onverharde
veldwegen die tegen het zacht glooiende landschap opklimmen dan weer afdalen.
Het is helder, precies zoals Frank dat beloofd heeft, en dat staat in deze
streek garant voor indrukwekkende vergezichten. De TWQ bedraagt 64 %, en dus
keren twee wandelaars na het afwerken van hun taak tevreden en verkwikt
huiswaarts.
Eén
van de rustigste P-treinen in Halle is P7512, en bovendien laat die toe om wat
marge in te bouwen in Brussel-Zuid. Het is een lange trein met gemoderniseerde
M5-rijtuigen waaruit de warmte van de avond voordien nog niet helemaal
verdwenen is. Tijdens de avondspits absoluut te mijden, maar vanmorgen is het
de ideale trein om ons naar Brussel te brengen, langs de lijnen 96E, 96 en 96A
- het komt op geen lijntje aan.
De
IC91 komt - zoals dat een internationale trein past - behoorlijk vroeg aan het
perron. Enkele Belgische rijtuigen zorgen voor versterking, maar voor ons is de
enige mogelijkheid een Zwitsers eersteklasrijtuig, dat helemaal achteraan de
trein hangt. Niet dat we daar treurig om zijn, want het is een knap rijtuig, en
gezien zijn positie is er geen voortdurend heen-en-weergeloop van kippen en
hanen op zoek naar nest of stok. Antimakassars met een overduidelijke 1 erop zorgen
er ook voor dat de kans op vergissen onbestaande
is. Tot Namur kan de sfeer nog het best omschreven worden als gezellig
geroezemoes. Vanaf Namur slaat dat om, wanneer we omsingeld worden door een
dozijn heren, van wie de uitrusting varieert van deftig pak tot casual. Ze
gebruiken termen als aiguillage, signal,
caténaire en dan weet je het wel. Ze zijn er zich onvoldoende van bewust
dat hun beste klanten wat rust appreciëren, al valt het alles bij elkaar nog
wel mee.
De
trein rijdt Brussel-Noord buiten met 5 minuten vertraging, en in Ottignies
scoren we al 11 minuten vertraging. Maar de 20'er (en de TB uiteraard) kwijten
zich keurig van hun taak, en vanaf dan zie je de vertraging kleiner worden:
Gembloux +10, Namur +9, Ciney +5, Marloie +4, Jemelle +3. In Namur wordt de
Maasbrug van lijn 162 richting Namur vervangen, maar onze trein ondervindt daar
geen hinder van - hinder die blijkbaar wel ingecalculeerd is in de dienstregeling.
In
Jemelle komt de bus van lijn 29 meteen in beweging als hij de treinreizigers
ziet aankomen. Niet dat hij meteen vertrekt, want de bus van de tegenrit
arriveert, en dat noopt tot een babbeltje met de collega. Vier minuten vertraging
zijn het resultaat, maar in Wellin zijn die weggesmolten in een zon die al
flink haar best doet. In Rochefort is de reisweg aangepast - voor lijn 29 is
die van evident naar redelijk complex geëvolueerd, maar dat zal geleidelijk aan
wel wennen.
En
dan komt de terugrit. Het begint allemaal met een bus die zich vastrijdt in een
gigantische verkeersopstopping op alle invalswegen in Beauraing. Blijkbaar is
een firma er in de loop van de dag van overtuigd geraakt dat de asfalteringswerken
op de N40 nog voor het weekend afgewerkt konden worden, en dat leidt tot
improvisatie van jewelste: het zijn zowaar de mannetjes in het geel die het
beurtelings verkeer leiden. De tijdelijke verkeerslichten floepen lustig van
groen naar geel en rood, maar vanavond spelen ze het verkeersspelletje even
niet mee. Hoe dan ook, de file strekt zich op een bepaald moment uit van Pondrôme
tot Beauraing, en Beauraing zelf slibt dicht omdat het in de andere richting
niet beter gaat. We bereiken de Place Saint-Roch met een half uur vertraging,
maar ook alle andere bussen lijken met aanzienlijke vertragingen te rijden. Je
waant je in het hart van een grootstad. Toch prijzen we ons gelukkig, want ons
oorspronkelijke plan bestond erin om bus 141 naar Gedinne te nemen, met 6
minuten overstaptijd in Gedinne. Dat zou zonder enige twijfel ook een fiasco
geworden zijn, en nu konden we dezelfde trein in Beauraing nemen.
En zeggen dat Vonêche en Pondrôme eigenlijk gewoon veel pech gehad hebben. Toen de kaalslag van 1984 doorgevoerd werd, overleefden beide halten die op wonderbaarlijke wijze, maar toen ze enkele jaren later toch dichtgingen, had men de idee van de frequente plaatsvervangende bussen al lang verlaten, en dus bleven beide gemeenten achter zonder echt bruikbaar openbaar vervoer. Nu rijden hier allerlei varianten van de ter ziele gegane lijn 41 die het hele gebied ten westen van lijn 166 bediende, maar die varianten zijn zo functioneel dat ze voor het type gelegenheidsklanten die we zijn nauwelijks bruikbaar zijn.
L6088
rijdt zo goed als op tijd, maar vanaf Houyet loopt het flagrant fout. We worden
op spoor 2 getrokken, tot
verbijstering van de reizigers die op spoor 1 staan te wachten, en die dan maar
snel de sporen oversteken. Tja, wat moet je doen in zo een geval? Maar dan komt
de TBG door de trein met de verbijsterende mededeling dat we niet verder rijden
- tiens, is er geen geluidsinstallatie in de motorwagens? Er is een
elektriciteitspanne die verder rijden onmogelijk maakt: bussen zullen ons komen
ophalen. Via mijn simpele gsm'etje kom ik van railtime te weten dat door een
elektriciteitspanne alle verkeer tussen Jambes en Gendron-Celles onmogelijk is.
(Gelukkig moet de TBG aan niemand uitleggen waarom een dieselmotorwagen niet
verder kan rijden als de elektriciteit uitvalt Met de botte reactie van drie
nietsnutten weet hij zo al duidelijk geen raad.) Enfin, we gaan allemaal braaf
voor het station op de bestelde vervangingsbussen wachten.
En
dan begint het probleem stilaan hallucinante proporties aan te nemen. Ik
probeer nog even bij de TBG of we niet met hem terug kunnen naar Libramont,
maar dat zal pas over anderhalf uur kunnen. Terug naar het pleintje voor het
station, dus.
Plots
komt een bus van lijn 166a Jemelle - Houyet aanrijden. De brave chauffeur neemt
de onvergeeflijke maar begrijpelijke beslissing om zijn film te veranderen naar
Service Spécial. Onnodig te zeggen dat zowat alle reizigers denken dat dit al
de beloofde vervanginsgbus is, maar hij wil gewoon zijn pauze redden. De bus
zou om 18:30 terug naar Jemelle moeten rijden, en ons besluit is snel genomen:
dat is de oplossing, ook al hebben we op onze Railpass twee lijntjes Beauraing
- Halle ingevuld. Enkele andere reizigers volgen ons goede voorbeeld, ook als
we betalen voor de rit naar Jemelle, wat me logisch lijkt, even logisch als dat
de NMBS ons deze 5 zones ooit terugbetaalt.
Alhoewel,
goede voorbeeld? Op een bepaald moment krijgt de motorwagen groen sein richting
Dinant, en na enkele minuten vertrekt L6088 ook effectief. Als wat later een
duo 13'en ook nog een goederentrein richting Dinant sleept, breekt eerlijk
gezegd mijn klomp. En ja hoor, railtime meldt dat het probeem ondertussen is
opgelost, en - je kent het wel - vervolgvertragingen
blijven mogelijk. L6088 zal uiteindelijk - LEEG! - met 47 minuten vertraging in
Dinant aankomen. Kan iemand me eens uitleggen waarom de TBG zich niet de moeite
getroost heeft om de eerder gestrande reizigers terug te roepen naar zijn trein?
Terloops, wat een prachtige illustratie van het nut van bemande stations,
waarvan de personeelsleden ongetwijfeld beter op de situatie hadden ingespeeld.
Maar
wij zitten hoe dan ook ondertussen op de bus van lijn 166a, die na wat discussiëren
en het andere gepalaver met een tiental minuten vertraging vertrekt. De
chauffeur heeft ondertussen van zijn vriendin vernomen dat heel Dinant zonder
stroom zit; de kritische reiziger die even ervoor zijn gal op de NMBS had
gespuwd, had nu eigenlijk het schaamrood op de wangen moeten krijgen, maar die
reactie is zo compleet out Het ASTB dat achteraf zal proberen om de hele kwestie
te recupereren en zelfs met nieuwe acties dreigde zou zelfs nog een stap verder
mogen gaan: in de grond zinken van schaamte lijkt me een valabele suggestie. Maar
kom, de bus brengt ons langs een bijzonder schilderachtige route naar Jemelle,
ons en een vijftal andere reizigers.
We
geraken zonder problemen in Jemelle, en zo veelbewogen onze terugreis tot nog
toe was geweest, zo voorspoedig zal de rest verlopen. Als de IC naar Brussel in
Jemelle stopt, stap ik meteen naar de TBG's van dienst, en ik val maar meteen
met de deur in huis: ik moet u een en ander uitleggen. Ze manen me aan om toch
maar in te stappen, en even later kan ik inderdaad het hele geval in geuren en
kleuren vertellen. Ze maken er geen problemen over: onze Railpass is inderdaad
te goeder trouw ingevuld voor twee ritten Beauraing - Halle en ze begrijpen
perfect wat er verkeerd gelopen is, en nog belangrijker: welke handige
oplossing ik heb uitgedokterd. Eén van de TBG's zucht nog dat het verkeer op
lijn 154 nog maar pas hersteld is, en dat nu dit alweer gebeurt.
Het
wordt dus een rustige terugreis in een speciale samenstelling: ondertussen is
de I6 uit dit gesleepte stel verdwenen, en maakt een M6 zijn opwachting - enige
ontgoocheling - maar alles loopt nu vlot. De WC blijft opvallend lang bezet.
Een dame in hoge nood maant de bezetter
aan om plaats te ruimen, en even later verschijnt een zwarte. Achteraf horen we
dat hij een biljet Barvaux - Liège heeft: hij heeft hier dus geen zaken. Het is
een grijsrijder, met een nuance die al enigszins naar zwart neigt. Achteraf
zullen we horen dat de TBG hem over de hele kwestie probeert aan te spreken,
maar dat hij er voortdurend van onder muist. Voorbij Namur duikt een tweede
zwartrijder op: je merkt het zo: schichtig kijken waar de TBG zich bevindt, en
dan in functie daarvan een bepaalde richting in de trein uit lopen.
De
rit zelf verloopt vlekkeloos. Vanaf Naninne gaat het op tegenspoor, want de
Maasbrug in Namur wordt vernieuwd. Ook nu staat de reserve in de dienstregeling
garant voor een stipte rit. In Brussel-Noord halen we zelfs nog een onvoorziene
aansluiting met IR 3143 die op dit late (?) uur niet meer doorrijdt naar
Tournai en Kortrijk, en dus maar uit één break bestaat.
Voor
één keer worden we tussen Brussel-Zuid en Halle maar heel even gehinderd door
de CR die ons voorafgaat, en we komen dan ook stipt in Halle aan. Nu ja, stipt
kun je dit niet noemen: ons oorspronkelijke aankomstuur was 20:12 (met overstap
in Brussel-Luxemburg, en dan lijn 26). Uiteindelijk komen we in Halle aan om
21:41, en dat is toch wel fiks later dan voorzien. Benieuwd hoe de NMBS op mijn
vraag tot terugbetaling zal reageren. Ik hou jullie op de hoogte!
Terwijl we aan de
halte Café Sylva in Vonêche stonden te wachten, kwam deze bus in de
tegenrichting aan rijden: ab 5051-12 op lijn 141 naar Graide.
Ja, wie kan
uitleggen waarom lijn 9 niet op dit haltebord voorkomt? Dat dit een Luxemburgse
lijn is en het haltebord alleen Naamse lijnen vermeldt, kan toch geen verklaring
zijn?
Het is echt profiteren van kortstondige
goedweermomenten tegenwoordig, en voor donderdagmiddag - de namiddag van
Onze-Lieve-Heer-Hemelvaart - lijkt er een op komst. Het wordt een korte
wandeling (minder dan 7 km) in Wespelaar. De toeristische dienst van Vlaams-Brabant
bundelt al vele jaren wandelingen in boekjes die inhoudelijk hoog scoren, maar
die allemaal de neiging hebben om voortdurend dicht te vallen. In het boekje Noord-Dijleland vinden we de Bomenwandeling, uiterst geschikt als
namiddaguitstap, en bovendien tamelijk gemakkelijk te bereiken per trein, want
Wespelaar heeft een treinhalte, al moet ze die delen met Tildonk.
De Bomenwandeling
voert ons dus langs bomen, deels door parken, maar vaak ook in een vrij gaaf
natuurgebied. Het is een pretentieloze wandeling met een TWQ van 33 %. Eén
derde van de wegen is inderdaad best te pruimen, de rest is wat troosteloze
bebouwing, al lijkt de hele buurt op deze kwijnende hoogdag in een diepe
namiddagdut verzonken. Mij niet gelaten Het in het boekje afgedrukte tracé
wijkt op één plek af van de bewegwijzerde route, zonder veel erg.
Enkele foto's vind je hier. Bewonder alvast deze kanjer:
Weekenduitstappen zijn niet meer aan ons besteed, maar
vandaag maken we een uitzondering.
Van Halle naar Brussel-Zuid kunnen we nog eens mee met
een IC, en in al die jaren is er weinig veranderd aan de materiaalinzet: een
lang stel M4 brengt ons probleemloos naar het Zuidstation. De verzuchting van
mijn vrouw bij aankomst: net nu ik eens goed zat.
In Brussel-Zuid zetten drie schilders het
multiculturele karakter van onze samenleving in de verf - grijs, haha. Terwijl
al wie hier min of meer in uniform rondloopt waarschijnlijk ongeveer dubbel
betaald wordt, zetten zij het niet-gemoderniseerde deel van het Zuidstation in
een grijze grondlaag, vermoedelijk alles behalve dubbel betaald.
De IC naar Eupen rijdt stipt. Er staat ongewoon veel
volk te wachten, en twee politieagenten houden een oogje in het zeil. In de
trein hoor ik hoe twee jonge gasten zich al opmaken voor de dolle pret die ze
in Liège in de City Parade zullen beleven. Ieder zijn meug. Gelukkig houden ze
het voorlopig rustig. De twee agenten lopen blijkbaar door de hele trein: meer
blauw in de trein, lijkt hun motto te zijn. Opvallend ook die Engelse toeristen
die in Brussel-Zuid hun twee tandems op het platform van ons eersteklasrijtuig
proberen te stallen, en die in Brussel-Noord nog uitstappen ook om met tandems
en al tweede klasse op te zoeken. Je ziet zo dat ze door de wol geverfde
treinreizigers en fietsers zijn: ze zijn alleszins veel sneller dan de doorsnee
Belgische toerist, die inderdaad predikt dat de vakantie al in de trein begint.
In Leuven staat een duikbril klaar om ons naar
Wespelaar te brengen. Een groep jongeren staat nog op een achterblijver te
wachten, maar de TBG laat zich niet vermurwen: jullie mogen verder wachten,
jongens, maar de trein kan dat niet. Uiteindelijk blijft de achterblijver zijn
naam trouw: achterblijver. Niet dat de anderen zich daar veel van aantrekken.
Ik kan nog net een erg geschrokken blik naar de TBG werpen, want even ziet het
er naar uit dat ze de jongeren - sommigen duidelijk boven hun theewater - in
eerste klas zal laten zitten. Daar duiken ze trouwens allemaal in als wij als
laatste eersteklassers in Wespelaar-Tildonk uitstappen.
De terugreis is een echt spiegelbeeld van de heenreis,
niet alleen qua reisweg, maar ook qua materieel. Zo belanden we opnieuw in de
duikbril van de heenreis, die niet minder dan 3 minuten te vroeg in Wespelaar
opduikt. In Leuven wordt een extra motorstel aangekoppeld: dat is de erg nodige
versterking op een gewone zondagavond, maar vanavond zal de bezetting wel
tegenvallen. Nu, liever een stel te veel, dan een stel te weinig.
Tussen Leuven en Brussel zitten we in hetzelfde
rijtuig, meer, we zitten op dezelfde plaatsen: mijn vrouw herkent de vlekken op
de zetels. Bij het instappen zien we nog net een super efficiënte ingreep van
Securail: de TBG wijst met de vinger de reiziger aan, en even later kan die het
op het perron uitleggen. Als die mannen van Securail niet die rode uniformpjes
hadden, zou geen kat wat gemerkt hebben.
En opnieuw wordt de trip Noord - Halle er eentje
zonder geschiedenis. In Halle staat de laadbrug voor rolstoelen klaar, en dan
is de kans groot dat Thijs in de trein zit. Ons vermoeden klopt. Zo zie je in
Halle ook nog eens stationspersoneel op het perron. Het moet gezegd: Thijs
wordt zorgzaam op het perron gezet, en even later zien we het trio evolueren
richting lift. Waar is de tijd dat de rolstoelen nog over de sporen dokkerden,
onder het waakzaam oog van mijn vader, ter hoogte van de bareeltjes, die verder
alleen door de laders met hun stootkar gebruikt werden, van spoor 1 naar spoor
2 en van spoor 3 naar spoor 4?
We waren nog maar net aan de wandeling begonnen, of we
stonden al voor een gesloten overweg. Uiteraard is dat altijd een buitenkansje:
ms 86 923 rijdt vandaag als IR2735 tussen Sint-Niklaas en Leuven.
15 mei 2012 Sint-Niklaas - Rupelmonde Reynaertland
In het uitzetten van langeafstandswandelingen rond een
thema schuilt een duidelijk gevaar. Dat blijkt ook vandaag weer, nu we het
laatste deel van de Streek-GR
Reynaertland volgen, over een kleine 22 km, tussen Sint-Niklaas en
Rupelmonde. Boosdoener is (alweer) Reynaert, die blijkbaar ook Sint-Niklaas
niet links kon laten liggen. (Ik heb niks
tegen Reintje, hoor, zelfs niet als die me 's avonds in slaap keft, en zeker
niet als hij er met meesterlijke hand die buren uitkiest die het niet nodig
vinden om hun kippenhok wat beter af te sluiten.) Voor de stapper resulteert dat in bijzonder onaangename
kilometers (wel 10!) door een stads- en industriegebied dat je zelden of nooit
spontaan zou opzoeken om je te vermeien. Enig lichtpunt is het Stadspark (het
De Vidtspark, rond het mooie Kasteel Walburg), maar dat kan de rest niet redden.
Gelukkig is de tweede helft - zeg maar voorbij Velle langs de Oude Schansen, en
vanaf Temse, langs de Schelde van veel betere kwaliteit. De TWQ bedraagt 34 %,
maar het grootste deel daarvan neemt het pad op de Scheldedijk tussen Temse en
Rupelmonde voor zijn rekening. Het is maar de vraag of je zo een verharde weg
waar je om de haverklap opzij moet voor wielerterroristen als een Trage Weg
moet beschouwen
We zetten onze eerste stappen op GR Reynaertland op 2 december 2001. We splitsten het pad als volgt
op:
Eigenaardig genoeg is het aantal foto's waarmee je
thuiskomt, vaak omgekeerd evenredig met de slechte indruk die een wandeling
gemaakt heeft. Ik heb tegen de 40 bruikbare foto's vandaag. Bekijk ze allemaal hier
.
Geniet alvast even van het Sint-Niklase stadspark, van
de erg landelijke sfeer tussen Velle en Temse, en krijg net als wij het
einddoel Rupelmonde in het vizier, tussen het uitbundig bloeiende fluitenkruid.
Je voelde het al een paar dagen aankomen, en vandaag
was het weer zo ver: leden van de onbetekenende ledenclubje ASTB hebben het
werk neergelegd in wat je grofweg het gebied ten zuiden van Samber en Maas zou
kunnen noemen, inclusief Namur. Het is nog even zoeken naar een aanleiding,
maar uiteindelijk past het inderdaad zorgwekkende ongeval van Godinne wonderwel
in de stakersplannen. Als, en ik benadruk dat als, de TB van de tweede trein in
de fout gegaan is, dan is dit dus een staking tegen de eigen onoplettendheid,
of althans tegen die van een collega.
Als biologisch tuinier weet ik dat de luizen altijd de
zwakste plantjes aanvallen. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de NMBS al
enkele jaren zwakker en zwakker wordt Ik weet ook dat het soms de tuinier is
die de plantjes te zeer verwaarloost, om ze sterk genoeg te laten opgroeien
zodat ze tegen een stootje kunnen.
Als blijkt dat de schade in Vlaanderen wel meevalt,
besluiten we toch maar te vertrekken. Voor het eerst sinds lang lijkt het weer een
hele weekdag lang goed te worden, en daar moeten we van profiteren.
Van Halle naar Sint-Niklaas hebben we mogelijkheden
zat: via Dendermonde, via Mechelen en lijn 54, via Antwerpen-Berchem. Bovendien
zijn ze qua rittijd elkaar waard. De reisweg langs Antwerpen is net iets korter,
al gaat het hier om 3 minuten. Nu de NMBS ons voor deze middellange afstanden
toch al de Railpass opdringt, mogen we best wat extra kilometers afleggen,
binnen het strakke keurslijf van het reglement, uiteraard.
Zoals vaak arriveert de IR goed op tijd in Halle, en
met 3 minuten stilstand is er sowieso weinig kans op vertraging. Toch
vertrekken we 1 minuut later dan voorzien: tussen Halle en Buizingen werkt een
ploeg van Infrabel aan een wissel, en dat maakt een zijsprongetje noodzakelijk.
Normaal gezien wordt zo een minuut vertraging er moeiteloos afgereden, maar Brussel-Zuid
binnenrijden gaat niet vlot en zo blijft dat minuutje vertraging hangen.
We zouden nog meekunnen met de IC naar Antwerpen in
vertraging, maar we besluiten toch maar te gokken op de voorziene IR van 10:05.
Beide treinen staan trouwens netjes zij aan zij langs de perrons 18 en 17. Logischerwijs
is het de IC die eerst vertrekt, en dat gebeurt ook. Zo raken we zelf
opgezadeld met een vertraging van 5 minuten, die tussen Vilvoorde en Mechelen
zelfs nog aangroeit tot 8 minuten - genoeg om de voorziene aansluiting in
Berchem te missen. In Mortsel-Oude-God ziet het er alweer wat beter uit, met 5
minuten, en zelfs een vertragingszone net voor Berchem richt niet al te veel
schade meer aan. We houden nog 3 minuten over van de 9 minuten voorziene
aansluitingstijd.
De IC naar Kortrijk staat al klaar. Onderweg is het
uitkijken naar het nu beroemde wijkspoor in Melsele. De verbinding is gewoon
opgeheven: de wissel waar het allemaal op gebeurde is uitgebroken. Ondanks een
vertragingszone in Nieuwerkerken, waar o.a. een overweg hersteld wordt, komen
we zo goed als op tijd in Sint-Niklaas aan.
Voor de terugreis uit Rupelmonde staan ons niet minder
dan 4 buslijnen ter beschikking. Die bieden ons de kans om via Antwerpen te
rijden, maar dat is duidelijk een omweg, en dus wordt het overstappen in Temse
of Sint-Niklaas. De bussen van de lijnen 93, 95, 97 en 99 bedienen dan wel niet
het station van Temse, maar de halte Vrijheidsstraat ligt maar een goeie 5 minuten
van het station af. De bus van lijn 99 (naar Hamme) rijdt wel met 9 minuten
vertraging, en met uitstappende reizigers aan een drietal halten en twee
verkeerslichten, gaat er niet echt iets van deze vertraging af - daar is onze
reis trouwens ook te kort voor. We moeten ons dan ook even reppen om de trein
naar Mechelen te halen, maar we weten de manshoge tunnel onder de sporen ondertussen
liggen, en net erachter leidt een geïmproviseerd maar praktisch pad ons recht
naar perron 1. Op perron 2 staat P8091 te wachten. Die zal na aankomst van de
IR met een tiental minuten vertraging naar Sint-Niklaas rijden. Hoeveel dagen
vertraging zouden al die enkelsporige lijnen eigenlijk jaarlijks totaliseren?
De TBG van de IR naar Leuven doet zijn job zoals het
hoort. Hij controleert in beide breaks, en wisselt vaak van break. Veel
reizigers hoeft hij trouwens niet te controleren in deze eerder matig bezette
IR. Ook deze trein heeft de neiging om wat lichte vertraging op te lopen, al
klopt de kruising met de tegemoetkomende IR in Puurs perfect. Net voor Mechelen
staan we zelfs even stil.
De Benelux nemen was een optie, maar eigenlijk hadden
we er niet op gerekend, en tijdwinst was er al helemaal niet mee te halen.
Alleen het materieel had ons uiteindelijk nog kunnen overhalen, want de
vergelijking met de duikbrillen die men voor ons voorbehoudt, valt natuurlijk
in het voordeel van de Nederlandse rijtuigen uit, maar kom, lang duurt de rit
tot Brussel-Noord niet. Ook deze trein rijdt met een lichte vertraging, en net
als vanmorgen in Berchem, kunnen we ook nu meteen instappen in de aansluitende
trein.
Die vertrekt perfect op tijd in Brussel-Noord, maar om
een of andere reden staan we 4 minuten te lang in Brussel-Zuid. Van lijn 96
gaat het dan traag naar de snelle (?) lijn 96 N, wat ook tot wat tijdverlies
leidt; en opnieuw naar lijn 96 komen in Halle kost ook wat tijd: ook deze trein
zal boven de 5 minutengrens scoren. Omdat de trein in Brussel-Noord al binnenstond,
moet ik van de stop in Halle gebruik maken om naar voren te lopen om het
locnummer te noteren. Ik had op 3 minuten gerekend, maar de vertraging noopt
tot haast. Vertraging zorgt altijd wel weer voor enige overlast