De Supportersclub “De Sportvrienden”, opgericht onder de naam “Het Vliegend Wiel” werd begin 1954 gesticht. Leden : 20. Lokaal : Frans Huybrechts, De Laet Frans, Wwe De Maeyer, Alfons Verbruggen. Bestuur : Jan Van Cauwenberg en Pieter Ceuppens.
Zangkoor St. Cecilia.
-Dirigent : Alfons Hellemans. -Organist : Edward Fierens. -Schatbewaarder : Louis Verbruggen. -Andere leden : Meester Selleslagh, Florent Mertens, Felix Van der Hasselt, Richard Van Praet, Bert Huys, Viktor De Laet, Mon Mertens en Jos De Smet. -Sinds de herinrichting rond de jaren 1919 noteren we de volgende zangers die lid zijn van toen : Viktor Selleslagh, Alfons Hellemans, Bert Huys en Louis Verbruggen. (“DB”, december 1954)
1955 – Tarieven van taksplaten.
“De taksplaten dienen voor 1 maart te worden afgehaald op het Bureel der Belastingen, hoek H. Speecqvest en Kard. Mercierplein, tussen 9 en 12.30 uur (niet op zaterdag). Rijwielen 100 Bromfietsen 135 Landbouwvoertuigen 105 Handkarren 105 Handelsvoertuigen 420 Gareel 1050 De belasting op de honden : 200.” (“DB”, januari 1955)
1955 – Militair Personeel.
Dat jaar waren er in ons land 80.047 dienstplichtigen, 63.682 weddetrekkenden en 1.384 eenheden burgerlijk personeel. Voor de eerste twee gegevens betekende dit op vijf jaar tijd een verdubbeling. (“DB”, nr.8)
1955 – Karel DE BORGER won opstelwedstrijd van ‘De Band’ met : mijn moeder.
“Hoe zoet in de oren klinkt de naam moeder, en hoe dikwijls komt hij als een echt aroma over de lippen van groot en klein. Want moederke alleen is voor allen het kostbaarste bezit op aarde. Moeder gaf haar beste krachten om ons het levenslicht te laten aanschouwen. Aan haar danken we dat we kinderen van God geworden zijn. Waar vader ons berispt, heeft zij de zalvende woorden, want haar moederhart is te week om boos te zijn. Zij leert ons de eerste woorden prevelen, en zij is blij wanneer we voor een kruisje boven ons bedje de handjes samenvouwen en zeggen : ‘Jezuske, Ons Lieve Vrouwke’. Dan is zij fier ! Zij maakt van ons kristene jongens en meisjes. Zij waakt over ons leven, en angstvallig slaat ze ons gade, opdat haar voorbeeld als een kleinood ons bezit zou worden. Moeder wordt ouder, wij groter. Maar niemand kan ze missen. Hoe ouder men wordt, hoe meer behoefte men heeft aan haar. Beseffen we voldoende wat een moeder is ? Bekennen we eerlijk en oprecht dat meer dan eens die moeder veel leed wordt aangedaan door onze kleine tekortkomingen. Heeft men altijd oor voor haar raadgevingen ? Waardeert men genoeg haar bezorgdheid voor onze gedragingen ? Hechten we voldoende waarde aan haar woorden ? En wanneer ze soms met beweende ogen naar ons opkijkt, beseffen we dan het ‘waarom’ ? Wij moeten moeder liefhebben én door daden én door woorden, opdat zij de vruchten van haar levensarbeid moge plukken in ons en door ons. O zoete naam van moeder, mogen wij U steeds met eerbied uitspreken ! Bidden we de goede God om lang onze moeder te mogen behouden, heilig en veilig, tot ons aller geluk en voorbeeld. Geen schoner naam, geen edeler wezen is er op aarde dan moeder. ‘Moeder mijn, braaf zal ik zijn’; Moge het immer zo wezen.” (Gepubliceerd in ‘De Band’, enkel jaartal bekend)
1955 – Ook Leo HELLEMANS winnaar van de opstelwedstrijd van ‘De Band’ - Mijn Moeder
“Wie is het weer die gezegd heeft ‘neemt uit een dorp de priester weg en na een paar jaren vindt ge er wezens terug die meer lijken op dieren dan op mensen ?’ Maar kan men niet met evenveel recht beweren : ‘neemt uit een goede familie de moeder weg, en na ten hoogste een jaar of twee houdt ge nog een keten over waaruit de hoofdschakel, waaruit het sluitstuk, weggenomen is. Ik weet niet of ge U reeds afgevraagd hebt wat dit woord ‘moeder’ wil zeggen. Een jong meisje droomt er van eens moeder te worden, en haast elke man zoekt zich een vrouw uit om eens de moeder te worden van zijn kinderen. Het is misschien omdat dit eenvoudig woord van zes letters zo dikwijls gebruikt en misbruikt wordt, dat we niet meer begrijpen wat het inhoudt, omdat een moeder zo rijk is en zo ver verheven staat boven de andere mensen dat we enkel maar de grote lijnen kunnen zien, en niet al de details en schakeringen in haar kunnen ontdekken. Iedere dichter heeft één of meer gedichten aan zijn moeder gewijd, en toch ken ik geen enkel dat mij bevredigt ! Ge kunt verrukt zijn door de klankuitdrukking of U laten bedwelmen door de innige sfeer die er in zit, maar toch kunt ge nooit zeggen : ‘Dat is mijn moeder!’ Want elke dichter heeft zijn moeder uitgebeeld zoals hij haar gekend heeft. Na de lezing van zulk een gedicht kunnen we meer ontgoocheld zijn, omdat we daarin onze moeder niet terugvinden. Ge voelt een leegheid van binnen, die in ’t verloop van de verdere avond niet meer te vullen is ! Hoe gebeurt zo iets plots ? Hoe komt het dat op een morgen in de lente de bloemen open staan, terwijl het gisteren toch even goed lente was als vandaag ? Het kan best zijn dat de één of de ander zegt of denkt : ‘het is niet allemaal waar wat hij schrijft, want zo is mijn moeder niet !’ En toch zou ik de mijne niet willen missen, want de mijne is immers de beste! Dit doet misschien denken aan een kleine jongen die fier is dat hij zijn handje in die van zijn vader mag leggen, en in wiens ogen zijn vader de sterkste is en alles trotseert. Een moeder droomt van haar kind…zo’n klein onmondig wezentje, dat geheel van haar afhangt, waarop heel haar doen en laten op afgestemd is, dat haar leven zin en betekenis geeft. Dan is het zoet pijn te lijden, dan wordt de pijn die geleden wordt vergoed door een eenvoudige lach of een blik in de kinderoogjes. En welke moeder zou niet sterven voor haar kind ? Dat is geen offer, dat is moederliefde. Want wie moederliefde zegt, zegt kinderen. En als het tegenwoordig een onloochenbaar feit is dat onze moderne wereld rot en zwoel is geworden, dan is het omdat er een tekort aan heilige moeders is. Mijn moeder is ‘mijn’ moeder. ’t Is al dat onuitsprekelijke, waarvoor we slechts dat eenvoudige woord hebben, en een traan in onze ogen.”
Foto’s : -Vergadering van de supportersclub van Eddy Van Hoof in “Den Bareel” in het jaar 1972. -De schatbewaarder van zangkoor Sint-Cecilia Louis Verbruggen. -Felix Van der Hasselt was een notoir lid van het zangkoor Sint-Cecilia. -Een taksplaat voor een fiets van het jaar 1956. -Leo Hellemans in voetbaloutfit.
Wijzigingen – Aanvullingen. Vervolg verenigingen van Leest in 1955.
Chirojongens.
Gesticht : 1948. Ledenaantal : 60. Langste lid : Louis Vloebergh, Eddy Beterams en Gaston Keulemans. Bestuur : -Bestuurder: Stany De Decker. -Groepsleider : Emiel Polfliet. -Leiders : Louis Vloebergh, Juul Muysoms, Karel Fierens, Eddy Beterams en Gaston Keulemans (deed zijn term uit als soldaat).
Eucharistische kruistocht.
Aantal leden : Groep A : 38 leden, groep B : 32 leden. -Proost van groep A : Stany De Decker. -Proost van groep B : Pastoor Coosemans. -Bestuurster : Zuster Virginie. -Afgevaardigde voor de dekenij : Amelie Vloebergh.
Kompagnie van Scherpenheuvel.
Bestuur : -Voorzitter : Frans Van den Broeck. -Bestuursleden : Gust De Prins (Juniorslaan), Viktor D’Hondt, Jan Keulemans, Modest Van Steenwinkel, Jan Spruyt (Larestr), Phil. De Prins, Fr. Bruggeman, Louis Van den Heuvel. -Kruisdrager : Modest Van Steenwinkel. Weetjes : -Rond 1843 staat in de boeken te Scherpenheuvel de eerste maal een bedevaart van Leest vermeld. -Trouwste bedevaarders in die periode : Frans Van den Broeck, Ivo Van den Broeck, Marie Symons, Louise Spruyt (Larestraat) en Louis Van den Heuvel. -In het afgelopen jaar (1954) werd een nieuw processiebeeld aangekocht. -Louis D’Hondt vergezelde jaarlijks de processie met zijn auto.
Koninklijke Fanfare “Arbeid Adelt”.
Gesticht : 8 mei 1898. Aantal leden : bij het laatste teerfeest 220 aan tafel. Bestuur : -Voorzitter : Frans Van der Hasselt. -Ondervoorzitter : Edward De Smet. -Secretaris : Victor Selleslagh. -Kassier : Lode Wuyts. -Bestuursleden : Victor De Laet, Edward Van Steenwinckel, Frans Beullens, Frans Muysoms, Constant Huysmans, Juul Huysmans, Louis Croes en René Voet. Weetjes : -Langste lid : sedert 1898 (jaar van stichting) : Jozef Croes, Jan Teughels, Karel Van Linden en Jan Fierens. Tussen 30 à 40 jaar lid : Johannes Publie, Jozef Apers, Victor De Laet, César Jacobs, Edward Van Steenwinckel, Karel Van den Brande, Jan Daelemans, Constant Buelens, Jaak Fierens, Remy Jacobs, Victor Neefs, Théodoor Teughels, Constant Verbruggen en Jozef Van Beersel. Muzikanten (meer dan 30 jaar) : Victor Selleslagh, Juul Van den Brande, B. Huys, Albert Huysmans, Alfons Huysmans, Victor Troch en Frans Vloeberghen.
Koninklijke Fanfare “St. Cecilia”.
Gesticht : 1898. Leden : 72 muzikanten, 116 leden-mannen en 95 leden-vrouwen. Bestuur : -Voorzitter : Pieter De Prins (burgemeester). -Ondervoorzitter : Frans Piessens. -Secretaris : August Lauwers. -Schatbewaarder : Benoit Polspoel. -Bestuursleden : Gustaaf Potoms, Johannes Nuytkens, Albert Robijns, Leopold Piessens, Frans Verwerft, Guillaume Bradt, Prosper Busschot, Frans De Prins, Emiel Verschueren, Ferdinand De Prins, Juul Geens, Frans Robijns, Jan Maes, Victor Verschueren, Pieter Verbeeck en August De Prins. Weetjes : Volgende verdienstelijke leden werden reeds vereremerkt : Frans Robijns, Prosper Busschot, Johannes Lauwers en Gaston Busschot allen voor 50 jaar dienst als bestuursleden-stichters. Meer dan 35 jaar dienst : Frans Piessens. Meer dan 25 jaar voorzitter P. De Prins, Johannes Nuytkens : 25 jaar schatbewaarder. Meer dan 25 jaar dienst als muzikant : Louis Alewaeters, Gerard Potums en Edward Lemmens.
K.W.B. (Katholieke Werkliedenbond).
Aantal leden : 75. Gesticht in 1949. Tussen 1945 en 1949 bestond er een kleine groepering van de KWB maar zonder vast bestuur. Toen waren reeds lid : Frans Lamberts, Willem De Schoenmaeker, Emiel Somers, Rik Spoelders, Karel Van den Brande en Gust Mollemans. Bestuur -Proost : Stany De Decker. -Voorzitter : Louis Solie. -Ondervoorzitter : Juul Geens. -Schatbewaarder : Edward Coeckelbergh. -Verslaggever : Richard Van Praet. -Schrijver : Louis Verbruggen. -Wijkmeesters : Rik Spoelders, Jozef De Decker, Albert Van Rompaey, Albert Van den Brande, August Mollemans.
Mannenbond van het H. Hart.
-Gesticht in 1942 -Leden : 284, waarvan 140 ereleden. Het oudste lid in leeftijd was Johannes Publie. -De wijk met het grootste aantal leden : Kouter met ijveraar Gaston Keulemans. Van die wijk waren er regelmatig 40 leden aanwezig in de “Bondsmis”. -bondsbladen : 97
Bestuur -IJveraars : 15.
IJveraars Wijk Leden Ereleden
Hellemans Alfons Dorp 13 8 Selleslagh Cyriel Dorpstraat 24 13 Polspoel Alfons Scheerstraat 12 4 Fierens Frans Vink- Elleboogstr. 18 6 De Boeck Frans Winkelstraat 16 11 Verbruggen David Tiendeschuurstr. 27 20 Solie Louis Tiendesch. Elleboog 15 8 Peeters Frans Tisseltb. + Rennek. 17 9 Van Linden Juul Blaasveldstr+Hertstr 15 6 Mollemans August Grote Heide 12 7 De Prins Edmond Alemstraat 16 8 Mertens Florent Bist 16 3 De Prins Frans Kleine Heide 17 6 Absillis Alfons Juniorsln+Blaasv. 18 4.
Door het grote aantal leden op de Kouter kwam er een mannetje bij : Felix Polfliet. Frans Van de Sande verving Gust Mollemans in januari en Fons De Smet werd aangeduid voor de Bist.
Maatschappij “Oud-Soldaten”.
In 1905 werd door de toenmalige veldwachter Constant Van Hoof en door Constant Spiessens, de “Oud-Soldatenbond” gesticht, onder de leuze “Voor Vorst en Vaderland”. (zie deze Kronieken : 1905). Weldra werden de leden in uniform gezet met een kepi en een stok, geschilderd met de Belgische driekleur. Eén exemplaar, geschonken door C. Spiessens, wordt nog in de maatschappij bewaard. De kolonel van de Artillerie van Mechelen kwam tijdens een groot festival op het Dorpsplein plechtig een nieuw vaandel overhandigen aan de Voorzitter. Dit vaandel berustte, samen met dat van de Gildebroeders, bij burgemeester Bernaerts en het werd door de Duitsers in 1914 gestolen. Voor de oorlog ’14-18 vormde de bond de erehaag rond de processie en het bestuur hield de erewacht rond het H. Sacrament. Thans telt de bond 32 leden, waaronder een oud Leopoldist, Louis De Wit, vereerd met de herinneringsmedaille van Leopold II. Het huidig bestuur is samengesteld als volgt : voorzitter Victor Diddens, schrijver-schatbewaarder Joz. Van Beersel, boetmeester Rik Spoelders en de leden Alfons Van den Brande en Corneel Solie.
Toneelkring “Rust Roest”.
Bestuur : -Voorzitter : Viktor Selleslagh. -Secretaris : Meester Alfons Hellemans. -Bestuursleden : Louis Verbruggen, Frans Van Neck en Jef Leemans. -Regie : Meester Hellemans.
Vrouwenbond van het H. Hart.
Gesticht in 1949. 327 leden.
Bestuur : -Proost : Stany De Decker. -Schrijfster : Maria Rheinhard. -IJveraarsters : 16.
IJveraarstersWijk Leden Ereleden A.Hellemans-Scheers Dorp 22 13 M.Diddens-Vloeberghen Dorpstraat 36 27 M.Sijmons-Van der Haegen Scheerstraat 13 5 Cl.Van der Taelen-Hoebanckx Kouter I 22 13 M.Keulemans-Rochtus Kouter II 24 18 V.Lemmens-Van den HeuvelVinkstr+Tisseltbn II 14 9 M.Peeters-Geyvaerts Winkelstraat 18 11 P.Verbruggen-Van Boxem Tiendeschuurstr 34 24 P.Huysmans-De Hondt Elleboogstraat 10 7 J.Peeters-Lamberts Tisseltbaan II 20 14 P.Absillis-Huysmans Juniorsln I Blaasveld 31 18 M.Alewaeters-Apsillis Juniorslaan II 16 2 M.De Borger-Colpin Grote Heide 19 3 St.Vloeberghen-De Maeyer Kleine Heide 15 10 C.Brugghemans Alemstraat 19 13 L.Selleslagh-Verbergt Bist 14 6
In januari werd Virginie Van den Heuvel aangeduid als verantwoordelijke voor Tisseltbaan en Vinkstraat. (“DB”, januari ’55)
Foto’s : -Chirojongens : de mannen van het eerste uur, van l. naar r. : Frans Gillis, onbekend priester, Miel Polfliet, een gewestelijke chiro-leider, Gaston Keulemans, Eddy Beterams, Karel Fierens en Louis Vloebergh.
-Centraal met pet : Frans Van den Broeck, de voorzitter van de “Kompagnie van Scherpenheuvel”.
-Pastoor Coosemans en onderpastoor Stany De Decker tussen twee Dominicanen tijdens een missieperiode in 1953. Stany was de proost van verschillende verenigingen.
-Isidoor Constant Van Hoof was medestichter van de “Maatschappij Oud-Soldaten”.
-Maria Rheinhard, hier tijdens een processie, was schrijfster van de Vrouwenbond van het Heilig Hart.
1955 – Januarinummer “De Band” : Leest en de verenigingen in de kijker.
De gemeente.
-Oppervlakte : 932 ha. -Inwoners : 1834 waarvan 950 mannen en 884 vrouwen. (31/12/54) -Aangroei bevolking : Jaar 1773 997 inwoners, 1786 1034 inwoners, 1846 1476 inw., 1866 1385 inw., 1888 1375 inw., 1910 1640 inwoners, 1930 1738 inwoners, 1947 1857 inwoners, 1952 1853 inwoners.
Gemeentebestuur :
-Burgemeester : Pieter De Prins. -Schepenen : Emiel Verschueren en Prosper Busschot. -Raadsleden : Ferdinand De Prins, Ernest De Win (°Hombeek 17/12/1911), Frans Van der Hasselt, Pieter Verbeeck, Frans Verwerft (°Massenhoven 9/1/1919) en Lode Wuyts (°Lummen, 5/2/1907). -Secretaris : Guillaume Bradt -Veldwachter : Victor Van Hoof.
Onderwijzend personeel
Meisjesschool
–Zusters Annonciaden van Huldenberg. -Moeder Overste, geboren te Niel, 16 mei 1881. -Zuster Virginie, schoolbestuurster, geboren te Merksem 8/12/1895, behaalde in 1924 het diploma van onderwijzeres te Wijnegem. Te Leest : juli 1937. -Zuster Alberica, geboren Bierbeek 4/11/1893, diploma van 1917. Sinds september 1933 te Leest. -Zuster Gonzaga, geboren te Ravels 13/1/1891, diploma Leuven 1915, te Leest : sept. 1932. -Zuster Annuntiata, geboren Antwerpen 3/12/1911, diploma Wijnegem 1941, te Leest : november 1943. -Zuster Adelwina, geboren te Geel 7/12/1918. -Mevrouw Lafosse – De Boeck, geboren te Leest 24/9/1905. Diploma te O.L.Vrouw Waver 1926. Te Leest : januari 1927. -Maria Rheinhard, geboren te Mechelen 22/8/1903, diploma te O.L.V.Waver. Te Leest: december 1937.
Jongensschool
-Schoolbestuurder : Jan Baptist De Leers (echtg. Jurgens), °Mechelen29/12/1892. Diploma Mechelen 1911. Te Leest : juni 1920.
-Victor Selleslagh (echtgenoot Delphina De Wit), °12/12/1895, diploma Mechelen in 1915. Te Leest februari 1917. -Gerard Alfons Meyers (Echtg. Wilms Joanna), °Kortenaken 16/11/1902. Diploma Tienen in 1923. Te Leest : oktober 1923. -Constant Huysmans (echtg. De Laet), °22/4/1915. Diploma Mechelen 1934. Te Leest in dienst april 1939.
Leestenaars in het buitenland
-Herman Rheinhard : Kongo (1948) -Pauline Boonen : Kongo (1948) -Maria De Laet : Kongo (1952) -En de missionarissen.
Commissie van Openbare Onderstand
-Voorzitter : Frans Piessens. -Secretaris : Louis Verbruggen. -Leden : burgemeester De Prins, Ferdinand De Prins, Edward De Smet, Louis Lauwers.
Boerengilde.
Gesticht in 1919. Leden sedert stichting : Louis Alewaeters, Jozef Apers, Jan Daelemans, Victor De Laet, August De Prins, Constant De Wit, Karel De Wit, Louis Sellslagh, Willem Slachmuylders, Philip Van Beersel (Battel), Victor Van den Bempt en Karel Van Linden.
Bestuur :
-Proost : Stany De Decker. -Voorzitter : Victor De Laet. -Ondervoorzitter : P. De Prins. -Schrijver-zaakvoerder: Jozef Apers. -Bestuursleden : Louis Selleslagh, Jan Verbruggen, Fons Van den Brande, Karel Van Linden en Jef Van Beersel.
“De Boerengilde is geen afdeling ! Zij is de moederorganisatie die verschillende afdelingen kent. Noemen we : de Boerinnenbond, Boerenjeugdbond (B.J.B.) met ruitersport en toneel, de Boerinnenjeugdbond (B.J.B.-meisjes), de Raffeisenkas, Aan- en Verkoopvennootschap, Onderlinge Kas voor Gezinsvergoedingen, de verzekering tegen brand en ongevallen, Veebond, Tuberculosebestrijding, zuivere melkwinning. Het DOEL van de organisatie is : het vormen van een ontwikkelde, welvarende en christelijke boerenstand. Om dit doel te verwezenlijken heeft ze veel middelen ter harer beschikking. Noemen we er enkele van : allerlei verslagen, zakalmanakken, wandkalenders, allerlei technische uitgaven, Bij den Haard, de Zonnebloem, de Boer, Ploeg en Kruis, De Gids, maandelijkse voordrachten, film, aanleggen van proefvelden, voorlichting in tuinbouw, grond- en bodemonderzoek, enz… Verder beschikt de Boerenbond over een kosteloze advocatendienst, een welingerichte dienst voor belastingaangelegenheden, en pensioenwetten, ze richten “praatavonden” in, voordrachten, studiedagen, leergangen, retraites, recollecties, werking voor onze leden soldaten, technische dienst voor drainering, melkmachienen, elektrische weideafsluitingen, waterleidingen, bouwplannen, enz. U ziet aan al deze diensten en verwezenlijkingen dat de Boerenbond een machtige organisatie is in ons land, benijd door andere landen ! Hoevelen van onze boeren hebben niet reeds een bezoek gebracht aan de reusachtige burelen van het hoofdbestuur van de Belgische Boerenbond te Leuven, om hen te helpen in één of andere aangelegenheid ? Steeds vonden ze de meest bereidwillige en toegewijde en bekwame mensen ter hunner beschikking. Wie kent niet de reusachtige bloemmolens te Merksem, de grootste van Europa ? Alles staat ten dienste van de leden : de leuze van de Boerengilde immers luidt : “Allen voor ieder, ieder voor allen”.
ONZE PLAATSELIJKE AFDELING TE LEEST : Onze Boerengilde hier telt een 110 leden. (“DB”, januari 1955)
Foto’s :
-Burgemeester Pieter De Prins en schepenen Emiel Verschueren en Prosper Busscot.
-De meesters van de jongensschool : Meyers, De Leers, Selleslagh en Huysmans.
-De voorzitter van de Commissie van Openbare Onderstand Frans Piessens.
-De voorzitter van de Boerengilde : Victor De Laet.
-Schrijver-zaakvoerder van de Boerengilde Jef Apers.
1954 – 8 december : Studiekring KWB : “De volgelingen van Jehova”. (“DB”)
1954 – Maandag 13 december : Brand in de woning van het gezin Louis Solie-Moons.
“Maandag 13 december brak er brand uit in de woning van de bejaarde echtelingen Louis Solie-Moons. De brandweer, opgeroepen door Emiel Verschueren, was vlug ter plaatse. De woning van Jozef De Decker kon van vernieling gevrijwaard blijven. Het huis van Solie bood een troosteloze aanblik. Het weze hier dankbaar onderlijnd met welk een geest van hulpvaardigheid al de geburen en andere mensen hebben geholpen om te redden wat er te redden viel en om het vuur te bestrijden. Vooral dient de moed en doorzicht te onderlijnd van Edward De Hondt die met de moed der wanhoop de dakverbinding tussen beide huizen heeft verbroken.” (“DB”, december 1954)
In de parochie werd nadien een omhaling gedaan van hooi en stro voor hun dieren. (“DB”,jan.’55)
Ludovicus “Louis” Jozef Solie werd te Leest geboren op 29 januari 1889 en hij overleed te Mechelen op 23 juni 1977. Zijn echtgenote Maria Moons werd eveneens te Leest geboren op 12 december 1895 en zij overleed er op 7 juli 1972.
1954 – 25 december : Toneel van de B.J.B.-meisjes.
“Op Kerstdag zullen de B.J.B.-sters in “Ons Parochiehuis” een toneelspel van Alb. Deman in drie bedrijven opvoeren “Rode Rozen”. In het tweede deel van de avond : liederen – rhytmische oefeningen en plezante nummertjes. Tot besluit “Slotakkoord” geschreven door E.H. Haldermans.” (“DB”, december 1954)
1954 – 26 december : Teerfeest Koninklijke Fanfare “Arbeid Adelt”.
“Tweede Kerstdag : na de Hoogmis, eten in “De Roselaer”. Na het eetmaal : rondgang in de verschillende cafés. Te 16 uur : eetmaal en daarna gezellig samenzijn. Maandag : 10 uur : H. Mis voor de overleden leden, daarna maal. Hierna met autobus naar de Bist en Hombeek : bezoek aan de leden-herbergiers. Te 16 u : feesttafel.” (“DB”, december 1954)
In “Breugeliaans aan de Zennekant,” beschreef J.A. Huysmans (°Mechelen 19/10/1907, +Duffel 17/11/1993) in zijn unieke stijl hoe het er op zo’n teerfeest bij de Sussen (fanfare “Arbeid Adelt”) aan toeging. Hierna een ingekorte versie van zijn proza dat gepubliceerd werd in “De Band” van augustus 1979 :
Zie de muzikant, hoe dichter men bij het jaarfeest komt, hoe mooier hun instrument wordt gepoetst, ’t is hun loon gratis, alles voor niets... Neem een raad aan van mij : doe eens mee aan een fanfarejaarfeest op den boerenbuiten.
Op Verloren Maandag om 10 uur met muziek naar de dankmis ter ere der voorgaanden, om 11 uur met muziek naar het feestlokaal voor het ochtendmaal aan rijen schraagtafels, beladen met ovensteenbrood, borden kalfskop, pannen witte en zwarte boerenmaak pensen, teilen geperste varkenskop tot wafels geriemd van nen vinger dik. Daar waren liefhebbers bij voor zo wel 10 tot 15 galetten, en naar keuze, azijn, sterke jam, koffie en gerstenat. Om 12 uur “an ava” met muziek voorop, dat klettert tegen de straatgevels, de mambers zigzag achteraan voor een uitstap rond de gemeente, de dorpplaats over, Elleboogstraat, Winkelhoek, Tiendeschuurstraat, Laerestraat, over de twee spoorwegen naar Steene Molen, Drogen Hoek, Bist, Kleine Heide, de ganse oude Tisseltbaan en terug naar het dorp. Een voettocht zeker bij de 12 km. met verpoos bij leden herbergiers. Even met muziek wat stilstand aan de woning van in die straten wonende bestuursleden, Een sigaar of likeurtje voor de gebrachte hulde. Dit alles over een tijdspanne van 4 uur. Nu met een triomfmarsch twee toeren rond de dorpplaats waar onderwijl het ons opwachtend vrouwvolk en mambers, onder gekakel als in een hoenderhok, een plaats naar keuze in de zaal heeft gevonden, en dan komen wij, en nog wat later tot na de soep nog de plakkers. Na het tafelgebed verwelkomt de voorzitter het gezelschap en voegt daaraan toe : “Zit alleman goed ? Welaan dan, smakelijk, en hoe meer ge neemt hoe liever.” Applaus...en de diensters komen binnen, brengen kommen soep met de vleet : “Pas op, t’is heet !” De lepels rinkelen. Halverwege de soep rijst in gindsen hoek daar “Genet van Moeins” van haar stoel omhoog voor een lied met een avontuurlijke fictievoorspelling. “De wereld vergaat ! ’t Is klim en daal in baan, wijl zwelt of krimt de maan, de zon kruist westwaarts bovenaan, in tegendraads ons onder gaan. Wat gaan we doen met al ons fatsoen, als elk er wil af als een rat, hoe dan waarheen en op wat?” en de soepeters sloeberen mee het refrein : “Op ne musaard mee goei vleugels, naar ons janneke op de maan !” Na de soep kwamen er felicitaties, deels voor de muzikanten hun ijver en kameraadschap, en voor de inzet van het bestuur en medeleden. Tot daar de bel klingelt voor de aantocht der vloot, schotels, teilen, pannen, kommen, bouilli, rosbif, patatten en brood, drie, vier soorten groenten, sausen, kannen gerstenat en dit alles verdeeld over twee beurten. Het rumoer valt stil. ’t Is om te watertanden als ge ’t ziet : een hap in de mond, een op de vork en een in zicht. Geen tijd om te zingen. Na die eerste verorbering neemt de Lodde zijn kans met zijn lijfspreuk, “’n varken zonder gat”, dat door een boerken op de markt werd aangekocht en bij zijn thuiskomst aan de familie stoefend wordt tentoongesteld. “Wel dat is nog een verken hé !” “Ja,” zei zijn vrouw die dat zwijntje eens vierkant had bekeken, “maar vent, dat verksken heeft geen gat !”En ergens wordt geteld 1, 2, 3 en dan komt het : klap, klap, klap, klap... Wat nagepraat met lach en zwans wordt de tweede beurt van het menu in uitdaging opgesteld, dit zal ook de grootste sloekers doen sneuvelen. Maar eer het zover is komt daar de “Schàmet” zijn circusschets : “’k Ben een fijne muzikant en ik kom van het mimollenland en kan goed spelen, op mijn trompe-te”-, en allen spelen mee : “van tei tegerei tegereitetei tei tei tie (bis) Andorium, Andorium, patatten met saucis (bis)...als er is.” Tweede couplet : “Ik ben...enz. uit het eerste couplet met verandering van instrument, nu : op mijn vio-ola, en allen janken al zagend met de armen : van ieje ieje ah ah ah, oh oh oh, ai ai ai (bis) Andorium, enz. Na nog meerder instrumentennabootsingen, als laatste couplet : “op mijn grosse cai-isse” enz. en allen bonken en stompen met vuisten en ellebogen op de schraagtafels, en galmen mee : van zjum zjum, zjum zjum zjum (bis), Andorium enz. en menig eetgerei is tot scherven verwerkt op de kosten van Arbeid Adelt !
De diensters ruimen en brengen verfrissingen, fruit, krentekoeken, patekes en pralines, met alle smaken, geuren en kleuren tot er zijn die gaan puffen en indommelen. De voorzitter dankt alle medewerkers voor het genoten festijn en nodigt alle deelnemers voor het een uur later aansluitend bal en de boerkens haasten zich naar huis voor de zorg aan kinderen en dieren. Het ander volk stapt nog eens op naar het dorp...
Het wordt stilaan twintig uur en in de zaal wacht men op het dansorkest, dat met de secretaris het programma bespreekt, waarop die dan de opening van het bal aankondigt, met als inzet een wals voor den feestkus... De voorzitter en madame Voet openen den dans en als het halve is wordt het vollen bak, en als het uit is, geeft ieder paar elkaar de feestkus, drie op de linkerwang, drie op de rechterwang, en daarmee gedaan...maar hier en daar achter enkele tonnekens met een lavlierboomke, elkander nog veel meer ! Nu gaat de wals naar polka, marsch, quadrille, strieep sstrieep rokken mee ne rieep enz. Zie ze maar zwieren, draaien, amoureus wiegen, glorieus wippen, huppelen, uren lang, dat volk danst zoals men het nergens kan nadoen. Aan de tapkast in de zaal worden de haastigsten eerst van dorst verlost. De tappers en diensters hebben tijd te kort om de toeschouwers achter de balustrade en de dansers die wat pauze zoeken op het verhoog, te voldoen. Een daar ook uitrustend bestuurslid weet : “geen zorg vrienden, we hebben voor de drie dagen feest of nog meer, achttien vaten in de kelder hieronder.” Om 22 uur gaan er vier groepen aan den dans voor den “Lancier”. Een kwartier later herademt het jongvolk, dat een beetje jaloers, het einde daarvan heeft betracht, en de Lanciersdansers trekken zich terug in de herberg, met dienst voor eigen rekening, waar er nu juist plaats vrijkomt na de aankondiging : “het vrouwvolk een uur de baas.” Op de dansvloer komt er nieuw geweld, er wordt ingezet met Polka klets af, en het is weer langen tijd vollen bak. Zelfs de oudste mamber en verlegen jonkman wordt door het zwakke geslacht fair betwist ! (...) Later kwam “Cleykes” de op puntgestrelde oudste kuskensdans dirigeren... Na wat pauze, roffelt opnieuw het repertorium van het orkest, volk op den vloer, en wat later zijn er al ooms, tantes en ouders die zonen, dochters en buren “sloppel” wensen, zij willen er morgen ook nog kunnen bij zijn. De voorzitter waagt zijn kans tussen twee dansen in, en vraagt aandacht, waarbij hij zijn voldoening uit over de gedeelde vreugd en hij is ervan overtuigd dat het de twee volgende dagen ook zo kan zijn en hij verklapt : “In de keuken hebben ze me juist gezegd, dat, in de tweederde van het uitgebeende vlees van die koe, welke we voorgaande week hebben geslacht, daar is nog geen blutske in, dus allemaal tot morgen en straks wel thuis en goennacht.” En weer doet de grote wijzer een toerke meer tot het orkest de voorlaatste dans aankondigt, en dan komt tot slot de wals voor den feestkus. Doch het jong volk port een paar bestuursleden en dezen stichten een overuurfonds...”
Verdwenen gebruiken : op de tweede teerfeestdag (1954) was er ’s avonds een lichtstoet in de dorpskom, een optocht naar de woning van burgemeester Bernaerts en naar het Brughuis. Op de derde teerfeestdag was er in de namiddag een optocht met hindernissen naar Battel-brug en Heffen-dorp.
1954 – Bevolking.
Op 31 december telde Leest 1834 inwoners, waarvan 950 mannen en 884 vrouwen. (Belgisch Staatsblad 18/8/1955)
Foto’s :
-De fanfare “Arbeid Adelt” in 1902.
-De fanfare in 1913.
-Twee foto’s van de auteur van “Breugeliaans aan de Zennekant” Jacob Albert Huysmans.
1954 – 24 november : Voorbereidingsvergadering soldaten.
“DB” van november : “Voor alle toekomstige soldaten van Leest en omliggende wordt er een voorbereidende vergadering gehouden in het Parochiehuis op 24 november te 19 uur. Een aalmoezenier, een dokter en een oud-soldaat komen er spreken. Toekomstige soldaten : dat moogt gij niet missen ! Werpt u niet onvoorbereid in het leger-avontuur !” Uiteindelijk zouden een 30-tal toekomstige soldaten op de vergadering aanwezig zijn waarin dokter Stuyck handelde over de geslachtszieken en over gezondheidszorg. Fons De Smet deelde zijn ervaringen als oud-soldaat en de onderpastoor handelde over geloofsbeleving in de kazerne.
1954 – December – “De Band” : Abonnementen Parochieblad.
Voor 1954 werden er 312 abonnementen geteld. Een jaarabonnement voor “Het Goede Zaad” kostte voor 1955 50 frank.
1954 - December : Soldaat Frans VAN DE SANDE vanuit Leuven en Euskirchen. (foto onderaan)
-Vanuit Leuven : “We liggen hier met 76 op één kamer in een oude kazerne. We maken veel plezier ! De oefeningen zijn niet gemakkelijk. Maar, na regen komt zonneschijn !”
-Frans Van de Sande vanuit Euskirchen (“DB”, december 1954) :“We liggen hier in houten barakken, voorts een propere kazerne, goed ingericht. Het eten is niet zo goed als te Leuven. Ik ben hier infirmier : ’n schoon leventje ! We zijn ook al voor veertien dagen op kamp geweest naar Vogelsang : twee jongens kwamen er om het leven toen hun half-track in een ravijn stortte…”
-Frans Van de Sande, 1/12/1955 vanuit Euskirchen : “We zijn pas een week terug uit kamp Vogelsang. We waren in alarmtoestand vertrokken de 8ste november en kwamen in Vogelsang toe ’s anderendaags. Die nacht was het gezellig om buiten te slapen want het gras stond wit bevroren. De eerste week viel het weder nog mee, maar de volgende was het steeds regenachtig en mistig. Modder en slijk. En de Lansiers die daar op kamp waren, reden natuurlijk alles kapot met hun zware Patton-tanks. De meeste oefeningen waren schietoefeningen en aanvallen, ook met blendicide. In januari zwaai ik af, maar tevoren zal ik nog eens op kamp zijn in Vogelsang.” (DB)
1954 – December : Oud-onderpastoor Driesen werd pastoor te Eindhout. (foto’s onderaan)
Adalbertus Hendrik Driesen werd geboren te Turnhout op 30 maart 1899 als zoon van Jozef en Joanna Van Loon. Hij trad in bij de paters Norbertijnen te Averbode. Daar werd hij ‘regulier kanunnik’ en priester gewijd op 29/9/1925. Twee jaar later, op 12/9/1927, werd hij onderpastoor te Rillaar en op 10/6/1942, tijdens de bezetting, volgde zijn benoeming te Leest. Te Leest doopte hij 110 kinderen van 7/6/1942 tot 31/7/1946 en hij zegende er 4 huwelijken in van 3/5/1943 tot 23/7/1946. Niet als deservitor, maar als ‘vicario economo’ zegende hij nog één huwelijk in op 7 augustus 1946. Gevraagd naar zijn Leestse herinneringen schreef hij (in 1956) : “…het neerstorten van een Britse bommenwerper aan de hoeve ‘Scheers’, de val van een vliegende bom rechts van de Juniorslaan met het instorten van een alleenstaand huis; de behulpzaamheid der bevolking, vooral de landbouwers in die dagen…”
Op 14 november 1947 werd hij onderpastoor te Eindhout waar hij op 25 oktober benoemd was. Later, op 24/10/1954, werd hij er pastoor. Hij overleed te Antwerpen op 6 mei 1970.
Inhaling te Eindhout.
Te Eindhout werd Hendrik Driesen feestelijk ingehaald door de parochianen : “Er ging een mooie stoet uit waarbij iedere wijk een eigen wagen had versierd, daarbij een tafereel uitbeeldend. ’s Avonds na de plechtigheid was er een groot vuurwerk. Driesen bleef 16 jaar pastoor en kreeg pastorale hulp van Andreas Xavier Broes tussen 1954 en 1967.. Hij kende de parochie al want tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij in het geheim sacramenten komen toedienen aan geallieerde piloten die zich op de Ossenstal schuilhielden. Marcel Coenen, hoofd van de Witte Brigade in de streek had de prelaat hiertoe verzocht. Vanaf eind 1969 sukkelde pastoor Driesen met de gezondheid. Hij moest in het ziekenhuis opgenomen worden en overleed te Antwerpen op 6 mei 1970. Vanuit Eindhout schreef hij volgende brief naar het jubileumnummer van ‘De Band’ in augustus 1957 : “Het vredig Kempisch Eindhout hier, heeft de laatste jaren een modern uitzicht gekregen met zijn nieuwe betonbanen en gaanpaden. Het verkeer is er sindsdien wel tienmaal toegenomen. Binnen een paar jaar zal de autostrade Antwerpen-Duitsland dit stille dorp inschakelen bij het internationaal verkeer en de strook tussen autostrade en Albertkanaal, aan industrie voorbehouden, het misschien helemaal moderniseren. Het mooiste stuk natuurschoon zal daarmee ook verdwijnen… Met dit vooruitzicht is hier de Aktie ingezet van deze tijd : de Mariale Aktie. De laatste vijftig jaar heeft Onze Lieve Vrouw meerdere boodschappen verkondigd en redding beloofd aan gebed, versterving en apostolaat. Het Marialegioen met haar doordrijvend apostolaat ijvert om de zielen te Eindhout geleidelijk te winnen voor onze Hemelmoeder en hen zo te sterken voor de komende tijden. Een sterke stoot in dezelfde richting wordt verhoopt van de plaatsing aan de voorgevels der huizen van Mariakapellekens door het werk ‘Belgium Mariae’, gepaard eveneens met Mariale godsvrucht. Al wat Mariaal is, wordt ingezet en uitgewerkt om de mensen een diepe en vaste godsdienstige beleving te geven. Bij ervaring mogen we getuigen dat de Middelares van alle genaden in deze werking de hoofdrol speelt en in ’t welgelukken de onverwachte doorslag geeft. Hartelijke groeten aan alle Leestenaren.”
Uit zijn gedachtenisprentje
God is liefde ! Geprezen zijt Gij, Heer, om mijn priester- en kloosterleven. Want Gij hebt mij uitverkoren en aangesteld om vrucht te gaan dragen en wel blijvende vrucht. Pastoor Driesen is gegaan waar hij gezonden werd. Hij hield niet van grootdoenerij. Hij wist zich de arbeider in Gods wijngaard, waarvan de alles overtreffende grootheid ligt in de volharding tot het einde. Te midden van zijn parochianen heeft hij, zelfs in moeilijke ogenblikken, die goddelijke liefde beoefend waarover S. Paulus zingt : de liefde is geduldig, de liefde is goedertieren, de liefde is niet afgunstig, niet pronkzuchtig, niet verwaand…alles bedekt zij. Van aard was hij een milde mens. Hij hield van de goede dingen van deze wereld. Voor alle zwakheden waarvan het hart ons aanklaagt mag hij zeker rekenen op de goedheid van God. Die groter is dan ons hart. De herinnering aan hem leve voort in onze gedachte en in ons gebed !” (“De Sint-Niklaasparochie in Leest”, W. Hellemans. Website : www.eindhout.net “Geestelijken vanaf 1954 tot 2010”.)
1954 – December – “De Band” : Samenvatting soldatenbrieven.
Jan Scheers uit Tervuren : “We hebben hier ’s avonds bijna geen tijd om brieven te schrijven. Alle dagen moet er geblankoteerd worden en moet het koper blinken ! We moeten zelfs planken op ons bed leggen opdat het ’n schone blok zou vormen. Vervelen doe ik me zeker niet !”
Louis De Bleser uit Brasschaat Polygoon: “Het is hier veel beter dan in Helchteren. Toch zijn de kamers hier niet zo proper. We liggen op ’n kamer met 22 man.”
Jan Van der Meulen uit Burcht: “Ik betuig mijn dank aan de mannen van de Milac die mij en de andere Leestse soldaten zeer veel plezier doen met DE BAND. Door dit boekje voelen wij ons heelwat dichter bij ouders, familieleden, vrienden en kennissen.”
Kamiel Van de Poel uit Euskirchen: “We gingen op oefening voor een dag of twee. We verplaatsten ons ’s nachts en een vijftigtal km hoger moesten we ons kamp gaan opslaan. Onderweg echter reed ik de talus af en lag met de wielen naar omhoog, tegen twee bomen aan en een drietal meter lager dan de weg. Hoe er met de auto uitgeraken ? Mijn auto was geladen met tenten, kisten, enz. Ik wachtte dan maar op dépannage. Het ging niet zo gemakkelijk ! Eindelijk stond de auto dan weer op de baan en kon ik terug naar de kazerne…”
Frans Van Baelen uit Werl: “Het gaat me goed bij den troep, maar ik was al wat liever thuis, ik had ’n gans ander gedacht van het soldatenleven… Nu ik DE BAND krijg en lees, weet ik veel meer dan toen ik thuis was.”
Cyriel De Smet uit Mechelen: “We liggen met 18 man op een kamer en misschien het hoogst van gans Mechelen : op de zolder liggen we !! Ik ben in het peloton der “morsers”, de anderen zijn lijnleggers.”
Jaak De Kock uit Aken: “Eindelijk zijn we van die opleiding vanaf ! Amaai, dat gebrul van die sergeanten ! In den troep maakt men heelwat mee. Ik zou veel liever in België zijn hoor. M’n dank voor de actie ten bate van de soldaten van Leest. In de streek hier zitten nog twee Leestenaren, meer ik heb ze nog niet ontmoet. De mannen op de kamer vormen een orkest : plezier genoeg dus !”
Alfons Polspoel : “Het soldatenleven is schoon, zegt men. Het is de schoonste tijd van zijn leven, zeggen de mannen die van de klas zijn. Ja, de dagen die voorbij zijn, zijn schoon omdat men het droevige vergeet en alleen het plezierige onthoudt. Tijdens de opleiding heb ik harde dagen gekend. Wanneer we op de lessen van tactiek waren, en uren aan een stuk moesten kruipen door slijk en modder, ons gezicht besmeurd met slijk en zwarte blink, een half bos op onze rug, ja zelfs dan vonden we nog de tijd om plezier te maken en we dachten er dan niet aan hoe we onze spullen gingen droog krijgen of hoe we alles weer moesten doen blinken…!! En na de infanterie-opleiding, de pantser-opleiding. Wat die tanks kunnen presteren zagen we eerst als we er eens mee gecrost hadden en als we zelf zagen wat we gedaan hadden, dan : schrik. Die nachtoefeningen…Dat kamp te Elsenborn : 3 tot 4 marschen van 50 km door de schoonste streken van Luik ! Verder : granaten werpen, met het kanon schieten en…luirikken !”
-Alfons Polspoel vanuit Euskirchen, 12/5/1955 : “Zondag 8 mei waren het hier Korpsfeesten. De bezoekers uit België waren talrijk. Defilee, troepenschouwing, sport : dit alles in een brandende zon…We deden die dagen ook ’n reis naar de boorden van de Rijn. Schone dagen ! Maar de dagen die volgden waren weer die van een strenge tucht…” (“DB”,mei ’55)
-Alfons Polspoel BPS11, 17 juli 1955 : “Goede vrienden van Milac. Nu het einde van mijn legerdienst stilaan nadert, reken ik het mij als een plicht, al diegenen te bedanken die het mogelijk gemaakt hebben regelmatig, zonder onderbreking, het Goede Zaad, De Band en Zondagsvriend op te sturen, en dan op de hoop toe nog verleden jaar het prachtig zak-fotoalbum en dit jaar het uiterst interessante boek “Liefde, Huwelijk en Geluk” dat door gans de kompagnie gelezen werd. Om dit alles te verwezenlijken is er meer nodig dan goede wil. Het mag gezegd worden dat De Band wedijveren kan met alle andere plaatselijke soldatenbladen, zowel wat vorm, inhoud als verzorging betreft. Hier in de kazerne Loncin staat het werkelijk aan de spits. Ik wil Milac blijven steunen en helpen omdat ik de nuttige werking ervan ondervonden heb. Nogmaals aan al de medewerkers van Milac-Leest mijn hartelijke dank voor het gepresteerde werk. Ik zeg u geen vaarwel, maar tot in het burgeleven !!”
-Fons Polspoel na zijn afzwaai, “De Band” : “Opgeroepen te Leopoldsburg bij de Pantsertroepen. Verplaatst naar Euskirchen (Duitsland) bij het 3de Bataljon Lanciers. Bij het leger versterkte hij zijn kennis van automechaniek. Was chauffeur van een Pattontank M.47 gans zijn dienst. Klopte een 50 wachten, deed zeer veel manoevers, waaronder ook de grote maneuvers. Deed reizen naar Konigswinter en omstreken, Moezel- en Rijnstreek, Eifelgebergte”. “Het leger is voor mij een tijd geweest zonder zorgen en kommer, en voorzeker de schoonste tijd van mijn leven die ik nutteloos moeten doorbrengen heb. Misschien zal ik daar later nog een ander gedacht over hebben”. Het liefste deed hij nog maneuvers en bivakken. Deed niet graag drill. “De Band” is voor mij van veel betekenis geweest in mijn soldatenleven. Van al de bladen die ik zag en las, staat “De Band” nog steeds aan de spits.”
Frans Peeters : “Nu ik in januari ’55 van de klas ga – of ik zou moeten bijtekenen ??!! – grijp ik nog eens naar mijn pen. Ik dank u allen hartelijk voor DE BAND en de rest wat mij wordt en werd opgestuurd. Tijdens de maneuvers was ik chauffeur van de Canadezen. Ik at met hen mee : interessant. Als ik niet moest rijden, dan sliep ik ! NOG interessanter, niet ? Nu stilaan het einde nadert, kan ik niet nalaten van te zeggen dat ik het zeer schoon bij den troep heb gehad en NOG…Ik denk dikwijls terug aan allen mijne broeders in ’s lands dienst die de edele kunst van de INFANTERIE beoefenen kunnen…”
Gaston Keulemans uit Turnhout : “Mijn eerste indrukken hier in de kazerne zijn heel goed ! De drill is nog al wat anders dan in de Chiro zelle !!!...”
Rik De Kock uit Arnsberg : “Het leven is hier voor mij goed : ik ben tewerkgesteld als schilder in het escadron. Op 1 december ben ik brigadier benoemd. Ook m’n kamergenoten lezen De Band.”
Victor Verbruggen (Battel) uit Vilvoorde : “Ik heb het mij nog geen vijf minuten beklaagd dat ik getekend heb voor 5 jaar. Als ik slaag in de examens, dan ben ik specialist voor vuurleidingsposten.”
Foto’s : -Frans (Cois) Van den Sande. -Adalbertus Hendrik Driesen was een tijdlang onderpastoor te Leest. -Nadat Adalbert Hendrik Driesen al zeven jaar onderpastoor te Eindhout was geweest werd hij er in 1954 plechtig ingehaald als pastoor door de parochie-gemeenschap. De nieuwe pastoor staat rechts van het bloemenmeisje. -Twee foto’s van Fons Polspoel, tijdens zijn plechtige communie en zijn huwelijk in 1960 met Lisette Fierens.
1954 – 18 november : Stichting van de wieler- en supportersclub “de Croons-vrienden”.
Het eerste bestuur bestond uit de voorzitter Juul Boey, ondervoorzitter Gustaaf Bradt, secretaris Frans Verschueren, schatbewaarder Vik Croon en technisch leider Albert De Smedt.
Alfons De Schouwer over de stichting in 1956 in “De Band” : “...Op de Heide begon er een nieuwe crack, Frans Croon en Albert De Smedt nam het lot van deze renner op zich, hetgeen voor deze renner een schone toekomst voorspelde want hij viel in handen van een man die 26 jaar in de wielerbeweging staat en steeds zijn beste krachten gaf aan jonge renners. Onze club startte met een 20-tal leden. In 1955 richtte onze club twee wielerwedstrijden in voor renners buiten de Belgische Wielerbond alsook een sportavond die een succes is geworden. In 1956 werd de eerste grote prijs “Croonsvrienden” gegeven voor nieuwelingen BWB, wat op zo’n korte tijd van het bestuur onzer club een prestatie mag genoemd worden, met daarbovenop de steun aan de renners, want in 1955 hadden wij twee renners in onze club : Frans Croon en Louis Selleslagh, die wij geldelijk steunden. Samenstelling van het huidige (1956) bestuur : voorzitter: Juul Boey, ondervoorzitter : Antoon Van Paesschen, secretaris : Alfons De Schouwer, schatbewaarder : Frans Verschuren, technisch leider : Albert De Smedt, commissaris : Vik Croon. Lokaal : weduwe Van Camp. Ledenaantal : 43, waaronder 15 ereleden. Doel van de club : de jonge en opkomende renners geldelijk en moreel te steunen, van hen faire kampers in koers maken en daarbuiten deftige en eerlijke burgers. En als wij dan later het genoegen mochten beleven van een der renners te zien opklimmen tot het hoogste in de wielersport, dan zullen wij, het bestuur en de supporters, fier zijn aan deze schone taak te hebben mogen meewerken.”
Datzelfde jaar, maar begin 1954, werd ook de supportersclub “De Sportvrienden” opgericht, onder de naam “HET VLIEGEND WIEL”. Ook zij begonnen met een 20-tal leden. Hun lokaal(len) : Frans Huybrechts, Frans De Laet, Wwe De Mayer en Alfons Verbruggen. Bestuur : Jan Van Cauwenbergh en Pieter Ceuppens. (DB,1954)
Frans “Cois” Croon.
Frans “Cois” Croon werd op 22 november 1938 te Leest geboren als zoon van Victor en van Maria Ludovica Busschot uit de Blaasveldstraat. Van zodra hij begon te koersen ontpopte hij zich tot een groot wielertalent met een massa supporters, zowel op Leest-Heide als in het Dorp. Zelf herinner ik me dat ik als 11-jarige in 1959 een koers van hem heb bijgewoond in Willebroek. Hij reed toen bij de Onafhankelijken, een toenmalige categorie te situeren tussen liefhebbers en beroepsrenners waarvan de aangeslotenen ook mochten deelnemen aan wedstrijden van beroepsrenners. “Cois” Croon reed toen een fantastische wedstrijd en hij eindigde tweede na het idool uit de streek en beroepsrenner Jan Adrieaensens. De “Lemme” zoals Adriaensens door het peloton en zijn supporters genoemd werd was niet de eerste de beste en een uitstekend ronderenner, hij zou zes keer binnen de eerste tien eindigen in de Ronde van Frankrijk. Supporters van Croon wisten naderhand te vertellen dat Frans de Lemme zo geïrriteerd had met zijn herhaalde demarrages dat deze laatste dreigde hem in de gracht te rijden..
Frans Croon huwde in 1961 met Denise Van den Brande die hem één de dochter schonk : Brigitte Croon. Brigitte zorgde op haar beurt voor één kleinzoon : Timmy Lemmens die op zijn beurt voor één achterkleinzoon zorgde : Olivier.
Veel memorabilia van zijn wielerverleden bezit Frans niet meer. Van zijn vrouwtje Denise vernamen we dat hij in 1961 bij de ploeg Dr. Mann als onafhankelijke reed en dat was niet zo lucratief. Er moest geld in het bakje komen en dan is Frans gaan werken en hij combineerde dat met weekend-koersen en crossen. Hij reed toen voor de Mechelse Dijlespurters. Voor de “Nationale Wielerbond voor Ambachten” reed hij bij de ploeg “Nicole” en daar haalde hij heel wat goede uitslagen, hij werd er zelfs Kampioen van België cyclo-cross en dat jaar werd hij gehuldigd op het gemeentehuis van Rotselaar omdat die ploeg “Nicole” afkomstig was van Werchter. Met die ploeg is hij ooit gaan koersen in Ierland. Hij heeft toen een jaar werkonderbreking genomen om voldoende te kunnen trainen. Dat waren koersen met een internationaal deelnemersveld, waaronder zelfs Russen en op het niveau van de liefhebbers van hier. Na de echtscheiding van hun dochter zijn Frans en Denise naar zee gaan wonen, zij vestigden zich in hun tweede verblijf in Middelkerke terwijl Brigitte haar intrek nam in de ouderlijke woning op de Leestsesteenweg. Frans kon er direct aarden en sloot zich aan bij een wielerclub uit Westende. In 2016 kreeg hij een licht herseninfarct waarna er een einde kwam aan fietsen in clubverband. Wel kon hij zich nog uitleven op de dijken en in de rustige wegen van de polders. Volgens Denise is de fiets sinds 2018 langer aan de muur blijven hangen maar in de plaats daarvan ging hij heel veel stappen en om de veertien dagen komen ze logeren bij de kinderen in Battel.
Op de website van “De Wielersite” vonden we volgende (incomplete) uitslagen van Frans Croon terug :
-1955 : 1ste te Mechelen bij de nieuwelingen.
-1956 : 3de in St. Katelijne Waver, nieuwelingen.
-1959 : 3de in Opstal Buggenhout.
-1959 : 2de in Kortenberg (amateurs).
-1959 : 3de in Beigem (amateurs).
-1959 : 2de in Kontich (amateurs).
-1959 : 2de in Wemmel (amateurs).
-1959 : 2de in Willebroek (onafhankelijken), beroepsrenners koers.
-1966 – 11de in Walem (Cyclocross).
-1966 – 10de in Zaventem (Cyclocross).
Foto’s :
-Albert “Beire van den Bakker” De Smedt, was technisch leider van de “Croons-vrienden”.
-Secretaris Alfons De Schouwer.
-Frans Croon in de uitrusting van Dr. Mann.
-In een koers te Elewijt veroverde Frans Croon een tweede plaats. Op de foto links van Frans zijn Elewijtse werkgeefster M. De Laet en rechts zijn echtgenote Denise Van den Brande. Onderaan als tweede van rechts hun dochter Brigitte en verder nog een aantal supporters van Schonenberg.
-Frans en Denise genietend van hun oude dag aan zee.
1954 – 2 november : Jachtwachter Spoelders schoot een visarend neer. (Foto’s onderaan)
Op dinsdag 2 november schoot jachtwachter Remi Spoelders een visarend ook zee-arend genoemd neer. De roofvogel had een vleugelbreedte van 1,60 m en in zijn klauwen hield hij een karper van 800 gram. De vis, afkomstig uit een vijver in het Vrijbroekpark, leefde nog. De zee-arend was neergestreken achter het huisje van Spoelders (Kouter) die hem vanop zo’n vijftig meter neerschoot. Nadien werd de vogel een tijdlang ten toon gehangen voor honderden nieuwsgierigen. Hij werd tenslotte verkocht voor 250 frank aan een neef uit Weerde en uiteindelijk daar in de Zenne gegooid.
In 1955 was Remi Spoelders tot jachtwachter aangesteld in dienst van Hombekenaar Jan Van Doren en twee jaar later bij Jan Mertens eveneens uit Hombeek.
Remi en zijn oudere broer Rik waren zonen van ‘Mance van Spoelders’ (Clementine Scheers), de huishoudster op het kasteel Moyson. Beiden zijn geboren in het hoveniershuis van het kasteel. Rik (Henri) werd er geboren op 5 augustus 1908 en overleed te Mechelen op 10 mei 1999. Hij werkte te Kapelle-op-den-Bos in Eternit en bleef ongehuwd. Remi werd geboren op 4 december 1911 en zou, drie maand na zijn broer, in het A.Z. Sint-Maarten te Mechelen overlijden op 11 augustus 1999.
Remi was gehuwd met Rosalie Buelens (°Hombeek 21/12/1917, +Mechelen 15/8/2001) die hem drie zonen schonk : Jan, Eduard en Marcel. Het gezin bewoonde het bescheiden huisje naast het kasteel Moyson. Remi was jager en boswachter en beheerde de ganse Bleukens. Toen hun zonen opgroeiden stond het kasteel Moyson leeg. Remi en Rosalie bewaakten het alsof het hun eigendom was. Spelende kinderen werden steevast weggejaagd. Rosalie was een krak in de kennis van kruiden en planten die ze kweekte tegen diverse ziekten en kwalen. Ze leefden echt nog zoals in Bokrijk, wist een vroegere buur me te vertellen. Zonder stromend water, zonder riolering. Hout werd gehakt voor de stoof, een varken om vet te mesten… Wel hadden ze een diepvries gekregen van hun zonen en daar werd de oogst van hun groenten en ook vlees in bewaard. De plastic zakjes die ze gebruikten om hun groenten in de diepvries te bewaren werden uitgespoeld en aan de wasdraad gehangen om te drogen en te hergebruiken.
In 1983 wijdde Gazet van Mechelen een uitgebreid artikel aan de Leestenaar naar aanleiding van zijn hobby mandenvlechten die hij al ruim 50 jaar beoefende (te lezen in deze Kronieken : 11/1/1983) Intussen zijn hun nakomelingen uitgezwermd : Jan vestigde zich te Mechelen, Eduard in de Hombekerkouter en Marcel op het Hombeekse Heike. (DB, nr.11-1954 en LG, blz.329)
1954 – 14 november : Gouden Bruiloft Jommeke en Christine Robijns-De Hondt.
“Op zondag 14 november vierden de echtelingen Robijns-De Hondt uit de Dorpsstraat, beter gekend als “Jommeke en Christine uit de Root”, hun gouden bruiloft. Tegen 9u30 kwam een ganse optocht aan de kerk om er de Hoogmis bij te wonen. En daarna begon een echte feestvreugde. De huizen waren allen bevlagd en velen hadden hun handen uit de mouwen gestoken om boompjes te planten en kunstige versiering aan te brengen. Na het gezellige feestmaal kwam de Kon. Fanfare St.-Cecilia nog enkele lustige wijsjes ten gehore brengen.” (DB, nr.11,1954)
1954 – Zondagen 14 en 21 november : Toneelavond van de B.J.B.-jongens. (Folder onderaan)
De jaarlijkse toneelavond van de B.J.B.-jongeren kampte ook mee met de Provinciale Toneelprijskamp van alle afdelingen. Het programma van de avond zag er als volgt uit :
-openingsformatie met gebed.
-lied en welkomwoord door de voorzitter.
-Start van het drama in drie bedrijven “En zwaar staan de halmen” van Arie Van der Lucht.
-Tot slot korte sketchen en nummertjes.
Deze avond kreeg een herhaling op 21 november. (“DB”, nr.11) “In het eerste en tweede bedrijf van “En zwaar staan de halmen” waren het respectievelijk Juul Muysoms en Jan De Prins die een flinke vertolking gaven…” (“DB”, december)
Vervolgt.
Foto’s :
-Remi met de neergeschoten visarend. Rechts zijn zoon Jan.
-De bescheiden woning van de familie Spoelders grenzend aan het kasteel Moyson in de Kouter.