“Constant heeft deze maand niet veel koersen gereden, omdat hij ook heeft deelgenomen aan de “Ster der Nieuwelingen”. Na de vierde rit heeft hij moeten opgeven. Hij stond toen 27ste op 120. Wijzen we ook nog even naar de prachtige uitslag die hij behaalde in het nationaal kampioenschap der beenhouwers-coureurs. Geholpen door zijn broer Jan die ook meereed, wist hij een schitterende tweede plaats te behalen, en kwam met een dikke premie naar huis.
Een reporter van “De Band” (meer dan waarschijnlijk Jan De Decker) maakte volgend amusant verslag (“DB”, nr.8) : “Die maandag was “De Band” vertegenwoordigd in het “publiek” dat in de ruime Raadszaal van ons gemeentehuis de zitting van de “vroede gemeentevaderen” bijwoonde. Met onmiddellijk achter zich –als een ruggensteun ?- een groot kruisbeeld, twee massieve busten van Koning Albert en Koningin Elisabeth op de enorme schouw, zaten daar op de ereplaatsen : de Burgemeester (Noot : Pieter De Prins) met zijn schepenen, Emiel Verschueren en Prosper Busschot. Verder de raadsleden : Nante De Prins, Piet Verbeeck, Frans Verwerft, Frans Van der Hasselt, Louis Wuyts en Nest De Win, daarbij nog de secretaris. Van op het dorpsplein kan men de heren goed zien zitten, omdat men door de draperiën heen kan kijken. De Raad zou een tweetal uren beraadslagen ! De Burgemeester verklaart de zitting voor geopend. De secretaris leest het proces verbaal voor van de vorige zitting. Al wat we daarna te horen kregen, hebben we onmogelijk om diverse redenen kunnen noteren. Zo de eerste maal zulke zitting bijwonen, is voorwaar niet gemakkelijk. De Raad spreekt bijwijlen niet voor het “publiek”. Het debat neemt al eens de vorm aan van “esbattement”. De ogenblikken dat de toeschouwer de draad van de historie verloren is, kan hij al eens rondkijken. En waarom b.v. niet naar die bevallige juffrouw die misschien een menslievend werk vertegenwoordigt; naar de met een laag stof bedekte boekenrekken ; naar de vele dode vliegen die op de grond liggen ; men kan proberen ergens een foto te ontdekken van onze huidige Koning; zoeken waar men het beste sigarettenas kan laten vallen. De toeschouwer kan zich overgeven aan bepeinzingen over de sappigheid van onze Vlaamse volkstaal en derzelve beoefenaren in de vrede des Heren, terwijl hij minutieus de grote wandplaat bekijkt “Dédié au Comte Wr De Mérode – Westerloo à l’occasion du 75me anniversaire de l’ Indépendance de la Belgique”… Als eerste punt : Kasnazicht van de Commissie van Openbare Onderstand, 2e kwartaal 1955. Goedgekeurd. Tweede punt : Kasnazicht gemeente, 2de kwartaal 1955. Goedgekeurd. Derde punt : Begroting Kerkfabriek, dienstjaar 1956. Goedgekeurd. (Er ontstaat vrolijkheid bij de lezing van “Inkomsten : …jacht : 67 fr.) Vierde punt : Verkoop grond van de kerkfabriek. Aangenomen. (Na dit punt hoort men –als intermezzo ?- een geestig-bedoelde opmerking van Lode Wuyts die voorstelt dat het publiek dichter bijeen zou gaan zitten. Onbeduidende vrolijkheid). Vijfde punt : Rekening C.O.O. 1954. Goedgekeurd. Zesde punt : Herstellingswerken worden goedgekeurd. Zevende punt : Leningsaanpassing tot financiering der herstellingswerken aan verschillende straten. Goedgekeurd. Achtste en negende punt : Aanstelling van een technisch adviseur en weddebijslag aan het onderwijzend personeel. Worden in geheime zitting behandeld.”
1955 – Zondag 7 augustus : Zomerfeest gewest Mechelen B.J.B.-meisjes te Putte-Grasheide.
“Op 7 augustus hielden de B.J.B.-meisjes hun Zomerfeest te Grasheide-Putte. De dag werd ingezet met een Communie-mis, en om 9 u vertrokken we met een dertigtal meisjes allen in uniform. Met 13 afdelingen samengekomen tegen 10u30 werd de grote herhaling van het Zomerfeest aangepakt tot de tijd aangebroken was voor het Lof, waar we in een flinke optocht naartoe gingen. Aan de ingang der kerk vormden de vlaggen de erewacht. Het Lof werd gezongen door de meisjes van O.L. Vrouw Waver. Na het Lof gingen we fier en strijdvol en al zingend naar het feestterrein, waar we de talrijke toeschouwers konden vergasten op een fijne namiddag. Onze openingsparade kende een overweldigend succes. Hierop volgde dan dansen, kampspelen, te betwisten tussen al de afdelingen van het Gewest. Ritmische oefeningen brachten een stijlvolle afwisseling. De B.J.B.-meisjes van Leest waren de grond van Grasheide zeker niet gewend, want zij voelden maar weinig vastheid onder hun voeten : bij ieder kampspel verloor er iemand het evenwicht, wat zeker wel nadelig werd voor de einduitslag. Nochtans, spijts al die tegenslagen hielden we ons hoofd recht en we dachten : “een slechte dag is nog geen slecht jaar !” Ook tot overmaat van ramp trad de regen dikwijls als echte spelbreker op, en zorgde voor de nodige verfrissing. De Charade met prijskamp voor de toeschouwers werd gewonnen door Yvonne De Boeck. Na de spelen volgde de uitslag, waar onze afdeling de 5de prijs ontving. Het B.J.B.-Zomerfeest werd besloten met een dankwoord door de Gewestleidster, door E.H. Proost, met een vurig gebed en het afscheidslied, waarna we ieder tevreden huiswaarts keerden. “We zeggen geen vaarwel, mijn zus, dra zien we elkaar weer !” L. De Smet.” (“DB”, nr.8)
1955 – Vrijdag 12 augustus : Wolkbreuk boven Leest.
“Op vrijdag 12 augustus heeft er een ware wolkbreuk plaats gevonden boven Leest. Op tien minuten tijd stonden de steenwegen bijna gans onder water. Overal spoelde het water met grote kracht. Maar op de Kouter, in de Bist en op de Heide was er geen lek gevallen.” (DB)
1955 – Van 16 tot 24 augustus : Bivak Chirojongens te Warnant in de Ardennen.
De prijs per persoon was 240 fr., 410 fr. voor twee broers en 480 fr. voor drie broers. “De Band” nr.6 : “Wat verwachten we van het Bivak ? Eerst en vooral een geest van blijheid : alles prikkelt tot blijheid, de frisheid van de natuur, het spannende van het avontuur, het samenleven van jonge mensen, de heerlijkheid van de zang en de eigen jeugdmuziek, het spel in al zijn vormen, de jeugdigheid van de stijl. Als er blijheid is op het bivak, kunnen we van onze jongens alles bekomen. En de stilte is er ook. Ze is er nodig. Bijzonder ’s avonds na het avondwoordje tot ’s morgens na de H. Mis, tijdens de formaties, de middagrust, het aantreden. Verder het wachtwoordprogramma. De wachtwoordbeleving wordt ingeschakeld en ingeweven in al de activiteiten van de hele dag. Zo wordt het bivak een echte retraite voor onze jongens. Het bivak wordt een intens beleefd jong Christendom, met dagelijks gezamenlijke H. Mis en communie, met morgenopdracht en drie Weesgegroeten, met de avondwijding en de samengezegde completen, met het prevelen van het rozenhoedje rond het Mariakapelleke aan de vlaggemast of het stemmig zingen van Marialiederen. Zo weeft het gebed van jonge Christenen gans deze dag aaneen tot een echt jongensachtig christendom. Verder mogen we weer beroep gaan doen op onze goede bivakmoeders, Marie en Stinne, die ginder een week lang een groot huishouden moeten doen van rond de 50 man. En ze zorgen als echte moeders voor al de Chirojongens. Dat weten allen die de vorige twee jaren mee geweest zijn op bivak. Het kan niet anders of het bivak van dit jaar moet uitgroeien met de medewerking van allen tot een verwezenlijking van de bovenste plank.”
“De Band” nr. 8 : “Laatste voorbereidingen op ons Bivak. Het was zowat 15 uur zaterdag namiddag, toen er van uit “Ons Parochiehuis” begonnen werd met het rondhalen van patatten en groenten en gasvuren en potten en pannen en pollepels en visspanen en lepels en vorken, enz… De meeste helpers waren leiders en kerels, maar onze kleinsten lieten zich toch ook niet onbetuigd : met 3 wagentjes en een 20 man verspreidden we ons zowat overal op de parochie. En of er binnengehaald werd, van alles : bloemkolen met de macht, bakken sla, peekes en charlotten, savooien en rabarber, patatten met karrevrachten, rode en witte kolen, selder en prei, snijbonen en gewoon boontjes. “Ons Parochiehuis” was op enkele uren tijd veranderd in een echt stapelhuis. Vooraleer over deze voorbereidingen te zwijgen, toch nog eerst een klein feitje : in de pikdonkere, in een stromende regen, kwam er een indrukwekkende karavaan van de Alemstraat en de Bist de Juniorslaan opgereden : allen bepakt en beladen met zakken, en achter zich wagentjes aanslepend. Ter hoogte gekomen van de Blaasveldstraat, werden we plots opgeschrikt door de gendarmen, die breedzwaaiend met hun lampen op de baan stonden. Nu volgt er een gesprek, woordelijk opgenomen : “Stop, stop. Blijft bijeen ! Hier gij ! Bijeen ! Haalt allen uw paspoort boven, geen beweging. Waar is uw pas ?” “Ik heb er geen meneer.” “Hoe oud zijt gij ?” “Dertien jaar meneer !” “En gij ?” “Mijne pas verloren meneer !” “En gij ?” “Mijne jas verwisseld en mijn pas stak erin !” En zo ging dat verder. Enfin, na een kwartiertje kon de karavaan verder. Het was inmiddels zeer laat geworden, en we zijn maar gaan slapen, doodmoe en dromend van gendarmen, patatten, karrekens en processen. Zeker een eigenaardige inzet van het schoonste bivak dat wij tot hiertoe meemaakten.
DINSDAG 16 AUGUSTUS 1955 : ’t Sloeg 06u30 op de toren van de kerk. 50 Chirojongens zitten piekfijn in uniform de H. Mis bij te wonen. Ze smeekten met de priester Gods zegen af over dit bivak, en in de H. Communie gingen zij de kracht halen om zich als echte Chirojongens helemaal te geven. Wat er na de H. Mis nog allemaal gebeurde, gaan we u allemaal niet vertellen. Na een fijne mars gaan we ons op de grote verhuiswagen zetten, en we rijden weg te 09u15 tegen gemiddeld 60-65 per uur. Over Mechelen, Leuven, Namen, dan neven de Maas, en zo zijn we rond 11u30 ter bestemming. Daar werd afgeladen en gewroet om de bedden van 50 jongens gereed te maken. Weldra overspoelden grote plassen zweet onze nieuwe bivakplaats. Een grote Ardeense boerderij, en rondom ons bergen, bossen en rotsen. Dat belooft ! Alles is op zijn plaats, de “bedden” zijn gereed, de rugzakken van de jongens staan er ordelijk voor, de vlaggenmast is geplant, en ons Mariakapelleke er aan bevestigd. De bivakmoeders zijn geïnstalleerd in hun keuken. Nu dan vooruit ! Spel, verkenning van de streek, het eerste contact met het goede eten van onze moeders, en zo is deze dag dra ten einde. Trompetten schallen tussen de bergen. Alle jongens spoeden zich naar de slotformatie. Dan nog een stemmige kaarskensprocessie en de toewijding van onze afdelingen aan Maria. In stilte zoekt ieder zijn strozak op, en het zal mondje dicht zijn tot morgen na de H. Mis. Eerst wordt rechtstaande nog de completen samen gezongen en gebeden. We knielen neer voor onze drie weesgegroeten, en dan…bed in. E.H. Onderpastoor buigt zich over ieder neder om een kruiske op het voorhoofd te tekenen, en weldra slapen zij de slaap der gelukzaligen : de Kerels, die harde ruwe jongens, vol innige vreugde en verwachting voor dit bivak. De Knapen : die taaie, verbeten wroeters, die zich voornemen eens te laten zien wat ze waard zijin. De Burchtknapen : die prachtige jonge blijde en zonnige mannekens, enthousiast voor al wat komen gaat. Ze sliepen…Morgen zullen ze ontwaken in een nieuwe natuur, waarvan ze liefst nooit meer zouden willen van scheiden. Het zou HET Chiroleven zijn, van de morgen tot de avond, het leven dat geen enkele van u, beste lezers kent. Het leven dat gij nooit zult vernemen, want het werkt te diep op uw jongen, op onze jongens.
WOENSDAG 6u… De boerderij is al vol leven. In de schuur is het nog een geronk en een gesnork van een heel escader vliegtuigen…Onder een tasten en kruipen wankelt er een schaduw naar het “bed” der leiders, blijft er voor recht staan, neemt een gaffel, en duwt ze zachtjes tegen de geachte ribben van de slapers. Een lichte kreet, en ze zijn wakker. Met hun wasgerief onder de arm, en in lichte morgenkleding dalen ze de ladder af. Tegen half zeven zijn ze kant en klaar, en een fluitsignaal snijdt door de slapende stilte. De jongens zijn er met de hulp van de leiders snel uit. Drie weesgegroeten, en dan vol spoed naar beneden waar de leiders op hen wachten om het morgenturnen te doen. Daarna is het wassen : met een 25 op een rij. In de drinkkribbe van de beesten. Ze worden streng geïnspecteerd, daar er anders twee zaken in omgekeerde zin zouden gebeuren : in plaats van te zwijgen : babbelen en in plaats van te wassen : niet wassen. Alles moet vlug gebeuren. De jongens zetten zich in volledig Chiro-uniform, en daar blazen de trompetters van de Muziekkapel reeds voor het aantreden. De jongens nemen plaats in een schone vierkantformatie rond de banier. Hier staat de Vlaamse jeugd van heden ! De Hoop van de toekomst. Na appel, melding en kreten wordt traag de vlag gehesen : tegenwoordigheid van Christus in ons jeugdleven. De jongens brengen de Chirogroet voor hun Koning. De muziekkapel dreunt. Het wachtwoord voor de dag wordt dan gegeven, en uitgelegd door leider Miel, met steeds een klaaromlijnd actiepunt : ’t zij de blijheid, edelmoedigheid, kameraadschap, kranigheid, enz… We treden nu aan voor de stille mars naar de kerk tegen 07u30. De H. Mis wordt uitgelegd en gedialogeerd. Allen ontvangen we in de H. Communie onze Koning in ons. Na het Offer van onze dag wordt de stilte verbroken, en nu gaat het in triomfmars terug naar de boerderij. Schetterende klaroenen en roffelende trommen : de 14-man sterke muziekkapel doet haar best. Want waar we gaan komen alle mensen buiten, klappen geestdriftig in hun handen, roepen van “Leve de Vlamink” en roepen hun felicitaties aan Marsleider en kapelmeester. Terug op de kampplaats gekomen wordt de refter ingenomen door een hongerige bende. Nog even geduld : het gebed, en daar schiet er een lawaai op uit een 40-tal kelen (leiders niet !). Na het eten : bedden piekfijn in orde brengen en speluniform aantrekken. Na de inspectie door de dienstleider, gaan Knapen en Burchtknapen spelen, de Kerels doen nog eerst de diensten, en gaan dan ook hun heil zoeken in het onontbeerlijke spel. Terwijl allen zich lustig aan ’t vermaken zijn, verblijven in het kamp nog twee Leestenaren die werken, onze goede bivakmoeders ! Zij werken er van de morgen tot de avond in een ononderbroken tempo om de 4 maaltijden tot echte festijnen te maken. En dat lukt hen, want elke Chirojongen zal getuigen dat het eten steeds naar nog smaakte. Om 11u45 zijn ze daar terug, onze jongens, vuil en bezweet. Ze knappen zich op, en schuiven naar binnen. Het angelus wordt gebeden, en dan “Bikke, bikke, bik…Hap, hap, hap” en alles rijst naar binnen. Die schone dampende soep, de patatten en bloemkolen met worst, de koekjes voor dessert, alles wordt verslonden door de moegespeelde Chiromannen. Om nu de nasmaak ten volle te kunnen genieten gaan ze één uur rusten. Na de rust, klaar maken om, ja waarom ? Om te gaan spelen. Pas rond 16u30 komen ze terug om Stinne en Marie weer eens hun handen vol te geven. Terug weg, en rond 19 uur kunt ge ze zien komen, hun tong op hun tenen, hun armen stijf, doodop. Doch daar daagt de reddende engel weer op onder de gedaante van aardappelen, groenten en pap. Thans is het tijd voor de diensten, zoals schoenen poetsen en zo meer. Nu roepen de klaroenen voor de slotformatie. In stilte staan we geschaard rond de vlaggenmast, rond het eenvoudig Mariakapelleke. We luisteren naar het avondwoordje van onze eerwaarde Heer Proost. In de duisternis klinkt stil een avondlied, ons danklied gericht aan Maria en haar Goddelijke Zoon. En wanneer we toevallig elkaar in de ogen kijken, slaan we onze blikken niet neer, we zijn niet beschaamd om onze vernedering. We voelen des te beter wat onze Hemelse Moeder met ons te maken heeft. In de verte weerklinken de tonen van de avondsonnerie. Een sterke lichtstraal valt op de vlag, een goede nacht aan Christus. We knielen, ontvangen de avondzegen en begeven ons in stilte naar bed. Daar doen we de avondwijding : “Wij danken U o Koning voor de vele genaden die we vandaag mochten ontvangen. Wij danken U, omdat Gij ons dat grote voorrecht laat bemind te worden door U. Wij smeken U reeds voor de volgende dagen. Geef ons een kameraadschap onder elkaar, die niet zal smelten. Leer ons edelmoedig te zijn tegenover onze makkers, opdat we eens zouden kunnen zeggen : God, Gij hebt ons één gemaakt met U”. De jongens duiken tussen hun dekens, de leiders dekken de kleinsten nog eens onder, en waken nog een tijdje. Dan vergaderen zij nog een tijdje om het verloop van de dag te bespreken, en de volgende dag voor te bereiden. Laat gaan ze slapen, doen nog eens hun ronde en dekken er gewoonlijk nog enkelen onder. Zo eindigt die goedgevulde dag. Zulk een Bivak is voor elkeen van de Chirojongens de schoonste tijd van het jaar. Daar leven ze onbezorgd hun jong leven. Ondanks het vele dat van hen gevraagd wordt, ondanks hen geen snoep of lieve woordjes ten dele vallen. Ziehier beste lezers een kort (?) verslag over een normale Chirodag. De volgende maand hopen we u één en ander te vertellen uit dit schoonste, maar hardste bivak. Leider Eddy Beterams.”
“De Band”, nr. 8 : Moedige daad van twee Chirojongens. “Bij een trektocht op het kamp te Warnant hebben twee Chirojongens Florent Daelemans en Theo Teughels een auto tot stilstand gebracht, op het ogenblik dat er juist een trein kwam aangereden aan een onbewaakte overweg. De chauffeur liet zijn dankbaarheid zien door ze 50 frank te geven.”
Omdat ze dit jaar met te veel waren (een 50-tal deelnemers) werd dat jaar geen beroep gedaan op Rik Verschueren en zijn vrachtwagen. Een grote verhuiswagen van de firma Schroyens uit Battel bracht soelaas.
Foto’s :
-Een gemeenteraad uit die periode, v.l.n.r. : Ferdinand De Prins, Frans Van der Hasselt, Emiel Verschueren, veldwachter Victor Van Hoof, Juul Geens (?), secretaris Bradt en Louis Wuyts. -Rechts Miel Polfliet tijdens het bivak van 1954 in Baarle. -Kookmoeder Stinne De Hondt in 1972. -Twee foto’s van Eddy Beterams, de auteur van het verslag van het Chirobivak in Warnant.
1955 - Zaterdag 30 juli : Huldeserenade voor Theo Fierens. (Foto onderaan)
Op 30 juli bracht de Koninklijke Fanfare St.-Cecilia een huldeserenade aan Theofiel Fierens, één harer muzikanten. Deze laatste had een schitterend diploma behaald aan de Kon. Muziekacademie (Eerste prijs trompet). (DB)
Theo Fierens werd in 1936 geboren als zoon van Louis en Leonie “Nieke Frut” Janssens uit de Scheerstraat. Hij werd leerling-muzikant bij Sint-Cecilia in 1946 en het jaar nadien reeds speelde hij mee in de fanfare. Daarna studeerde hij verder aan het Conservatorium te Mechelen. Aan het Koninklijk Conservatorium te Antwerpen haalde hij een eerste prijs trompet. Hij was de eerste Leestse fanfaredirigent die van de muziek zijn beroep had gemaakt. Na zijn muziekstudiën werd hij trompettist bij de Philharmonie van Antwerpen. In de vijftiger jaren was hij eerst dirigent van Jong St.-Cecilia. Later richtte hij met een aantal muzikanten van de fanfare de Boerenkapel op. Nadat hij een paar jaar hulpdirigent was geweest bij St.-Cecilia Leest volgde hij Rik De Bruyn als dirigent op in 1965. Hij was een voorstander van allerlei muziekgenres. Toen hij dirigent was, werd er opnieuw samengewerkt met het St.-Cecilia zangkoor. Vlaamse liederen met fanfarebegeleiding en bewerkingen van operettes werden geregeld uitgevoerd op concerten. Onder zijn leiding werd aan acht mars- en concertwedstrijden meegedaan en behaalde de fanfare uitsluitend eerste prijzen, waarvan er vier met lof van de jury. Na de repetitie hield hij ervan om met de muzikanten met de kaarten te spelen en nog veel liever vertelde hij de ene mop na de andere. Toen hij volgens een aantal behoudende bestuursleden met te vernieuwende ideeën naar voren kwam en de resultaten wat minder werden, groeide er een kloof tussen deze dirigent en het bestuur en werd de samenwerking beëindigd in juni 1973. (“Leest in Feest”, Stan Gobien)
1955 – 31 juli : Zomerfeest B.J.B. op de weide van Emiel Verschueren.
Georganiseerd door de B.J.B. van Gewest Mechelen-Noord en Mechelen-Zuid. “De Band” nr. 6 : “In wat bestaat een zomerfeest van de B.J.B. ? Wel, het is een ontplooiing van al hetgeen de B.J.B. wil meegeven aan haar leden : het wil tonen hoe onze B.J.B.-ers hun man kunnen staan als fijne, flinke kerels, die door spel en sport, door fijne mars en keurige uniform, door stijl en vormen de bewondering van iedereen kunnen afdwingen. Het zal een echt landelijk feest worden, met spannende wedstrijden in zeeltrekken, flessen vullen, koers met Romeinse wagens, hindernissenkoers, stoelrijden, estafettenkoers en verschillende andere koersen. Daartussen in zullen we de turndemonstraties bewonderen en ook de zwierige reidansen van de B.J.B.-meisjes die zullen meehelpen aan het wellukken van het feest. Vendeliers zullen optreden met vendelzwaaien. Vroeger moest men daarvoor naar Zwitserland gaan om die kunst te bewonderen. Nu gebeurt het hier te lande door onze buitenjongens.”
En het verslag van het evenement zelf : “Het plein was zeer goed ingericht met tribune, café, elektrische afsluiting, enz… Van in de voormiddag kwamen verschillende afdelingen uit het gewest toe om met elkaar te wedijveren in turnen en vendelen. ’s Namiddags was er een optocht naar de kerk, met op kop de trompetters van Rijmenam, gevolgd door de afdelingen van de Gewesten Mechelen-Noord en Mechelen-Zuid. Na het Lof begon dan te midden een zeer grote belangstelling het eigenlijke zomerfeest. Volksspelen, loopkoersen, reidansen en rytmische oefeningen door de B.J.B.-meisjes wisselden elkaar in een vlot tempo af. Het weder was uitstekend, en alles verliep in de beste stemming. Rond 18 uur was alles afgelopen. Tisselt mocht de eerste prijs afhalen. Katelijne Waver de tweede en Leest nog een mooie derde prijs.”
1955 – Zondag 31 juli : Frans Apers gevallen. (foto onderaan)
Op zondag 31 juli deed Frans Apers een ongelukkige val in het station van Nekkerspoel. In het ziekenhuis stelde men vast dat zijn beide polsen gebroken waren. Frans Lodewijk Apers (1912-1985) was toen mede-eigenaar en exploitant van “het Brughuis”.
1955 – 31 juli : Afgezwaaid.
“Op het einde van de maand juli zijn volgende soldaten afgezwaaid : Jan De Decker, Fons Polspoel, Louis Polfliet, Henri De Kock en J. Van der Meulen. We hopen terug met hen flinke krachten te krijgen op onze parochie : Jan De Decker als hoofdredacteur van “De Band”, Fons Polspoel als ijveraar van de H. Hartbond en Louis Polfliet als lid van onze B.J.B.
Rik DE KOCK (Tisseltbaan 22)
Ingelijfd bij de Pantsertroepen te Leopoldsburg. Na de primaire opleiding : verplaatst naar Arnsberg (Duitsland), bij het 4de Verkenningseskadron in de kazerne Reigersvliet. Rik was monteur-overste der verkenners. Deed mee aan verschillende maneuvers van 8 en 5 dagen en in september 1954 aan de grote maneuvers van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland : “Battle Royal”. Klopte een 40 wachten. Het liefst van al deed hij sport, weinig lust voor drill. Bracht aangename uren door aan de verrukkelijke “Möhne See”. “Dank zij Milac-Leest bleef ik in voortdurend contact met Leest en met zijn soldaten. Bij het leger heb ik veel mensenkennis opgedaan en m’n karakter beter leren vormen.” “DE BAND is hier het best van al de andere soldatenbladen !”
Jan DE DECKER (foto onderaan)
Opgeroepen in de school van de Administratieve Dienst te Mechelen. Ging over naar het Administratieve Bataljon van het Ministerie van Landsverdediging te Brussel. Daarna verplaatst naar Aken, kazerne Tabora bij de 81ste Cie Supply bevoorradingsorganisme in transmissiemateriaal voor gans de Belgische zone. Was er werkzaam op het secretariaat en op de opvoedingsdienst. Schreef artikels in “Vici”, het tijdschrift der Belgische Strijdkrachten in Duitsland, waarvan de redactie gevestigd is in het Hoofdkwartier van de Belgische sector. Stichtte voor de 81ste en 32ste kompagnie TTr te Aken een maandblad en nam er de hoofdredactie van waar. Kwam door reizen, ingericht door de Opvoedingsdienst, in talrijke mooie streken in Duitsland en bezocht zo Rik De Kock in Arnsberg en Achiel Van Riet in Soest. “De legerdienst is verloren tijd als….men hem niet weet te gebruiken”.
Fons Polspoel
Opgeroepen te Leopoldsburg bij de Pantsertroepen. Verplaatst naar Euskirchen (Duitsland) bij het 3de Bataljon Lanciers. Bij het leger versterkte hij zijn kennis van automechaniek. Was chauffeur van een Pattontank M.47 gans zijn dienst. Klopte een 50 wachten, deed zeer veel manoevers, waaronder ook de grote maneuvers. Deed reizen naar Koningswinter en omstreken, Moezel- en Rijnstreek, Eifelgebergte. “Het leger is voor mij een tijd geweest zonder zorgen en kommer, en voorzeker de schoonste tijd van mijn leven die ik nutteloos moeten doorbrengen heb. Misschien zal ik daar later nog een ander gedacht over hebben”. Het liefste deed hij nog maneuvers en bivakken. Deed niet graag drill. “De Band” is voor mij van veel betekenis geweest in mijn soldatenleven. Van al de bladen die ik zag en las, staat “De Band” nog steeds aan de spits.”
Louis Polfliet
Werd binnengeroepen in de kazerne te Amay en na vier maanden overgeplaatst naar Duitsland: te Aken in de kazerne Tabora. Hier had hij een kalm en schoon werkske : hij stond namelijk in voor de benzinebevoorrading van de auto’s. Het had nochtans het nadeel dat hij moeilijk in verlof kon komen. Doch van wachten en piket was hij daardoor gelukkig ook verlost. Louis is ook steeds een trouw reporter geweest van “De Band” en regelmatig mochten we ons verheugen in nieuws dat hij ons stuurde van ginder. We mochten van hem, evenals van Fons Polspoel een doodsbrief ontvangen. Hij dankt verder alle leden van het Milaccomité Leest en doet ook de beste groeten aan de B.J.B. Wel Louis, we zijn blij in uw plaats dat ge er weeral van af zijt, en ge terug uw gewoon burgerleven kunt herbeginnen. We wensen u dan ook reeds van harte terug welkom als actief lid van onze B.J.B.
1955 – 31 juli : Nieuw-gediplomeerde onderwijskrachten uit Leest.
Hubert Selleslagh behaalde zijn einddiploma van onderwijzer aan de Normaalschool te Mechelen. Paula Bradt het einddiploma van onderwijzeres en Mariette Solie van Froebelonderwijzeres, beiden aan de Normaalschool te Wijnegem. Aan alle drie een hartelijk proficiat, en spoedig een plaats !” (“DB”)
Foto’s :
-Theo Fierens.
-Frans Lodewijk Apers (1912-1985) was toen mede-eigenaar en exploitant van “het Brughuis”. (foto : familie Apers)
-Leestse soldaten op “Posse Leest”, als tweede van rechts Jan De Decker.
-Hubert Selleslagh, hier tijdens zijn huwelijk met Maria Geens, behaalde zijn onderwijzersdiploma.
-Ook Paula Bradt behaalde haar einddiploma als onderwijzeres.
1955 – Woensdag 13 juli : De Parochiale Vrouwenbond naar Holland.
“Met 46 moeders van onze parochie stonden we op woensdag 13 juli te 6 u ’s morgens gekapt en gezakt en gelaarsd en gespoord om eens voor een dag alle zorgen overboord te gooien, en eens deugdelijk te profiteren van onze bedevaart-uitstap. O.L. Vr. van Scherpenheuvel was ons eerste doel. Al paternosterend –een moeder heeft toch zoveel te vragen- en Marialiederen zingend verliep het eerste deel van onze reis dat we besloten met een vurige Kommuniemis aan Moederkens’voeten. Daarna ging onze tocht naar Hasselt, waar we een bezoek brachten aan de kerk van de Paters Minderbroeders, en aan de grafkapel, het museum en de sterfkamer van het Heilig Paterken (zie foto). Toen ging het langs de Limburgse fruitstreek en doorheen de heerlijke Jekervallei naar Moresnet, weer een Mariaoord met een enig-mooie kruisweg, die we al biddend bewonderd hebben. Over Vaals ging het dan naar Valkenburg. Bij dit ritje maakten we kennis met het mooiste gedeelte van Nederland, dat onze Noorderburen heel trots hun “Klein-Zwitersland” noemen. Zo diep zijn zij daarvan doordrongen dat zij bij hun wandelingen doorheen de streek Alpenstokken gebruiken. Valkenburg zagen we zeker op zijn paaspest. ’t Stadje lag te blinken en te gloren in een feestelijk zomerweertje. Overal hingen er vlaggen uit om ons te verwelkomen en het krioelde er van vakantiegangers. Met een twintigtal gingen we de Valkenburgse catacomben bezoeken. Een gids die alles keurig wist uit te leggen begeleidde ons bij die tocht, en zo goed is alles daar nagebootst, dat we ons werkelijk in Rome waanden. Daarna ging het ofwel naar “Het Sprookjesbos” ofwel naar de zweefbaan. De meest-sportieve, en zij die belust waren op een tikje avontuur, kozen de telesiège. Zij die nog eens wilden weerkeren naar de sprookjeswereld uit hun kinderjaren, gingen naar het sprookjesbos. Die tocht werd voor sommigen een kleine kruistocht, want ’t was van klimmen van ’t ene sprookje naar het ander. Fijn uitgebeeld waren al die kinderverhaaltjes, en wij dachten er maar aan hoe deugdelijk het moet zijn die wandeling te kunnen maken met kinderen aan de hand. Veel te vroeg naar ons aller wens moest de aftocht geblazen worden en dan ging het in spoedtempo over Maastricht naar St. Truiden, waar de “Wonderklok” ons nog verwachtte, en waar sommigen onder ons zich nog een “sprookjeshoed” moesten aanschaffen. En dan volle gas naar Leest, waar we met een uur vertraging toekwamen. Een fijne dag hebben we gehad, het programma was goed geladen, maar wat geeft dat voor verstandige dames als wij !” (“DB”)
1955 – 14 juli : Hugo Stuyck vertrok met Oostpriesterhulp naar Duitsland. Zie zijn foto onderaan.
1955 – 17 juli : Feestvergadering Boerinnenbond.
De sprekers van deze bijeenkomst waren de pastoor die in de godsdienstles handelde over de Mis en de heer Jos Verschueren die sprak over “Moeders grootste taak : opvoeden”. De ontspanning werd verzorgd door de B.J.B.-meisjes en de leerlingen van de vierde graad. Het mooie Mariabeeld, meegebracht door Lourdesafgevaardigde Tien Van den Heuvel, werd gewonnen door Pelagie Alewaters-De Nijn. (zie foto) (“DB” nr.6)
1955 – Zondag 17 juli : B.J.B-Ruiterfeest te Buggenhout.
Met 6 ruiters haalden de Leestenaars 12 prijzen binnen.
1955 – Zondag 17 juli : Bedevaart Lourdes.
Die dag vertrok het echtpaar Cyriel Vleminckx-Spruyt naar Lourdes op bedevaart. (“DB”, nr.6)
1955 – Maandag 18 juli : “De Band” bezocht twee Leestse zusters in het Instituut van het H. Hart te Heverlee Zuster Melanie (Christine De Laet) en Zuster Albert Marie (Marcella Van Aken) “Onze lezers hebben reeds meermalen kunnen vaststellen dat er in ons blad ’t een en ’t ander verscheen van de hand van Eerwaarde Zuster Melanie (Instituut H. Hart te Heverlee). Wel, op maandag 18 juli zijn we haar gaan opzoeken te Heverlee, waar we tevens een andere Leestenaar, Zuster Albert Marie, hebben ontmoet. Christine De Laet werd geboren te Leest op 12 mei 1901. Zij studeerde te Heverlee tot 1923 ; vervolgens aan de Universiteit te Leuven waar zij gepromoveerd werd tot dokter in de Germaanse Philologie. Zij studeerde ook aan de Universiteit van Cambridge in Engeland. Thans onderwijst zij aan de Middelbare Normaalschool te Heverlee. Zuster Melanie schreef Nederlandse keurboeken voor middelbaar en normaal onderwijs : “Regenboog” (1935), “Jong Leven” (1945). Ze is hoofdredactrice van “Ancilla Domini”, jaarboek van de oud-leerlingen van Heverlee. Schreef talrijke gedichten. Is jurylid van talrijke hogere examencommissies. Zuster Melanie leidde ons rond in de prachtige gebouwen en lokalen van het Instituut. We vielen van de ene verbazing in de andere ! Was het de enorme verscheidenheid van gebouwen ? De inrichting en meubilering van de lokalen ? De orde, de netheid, de ruimte van slaapzalen, refters, vergaderzalen ? Was het de overweldigende kapel ? Het spel van licht en zon in de gebrandschilderde ramen ? Ruim 260 Zusters, 60 leken-professoren en 4 priesters werken aan een diepe opvoeding van een 2.000 leerlingen (waarvan 1.200 internisten). Talrijk zijn de studentinnen van Leest die aan het H. Hart Instituut hun diploma behaalden.” (“DB”) Meer over deze zusters in deze Kronieken : 11 oktober 1941.
1955 – 23 juli : Openbare aanbesteding.
23 juli, 11 uur. “Het Leestse dorpsplein stond vol met mooie luxe-auto’s. De reden ? De aanbesteding voor buitengewone herstellingswerken aan een gedeelte der Tisseltbaan, aan de Elleboogstraat, Winkelstraat, Tiendeschuurstraat en een deel van de Augustijnenweg en Juniorslaan. De laagste prijs (974.630 fr) werd geboden door aannemer K. Van Ranst uit Willebroek.” (DB-1955)
Die dag ging de Kon. Fanfare Arbeid Adelt op uitstap met twee autocars. Te Antwerpen had een havenrondvaart plaats met een Flandria en verder ging het door de Antwerpse Kempen naar Holland waar een bezoek werd gebracht aan Breda en Baarle-Hertog. (DB)
1955 – 30 juli : Bataljonsfeesten in het 3de Bn Cyclisten : Fons Schuermans en Frans Van de Sande.
“Samen met 400 familieleden vierde het 3e Bataljon Cyclisten zijn bataljonsfeesten. Ook de ouders van Fons Schuermans woonden de feesten bij. Zij waren uiterst opgetogen over het bezoek aldaar. De troepen werden geschouwd door de Opperbevelhebber van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland, luitenant-generaal Gierst.” (“DB”, nr.8)
Foto’s :
-De grafkapel van het heilig paterke van Hasselt.
-Hugo Stuyck op zijn huwelijksdag met Maria Selleslagh.
1955 – 3 juli : Overlijden van “Michel” Petrus Joannes Fierens. (Foto’s onderaan)
Tijdens een bezoek aan het ‘Wrak’, het kringloopcentrum van Willebroek, botste ik toevallig op een album van Foto Brama “TF 786.738, Joseph Wautersstraat 123 Willebroek” met een reportage van een begrafenis in Leest. Volgens Jefke Vloeberghen (Ten Moortele) zou het gaan om de begrafenis van Petrus Joannes Fierens, roepnaam Michel, uit de toenmalige Bist, thans Aland. P.J. Fierens was te Leest geboren op 6 december 1877 en overleed te Mechelen op 3 juli 1955. Hij was gehuwd met Adelia Robberechts en volgens zijn gedachtenisprentje oud-stichter van de Koninklijke Fanfare Arbeid Adelt. Hij was o.a. de vader van Mariette Fierens (echtgenote Jan Geerts, ‘Jan den den Dockx’) en van Maria Fierens (°Leest 24/7/1914, +Duffel 6/1/1992) echtgenote van Alfons Keuleers uit Heffen. De kruisdrager op onderstaande foto’s zou volgens Jefke Louis Selleslagh zijn (de ‘Lodde van Boerekens’), uit dezelfde straat. Hij is de vader van de missionaris Jozef ‘Jef’ Selleslagh. Dat kruis werd voor de woning van de overledene geplaatst tot de begrafenis.
1955 – 3 juli : Zwarte vlag door galmgaten van de kerk.
Door de galmgaten van de kerk stak een zwarte vlag. “De pestvlag van vroeger tijd, ten teken van rouw om de noodlottige schoolwet die gestemd werd. In gans de Limburg en de Kempen en de Vlaanderen is het algemeen.” (De Band nr.5, 1955) Op bevel van de rijkswacht werd de vlag de daaropvolgende maandag in de namiddag verwijderd.
1955 – Maandag 4 juli : Schoolreis jongensschool.
De reis ging doorheen de Vlaamse Ardennen naar de kuststreken.
1955 – Dinsdag 5 juli en ook vrijdag 8 juli : Lourdesactie B.J.B.-ers.
Die dagen trok een grote camion door de straten van Leest om overal papier en vodden op te halen. Een actie om twee B.J.B.-leden naar Lourdes te kunnen laten gaan. (“DB”)
1955 – Zondag 10 juli : Friscodag van de Chiro.
Van ’s morgens tot ’s avonds floreerden de Chirojongens door de straten van Leest met triporteurs, friscobakken en bakjes. Door de bestelbriefjes waren er reeds een 1000-tal frisco’s op voorhand besteld en in totaal werden er 1700 stuks verkocht. Diezelfde dag was er in de jongensschool een tentoonstelling van werken van de leerlingen. (“DB”)
1955 – 10 juli : Heide-Kermis met koers en volksspelen.
De koers telde maar 12 deelnemers maar de volksspelen van de dag nadien waren een groot succes. (DB)
1955 – Zondag 10 juli : Grote betoging te Brussel van het Comiteit Vrijheid en Democratie.
Dat werd een buitengewoon succes met meer dan 300.000 manifestanten. Vanuit Leest waren er een 160-tal betogers aanwezig. (“DB”)
1955 – Zondag 10 juli : Algemene Vergadering Boerinnengilde.
Bijzonderste punten : verslag van de Lourdesreis en verloting van het “zeer mooie en lichtgevend beeld van O.L. Vrouw van Lourdes.” (“DB”)
1955 – 11 juli : Nieuwe Leeuwenvlag.
“Hoogdag voor ons Vlaamse volk. Met fierheid mochten we zien hoe ook op het gemeentehuis een prachtige nieuwe Leeuwenvlag gehesen was. Goed zo ! De Vlaamse Leeuw is weer in eer hersteld, en mag weer klauwen.” (“DB”, nr.6)
1955 – Maandag 11 juli : Prijsuitdeling Leestse scholen.
“Die dag greep er in aanwezigheid van de geestelijke en burgerlijke overheid de prijsuitdeling plaats : ’s voormiddags voor de meisjes in “Ons Parochiehuis”, ’s namiddags voor de jongens in openlucht op de jongenskoer. De leerlingen van de meisjesschool zullen hun nummertjes ten beste geven aan de ouders op woensdag 6 juli om 14 uur. Om de algemene onkosten te dekken wordt een ingangsprijs gevraagd van 10 fr. We weten allemaal genoeg wat onze zusters al allemaal niet doen voor de prijsuitdeling. Laten we hen onze waardering blijken door tegenwoordig te zijn op die oudersnamiddag, die plaats vindt in “ons Parochiehuis”.” (“DB”)
Foto’s :
-De begrafenis van Petrus Joannes “Michel” Fierens uit de Bist.