“Constant heeft deze maand niet veel koersen gereden, omdat hij ook heeft deelgenomen aan de “Ster der Nieuwelingen”. Na de vierde rit heeft hij moeten opgeven. Hij stond toen 27ste op 120. Wijzen we ook nog even naar de prachtige uitslag die hij behaalde in het nationaal kampioenschap der beenhouwers-coureurs. Geholpen door zijn broer Jan die ook meereed, wist hij een schitterende tweede plaats te behalen, en kwam met een dikke premie naar huis.
Een reporter van “De Band” (meer dan waarschijnlijk Jan De Decker) maakte volgend amusant verslag (“DB”, nr.8) : “Die maandag was “De Band” vertegenwoordigd in het “publiek” dat in de ruime Raadszaal van ons gemeentehuis de zitting van de “vroede gemeentevaderen” bijwoonde. Met onmiddellijk achter zich –als een ruggensteun ?- een groot kruisbeeld, twee massieve busten van Koning Albert en Koningin Elisabeth op de enorme schouw, zaten daar op de ereplaatsen : de Burgemeester (Noot : Pieter De Prins) met zijn schepenen, Emiel Verschueren en Prosper Busschot. Verder de raadsleden : Nante De Prins, Piet Verbeeck, Frans Verwerft, Frans Van der Hasselt, Louis Wuyts en Nest De Win, daarbij nog de secretaris. Van op het dorpsplein kan men de heren goed zien zitten, omdat men door de draperiën heen kan kijken. De Raad zou een tweetal uren beraadslagen ! De Burgemeester verklaart de zitting voor geopend. De secretaris leest het proces verbaal voor van de vorige zitting. Al wat we daarna te horen kregen, hebben we onmogelijk om diverse redenen kunnen noteren. Zo de eerste maal zulke zitting bijwonen, is voorwaar niet gemakkelijk. De Raad spreekt bijwijlen niet voor het “publiek”. Het debat neemt al eens de vorm aan van “esbattement”. De ogenblikken dat de toeschouwer de draad van de historie verloren is, kan hij al eens rondkijken. En waarom b.v. niet naar die bevallige juffrouw die misschien een menslievend werk vertegenwoordigt; naar de met een laag stof bedekte boekenrekken ; naar de vele dode vliegen die op de grond liggen ; men kan proberen ergens een foto te ontdekken van onze huidige Koning; zoeken waar men het beste sigarettenas kan laten vallen. De toeschouwer kan zich overgeven aan bepeinzingen over de sappigheid van onze Vlaamse volkstaal en derzelve beoefenaren in de vrede des Heren, terwijl hij minutieus de grote wandplaat bekijkt “Dédié au Comte Wr De Mérode – Westerloo à l’occasion du 75me anniversaire de l’ Indépendance de la Belgique”… Als eerste punt : Kasnazicht van de Commissie van Openbare Onderstand, 2e kwartaal 1955. Goedgekeurd. Tweede punt : Kasnazicht gemeente, 2de kwartaal 1955. Goedgekeurd. Derde punt : Begroting Kerkfabriek, dienstjaar 1956. Goedgekeurd. (Er ontstaat vrolijkheid bij de lezing van “Inkomsten : …jacht : 67 fr.) Vierde punt : Verkoop grond van de kerkfabriek. Aangenomen. (Na dit punt hoort men –als intermezzo ?- een geestig-bedoelde opmerking van Lode Wuyts die voorstelt dat het publiek dichter bijeen zou gaan zitten. Onbeduidende vrolijkheid). Vijfde punt : Rekening C.O.O. 1954. Goedgekeurd. Zesde punt : Herstellingswerken worden goedgekeurd. Zevende punt : Leningsaanpassing tot financiering der herstellingswerken aan verschillende straten. Goedgekeurd. Achtste en negende punt : Aanstelling van een technisch adviseur en weddebijslag aan het onderwijzend personeel. Worden in geheime zitting behandeld.”
1955 – Zondag 7 augustus : Zomerfeest gewest Mechelen B.J.B.-meisjes te Putte-Grasheide.
“Op 7 augustus hielden de B.J.B.-meisjes hun Zomerfeest te Grasheide-Putte. De dag werd ingezet met een Communie-mis, en om 9 u vertrokken we met een dertigtal meisjes allen in uniform. Met 13 afdelingen samengekomen tegen 10u30 werd de grote herhaling van het Zomerfeest aangepakt tot de tijd aangebroken was voor het Lof, waar we in een flinke optocht naartoe gingen. Aan de ingang der kerk vormden de vlaggen de erewacht. Het Lof werd gezongen door de meisjes van O.L. Vrouw Waver. Na het Lof gingen we fier en strijdvol en al zingend naar het feestterrein, waar we de talrijke toeschouwers konden vergasten op een fijne namiddag. Onze openingsparade kende een overweldigend succes. Hierop volgde dan dansen, kampspelen, te betwisten tussen al de afdelingen van het Gewest. Ritmische oefeningen brachten een stijlvolle afwisseling. De B.J.B.-meisjes van Leest waren de grond van Grasheide zeker niet gewend, want zij voelden maar weinig vastheid onder hun voeten : bij ieder kampspel verloor er iemand het evenwicht, wat zeker wel nadelig werd voor de einduitslag. Nochtans, spijts al die tegenslagen hielden we ons hoofd recht en we dachten : “een slechte dag is nog geen slecht jaar !” Ook tot overmaat van ramp trad de regen dikwijls als echte spelbreker op, en zorgde voor de nodige verfrissing. De Charade met prijskamp voor de toeschouwers werd gewonnen door Yvonne De Boeck. Na de spelen volgde de uitslag, waar onze afdeling de 5de prijs ontving. Het B.J.B.-Zomerfeest werd besloten met een dankwoord door de Gewestleidster, door E.H. Proost, met een vurig gebed en het afscheidslied, waarna we ieder tevreden huiswaarts keerden. “We zeggen geen vaarwel, mijn zus, dra zien we elkaar weer !” L. De Smet.” (“DB”, nr.8)
1955 – Vrijdag 12 augustus : Wolkbreuk boven Leest.
“Op vrijdag 12 augustus heeft er een ware wolkbreuk plaats gevonden boven Leest. Op tien minuten tijd stonden de steenwegen bijna gans onder water. Overal spoelde het water met grote kracht. Maar op de Kouter, in de Bist en op de Heide was er geen lek gevallen.” (DB)
1955 – Van 16 tot 24 augustus : Bivak Chirojongens te Warnant in de Ardennen.
De prijs per persoon was 240 fr., 410 fr. voor twee broers en 480 fr. voor drie broers. “De Band” nr.6 : “Wat verwachten we van het Bivak ? Eerst en vooral een geest van blijheid : alles prikkelt tot blijheid, de frisheid van de natuur, het spannende van het avontuur, het samenleven van jonge mensen, de heerlijkheid van de zang en de eigen jeugdmuziek, het spel in al zijn vormen, de jeugdigheid van de stijl. Als er blijheid is op het bivak, kunnen we van onze jongens alles bekomen. En de stilte is er ook. Ze is er nodig. Bijzonder ’s avonds na het avondwoordje tot ’s morgens na de H. Mis, tijdens de formaties, de middagrust, het aantreden. Verder het wachtwoordprogramma. De wachtwoordbeleving wordt ingeschakeld en ingeweven in al de activiteiten van de hele dag. Zo wordt het bivak een echte retraite voor onze jongens. Het bivak wordt een intens beleefd jong Christendom, met dagelijks gezamenlijke H. Mis en communie, met morgenopdracht en drie Weesgegroeten, met de avondwijding en de samengezegde completen, met het prevelen van het rozenhoedje rond het Mariakapelleke aan de vlaggemast of het stemmig zingen van Marialiederen. Zo weeft het gebed van jonge Christenen gans deze dag aaneen tot een echt jongensachtig christendom. Verder mogen we weer beroep gaan doen op onze goede bivakmoeders, Marie en Stinne, die ginder een week lang een groot huishouden moeten doen van rond de 50 man. En ze zorgen als echte moeders voor al de Chirojongens. Dat weten allen die de vorige twee jaren mee geweest zijn op bivak. Het kan niet anders of het bivak van dit jaar moet uitgroeien met de medewerking van allen tot een verwezenlijking van de bovenste plank.”
“De Band” nr. 8 : “Laatste voorbereidingen op ons Bivak. Het was zowat 15 uur zaterdag namiddag, toen er van uit “Ons Parochiehuis” begonnen werd met het rondhalen van patatten en groenten en gasvuren en potten en pannen en pollepels en visspanen en lepels en vorken, enz… De meeste helpers waren leiders en kerels, maar onze kleinsten lieten zich toch ook niet onbetuigd : met 3 wagentjes en een 20 man verspreidden we ons zowat overal op de parochie. En of er binnengehaald werd, van alles : bloemkolen met de macht, bakken sla, peekes en charlotten, savooien en rabarber, patatten met karrevrachten, rode en witte kolen, selder en prei, snijbonen en gewoon boontjes. “Ons Parochiehuis” was op enkele uren tijd veranderd in een echt stapelhuis. Vooraleer over deze voorbereidingen te zwijgen, toch nog eerst een klein feitje : in de pikdonkere, in een stromende regen, kwam er een indrukwekkende karavaan van de Alemstraat en de Bist de Juniorslaan opgereden : allen bepakt en beladen met zakken, en achter zich wagentjes aanslepend. Ter hoogte gekomen van de Blaasveldstraat, werden we plots opgeschrikt door de gendarmen, die breedzwaaiend met hun lampen op de baan stonden. Nu volgt er een gesprek, woordelijk opgenomen : “Stop, stop. Blijft bijeen ! Hier gij ! Bijeen ! Haalt allen uw paspoort boven, geen beweging. Waar is uw pas ?” “Ik heb er geen meneer.” “Hoe oud zijt gij ?” “Dertien jaar meneer !” “En gij ?” “Mijne pas verloren meneer !” “En gij ?” “Mijne jas verwisseld en mijn pas stak erin !” En zo ging dat verder. Enfin, na een kwartiertje kon de karavaan verder. Het was inmiddels zeer laat geworden, en we zijn maar gaan slapen, doodmoe en dromend van gendarmen, patatten, karrekens en processen. Zeker een eigenaardige inzet van het schoonste bivak dat wij tot hiertoe meemaakten.
DINSDAG 16 AUGUSTUS 1955 : ’t Sloeg 06u30 op de toren van de kerk. 50 Chirojongens zitten piekfijn in uniform de H. Mis bij te wonen. Ze smeekten met de priester Gods zegen af over dit bivak, en in de H. Communie gingen zij de kracht halen om zich als echte Chirojongens helemaal te geven. Wat er na de H. Mis nog allemaal gebeurde, gaan we u allemaal niet vertellen. Na een fijne mars gaan we ons op de grote verhuiswagen zetten, en we rijden weg te 09u15 tegen gemiddeld 60-65 per uur. Over Mechelen, Leuven, Namen, dan neven de Maas, en zo zijn we rond 11u30 ter bestemming. Daar werd afgeladen en gewroet om de bedden van 50 jongens gereed te maken. Weldra overspoelden grote plassen zweet onze nieuwe bivakplaats. Een grote Ardeense boerderij, en rondom ons bergen, bossen en rotsen. Dat belooft ! Alles is op zijn plaats, de “bedden” zijn gereed, de rugzakken van de jongens staan er ordelijk voor, de vlaggenmast is geplant, en ons Mariakapelleke er aan bevestigd. De bivakmoeders zijn geïnstalleerd in hun keuken. Nu dan vooruit ! Spel, verkenning van de streek, het eerste contact met het goede eten van onze moeders, en zo is deze dag dra ten einde. Trompetten schallen tussen de bergen. Alle jongens spoeden zich naar de slotformatie. Dan nog een stemmige kaarskensprocessie en de toewijding van onze afdelingen aan Maria. In stilte zoekt ieder zijn strozak op, en het zal mondje dicht zijn tot morgen na de H. Mis. Eerst wordt rechtstaande nog de completen samen gezongen en gebeden. We knielen neer voor onze drie weesgegroeten, en dan…bed in. E.H. Onderpastoor buigt zich over ieder neder om een kruiske op het voorhoofd te tekenen, en weldra slapen zij de slaap der gelukzaligen : de Kerels, die harde ruwe jongens, vol innige vreugde en verwachting voor dit bivak. De Knapen : die taaie, verbeten wroeters, die zich voornemen eens te laten zien wat ze waard zijin. De Burchtknapen : die prachtige jonge blijde en zonnige mannekens, enthousiast voor al wat komen gaat. Ze sliepen…Morgen zullen ze ontwaken in een nieuwe natuur, waarvan ze liefst nooit meer zouden willen van scheiden. Het zou HET Chiroleven zijn, van de morgen tot de avond, het leven dat geen enkele van u, beste lezers kent. Het leven dat gij nooit zult vernemen, want het werkt te diep op uw jongen, op onze jongens.
WOENSDAG 6u… De boerderij is al vol leven. In de schuur is het nog een geronk en een gesnork van een heel escader vliegtuigen…Onder een tasten en kruipen wankelt er een schaduw naar het “bed” der leiders, blijft er voor recht staan, neemt een gaffel, en duwt ze zachtjes tegen de geachte ribben van de slapers. Een lichte kreet, en ze zijn wakker. Met hun wasgerief onder de arm, en in lichte morgenkleding dalen ze de ladder af. Tegen half zeven zijn ze kant en klaar, en een fluitsignaal snijdt door de slapende stilte. De jongens zijn er met de hulp van de leiders snel uit. Drie weesgegroeten, en dan vol spoed naar beneden waar de leiders op hen wachten om het morgenturnen te doen. Daarna is het wassen : met een 25 op een rij. In de drinkkribbe van de beesten. Ze worden streng geïnspecteerd, daar er anders twee zaken in omgekeerde zin zouden gebeuren : in plaats van te zwijgen : babbelen en in plaats van te wassen : niet wassen. Alles moet vlug gebeuren. De jongens zetten zich in volledig Chiro-uniform, en daar blazen de trompetters van de Muziekkapel reeds voor het aantreden. De jongens nemen plaats in een schone vierkantformatie rond de banier. Hier staat de Vlaamse jeugd van heden ! De Hoop van de toekomst. Na appel, melding en kreten wordt traag de vlag gehesen : tegenwoordigheid van Christus in ons jeugdleven. De jongens brengen de Chirogroet voor hun Koning. De muziekkapel dreunt. Het wachtwoord voor de dag wordt dan gegeven, en uitgelegd door leider Miel, met steeds een klaaromlijnd actiepunt : ’t zij de blijheid, edelmoedigheid, kameraadschap, kranigheid, enz… We treden nu aan voor de stille mars naar de kerk tegen 07u30. De H. Mis wordt uitgelegd en gedialogeerd. Allen ontvangen we in de H. Communie onze Koning in ons. Na het Offer van onze dag wordt de stilte verbroken, en nu gaat het in triomfmars terug naar de boerderij. Schetterende klaroenen en roffelende trommen : de 14-man sterke muziekkapel doet haar best. Want waar we gaan komen alle mensen buiten, klappen geestdriftig in hun handen, roepen van “Leve de Vlamink” en roepen hun felicitaties aan Marsleider en kapelmeester. Terug op de kampplaats gekomen wordt de refter ingenomen door een hongerige bende. Nog even geduld : het gebed, en daar schiet er een lawaai op uit een 40-tal kelen (leiders niet !). Na het eten : bedden piekfijn in orde brengen en speluniform aantrekken. Na de inspectie door de dienstleider, gaan Knapen en Burchtknapen spelen, de Kerels doen nog eerst de diensten, en gaan dan ook hun heil zoeken in het onontbeerlijke spel. Terwijl allen zich lustig aan ’t vermaken zijn, verblijven in het kamp nog twee Leestenaren die werken, onze goede bivakmoeders ! Zij werken er van de morgen tot de avond in een ononderbroken tempo om de 4 maaltijden tot echte festijnen te maken. En dat lukt hen, want elke Chirojongen zal getuigen dat het eten steeds naar nog smaakte. Om 11u45 zijn ze daar terug, onze jongens, vuil en bezweet. Ze knappen zich op, en schuiven naar binnen. Het angelus wordt gebeden, en dan “Bikke, bikke, bik…Hap, hap, hap” en alles rijst naar binnen. Die schone dampende soep, de patatten en bloemkolen met worst, de koekjes voor dessert, alles wordt verslonden door de moegespeelde Chiromannen. Om nu de nasmaak ten volle te kunnen genieten gaan ze één uur rusten. Na de rust, klaar maken om, ja waarom ? Om te gaan spelen. Pas rond 16u30 komen ze terug om Stinne en Marie weer eens hun handen vol te geven. Terug weg, en rond 19 uur kunt ge ze zien komen, hun tong op hun tenen, hun armen stijf, doodop. Doch daar daagt de reddende engel weer op onder de gedaante van aardappelen, groenten en pap. Thans is het tijd voor de diensten, zoals schoenen poetsen en zo meer. Nu roepen de klaroenen voor de slotformatie. In stilte staan we geschaard rond de vlaggenmast, rond het eenvoudig Mariakapelleke. We luisteren naar het avondwoordje van onze eerwaarde Heer Proost. In de duisternis klinkt stil een avondlied, ons danklied gericht aan Maria en haar Goddelijke Zoon. En wanneer we toevallig elkaar in de ogen kijken, slaan we onze blikken niet neer, we zijn niet beschaamd om onze vernedering. We voelen des te beter wat onze Hemelse Moeder met ons te maken heeft. In de verte weerklinken de tonen van de avondsonnerie. Een sterke lichtstraal valt op de vlag, een goede nacht aan Christus. We knielen, ontvangen de avondzegen en begeven ons in stilte naar bed. Daar doen we de avondwijding : “Wij danken U o Koning voor de vele genaden die we vandaag mochten ontvangen. Wij danken U, omdat Gij ons dat grote voorrecht laat bemind te worden door U. Wij smeken U reeds voor de volgende dagen. Geef ons een kameraadschap onder elkaar, die niet zal smelten. Leer ons edelmoedig te zijn tegenover onze makkers, opdat we eens zouden kunnen zeggen : God, Gij hebt ons één gemaakt met U”. De jongens duiken tussen hun dekens, de leiders dekken de kleinsten nog eens onder, en waken nog een tijdje. Dan vergaderen zij nog een tijdje om het verloop van de dag te bespreken, en de volgende dag voor te bereiden. Laat gaan ze slapen, doen nog eens hun ronde en dekken er gewoonlijk nog enkelen onder. Zo eindigt die goedgevulde dag. Zulk een Bivak is voor elkeen van de Chirojongens de schoonste tijd van het jaar. Daar leven ze onbezorgd hun jong leven. Ondanks het vele dat van hen gevraagd wordt, ondanks hen geen snoep of lieve woordjes ten dele vallen. Ziehier beste lezers een kort (?) verslag over een normale Chirodag. De volgende maand hopen we u één en ander te vertellen uit dit schoonste, maar hardste bivak. Leider Eddy Beterams.”
“De Band”, nr. 8 : Moedige daad van twee Chirojongens. “Bij een trektocht op het kamp te Warnant hebben twee Chirojongens Florent Daelemans en Theo Teughels een auto tot stilstand gebracht, op het ogenblik dat er juist een trein kwam aangereden aan een onbewaakte overweg. De chauffeur liet zijn dankbaarheid zien door ze 50 frank te geven.”
Omdat ze dit jaar met te veel waren (een 50-tal deelnemers) werd dat jaar geen beroep gedaan op Rik Verschueren en zijn vrachtwagen. Een grote verhuiswagen van de firma Schroyens uit Battel bracht soelaas.
Foto’s :
-Een gemeenteraad uit die periode, v.l.n.r. : Ferdinand De Prins, Frans Van der Hasselt, Emiel Verschueren, veldwachter Victor Van Hoof, Juul Geens (?), secretaris Bradt en Louis Wuyts. -Rechts Miel Polfliet tijdens het bivak van 1954 in Baarle. -Kookmoeder Stinne De Hondt in 1972. -Twee foto’s van Eddy Beterams, de auteur van het verslag van het Chirobivak in Warnant.
1955 - Zaterdag 30 juli : Huldeserenade voor Theo Fierens. (Foto onderaan)
Op 30 juli bracht de Koninklijke Fanfare St.-Cecilia een huldeserenade aan Theofiel Fierens, één harer muzikanten. Deze laatste had een schitterend diploma behaald aan de Kon. Muziekacademie (Eerste prijs trompet). (DB)
Theo Fierens werd in 1936 geboren als zoon van Louis en Leonie “Nieke Frut” Janssens uit de Scheerstraat. Hij werd leerling-muzikant bij Sint-Cecilia in 1946 en het jaar nadien reeds speelde hij mee in de fanfare. Daarna studeerde hij verder aan het Conservatorium te Mechelen. Aan het Koninklijk Conservatorium te Antwerpen haalde hij een eerste prijs trompet. Hij was de eerste Leestse fanfaredirigent die van de muziek zijn beroep had gemaakt. Na zijn muziekstudiën werd hij trompettist bij de Philharmonie van Antwerpen. In de vijftiger jaren was hij eerst dirigent van Jong St.-Cecilia. Later richtte hij met een aantal muzikanten van de fanfare de Boerenkapel op. Nadat hij een paar jaar hulpdirigent was geweest bij St.-Cecilia Leest volgde hij Rik De Bruyn als dirigent op in 1965. Hij was een voorstander van allerlei muziekgenres. Toen hij dirigent was, werd er opnieuw samengewerkt met het St.-Cecilia zangkoor. Vlaamse liederen met fanfarebegeleiding en bewerkingen van operettes werden geregeld uitgevoerd op concerten. Onder zijn leiding werd aan acht mars- en concertwedstrijden meegedaan en behaalde de fanfare uitsluitend eerste prijzen, waarvan er vier met lof van de jury. Na de repetitie hield hij ervan om met de muzikanten met de kaarten te spelen en nog veel liever vertelde hij de ene mop na de andere. Toen hij volgens een aantal behoudende bestuursleden met te vernieuwende ideeën naar voren kwam en de resultaten wat minder werden, groeide er een kloof tussen deze dirigent en het bestuur en werd de samenwerking beëindigd in juni 1973. (“Leest in Feest”, Stan Gobien)
1955 – 31 juli : Zomerfeest B.J.B. op de weide van Emiel Verschueren.
Georganiseerd door de B.J.B. van Gewest Mechelen-Noord en Mechelen-Zuid. “De Band” nr. 6 : “In wat bestaat een zomerfeest van de B.J.B. ? Wel, het is een ontplooiing van al hetgeen de B.J.B. wil meegeven aan haar leden : het wil tonen hoe onze B.J.B.-ers hun man kunnen staan als fijne, flinke kerels, die door spel en sport, door fijne mars en keurige uniform, door stijl en vormen de bewondering van iedereen kunnen afdwingen. Het zal een echt landelijk feest worden, met spannende wedstrijden in zeeltrekken, flessen vullen, koers met Romeinse wagens, hindernissenkoers, stoelrijden, estafettenkoers en verschillende andere koersen. Daartussen in zullen we de turndemonstraties bewonderen en ook de zwierige reidansen van de B.J.B.-meisjes die zullen meehelpen aan het wellukken van het feest. Vendeliers zullen optreden met vendelzwaaien. Vroeger moest men daarvoor naar Zwitserland gaan om die kunst te bewonderen. Nu gebeurt het hier te lande door onze buitenjongens.”
En het verslag van het evenement zelf : “Het plein was zeer goed ingericht met tribune, café, elektrische afsluiting, enz… Van in de voormiddag kwamen verschillende afdelingen uit het gewest toe om met elkaar te wedijveren in turnen en vendelen. ’s Namiddags was er een optocht naar de kerk, met op kop de trompetters van Rijmenam, gevolgd door de afdelingen van de Gewesten Mechelen-Noord en Mechelen-Zuid. Na het Lof begon dan te midden een zeer grote belangstelling het eigenlijke zomerfeest. Volksspelen, loopkoersen, reidansen en rytmische oefeningen door de B.J.B.-meisjes wisselden elkaar in een vlot tempo af. Het weder was uitstekend, en alles verliep in de beste stemming. Rond 18 uur was alles afgelopen. Tisselt mocht de eerste prijs afhalen. Katelijne Waver de tweede en Leest nog een mooie derde prijs.”
1955 – Zondag 31 juli : Frans Apers gevallen. (foto onderaan)
Op zondag 31 juli deed Frans Apers een ongelukkige val in het station van Nekkerspoel. In het ziekenhuis stelde men vast dat zijn beide polsen gebroken waren. Frans Lodewijk Apers (1912-1985) was toen mede-eigenaar en exploitant van “het Brughuis”.
1955 – 31 juli : Afgezwaaid.
“Op het einde van de maand juli zijn volgende soldaten afgezwaaid : Jan De Decker, Fons Polspoel, Louis Polfliet, Henri De Kock en J. Van der Meulen. We hopen terug met hen flinke krachten te krijgen op onze parochie : Jan De Decker als hoofdredacteur van “De Band”, Fons Polspoel als ijveraar van de H. Hartbond en Louis Polfliet als lid van onze B.J.B.
Rik DE KOCK (Tisseltbaan 22)
Ingelijfd bij de Pantsertroepen te Leopoldsburg. Na de primaire opleiding : verplaatst naar Arnsberg (Duitsland), bij het 4de Verkenningseskadron in de kazerne Reigersvliet. Rik was monteur-overste der verkenners. Deed mee aan verschillende maneuvers van 8 en 5 dagen en in september 1954 aan de grote maneuvers van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland : “Battle Royal”. Klopte een 40 wachten. Het liefst van al deed hij sport, weinig lust voor drill. Bracht aangename uren door aan de verrukkelijke “Möhne See”. “Dank zij Milac-Leest bleef ik in voortdurend contact met Leest en met zijn soldaten. Bij het leger heb ik veel mensenkennis opgedaan en m’n karakter beter leren vormen.” “DE BAND is hier het best van al de andere soldatenbladen !”
Jan DE DECKER (foto onderaan)
Opgeroepen in de school van de Administratieve Dienst te Mechelen. Ging over naar het Administratieve Bataljon van het Ministerie van Landsverdediging te Brussel. Daarna verplaatst naar Aken, kazerne Tabora bij de 81ste Cie Supply bevoorradingsorganisme in transmissiemateriaal voor gans de Belgische zone. Was er werkzaam op het secretariaat en op de opvoedingsdienst. Schreef artikels in “Vici”, het tijdschrift der Belgische Strijdkrachten in Duitsland, waarvan de redactie gevestigd is in het Hoofdkwartier van de Belgische sector. Stichtte voor de 81ste en 32ste kompagnie TTr te Aken een maandblad en nam er de hoofdredactie van waar. Kwam door reizen, ingericht door de Opvoedingsdienst, in talrijke mooie streken in Duitsland en bezocht zo Rik De Kock in Arnsberg en Achiel Van Riet in Soest. “De legerdienst is verloren tijd als….men hem niet weet te gebruiken”.
Fons Polspoel
Opgeroepen te Leopoldsburg bij de Pantsertroepen. Verplaatst naar Euskirchen (Duitsland) bij het 3de Bataljon Lanciers. Bij het leger versterkte hij zijn kennis van automechaniek. Was chauffeur van een Pattontank M.47 gans zijn dienst. Klopte een 50 wachten, deed zeer veel manoevers, waaronder ook de grote maneuvers. Deed reizen naar Koningswinter en omstreken, Moezel- en Rijnstreek, Eifelgebergte. “Het leger is voor mij een tijd geweest zonder zorgen en kommer, en voorzeker de schoonste tijd van mijn leven die ik nutteloos moeten doorbrengen heb. Misschien zal ik daar later nog een ander gedacht over hebben”. Het liefste deed hij nog maneuvers en bivakken. Deed niet graag drill. “De Band” is voor mij van veel betekenis geweest in mijn soldatenleven. Van al de bladen die ik zag en las, staat “De Band” nog steeds aan de spits.”
Louis Polfliet
Werd binnengeroepen in de kazerne te Amay en na vier maanden overgeplaatst naar Duitsland: te Aken in de kazerne Tabora. Hier had hij een kalm en schoon werkske : hij stond namelijk in voor de benzinebevoorrading van de auto’s. Het had nochtans het nadeel dat hij moeilijk in verlof kon komen. Doch van wachten en piket was hij daardoor gelukkig ook verlost. Louis is ook steeds een trouw reporter geweest van “De Band” en regelmatig mochten we ons verheugen in nieuws dat hij ons stuurde van ginder. We mochten van hem, evenals van Fons Polspoel een doodsbrief ontvangen. Hij dankt verder alle leden van het Milaccomité Leest en doet ook de beste groeten aan de B.J.B. Wel Louis, we zijn blij in uw plaats dat ge er weeral van af zijt, en ge terug uw gewoon burgerleven kunt herbeginnen. We wensen u dan ook reeds van harte terug welkom als actief lid van onze B.J.B.
1955 – 31 juli : Nieuw-gediplomeerde onderwijskrachten uit Leest.
Hubert Selleslagh behaalde zijn einddiploma van onderwijzer aan de Normaalschool te Mechelen. Paula Bradt het einddiploma van onderwijzeres en Mariette Solie van Froebelonderwijzeres, beiden aan de Normaalschool te Wijnegem. Aan alle drie een hartelijk proficiat, en spoedig een plaats !” (“DB”)
Foto’s :
-Theo Fierens.
-Frans Lodewijk Apers (1912-1985) was toen mede-eigenaar en exploitant van “het Brughuis”. (foto : familie Apers)
-Leestse soldaten op “Posse Leest”, als tweede van rechts Jan De Decker.
-Hubert Selleslagh, hier tijdens zijn huwelijk met Maria Geens, behaalde zijn onderwijzersdiploma.
-Ook Paula Bradt behaalde haar einddiploma als onderwijzeres.
1955 – Woensdag 13 juli : De Parochiale Vrouwenbond naar Holland.
“Met 46 moeders van onze parochie stonden we op woensdag 13 juli te 6 u ’s morgens gekapt en gezakt en gelaarsd en gespoord om eens voor een dag alle zorgen overboord te gooien, en eens deugdelijk te profiteren van onze bedevaart-uitstap. O.L. Vr. van Scherpenheuvel was ons eerste doel. Al paternosterend –een moeder heeft toch zoveel te vragen- en Marialiederen zingend verliep het eerste deel van onze reis dat we besloten met een vurige Kommuniemis aan Moederkens’voeten. Daarna ging onze tocht naar Hasselt, waar we een bezoek brachten aan de kerk van de Paters Minderbroeders, en aan de grafkapel, het museum en de sterfkamer van het Heilig Paterken (zie foto). Toen ging het langs de Limburgse fruitstreek en doorheen de heerlijke Jekervallei naar Moresnet, weer een Mariaoord met een enig-mooie kruisweg, die we al biddend bewonderd hebben. Over Vaals ging het dan naar Valkenburg. Bij dit ritje maakten we kennis met het mooiste gedeelte van Nederland, dat onze Noorderburen heel trots hun “Klein-Zwitersland” noemen. Zo diep zijn zij daarvan doordrongen dat zij bij hun wandelingen doorheen de streek Alpenstokken gebruiken. Valkenburg zagen we zeker op zijn paaspest. ’t Stadje lag te blinken en te gloren in een feestelijk zomerweertje. Overal hingen er vlaggen uit om ons te verwelkomen en het krioelde er van vakantiegangers. Met een twintigtal gingen we de Valkenburgse catacomben bezoeken. Een gids die alles keurig wist uit te leggen begeleidde ons bij die tocht, en zo goed is alles daar nagebootst, dat we ons werkelijk in Rome waanden. Daarna ging het ofwel naar “Het Sprookjesbos” ofwel naar de zweefbaan. De meest-sportieve, en zij die belust waren op een tikje avontuur, kozen de telesiège. Zij die nog eens wilden weerkeren naar de sprookjeswereld uit hun kinderjaren, gingen naar het sprookjesbos. Die tocht werd voor sommigen een kleine kruistocht, want ’t was van klimmen van ’t ene sprookje naar het ander. Fijn uitgebeeld waren al die kinderverhaaltjes, en wij dachten er maar aan hoe deugdelijk het moet zijn die wandeling te kunnen maken met kinderen aan de hand. Veel te vroeg naar ons aller wens moest de aftocht geblazen worden en dan ging het in spoedtempo over Maastricht naar St. Truiden, waar de “Wonderklok” ons nog verwachtte, en waar sommigen onder ons zich nog een “sprookjeshoed” moesten aanschaffen. En dan volle gas naar Leest, waar we met een uur vertraging toekwamen. Een fijne dag hebben we gehad, het programma was goed geladen, maar wat geeft dat voor verstandige dames als wij !” (“DB”)
1955 – 14 juli : Hugo Stuyck vertrok met Oostpriesterhulp naar Duitsland. Zie zijn foto onderaan.
1955 – 17 juli : Feestvergadering Boerinnenbond.
De sprekers van deze bijeenkomst waren de pastoor die in de godsdienstles handelde over de Mis en de heer Jos Verschueren die sprak over “Moeders grootste taak : opvoeden”. De ontspanning werd verzorgd door de B.J.B.-meisjes en de leerlingen van de vierde graad. Het mooie Mariabeeld, meegebracht door Lourdesafgevaardigde Tien Van den Heuvel, werd gewonnen door Pelagie Alewaters-De Nijn. (zie foto) (“DB” nr.6)
1955 – Zondag 17 juli : B.J.B-Ruiterfeest te Buggenhout.
Met 6 ruiters haalden de Leestenaars 12 prijzen binnen.
1955 – Zondag 17 juli : Bedevaart Lourdes.
Die dag vertrok het echtpaar Cyriel Vleminckx-Spruyt naar Lourdes op bedevaart. (“DB”, nr.6)
1955 – Maandag 18 juli : “De Band” bezocht twee Leestse zusters in het Instituut van het H. Hart te Heverlee Zuster Melanie (Christine De Laet) en Zuster Albert Marie (Marcella Van Aken) “Onze lezers hebben reeds meermalen kunnen vaststellen dat er in ons blad ’t een en ’t ander verscheen van de hand van Eerwaarde Zuster Melanie (Instituut H. Hart te Heverlee). Wel, op maandag 18 juli zijn we haar gaan opzoeken te Heverlee, waar we tevens een andere Leestenaar, Zuster Albert Marie, hebben ontmoet. Christine De Laet werd geboren te Leest op 12 mei 1901. Zij studeerde te Heverlee tot 1923 ; vervolgens aan de Universiteit te Leuven waar zij gepromoveerd werd tot dokter in de Germaanse Philologie. Zij studeerde ook aan de Universiteit van Cambridge in Engeland. Thans onderwijst zij aan de Middelbare Normaalschool te Heverlee. Zuster Melanie schreef Nederlandse keurboeken voor middelbaar en normaal onderwijs : “Regenboog” (1935), “Jong Leven” (1945). Ze is hoofdredactrice van “Ancilla Domini”, jaarboek van de oud-leerlingen van Heverlee. Schreef talrijke gedichten. Is jurylid van talrijke hogere examencommissies. Zuster Melanie leidde ons rond in de prachtige gebouwen en lokalen van het Instituut. We vielen van de ene verbazing in de andere ! Was het de enorme verscheidenheid van gebouwen ? De inrichting en meubilering van de lokalen ? De orde, de netheid, de ruimte van slaapzalen, refters, vergaderzalen ? Was het de overweldigende kapel ? Het spel van licht en zon in de gebrandschilderde ramen ? Ruim 260 Zusters, 60 leken-professoren en 4 priesters werken aan een diepe opvoeding van een 2.000 leerlingen (waarvan 1.200 internisten). Talrijk zijn de studentinnen van Leest die aan het H. Hart Instituut hun diploma behaalden.” (“DB”) Meer over deze zusters in deze Kronieken : 11 oktober 1941.
1955 – 23 juli : Openbare aanbesteding.
23 juli, 11 uur. “Het Leestse dorpsplein stond vol met mooie luxe-auto’s. De reden ? De aanbesteding voor buitengewone herstellingswerken aan een gedeelte der Tisseltbaan, aan de Elleboogstraat, Winkelstraat, Tiendeschuurstraat en een deel van de Augustijnenweg en Juniorslaan. De laagste prijs (974.630 fr) werd geboden door aannemer K. Van Ranst uit Willebroek.” (DB-1955)
Die dag ging de Kon. Fanfare Arbeid Adelt op uitstap met twee autocars. Te Antwerpen had een havenrondvaart plaats met een Flandria en verder ging het door de Antwerpse Kempen naar Holland waar een bezoek werd gebracht aan Breda en Baarle-Hertog. (DB)
1955 – 30 juli : Bataljonsfeesten in het 3de Bn Cyclisten : Fons Schuermans en Frans Van de Sande.
“Samen met 400 familieleden vierde het 3e Bataljon Cyclisten zijn bataljonsfeesten. Ook de ouders van Fons Schuermans woonden de feesten bij. Zij waren uiterst opgetogen over het bezoek aldaar. De troepen werden geschouwd door de Opperbevelhebber van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland, luitenant-generaal Gierst.” (“DB”, nr.8)
Foto’s :
-De grafkapel van het heilig paterke van Hasselt.
-Hugo Stuyck op zijn huwelijksdag met Maria Selleslagh.
1955 – 3 juli : Overlijden van “Michel” Petrus Joannes Fierens. (Foto’s onderaan)
Tijdens een bezoek aan het ‘Wrak’, het kringloopcentrum van Willebroek, botste ik toevallig op een album van Foto Brama “TF 786.738, Joseph Wautersstraat 123 Willebroek” met een reportage van een begrafenis in Leest. Volgens Jefke Vloeberghen (Ten Moortele) zou het gaan om de begrafenis van Petrus Joannes Fierens, roepnaam Michel, uit de toenmalige Bist, thans Aland. P.J. Fierens was te Leest geboren op 6 december 1877 en overleed te Mechelen op 3 juli 1955. Hij was gehuwd met Adelia Robberechts en volgens zijn gedachtenisprentje oud-stichter van de Koninklijke Fanfare Arbeid Adelt. Hij was o.a. de vader van Mariette Fierens (echtgenote Jan Geerts, ‘Jan den den Dockx’) en van Maria Fierens (°Leest 24/7/1914, +Duffel 6/1/1992) echtgenote van Alfons Keuleers uit Heffen. De kruisdrager op onderstaande foto’s zou volgens Jefke Louis Selleslagh zijn (de ‘Lodde van Boerekens’), uit dezelfde straat. Hij is de vader van de missionaris Jozef ‘Jef’ Selleslagh. Dat kruis werd voor de woning van de overledene geplaatst tot de begrafenis.
1955 – 3 juli : Zwarte vlag door galmgaten van de kerk.
Door de galmgaten van de kerk stak een zwarte vlag. “De pestvlag van vroeger tijd, ten teken van rouw om de noodlottige schoolwet die gestemd werd. In gans de Limburg en de Kempen en de Vlaanderen is het algemeen.” (De Band nr.5, 1955) Op bevel van de rijkswacht werd de vlag de daaropvolgende maandag in de namiddag verwijderd.
1955 – Maandag 4 juli : Schoolreis jongensschool.
De reis ging doorheen de Vlaamse Ardennen naar de kuststreken.
1955 – Dinsdag 5 juli en ook vrijdag 8 juli : Lourdesactie B.J.B.-ers.
Die dagen trok een grote camion door de straten van Leest om overal papier en vodden op te halen. Een actie om twee B.J.B.-leden naar Lourdes te kunnen laten gaan. (“DB”)
1955 – Zondag 10 juli : Friscodag van de Chiro.
Van ’s morgens tot ’s avonds floreerden de Chirojongens door de straten van Leest met triporteurs, friscobakken en bakjes. Door de bestelbriefjes waren er reeds een 1000-tal frisco’s op voorhand besteld en in totaal werden er 1700 stuks verkocht. Diezelfde dag was er in de jongensschool een tentoonstelling van werken van de leerlingen. (“DB”)
1955 – 10 juli : Heide-Kermis met koers en volksspelen.
De koers telde maar 12 deelnemers maar de volksspelen van de dag nadien waren een groot succes. (DB)
1955 – Zondag 10 juli : Grote betoging te Brussel van het Comiteit Vrijheid en Democratie.
Dat werd een buitengewoon succes met meer dan 300.000 manifestanten. Vanuit Leest waren er een 160-tal betogers aanwezig. (“DB”)
1955 – Zondag 10 juli : Algemene Vergadering Boerinnengilde.
Bijzonderste punten : verslag van de Lourdesreis en verloting van het “zeer mooie en lichtgevend beeld van O.L. Vrouw van Lourdes.” (“DB”)
1955 – 11 juli : Nieuwe Leeuwenvlag.
“Hoogdag voor ons Vlaamse volk. Met fierheid mochten we zien hoe ook op het gemeentehuis een prachtige nieuwe Leeuwenvlag gehesen was. Goed zo ! De Vlaamse Leeuw is weer in eer hersteld, en mag weer klauwen.” (“DB”, nr.6)
1955 – Maandag 11 juli : Prijsuitdeling Leestse scholen.
“Die dag greep er in aanwezigheid van de geestelijke en burgerlijke overheid de prijsuitdeling plaats : ’s voormiddags voor de meisjes in “Ons Parochiehuis”, ’s namiddags voor de jongens in openlucht op de jongenskoer. De leerlingen van de meisjesschool zullen hun nummertjes ten beste geven aan de ouders op woensdag 6 juli om 14 uur. Om de algemene onkosten te dekken wordt een ingangsprijs gevraagd van 10 fr. We weten allemaal genoeg wat onze zusters al allemaal niet doen voor de prijsuitdeling. Laten we hen onze waardering blijken door tegenwoordig te zijn op die oudersnamiddag, die plaats vindt in “ons Parochiehuis”.” (“DB”)
Foto’s :
-De begrafenis van Petrus Joannes “Michel” Fierens uit de Bist.
“Gedurende ons kamp te Elsenborn hebben we daar veel slijk weggebaggerd, en anderzijds veel stof te eten gekregen. Maar behalve dat was het verblijf daar zeer aangenaam, daar de streek er werkelijk mooi is. We zijn vertrokken per trein, die zo’n sleep voortsjouwde, dat hij met twee locomotieven met moeite de bergen opkroop. Zo traag dat zelfs een paar everzwijntjes onze trein voorbij liepen. Onze bezigheid ginder was zeer afwisselend, omdat we zogezegd op oorlogsvoet leefden. Wij moesten meestal weg met een radiopost naar één of ander dorp uit de omgeving, zodat we ginds gans de streek verkend hebben. We hadden dan niets anders te doen dan ’s morgens onze post op te stellen, en voor het overige van de dag te baden in de zon, of, zoals éénmaal is gebeurd, een ganse voormiddag werken om een auto uit het slijk te trekken. Wat men op maneuvers niet veel hoeft te doen, dat is slapen. Ik heb daar ook nog kameraden gezien die met mij hun opleiding gehad hebben in Lombardzijde. Dat is wel aangenaam een oude makker terug te zien en te spreken. We zijn nog maar pas terug van de maneuvers, of volgende week hebben we hier op het vliegveld van Kleine Brogel grote oefeningen “Carte Blanche” geheten, waaraan vele landen deelnemen.”
-Frans Selleslagh vanuit Helchteren (“DB”, september) : “Ik zit dus voor het ogenblik in Helchteren, in ’t midden van de heide. Naast mij een radiopost, waarlangs we vliegtuigen moeten melden die mogelijk het vliegveld van Kleine Brogel kunnen komen aanvallen. We zijn namelijk van dinsdagmorgen op oorlogsvoet zoals ze zeggen ! Maar gemakkelijker kunnen wij het niet hebben, alhoewel het hier nogal eenzaam is. Dat spelletje zal toch maar duren tot vanavond of morgen voormiddag. Het zal hoog tijd worden, want we stikken hier van dorst, en de put waar de koeien komen uit drinken is uitgedroogd, zodat we geen water meer vinden om ons te wassen. Ik zit hier niet ver van mijn broer en nog twee andere dorpsgenoten. Ik denk dat ik morgen wel de kans zal krijgen ze eens gaan te bezoeken, als ik een fiets kan lenen wel te verstaan ! Volgende maand hebben de bataljonsfeesten plaats. Ik, als waarnemer van vliegtuigen, zou tegen dan een verkleind model van een “Mosquito” moeten vervaardigen. Er zijn echter reeds drie pogingen mislukt, en ik denk dat ze hem zelf zullen kunnen maken ! Ik doe langs deze weg de beste groeten aan heel de redactie, en aan alle Leestenaren en Leestse soldaten.”
-Frans Selleslagh vanuit Kaulille, 3/11/1955 : “Het einde nadert !! Nog een week verlof, nog 4 dagen maneuvers te Weelde, en dan zwaai ik af. Wat ik bij het leger zoals deed ? Mijn functie was chauffeur-waarnemen en vooral chauffeur beviel me goed. Ik ben ook 5 maand infirmier geweest. En bivakken en kampen ; bivak van Lombardzijde naar Koksijde en één van Kaulille naar Zwartberg, elk van drie dagen. Veertien dagen kamp in Den Helder en tien dagen in Elsenborn; tweemaal maneuvers in Kleine Brogel; één van 10 en één van 4 dagen. Wat ik het liefst deed bij den troep ? Het was ’s zomers op repetitie gaan met de trompetters en zoal eens een schoon ritje maken met de auto beviel me ook goed. Piket, wacht, nachtoefening en bivakken waren mijn vijanden. Al die maanden heeft DE BAND me flink op de hoogte gehouden van al wat er te Leest gebeurde en graag las ik er de uittreksels in van brieven. Op het einde van mijn term moet ik toch bekennen dat het leger toch zo slecht niet is als men het zich in ’t begin inbeeldt. Wellicht komt dat nu omdat men enkel aan de aangename ogenblikken terugdenkt en de minder aangename vergeet. De legerdienst is geen verloren tijd want daar wordt men gevormd, niet enkel op lichamelijk maar ook op geestelijk gebied. In het leger leert men zijn man staan : ge moet, anders staat ge alleen. Ge leert er veel bij op gebied van mensenkennis. Beste groeten !”
-Frans Selleslagh vanuit Kaulille 23/11/1955 :“Nu het einde nadert, dank ik Milac-Leest voor het regelmatig ontvangen van De Band en Het Goede Zaad maar tevens ook voor dat fotoalbum en het boek “Liefde, Huwelijk en Geluk”. Er mag ook gezegd worden dat de redactie op de goede weg is wat betreft het opstellen van het blad. Wanneer men het vergelijkt met andere bladen van dat genre, moet men bekennen dat het heel wat boven de andere uitsteekt. Ons blad is werkelijk een band : het verbindt ons dorp werkelijk met zijn soldaten die in de vreemde vertoeven. Ik durf ook verzekeren dat ik, wanneer ik weer in ’t burgerleven zal staan, een trouwe lezer zal blijven van De Band. Ik doe langs deze weg de beste groeten aan alle Leestse soldaten en hoop voor hen dat ze het zo spoedig mogelijk brengen op 15 maanden want ook al valt het leger mee, toch kan men nergens beter zijn dan thuis.”
Frans Robert Valentijn Selleslagh, “Frans van ’t Schake” (foto onderaan) (°30 december 1934) is een zoon van meester Victor Selleslagh en van Delphina “Fien” Francisca De Wit, de honderdjarige die in 1994 in Leest op onvergetelijke wijze werd gevierd voor haar eeuwfeest.
1955 – Julinummer “De Band” : Einddiplomas.
“Jan De Prins behaalde in de beenhouwersschool te Antwerpen zijn diploma van beenhouwer met grote onderscheiding. (zie foto onderaan) Juul Muysoms (foto) bekwam het diploma van leraar in tuin- en landbouw.”
1955 - Julinummer “De Band” : Ongevallen.
“Albert De Prins is teruggekeerd uit de kliniek en reeds terug chauffeur van de tractor. Ook Frans De Prins is hersteld van de stamp van een paard. Jette De Rooster is nog niet hersteld van een beenbreuk ten gevolge van een auto-ongeluk. We wensen haar een spoedig herstel.”
1955 – Zondag 12 juni : Zangavond van het Davidsfonds.
Een waar succes ! Die dag was schijnbaar gans de jeugd van Leest samengekomen in “Ons Parochiehuis”. Ook een groep Chiromeisjes uit Battel was komen meezingen met de “Vlaamse troubadour” Willem De Meyer. Door het Davidsfonds werd te Leest een grote zangavond ingericht. De Vlaamse troubadour Willem De Meyer nam de toeschouwers op sleeptouw onder het motto : “Een avond op de purperen heide bij Armand Preud’homme”. Het evenement vond plaats in “Ons Parochiehuis”, begon om 19u30 en de toegangsprijs bedroeg 5 fr voor leden van het Davidsfonds en 10 fr voor niet-leden.
“Hij verkondigt in heel ons Vlaams land de schoonheid van ons volk, van ons Vlaamse lied, en van onze heimat. En dan bijzonder bezingt hij, als echte Kempenzoon, de schoonheid van de Kempen, aan de hand van de heerlijke liederen van Arm. Preud’homme. Met zijn klare forse stem leidt hij het lied in, trekt zijn harmonica open, en heel de zaal is aan het meezingen, eerst wat aarzelend, maar dan vol geestdrift en stemming…” (“DB”)
1955 – Dinsdag 14 juni : Reis van de schoolmeisjes.
Vertrek : 06u30 naar Scherpenheuvel alwaar de mis werd bijgewoond. Dan te Diest een bezoek aan het huisje van de heilige Jan Berchmans, in Sint-Truiden bezoek aan de wonderklok, Hasselt bezoek aan het graf van Pater Valentinus, bezoek aan het Boerenkrijgmonument en het vermaarde Maria-beeld Virga Jesse. Dan naar de steenkoolstreek van Genk, Zwartberg, Waterschei. Vandaar naar Overpelt voor een mooie speeltuin en langs Hechtel naar Leopoldsburg met doorrit door de militaire eigendommen, verder over Mol, Geel, Westerlo, Heist-op-den-Berg (bezoek op uitkijktoren) en terug naar Leest tegen 21u15. (“DB”)
1955 – Woensdag 15 juni : Film over Oostpriesterhulp.
“Op de algemene vergadering van de B.J.B.-ers werd met de welwillende medewerking van Herman Rheinhard een film afgerold over onze B.J.B.-ers die gingen werken in Duitsland voor Oostpriesterhulp. Verscheidene malen zagen we op het witte doek de gezichten van onze B.J.B.-ers : Juul Van Linden en Fons De Smet. Nu hebben we er ons kunnen van overtuigen dat ze waarlijk hard gewerkt hebben in Duitsland.” (“DB”)
1955 – Woensdag 15 juni : Val van Albert De Prins.
Op woensdag 15 juni kwam Albert “Beire van Piër Prins” De Prins, zoon van burgemeester De Prins, zwaar ten val aan de kerk. De bijgeroepen Dokter Stuyck liet de gekwetste overbrengen naar het ziekenhuis van Mechelen. (DB)
Frans Albert De Prins (foto onderaan) was te Leest geboren op 8 mei 1932 en hij overleed als weduwnaar van Melanie Verschuren na een ongeval op 7 januari 1991.
“Vader, plots en onverwachts is het gekomen, dat God u in zijn hemelhuis heeft opgenomen. Nog maar enkele maanden zijn voorbij dat we stonden bij het graf van moeder aan uw zij. Grenzeloos groot was ons verdriet, omdat moeder ons zo plots verliet. Pas uitgestorven zijn de kerst- en nieuwjaarswensen, traditiegetrouw elkaar een vreugdejaar toewensen, maar gij vader zat met de handen in het haar. En niemand die het echt begreep, uw diepe ellende en uw droeve leed. Gewillig en dienstvaardig wilde ge voor ieder zijn. Waarom dan toch…op dit moment die trein, ge was zwak, doch we waren allemaal met u toch zo begaan, maar nu voor altijd zal uw stoel in huis daar ledig staan. Va, we zullen u missen, we voelen ons toch zo klein, waarom toch mochten we samen nog niet wat gelukkig zijn, ook op de nieuwe sporthal, waart ge toch zo fier, ge werkte er met zoveel enthousiasme en vol plezier. Maar nu kunt ge rusten, in een veilige thuis, ge zijt weer bij moeder, wij dragen ons kruis…” (Uit zijn gedachtenisprentje)
1955 – Zondag 19 juni : K.W.B.-uitstap per fiets naar Booischot.
Die dag nam de KWB-afdeling Leest deel aan de vlaggenwijding te Booischot. Leest mocht er de prijs in ontvangst nemen van de verstkomende groep. Deze prijs bedroeg 250 frank. Ook te Grootlo werd deze prijs behaald. (“DB”)
1955 – Zaterdag 25 juni : Herman RHEINHART voor derde periode naar Kongo.
“Herman Rheinhart is op zaterdag 25 juni met zijn huisgezin per boot vertrokken naar Kongo. Het is de derde periode van drie jaar die hij ginder gaat volbrengen." (“DB”)
1955 – Zondag 26 juni : Boerengilden en B.J.B. naar Koekelberg.
Met 26.000 stonden ze aangetreden op het grote plein voor de Basiliek voor de Plechtige Hoogmis die door allen werd meegezongen. In de namiddag had de wijding plaats van de St. Isidorusklok, een geschenk van de gilden. De B.J.B.-ers van Leest waren er per fiets naartoe gereden, de leden van boerengilde met auto of trein. (“DB”)
1955 – Van 26 juni tot 4 juli : Eerste van vier Lourdesbedevaarten van de KWB.
Deze eerste bedevaart kostte 2.350 fr. Een tweede bedevaart werd ingericht van 17/7 tot 25/7 (2.450 fr), een derde van 7 tot 15/8 (2.450 fr) en een vierde van 11 tot 19/8 (2.450 fr). In deze prijzen waren begrepen : treinreis, hotelkosten, drinkgeld, taksen, reisgeld en verzekering. Al de treinen waren voorzien van radio met luidspreker in elk compartiment en op alle treinen waren de banken voorzien van kussens “zodat u in feite de prijs betaalt voor derde klas, met het comfort van tweede.” (“DB”).
1955 – 26 juni : Hooimijt in brand gestoken.
De hooimijt van Joannes Verschuren (°Leest 17/6/1873), wonende Leestsesteenweg 112 Mechelen, gelegen op de Zennedijk zijde Mechelen, op een 300 meter van de brug richting Hombeek, stond die zondagochtend in lichtelaaie. De eigenaar moest machteloos toezien hoe alles in de fik ging. Gevonden lucifers naast de brandhaard wezen op kwaad opzet. Geschatte schade : 500 frank (1.000 kg hooi). (VVH)
1955 – 30 juni : Kampperiode.
Die dag vertrokken Fons Van Linden, Gerard De Wit en Frans Verbruggen (Tiendeschuurstraat) voor een kampperiode van 21 dagen. Ze moesten zich aanmelden in Leuze. Op 14 juli moest Jan De Donder naar de kazerne van Vilvoorde, dit voor 15 dagen en op 3 augustus werd Mon Fierens uit de Juniorslaan in Verviers verwacht. (“DB”)
1955 – Julinummer “De Band” : Nieuwe Kapel.
“Op 7 oktober aanstaande bestaat de Broederschap van de Heilige Rozenkrans honderd jaar te Leest. Deze verjaardag zal niet onopgemerkt voorbij gaan. De E.E Paters Schroyen en De Baets –de vurige predikanten van de Missie voor twee jaar- zullen in oktober een “MARIALE MISSIE” komen houden. Op de hoek van de Tiendeschuur- en Elleboogstraat zal een veldkapel worden gebouwd. Van verschillende zijden der bevolking hebben wij vernomen dat de vurige wens wordt uitgedrukt dat die kapel groter zou wezen als die op de Juniorslaan. Vooral de bewoners van Elleboogstraat en omliggende hopen dat het een kapel mag zijn waar ze als eens rustig in kunnen bidden. Wij hopen te bekwamer tijd meer gegevens over de bouw van deze kapel te kunnen geven.” (Zie september 1955 : bouw van de Kapel van O.L.Vrouw van Fatima)
In hetzelfde nummer op blz. 6 : Nog over het Mariakapelleke te Leest.
“Heel kortelings zal een aanvang genomen worden met het bouwen van de Mariakapel op de hoek van de Tiendeschuurstraat en Elleboogstraat. Deze moet gereed zijn tegen einde september. Dan immers zal het ingezegend worden ter gelegenheid van de Grote Mariamissie, gepredikt door de goedgekende paters Schroyen en De Baets. In voorbereiding tot deze Mariamissie houdt pater Schroyen nu zondag 31 juli het gelegenheidssermoen in alle missen. Om de onkosten te dekken zullen onze ijveraarsters van de Meimaand een omhaling houden voor de kapel. We vragen alle Leestenaars mild te zijn, en niet te zien op 100 fr. Het kapelleke zal dus gebouwd worden volgens het plan dat zondag 24 juli was aangebracht in het portaal van de kerk; dus dat men er binnenin kan gaan om te bidden.” (Zie september 1955 : Bouw van de O.L.Vrouw van Fatima-kapel)
1955 – Julinummer “De Band” : Wachthalte Leest.
“De voorbijgangers en fietsers hebben reeds opgemerkt dat al het materiaal gereed ligt om een wachthuisje op te trekken aan de treinhalte Juniorslaan te Leest. Zo mogen we onze K.W.B.-afdeling gelukwensen omdat zij iets weten gedaan te krijgen voor onze treingebruikers.”
1955 – Julinummer “De Band” : Met de Christelijke Mutualiteiten naar het Zwitserse Melchtal.
Met de veertienjarige meisjes gingen mee : Godelieve Verbruggen, Hilda Diddens en Maria Emmeregs. Met de veertienjarige jongens : Fons De Smet (Grote Heide), Herman Bradt en Wilfried Hellemans. Met de 18-jarige jongens zullen vertrekken op 29 augustus : Louis Vloebergh, Willy Bradt, Leo Hellemans en Jeroom Verbruggen.
Foto’s :
-Albert “Beire van Piër Prins” De Prins kwam ten val aan de kerk.
Deelnemers voor Melchtal (tijdens verschillende fasen in hun leven) :
-Hilda Diddens (met echtgenoot Swa Van den Bergh).
1955 – Zondag 22 mei : Voetbalmatch Chirokerels Leest-St. Jozefseminarie.
“DB” van mei ’55 : “Die dag reden onze kerels naar het St. Jozefseminarie te Mechelen om er een bezoek te brengen aan E.H. Frans Gillis, (foto onderaan) die regelmatig dienst doet in onze groep, en tevens om er een match te spelen tegen de seminaristen. Toen onze kerels die kloeke beren zagen, waren ze er in het begin niet gaarne bij, maar moedig begonnen ze aan te vallen. De match eindigde met een glansrijke overwinning van 6-2. Alle kerels dienen gelukgewenst, maar bijzonder de back Jos De Smet, verder J. Muysoms, K. Fierens (die zo maar even vier doelpunten aantekende) en Ferdi Polfliet.”
1955 – Woensdag 25 mei : Reis van de Bewaarschool.
Onder de veilige hoede van drie zusters gingen de kleuters van de bewaarschool voor het eerst op reis. Onder prachtige weersomstandigheden ging de reis eerst naar Neerpede waar een bezoek werd gebracht aan de vorige Moeder Overste van Leest : Moeder Wilfrieda. Vandaar vertrok heel de bende naar Lippelo waar de kleuters hun hartje konden ophalen in een prachtige speeltuin. Rond 19 uur werden ze terug toevertrouwd aan hun ouders. (“DB”, mei ’55)
1955 – Zondag 29 mei : K. Fanfare St.-Cecilia nam deel aan Stapwedstrijd te Tisselt.
Voor de allereerste maal trad de Leestse fanfare aan in de afdeling uitmuntendheid. Volgende gekozen marsen dienden al stappend uitgevoerd : Spontin van L. Meeus en Bravour van M. Dessaert. Als opgelegd werk werd stilstaand “Les Cols Bleus” van J. Hanniken uitgevoerd. De jury bestond uit kapelmeester van de Belgische Zeemacht J. Hanniken, directeur van de muziekschool van Niel M. Slootmakers en J. Schampaert, directeur van de muziekschool van Willebroek. De wedstrijd werd ingericht door de K. Fanfare St.-Cecilia uit Tisselt. De Leestse fanfare behaalde de eerste prijs met “Lof der Jury” met 92,7 punten op 100. In de voorbije maand had de K. Fanfare St-Cecilia Leest ook al een eerste prijs behaald op een Internationale muziekwedstrijd te Itegem (381,5 op 420) in eerste afdeling. (“DB”)
1955 – Maandag 30 mei : De Processie op 2de Sinksen.
“De Band “ :“Tweede Sinksendag is het de processiedag te Leest. En van ’s morgens reeds bracht er de zon een echte feeststemming. Nu was het eens echt processieweder. Kinderen en grote mensen, allen waren er gaarne bij nu. Na de Hoogmis werd de processie gevormd, en te half elf begon de grote klok te luiden. Dat betekende tevens het vertreksignaal. Voorop reden, fijn in hun ruitersuniform, en fier op hun hoge paarden onze B.J.B.-ruiters onder leiding van Kommandant Jan De Prins. Dan volgde de Kompagnie van Scherpenheuvel met de Vlag en het mooie beeld van O.L. Vrouw van Scherpenheuvel, gift van de Kompagnie aan de processie. Toen de jongensschool onder leiding van meesters De Leers en Pelgrims. De jongens droegen de vlaggetjes met uitbeelding van de 15 mysteries van de rozenkrans. De vier eerste van de Plechtige communicanten droegen het beeld van het kindje Jezus. Meisjes van de school brengen de uitbeelding van het lijden van Christus en worden gevolgd door de groep van O.L. Vrouw van Fatima. De Engelbewaarder neemt het kindje mede onder zijn bescherming. We bemerken dan nog de vlaggen van de meisjesschool, H. Kindsheid en St. Jozef. Volgt dan de groep van St. Cecilia met de H. Cecilia, de Kon. Fanfare St. Cecilia. Dan wordt het borstbeeld van St. Niklaas voorbijgedragen. Onder het beeld bevindt zich de relikwie van St. Niklaas. Ook het grote processievaandel met afbeelding van St. Niklaas is er bij. En zo volgen, vol zon en kleur de groepen onophoudelijk elkaar op. Nu is het de beurt aan Jezus en St. Janneken. Dan volgt de groep van de kleine H. Theresia, de groep van het H. Hart, van de drie Goddelijke deugden, uitgebeeld door een koningin in het geel, het groen en het rood. De mantels worden opengehouden door kleine engeltjes. We zien dan het grote processievaandel van de H. Familie, en daarna de groep van de tien deugden van Maria. En nog is er in lang geen einde te zien, want nu komt weer de groep voorbij van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, de groep van de Boodschap van de Engel Gabriël aan Maria, de groep van O.L. Vrouw van Lourdes, van de H. Maria Goretti. De B.J.B.-meisjes, allen fijn en fris in uniform, dragen dan het zware beeld voorbij van O.L. Vrouw. En dan is het de beurt aan de Kon. Fanfare Arbeid Adelt, gevolgd door de vlag van de Kruistocht en onze Kruistochters zelf. We zien nog de groep van het H. Sacrament, en dan treedt de Chiro voorbij, stijlvol en eerbiedig. We horen nu reeds in de verte het klingelen van de bellen : het Sacrament is op komst. Daar trekken reeds de vaandels voorbij van de Boerengilde, St. Jan Berchmans en de B.J.B.-jongens. En ja, daar zijn reeds de toortsendragers, die het H. Sacrament vergezellen, de zangers, de kruisdrager en de misdienaars, Z.E.H. Pastoor die het H. Sacrament draagt onder de zware hemel, gedragen door zes kloeke mannen. We knielen, want God wordt door de straat gedragen. Rond de hemel gaan de vier dragers van de prachtig-vernieuwde processielantarens. Achter het H. Sacrament gaan leden van de gemeenteraad met licht, de leden van het kerkfabriek, de veldwachter.” Meer over processies te Leest in deze Kronieken : 21/5/1956.
1955 – 31 mei : Veldwachter aangevallen.
Veldwachter Van Hoof werd opgeroepen bij een vechtpartij in de herberg van weduwe Huybrechts in het Dorp tijdens de Sinksenkermis. Een zekere Jan Voet uit Stuivenberg en Alfons De Greef uit Hombeek hadden enkele klanten met bier besmeurd en toen het uit de hand dreigde te lopen kon de garde, echter niet zonder kleerscheuren, de gemoederen bedaren. Hij kreeg van De Greef enkele vuistslagen te verduren waarbij zijn kepi op de grond terecht kwam. Tegelijkertijd werd hij langs achter aangevallen door Voet. Met de hulp van enkele verbruikers konden de dronkenlappen overmeesterd worden. Een bijgeroepen rijkswachtpatrouille stelde proces-verbaal op. (VVH)
1955 – 31 mei : Loopkoers te Leest.
Onder de schooljongens werd een loopkoers georganiseerd waarbij verschillende prijzen en vele premies te winnen waren. Van de 9 deelnemers eindigde Frans Vloeberghen als eerste na heel de koers te hebben op kop gelopen. Als tweede eindigde Marcel Verbruggen en als derde Martin Tourné. (zie foto's)
“In de week zien we in het verlof zeer weinig jongens en meisjes in de H. Mis. Vaders en moeders, mogen we u met aandrang vragen er voor te zorgen dat al uw kinderen dagelijks in de H. Mis zouden zijn. Dat is christelijke opvoeding, en tevens zullen ze daarvoor flink worden. In vele parochies zien we elke morgen heel de parochiale jeugd in de H. Mis. Waarom hier niet ??? Zorgt er ook voor dat ze steeds een kerkboek bij zich hebben ! Ook dat ze deftig gekleed gaan ! Omdat het mode is wil het daarom nog niet zeggen dat het deftig is. Gelieve daar rekening mee te houden !”
1955 – Zondag 5 juni : De Chirokerels op trektocht.
“Onze oudere mensen zeggen dikwijls : de mensen van tegenwoordig kunnen niet meer marcheren. Wel, de Chirokerels hebben bewezen dat ze dat nog wel kunnen. Op zondag 5 juni deden ze een trektocht naar Merchtem heen en weer te voet. Met de omwegen en alles er bij betekent het dat ze die zondag ruim 50 km aflegden. Diezelfde dag ook maakten de Knapen en Burchtknapen een kleinere trektocht over Heffen, Heindonk en zo naar het Zennegat, om vervolgens terug te keren langs de vaart over Battel.” (“DB”)
1955 – Dinsdag 7 juni : De Boerinnengilde naar Koekelberg.
“Een 80 leden van onze plaatselijke afdeling van de parochiale vrouwenbond trokken die dag met 2 autobussen op bedevaart naar Koekelberg. Een 26.000 boerinnen zijn die dagen te Koekelberg geweest om er de Boerinnendagen mee te maken. Het weder was zeer slecht die dag. Niettegenstaande dat konden alle activiteiten normaal verlopen : plechtige Hoogmis in de Basiliek, boterhammen opeten, daarna rondrit door Brussel. Het regende al zoveel water, en toch hielden ze er aan nog meer water te zien, en zo bezochten ze het bekendste monument van Brussel, ge weet wel, van dat manneke… Om 16 uur was er dan een algemene vergadering in de zaal op de Houtkaai. Alle deelneemsters waren zeer tevreden deze dag te hebben meegemaakt.” (“DB”)
1955 – Zondag 12 juni : De Sacramentsprocessie.
“Toen alles gereed stond om de sacramentsprocessie te beginnen, werd er maar besloten, wegens de dreigende wolken en de regen die maar niet wilde ophouden, de processie te ontbinden. Spijtig, maar we hebben toch de troost dat we het met tweede Sinksendag zoveel te beter hadden. Er stonden ditmaal ook twee bestuursleden gereed om een nuttig werk in de processie te volbrengen. Paarden in de processie is zeer schoon, maar…wat ze achterlaten is minder schoon voor al die groepen die volgen. Zo komt het dat Frans Van Linden en Georges Verbruggen offervaardig deze ondankbare taak hebben op zich genomen, om gewapend met borstel en troefel, de baan te reinigen. Aan beide mannen : proficiat ! Het zal de meest-verdienstelijke taak zijn van de hele processie.” (“DB”)
Foto’s :
-Frans Gillis kreeg bezoek van de Kerels van de Chiro van Leest.
-Sinksen processie 1955 : herkenbaar Gerda De Laet en Godelieve Verlinden.
-Links Marie-Louise De Donder en vooraan Eveline Van de Poel.
1955 – maandag 16 mei : Vergadering van het “Comiteit voor Vrijheid en Democratie”.
Onder het voorzitterschap van Jan De Prins vergaderde het comité. Op het agenda : de organisatie van het uitdelen van het Petionnement aan de koning en de sluit-aan-week bij de C.V.P. Wat dat eerste item betreft waren er een 320 getekende formulieren binnengekomen, wat overeenkwam met 80% van de bevolking van Leest (het potentieel kiezers). Er waren tot dan 130 inschrijvingen binnen voor lidmaatschap binnen de C.V.P. en ze verwachtten er nog een 30-tal vanuit wijken die nog dienden aangedaan te worden. (“DB”, mei ’55)
En in dezelfde periodiek : Oproep aan alle Katholieken van Leest.
“We weten dat er op Leest in verschillende huisgezinnen nog steeds Het Laatste Nieuws gelezen wordt, ook bij brave Katholieke mensen. Dit dagblad noemt zich neutraal, maar wordt in feite uitgegeven door de Liberalen, die nu samen met de Socialisten de Kerk bestrijden. Daarom, in elk Katholiek gezin een Katholiek dagblad !!! Onze Katholieke dagbladen zijn zeer degelijk : we noemen hier maar “De Gazet van Mechelen, Het Nieuwsblad, Ons Volk. Ook op gebied van sport kunnen ze met al de andere dagbladen wedijveren. Neem een abonnement op een Katholiek dagblad !” Ouders, kiest een Katholieke school voor uw kinderen. “Een eerste punt : stuurt uw kinderen niet te rap naar een andere school ! Het wettelijk leerprogramma dient overal gevolgd te worden zowel te Leest als te Mechelen. Dus de stof voor het leeronderwijs is overal dezelfde ! De gewone te volgen weg is dus : te Leest hun klassen uit te doen. Een tweede punt : voor zeer begaafden staat de weg open van moderne of oude Humaniora. Deze uitzonderlijke gevallen moeten om goed te zijn deze studies beginnen vanaf 11 jaar. Hier zijn er genoeg degelijke Katholieke onderwijsinrichtingen te Mechelen : College, Broeders van Scheppers en verschillende zustersscholen. Voor verder naschools onderwijs is er keuze genoeg tussen Katholieke scholen te Mechelen : -Voor vakkundig en technisch onderwijs : de Technische Scholen van de Melaan, waar alle vakken kunnen aangeleerd worden. -Voor land- en tuinbouwkundige studies : de Tuinbouwschool te Mechelen, met een bijgevoegde zondagsschool. -Voor onderwijzer : de Katholieke Normaalschool Mechelen. -Voor kook-, naai- en huishoudkundige lessen zijn er de verschillende scholen der Eerwaarde Zusters. Dus ouders, let op uw zaak ! U staat verantwoordelijk voor een Katholieke opvoeding van uw jongens en meisjes. Het is niet omdat er een paar keren per week een pater in een school komt dat het daarom een Katholieke school is ! Heel de geest en al de leerkrachten moeten er Katholiek zijn !”
In het maandblad van juli kon men lezen dat 73% van de Leestenaren de petitie voor de koning ondertekend hadden.
1955 – Van 16 tot 24 mei : De Boerinnengilde op bedevaart naar Lourdes.
Deelneemsters waren : Weduwe Van den Heuvel, Pelagie Verbruggen, Clotilde Van der Taelen, Louise De Rooster (Warande) en Pauline Diddens-Van Boxem (Warande). Van de B.J.B.-meisjes : Irma Selleslagh en Mariette De Prins (zie foto’s).
“Op maandag 16 mei vertrokken 5 leden van de Boerinnengilde en twee B.J.B.-meisjes naar Lourdes. Ze hebben ginds dagen gekend van gebed en veel genaden in dat gezegend oord van Maria. Ze hebben ook Leest niet vergeten. Ze hebben ginder ook twee wonderbare genezingen bijgewoond. De H. Kerk is zeer voorzichtig om zulk een genezing spoedig als mirakel uit te roepen. Er gebeuren veel genezingen te Lourdes, maar de H. Kerk roept steeds maar een paar van deze genezingen als mirakelen uit. De bedevaarders kwamen terug op dinsdag 24 mei. Hun trein had geen vertraging, en zo zagen we even na tien uur de eerste auto aankomen. Allen waren in beste voorwaarden : zelfs Tinneke Van Den Heuvel zag er niets vermoeid uit, en het eerste dat ze zegde was : “Ik ga volgend jaar terug !” Er volgde een kort lof in de kerk, om God te bedanken voor al de genaden. Samen werd er dan nog het “Te Lourdes op de Bergen” gezongen, het lied dat ze te Lourdes voortdurend gehoord hadden, gezongen in alle mogelijke talen.” (DB, nr.5,1955)
In “De Band” van juni verscheen volgend verslag : “Enkele weken terug kwam men mij melden : “donderdag vergadering en trekking van de Lourdesreis.” En ja, alle B.J.B.-meisjes trokken hoopvol naar “Ons Parochiehuis”. Na een inleidend woord van de leidster en het godsdienstig woord van Z.E.H. pastoor was het grote ogenblik aangekomen…Het lot besliste en het grote geluk viel mij te beurt ! Natuurlijk heel tevreden over hetgeen me te wachten stond keerde ik met enkele B.J.B.-zusters huiswaarts. Het was toch dank aan hen dat ik de B.J.B. van Leest mocht gaan vertegenwoordigen in het Genadeoord van O.L. Vrouw van Lourdes. De dagen vlogen, en spoedig werd de langverwachte droom een werkelijkheid ! Nog even de richtlijnen nagekeken, en dan een valies vol reisgoed inpakken, en vooruit, zo trokken we dan met 7 Leestenaren op 16 mei naar de trein. Eens gezeten maakten we nader kennis met onze reisgenoten, en dan…”Tuut” zei de trein en de statie vertrok ! Onze bedevaart werd ingezet door het bidden van het reisgebed, het rozenhoedje en het zingen van Marialiederen. Bij het vallen van de duisternis, terwijl de trein doorstoomde in een razende snelheid werd het avondgebed gebeden, en de avondzegen werd plechtig gegeven door Mgr. Sloskens. De lange nacht ving aan, maar al het vervelende en vermoeiende van de nachtreis werd reeds als een offertje aan O.L.Vrouw opgedragen. Zo werd het morgen, en onze bestemming kwam in het zicht. Allen drongen we voor het venster om met onze slaapogen een glimp op te vangen van dat machtig geprezen Lourdes. Het “Magnificat” werd krachtig ingezet, en langzaam bolde de trein het station binnen. Gauw naar de autocar en het hotel om ’s namiddags onze eerste vergadering te beluisteren. Onze bedevaart, zoals trouwens het ganse werkjaar stond onder de leuze : “Tot geven bereid”. Het helpen en vervoeren van de zieken werd door ons B.J.B.-meisjes gaarne gedaan, en vol edelmoedigheid reden ze voortdurend met de zieken naar de grot. Z.E.H. Dierckx, proost, sprak ons over de verschijningen van O.L. Vrouw en drukte ons tevens op het hart te bidden en boetvaardigheid te doen. De kaarskensprocessie, die wegens het slechte weder niet kon doorgaan, werd verschoven naar de volgende dag. Deze dag begon met de Heilige Mis aan de grot, gevolgd door de machtige kruisweg, met openluchtmis. Ik kan u verzekeren, het is een echte kruisweg ! En velen hebben de ganse kruisweg blootsvoets afgelegd. Na de kruisweg gingen we de innerlijke mens versterken, om tegen 15 uur een bidstonde en de sacramentsprocessie bij te wonen. ’s Avonds rozenhoedje met de indrukwekkende kaarskensprocessie. Op O.H.Hemelvaart begonnen we de dag met een H. Mis aan de grot, en om 8 uur H. Mis in de rozenkranskerk, met het offer van de intentiebrieven. De namiddag verliep met de vespers in de rozenkranskerk, gevolgd door de sacramentsprocessie. Onze vierde dag begon met een B.J.B.-vlaggenoptocht naar de parochiekerk. Het was werkelijk de moeite waard zulk een vlaggenweelde en kleurenrijkdom te zien schitteren in de zuiderzon. ’s Namiddags hadden we het grote geluk de zegening van de zieken te mogen bijwonen met handoplegging door Mgr. Sloskens aan het altaar van Bernadette. Het waren voor ons ontroerende ogenblikken te zien hoe berouwvol onze lijdende medezusters hun gebeden aan O.L. Vrouw opdroegen., om hun genezing af te smeken. Om 22u30 volgde de nachtaanbidding, met Pontifikale nachtmis in de rozenkranskerk. Als afwisseling volgde ’s zaterdags de grote excursiedag : uitstap naar Gavarnie. Met een zonnig weertje per autocar door de Pyreneën ! Hoe heerlijk is toch Gods natuur ! Op de terugreis hadden we te kampen met zware regenval, maar dat was gelukkig maar op het einde van de reis ! Onze laatste dag ving aan met een communiemis voor Pax Christi (de wereldvrede). Nog een laatste keer maakten we de Sacramentsprocessie en de Kaarskensprocessie mede, en dan gingen onze gedachten terug naar huis. Na de zegening van de vlaggedenkplaten konden we ons reisgoed inpakken. Het geluk in Lourdes te mogen vertoeven is voor ieder van ons een aansporing om ons later leven schoon en christelijk te beleven en uit te bouwen. Onze offers en gebeden voor onze ouders, onze B.J.B.-zusters, voor onze parochie, de H. Kerk, voor ons land met zijn geestelijke en tijdelijke noden hebben aan de voeten van O.L. Vrouw bijgedragen voor de verdieping en uitbreiding van de Mariale devotie onder de mensheid. Moge Maria ons helpen, om edelmoedig en blij onze voornemens getrouw te blijven ! O.L.Vrouw van Lourdes, zegen de B.J.B. ! Irma Selleslagh, afgevaardigde B.J.B.-meisjes.”
1955 – Donderdag 19 mei : Rerum Novarumfeesten te Mechelen.
In “De Band” verscheen een oproep aan alle burgers en katholieke verenigingen van Leest om massaal hulde te brengen aan “Zijne Eminentie” Kardinaal Van Roey (zie foto).
Die dag verkochten wijkmeesters van de K.W.B. voor elke mis het kenteken van Rerum-Novarum aan de prijs van 5 frank. In Mechelen was een grote Rerum Novarum-optocht georganiseerd die in het teken stond van de schoolstrijd. Onder de deelnemers vele Leestenaren waaronder ook een flinke afvaardiging van de K. Fanfare Arbeid Adelt. (“DB”)
1955 – 19 mei : De Kon. Fanfare Sint Cecilia haalde de 1ste prijs te Itegem.
1955 – Zaterdag 21 mei : Te voet naar Scherpenheuvel.
Een groep van 36 mannen en vrouwen vertrok aan de Sint Annakapel voor de jaarlijkse voetbedevaart naar Scherpenheuvel. Uit Leest namen deel : Modest Van Steenwinkel, Frans en Yvo Van den Broeck, Lisette Van Baelen, Augusta Polfliet, Neel Solie, Louis Keulemans, Emerance Van den Heuvel, Aline Van der Taelen, Louis D’Hondt, Frans Huys, Edward D’Hondt, Julia en Maria Doms, Viktor D’Hondt, Jan De Prins (Juniorslaan), Louis Van Den Heuvel, Paula Beterams, Melanie Selleslagh, Georgette Daelemans, Maurits De Prins, Charel Leemans, Jan Absillis, Frans De Boeck, Fred De Blezer (foto), Louis Nuytkens, Gust Peeters en Maria Van Den Heuvel. Van buiten Leest gingen mee : Guillaume Hermans en Achiel Teughels uit Hombeek. Coleta Van Beersel, vrouw Mertens en Octavie van Mechelen. M. Heylen en nog enkelen van Battel en Mechelen. Bij de terugkomst vond er in Aarschot nog een korte plechtigheid plaats ter gelegenheid van de verjaardag van bedevaartster Gusta Polfliet. Frans Van den Broeck sprak een ontroerende rede uit, zodanig dat Gusta moeite had om te antwoorden. Er werd haar een prachtig geschenk overhandigd, een tutter. Emmerance Van den Heuvel trakteerde daarop nog met patékes en iedereen was er gaarne bij.
“De Band” publiceerde apart nog een verslag van de bedevaart van dit jaar :
“Op zaterdag 21 mei te 4 u. ’s morgens vertrokken er te Leest 33 moedige bedevaarders voor de jaarlijkse voettocht naar het bedevaartoord van Maria te Scherpenheuvel. Ondanks het onzekere regenachtig weder kwamen ze met de gewenste stemming bijeen aan het Sint-Annakapelleke. Nog een laatste afscheidsgroet aan ouders en familieleden, en met het kruis vooraan stapten deze 33 Leestenaren al biddend de weg op naar Battel. De bedevaart was aangevangen ! Het ganse dorp was bij het vertrek nog in zijn nachtslaap gedompeld, doch naarmate het uur vorderde, kwamen er reeds stoere Vlaamse werklieden op de baan. Sommigen onder hen namen de muts af, ten blijk van eerbied voor Christus en de bedevaarders. Te 6u45 bereikten we Bonheiden, de eerste halte op deze lange tocht. Daar werden er nog 3 bedevaarders opgepikt, zodat de groep van Leest 36 eenheden telde. Na een korte rust werd verder opgerukt naar Keerbergen, waar we ons eerste eetmaal zouden nemen. En verder gaat de weg naar Tremelo. Op deze weg vergastte vadertje regen ons op een flinke bui, en in de plassende regen zongen we voort “Hoor ons roepen…” Bij de meesten liet de vermoeidheid zich reeds gevoelen, maar…”moedig doorbijten”, want we gaan naar Scherpenheuvel. Toen we Tremelo naderden kwam er een waterachtig zonnetje van achter de wolken loeren en konden we van die wassing bekomen. Hier zetten dan onze muziekkapel het “Te Lourdes op de Bergen” in. Dat maakte dat de weg eens zo goed vorderde. Tussen elke halte werd de rozenkrans gebeden en zo kwamen we spoedig in Aarschot aan. Na zo een ganse voormiddag in de goede lucht gemarcheerd te hebben, had onze knapzak het natuurlijk hard te verduren, want we hadden een reuzenhonger. Tegen 13 uur was het bijeenkomst aan het verder gelegen kapelleke, en voor de namiddagtocht aan te vatten, knielden we nog voor O.L. Vrouw om er genaden af te smeken voor onze parochie, en voor allen die een gebed van ons vroegen, en…weer de baan op. Elke stap bracht ons pijn maar ook vreugde, omdat we ons doel traag maar zeker naderden. “Wees gegroet Maria…” “Lieve Vrouwe, heb medelijden met ons arme zondaars…” Kilometer na kilometer tellen we af, onze voeten brandden, een laatste maal vertoefd te Rillaar, en dan met de laatste moed naar de H. Maagd. Rond kwart voor vier veroverden we Scherpenheuvel, waar Z.E.H. Pastoor ons kwam afhalen, om samen Maria te danken voor de goed-verlopen reis. We hadden rond 18 uur gedaan met al de godsdienstige oefeningen, en dan ging het naar de kramen. Het wachtwoord : “zoveel afdoen als ge kunt” werd goed in acht genomen. De jonge bedevaarders hebben daar zoals elk jaar plezier gemaakt…maar de inwendige mens werd ontevreden en begon te rammelen van honger. Zwart als we waren gingen we ons eerst nog wassen, dan eten, en …onze nest in. ’s Morgens om 03u30 stond iedereen gereed voor de H. Mis van 4 uur en dan terug. Het weder was koud, maar onze muziekkapel liet het zich niet aan het hart komen en speelde verschillende Maria-liedjes. We ontmoetten Leestenaren per fiets, en weesgegroetje na weesgegroetje werd meegepreveld, en elke stap bracht ons dichter naar ons dorpke. Te Tremelo kregen we de jaarlijkse gift van de Kompagnie : aspergesoep. Eén der leden werd er door Emmerance van de Croes getrakteerd met fruittaartjes. Dat bewuste lid was immers 19 jaar geworden ! Rond Bonheiden kwamen reeds verschillende familieleden ons tegen, en met vreugde en geestdrift en zingend kwamen we aan de Sint-Annakapel waar Z.E.H. Pastoor ons kwam afhalen. Na een kort Lof dankten we O.L. Vrouw voor de welgelukte bedevaart.”