|
Eerder deze maand verscheen “Hoeveel duizend Uren”, de vijfde roman van de uit Desselgem afkomstige Caro Van Thuyne of in Desselgem beter bekend als Caroline Benoit. Ze is een opgemerkte figuur in literaire middens met bekroningen als een Bronzen Uil en verschillende nominaties voor de Libris Litheratuurprijs. Dit jaar was ze resident in het Lijsternest, wat resulteerde in impressies ‘Te midden de stukken’. Haar nieuwste roman draagt Van Thuyne op aan Inas Abu Maamar en de kleine Saly uit de World Press Photo of the Year van de Palestijnse Reuter-fotograaf Mohammed Salem. Daarop is een vrouw te zien die haar levenloze en in witte doeken gewikkelde vijfjarige nicht vasthoudt. Maar bij uitbreiding ook aan ‘alle vermoorde onschuld’, ‘alle getraumatiseerde overlevers’ en ‘allen die moedig blijven getuigen’.

Caro Van Thuyne (Desselgem 1970) debuteerde in 2018 met de verhalenbundel Wij, het schuimen veroverde meteen een plek op de shortlist van de Anton Wachterprijs. In 2021 verscheen haar romandebuut Lijn van wee en wens. Dit zoekende boek over een rouwende vrouw werd lovend ontvangen door liefhebbers van bezielde, weerbarstige literatuur met een opvallende eigenheid en stijl. Het leverde Van Thuyne de Bronzen Uil 2021 op. Volgens de jury geeft haar debuut “op poëtische en sensuele wijze [...] de rauwheid van het bestaan weer.” En ook: “Hier klinkt een nieuwe stem, oud en tegelijkertijd eigentijds in het taalgebruik.” Het boek werd ook genomineerd voor de Libris Litheratuurprijs, en in 2024 vertaald in het Duits (Birkenschwester).
In 2022 volgde met ‘Hier begint de natuur’ een literair natuurdagboek. Met die unieke stem vertelt Caro Van Thuyne hierin over een ander thema dat haar zeer dierbaar is: de natuur. Caro trok zich een hele tijd terug uit het drukke leven van de stad en verhuisde naar het Houtland achter de Vlaamse kust. Daar woont en schrijft ze midden in de natuur. Van achter haar werktafel maar evenzeer met haar voeten en handen op en in de grond van haar tuin, of tijdens urenlange wandelingen, observeert ze het leven om haar heen, en hoe dat zich aanpast aan de veranderende seizoenen. In 12 hoofdstukken, een voor elke maand, beschrijft ze op een poëtische, mijmerende maar tegelijk trefzekere manier het uitzicht en de gedragingen van de planten en de dieren om haar heen, maar ook het licht, de lucht, de wolken.
In 2023 kwam met ‘Bloedzorg’ een hybride moederboek uit dat eveneens een felle aanklacht tegen het patriarchaat is en een coming of age van een schrijver. In de autofictieve roman bezingt Caro Van Thuyne in een niet-aflatende wervelwind aan woorden haar moeder, die na een herseninfarct haar eigen woorden verloren is. Ze was aanvankelijk aan een andere roman begonnen met als werktitel De kleine superheld. Het achtergrondonderzoek lag klaar toen plots “het brute leven” zich aan haar opdrong: na een val belandde haar moeder met een bloedprop in haar hersenen in het ziekenhuis. In plaats van de geplande roman ontstond Bloedzang vanuit de aantekeningen die Van Thuyne in deze periode maakte, een “moederboek” waarmee ze zich bewust in de lange traditie van schrijvers van moederboeken plaatst. Het leverde haar opnieuw een nominatie op voor de Libris Literatuurprijs.
Caro Van Thuyne: “Ondanks het winnen van de Bronzen Uil en 2 nominaties voor de Libris heb ik bezwaar tegen het zogenaamde keurmerk dat literaire prijzen zouden zijn. Het zijn slechts subjectieve toekenningen van subjectieve jury's met al te vaak commerciële bedoelingen. Ik wil dat mijn werk voor zichzelf spreekt en gewaardeerd wordt en niet dat het verantwoord of verdedigd moet worden door zoiets willekeurigs als een literaire prijs.”

Hoeveel duizend uren
Een jaar lang bekeek Caro Van Thuyne het wereldnieuws alsof het haar of jou persoonlijk overkwam. Een jaar vol geweld lang neemt ze je bij de hand en trekt je mee in elk nieuwsbeeld dat haar treft – zonder weg te kijken. Radicaal menselijk en in zinderend zintuiglijke stijl doet ze je voelen tot je breekt. En dan reikt ze je zachte handen. Hoeveel duizend uren is een stomp in de maag, een smeekbede voor empathie – maar ook een troostende handoplegging, en een duwtje in de rug om in actie te komen. De opbrengsten van dit boek komen ten goede aan Child Smile, dat zich inzet voor de kinderen in Gaza.
In het derde en laatste deel van het boek gaat Van Thuyne dieper in op de opzet van haar boek. Een jaar lang heeft ze de krantenfoto’s die haar raakten bewaard. Het was een jaar waarin het wereldnieuws werd gedomineerd door oorlogen, rampen, de klimaatcrisis en nationalistische egotripperij. Van Thuynes doel is tweeledig. Niet enkel wil ze de afbeeldingen beschrijven als een tegengewicht tegen de vluchtigheid van krantenfoto’s, ze wil ook haar lezers laten voelen zoals ze zich zouden voelen wanneer de ellende en het leed betrekking zouden hebben op zichzelf en hun geliefden.
Caroline begint met de foto van de Palestijnse Reuter-fotograaf Mohammed Salem waarop een vrouw is te zien die haar levenloze en in witte doeken gewikkelde vijfjarige nicht vasthoudt – ze stierf na een Israëlische raketaanval in Gaza. Inas Abu Maamar en de kleine Saly. Elke naam is belangrijk. De foto werd bekroond met de World Press Photo of the Year. Van Thuyne draagt het boek aan hen op. Maar bij uitbreiding ook aan ‘alle vermoorde onschuld’, ‘alle getraumatiseerde overlevers’ en ‘allen die moedig blijven getuigen’.
Vervolgens krijgt de lezer een duizelingwekkende aaneenschakeling te verwerken van weerzinwekkende beelden. Er zijn de oorlogen in Gaza en Oekraïne maar veel beschrijvingen zouden over om het even welke oorlog kunnen gaan. De woorden die worden gebruikt: puin, bloed, verkrachting, amputatie. We lezen over het droppen van voedselpakketten, het aanschuiven om wat eten te bemachtigen, de wanhoop van de ontheemden en de woede over alle gewonde of gestorven mensen. Tussen het oorlogsgeweld staan ook beschrijvingen van dierenmishandeling, klimaatactivisten, bootvluchtelingen, daklozen, bosbranden. Dikwijls weet de lezer niet welke foto wordt beschreven maar sommige beelden zijn zo iconisch geworden dat elke lezer de foto voor zich ziet.
|