|
Annick was een duivelskind. Zij droeg het kwade in zich, in haar genen, in haar poriën, in haar hele wezen. Met alle duivels van de hel had ze de liefde bedreven, ze had het kwade in zich laten komen. De hel was haar thuis, daar leefden haar duivelse bondgenoten. Ze droeg kleine satannekes binnen in zich, waar de ongeboren vruchten zich nestelden en voortwoekerden als hardnekkige kankergezwelletjes, van waaruit ze greep hadden op haar hele leven, op haar hele doen en laten... Annick was een kwaadaardige wolf in schaapsvacht, ze koos meedogenloos haar slachtoffers uit, viseerde hen, tiranniseerde hen, en dan, op het allerpijnlijkste moment, gaf ze hen de genadeslag... Tot zover een beetje beeldspraak om de werkelijkheid te illustreren.
Als nieuwe leerling verscheen Annick in het eerste middelbaar van het lyceum van de jaren 90. Directrice Prutsmans stond toen aan het roer van het lyceum te zwengelen, om haar school in de juiste koers te houden, iets waarin ze nooit slaagde. Het mens kon geen school leiden, haar talenten misbruikte ze om zich voltijds bezig te houden met sociale randgevallen die gedoemd waren om toch nooit verder dan de rand van de goot te kruipen, om daarna weer terug te plensen in alle vunzigheden van de goot.
Annick was één van die gevallen, en dus genoot het meisje van privileges waarvan andere meisjes alleen maar konden dromen. Zo kon Annick de stille terrorist van de klas uithangen. Onopvallend wist ze de klas te manipuleren en naar haar hand te zetten. Giechelen, babbelen, verstrooid zijn, anderen plagen, de lessen storen... En toch was ze geen lawaaimaker, ze liet de anderen opdraaien voor het tumult. Zo subtiel ging ze te werk.
De mannelijke leerkrachten van het lyceum waren vertederd door Annick, het lieve blonde meisje met het engelengelaat. Ze wisten helaas niet dat ze door de duivel gedreven werd. Het viel me op dat Annick in de klas telkens een strategisch plekje koos, vlakbij de lessenaar van de leraar. Zij zocht de lichamelijke nabijheid op van elke leraar, in de hoop dat toevallige vluchtige en onschuldige aanrakingen meteen gebruikt konden worden om de leraar aan te klagen voor aanranding, of zelfs voor misbruik. Die kneepjes had ze van haar moeder geleerd, die haar dochter inprentte dat alle mannen potentiële verkrachters zijn en dat ze hun verdiende loon moeten krijgen.
De fantasie van Annick was grenzeloos. Die putte ze uit de giftige verhalen van haar moeder. Met haar fantasieverhalen ging ze dan naar directrice Prutsmans die onvoorwaardelijk geloof hechtte aan de verzinsels van Annick. Lasteraars, leugenaars en roddelaars worden altijd geloofd. Zo kwamen enkele leraren met goede faam in de problemen en in levensgrote nesten, en die konden het dan thuis gaan uitleggen bij hun vrouw. Wees dan al integer en rechtschapen zoals alle zaligen in de hemel, je reputatie is voor de rest van je leven verknoeid, dankzij de verzinsels van een pubermeisje, verzinsels die nooit onderzocht werden, maar klakkeloos voor waarheid aangenomen werden.
|