|
Gisteren stond ik aan te schuiven in een lange rij aan de kassa. Fileleed aan de kassa. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om alle mensen in de rij eens goed te bekijken. Mensen begluren doe ik graag, vooral als er boeiende exemplaren bij zijn, zoals menselijke tussensoorten en onzijdige twijfelgevallen.
Een omgebouwde vent stond wiebelend zijn beurt af te wachten, pronkend met zijn nieuwe gedaanteverwisseling, helemaal niet onwennig of zo, maar zelfverzekerd en de omgeving dominerend met zijn grote gestalte. Onder een mouwloos t-shirtje waren bandjes en zijkanten van een gore bh duidelijk zichtbaar. Jammer dat zijn boezem nog niet volgroeid was, en zijn vormeloze benen pasten ook niet goed in het korte broekje. Zijn lange krulharen waren samengebonden in een lange paardenstaart, echt meisjesachtig. Maar op zijn kin stond dan weer een dikke bos baardharen. Vergeten te scheren.
Als deze transvrouw ooit geveld wordt door een vlaag van geslachtsverbijstering, zal hij niet meer goed weten wie hij is, een man of een vrouw, of een kruising tussen beiden. Zal hij heimwee krijgen naar zijn piemelke en zijn ballekes? Of toch liever borstjes en een vochtig vaginaatje?
De rij aan de kassa schoof tergend langzaam op. Toen schoot me ineens het woord 'transitiespijt' te binnen, een woord dat net niet verkozen werd tot het Woord van het Jaar 2024. Neen, dat mocht niet van verontwaardigde transbelangengroepen die vreesden dat menig getransformeerde spijt zou krijgen van zijn/haar geslachtsveranderende ingrepen.
|