|
Vroeger was er in de nonnenschool één lesuur per week 'schoonschrift'. Als kind leerden we een pen vasthouden en leerden we letters keurig vormen. Tussen de lijntjes. Een correcte handgreep en mooi handschrift, de basisvaardigheden van schrijfvaardigheid. Zowat alle leerlingen slaagden erin deze vaardigheden te beheersen. We hoefden dan ook niet onze tijd te verlummelen met urenlang naar schermpjes staren en op knopjes klikken. De digitale wereld was toen nog veraf.
Maar met de digitalisering van het onderwijs verwaterde de aandacht voor het handschrift van de leerlingen en ging het holderdebolder bergafwaarts met schrijfmotoriek en leesbaar schrift. Steeds meer kinderen gingen onleesbaar schrijven en werden onhandig met potlood of pen. Schrijfproblemen swingen de pan uit. En het wordt alleen maar erger.
De afgoderij van digitaal onderwijs heb ik gigantische vormen zien aannemen. Zo was er vroeger in het Hasseltse lyceum directeur Wijsneus die dweepte met alles wat met computer te maken had. Het liefst zou hij pen en papier buiten zwieren en zoveel mogelijk computers en laptops in school halen. Leerkrachten met een aversie jegens de digitale wereld noemde hij 'analfabeten'.
In Nederland maken handschrift-deskundigen zich zorgen: steeds meer leerlingen schrijven slecht met een pen. Daarom is er een schrijftoets ontwikkeld voor alle basisschoolleerlingen, waaruit hun schrijfvaardigheid kan afgeleid worden. En met die informatie kunnen schrijflessen verbeterd worden.
Schrijfproblemen duiken wereldwijd op waar digitalisering van het onderwijs een flinke opmars maakt. Internet, schermpjes, knopjes... ze maken de schrijfvaardigheid kapot!
|