Het spionnencentrum Unia heeft weer eens toegeslagen.
Na doodlopende gesprekken met de vzw Moeders voor Moeders over het hoofddoekenverbod stapte Unia naar de rechter die oordeelde dat Moeders voor Moeders discrimineert op basis van geloof. Een veroordeling wegens discriminatie.
Moeders voor Moeders moet van de rechter een dwangsom van 500 euro betalen per geval dat ze hulpbehoevende vrouwen met een islamitische hoofddoek niet de toegang geven tot volledige hulp. Tot nu toe hanteerde Moeders voor Moeders een hoofddoekenverbod om een thuisgevoel te creëren voor moeders die zich niet op hun gemak voelen in de buurt van hoofddoekgevallen. Islamofobe gevoelens kan je niet zomaar onder de mat vegen. Ze ZIJN er, die gevoelens!
Vrouwen met een hoofddoek werden in de vzw enkel toegelaten in de inkomhal als zij weigerden hun hoofddoek af te nemen, dus kregen ze alleen maar hulppakketten in de inkomhal, zonder gebruik te mogen maken van andere voorzieningen.
De wereldvreemde rechter die de veroordeling wegens discriminatie uitsprak zei dat het niet kan "dat islamitische moeders een stuk van hun thuisgevoel moeten afgeven, om het thuisgevoel van anderen te garanderen"... Dat zegt genoeg over zijn menslievendheid voor moslims.
Door deze trieste rechtszaak bestendigt Unia de integratie-onwil van islamitische moeders die koppig en provocerend dat onding op hun kop willen blijven dragen. Zij discrimineren zichzelf. Hun hoofddoek is eerder een symbool van islamitische arrogantie dan een religieus symbool. Het is een asociale respectloze minachting voor de westerse medemens, een ordinaire vermomming om zich te verheffen boven niet-moslims. In deze islamitische verhevenheid beleven zij hun moslimidentiteit optimaal.
En de rechter gaf hen gelijk. En Unia knikte tevreden.