|
Nu ga ik iets vertellen over één van mijn eerste ervaringen met een islamleraar.
Op een zwoele zomerdag werden Lieve en Wies op pad gestuurd naar het atheneum waar de islamleraar op hen wachtte. Het beloofde een moeilijke dag te worden, met moeilijke mensen en onmogelijke gesprekken. Hier komt gesodemieter van... De mussen op het dak van het schoolgebouw voorspelden al kwekkend een akelige dag: "Lieve, zet je schrap want er gaan rare dingen gebeuren vandaag." Mussen kunnen in de toekomst kijken, dus luisterde ik naar hen. Ik haalde mijn opperste alertheid tevoorschijn en begaf me in het hol van de leeuw, samen met Wies aan mijn zijde. Het liefst was ik in m'n eentje de arena binnengestapt, maar collega Wies wilde graag het spektakel meemaken.
En inderdaad, daar begon het Turks gezeik al. De islamleraar weigerde om te bemiddelen in een Turks gezin, waar de zoon iedere woensdagmiddag koranlessen volgde en daarom geen tijd had om zijn huiswerk te maken. De islamman werd gesteund door mensen van het integratiecentrum die ook aanwezig waren. Deze integratiemensen kozen uiteraard partij voor het Turks gezin. Ik heb me altijd afgevraagd waarom het 'integratie'centrum eigenlijk bestond. Uitzichtloze discussies volgden, en intussen bleven de integratiemensen bij hun eenzijdige standpunt.
Het wartaaltje van de islamleraar maakte de miserie compleet. Toén was de maat vol. Lieve en Wies besloten eensgezind om ermee te stoppen. Zonder afscheid te nemen vertrokken we naar betere oorden. En als er een cafeetje op je weg ligt, moét je er binnengaan, aangezogen door geheimzinnige krachten, en zo. En daar zaten we dan, Lieve en Wies, op gelijke golflengte, achter een schuimende kelk. De spanningen vloeiden zó van ons af en de frustraties van vanochtend ook.
Lieve en Wies waren trots op hun geslaagde wraakactie van vandaag. Zij wensten de lastigaards van vanmorgen naar de maan, ze mochten ook allemaal naar de pomp lopen, of de boom in kruipen.
|