|
Ik weet het, eigen lof stinkt, maar op mijn zoveelste verjaardag wil ik toch nog eens terugkomen op mijn verhaal.
Ik werd geboren in Kalmthout op de vastenavond van 1940, 3 maanden vóór WOII in dit land begon. Daarvan weet ik niets meer. Wat ik nog wél herinner, is de bevrijding, toen mijn vader, een schoenmaker, beschuldigd werd van collaboratie – wat niet waar was – nooit vervolgd of veroordeeld werd, maar wel alles kwijt speelde. Ons verhaal kwam in het repressienummer van ’t Pallieterke van 5 september 2019. Ik ben er toenmalig hoofdredacteur Karl Van Camp nog altijd dankbaar voor.
In het lager- en middelbaar onderwijs sloeg ik telkens één jaar over en stapte er op mijn 16de uit. Ik ging toen gewoon werken in Antwerpen en was 17 toen ik daar leerde autorijden. Een rijbewijs was toen nog niet verplicht.
Mijn legerdienst, die ik volbracht ik in 1960, beëindigde ik als KROO (kandidaat reserve onderofficier) bij de zware Patton tanks van de Tweede Lansiers, grotendeels in het toen nog bezette West-Duitsland. Na die legerdienst kwam ik bij vader in dienst, die ondertussen een immobiliënkantoor begonnen was. Ik deed de administratie en reed rond met de kandidaat-kopers. Toen het nieuws zich verspreidde dat de Aga Khan, het hoofd van een oosterse religieuze sekte, op het Italiaanse eiland Sardinië enkele honderden hectaren kustgrond had gekocht om er een vakantieparadijs van te maken, besloten we daar ook eens te gaan kijken. Dat viel zo mee, dat we er kustgrond kochten, er een NV (SpA heet dat in het Italiaans) oprichtten en die gronden begonnen te verkavelen en te verkopen in België.
Ik was 23 en vertrok in 1963 met vrouw en dochtertje van 9 maanden naar Sardinië, waar we 9 jaar gewoond hebben. Dat sprookje werd een avontuur toen bleek dat we de verkavelingskosten onderschat hadden. In 1972 kwamen we met z’n vijven – er waren twee kindjes bijgekomen - terug naar België, waar ik in eerste instantie bij een import-exportbedrijf uit Geel werkte dat zaken deed met Noord-Italië. In dezelfde regio bevond zich de assen- en cabinefabriek van DAF-Trucks die iemand zocht om bezoekers rond te leiden. Die moest viertalig zijn (Nederlands, Frans, Engels en Duits) en ook de kantine beheren. Ik solliciteerde en kreeg de job meteen. Wat later had ik het geluk dat DAF een eigen vestiging begon in Italië, wat er tenslotte toe leidde dat ik naar de hoofdzetel in Eindhoven verhuisde. Daar werkte ik nog 5 jaar bij de afdeling Bezoeken, waarna ik overschakelde naar een job bij ITS (International Truck Service), een werk dat ik deed tot ik op mijn 65ste met pensioen ging.
|