Oeverlanden van het Tjeukemeer bij Rohel hebben aantrekkingskracht op velen.
Dit keer geen foto sessie van badgasten aan de schone stranden van de Friese Meren maar een melding van een opmerkelijke vrouwelijke gast uit Belgie. Opmerkelijk daar ze zelfs een mooie Belgische ring droeg. Aan de noordoever van het Tjeukemeer troffen we in de vroege morgen van 15 juli een vrouwtje aan die luidsterd naar de naam Sylvia. Haar achternaam is Atricapilla. Ach wel manneke het gaat hier om een vrouwelijk vogelsken met de schone naam Sylvia atricapilla. Wel eentje die van zonnebaden houdt doch altijd haar "kleertjes" aanhoudt. Haar herkomst is duidelijk Belgisch daar de inscriptie op de ring (Brussels 1000) ook al is dat maar klein, duidelijk te lezen is.We mochten de inscriptie zelfs van dichtbij bekijken. Werkelijk een uit duizenden ! Zo vaak hebben we hier geen Belgische gasten van dit caliber. Daar we nog niet achter de juiste plek zijn gekomen waar in Belgie ze vandaan komt, we hebben wel de inscriptie gegevens (2286574) van haar mooie ring genoteerd en melden dit trouw, in de hoop ooit nog eens iets van haar te horen. Nieuwsgierig geworden? Kijk eens op bijgaande verslag.
De afgelopen weken is het qua ringwerk aan vogels behoorlijk druk geweest . Aan het Tjeukemeer is op 26 juni en 7 juli weer de 8e en 9e CES dag volbracht met veel vogels. Hieronder een samenvatting van de verslagdagen. Aan soorten niet te klagen de afgelopen perioden, zelfs de Grote Bonte Spechten lieten zich zien.
Jammer dat door het slechte weer van de afgelopen dagen er nogal wat nesten van de Kleine karekiet zijn vernield door de harde wind/regen en zelfs hagelbuien. Dat resulteerde in veel lagere vangsttotalen voor deze soort. De Kleine karekiet is vaak een van de meest geringde vogels aan het Tjeukemeer. Dit jaar lijkt het anders te worden. Hopelijk komt er in het najaar nog een flink aantal uit de goede broedgebieden langs.
Op 19 juni werden er aan de noordoever van het Tjeukemeer zeker een 94 vogels onderzocht voor het wetenschappelijk ringonderzoek. Zeker 44 vogels (ruim 46%) waren eerste jaars waaronder opvallend veel Tjiftjaffen en Fitissen. Bij de Zwartkop waren de volwassen vogels in de meerderheid waaronder opvallend veel wijfjes met broedvlekken, slechts 1 vogel was eerste jaars. Het aantal soorten wat gevangen werd was hoog (20) waaronder zelfs een Kuifmees , Boomkruiper , een Groenling en een paartje Putters. Ook overvliegend was er het nodige te zien, in de eerste uren zelfs twee Roerdompen (!) en een Lepelaar die overvlogen. Een verslag van de vangsten gaat hierbij.Jammer was dat de mooie vangmorgen werd overschaduwt door een Ree die door een netopstelling schoot en een gat veroorzaakte van zeker 3.0 meter.
Eerste jonge Koolmees en Pimpelmees aan het Tjeukemeer.
Oude vogels met jongen zwerven langs oever.
Op 5 juni was ik smorgens vroeg aanwezig aan de noordoever van het Tjeukemeer om ringonderzoek te doen voor het Vogeltrekstation Wageningen betreffende het CES (Constant Effort Site)onderzoek.Aan de hand van de verzamelde gegevens op diverse lokaties in Nederland kan men statistisch onderzoek doen betreffende verschillende soorten in allerlei biotopen.De oever van het Tjeukemeer is een typische rietoever met begroeiing van wilg en els waar verschillende soorten voorkomen. Typische soorten die gevangen worden zijn o.a. Kleine karekiet, rietgors, Fitis, Tjiftjaf, Rietzanger, Zwartkop , Tuinfluiter en Bosrietzanger. Na het broedseizoen komen er ook meer mezen voor waaronder meerdere Koolmees en Pimpelmees, vaak in de juni maand vergezeld nog van hun jongen. ok op 5 juni waren de eerste oude vogels met jongen van deze beide soorten aanwezig. Hieronder het dagverslag van 5 juni.
Ringdagen 17 en 26 mei aan Tjeukemeer in Friesland.
Op 17 en 26 mei jl. is er aan de Tjeukemeer oever bij Rohel weer een CES onderzoek (NIOO/KNAW) uitgevoerd voor het Vogeltrekstation Wageningen. Tot 17 mei waren er nog maar weinig kleine karekieten terug uit het overwintergebied. Op 26 mei werden er al een tiental gevangen en was de zang in de vroege ochtenduren al weer volop te horen. Een van de vogels droeg al een ring en bleek op 7 juni 2008 als volwassen mannetje op dezelfde plek geringd te zijn. Meteen als de Kleine karekieten terugkeren dan worden de Koekoeken actiever aan de noordoever van het Tjeukemeer wat promt een vangst opleverde van een naar nestjes zoekend eksemplaar op de ringplek. Het was nog een vrij jonge vogel van vorig jaar.
Naast de Kleine karekieten waren ook de Sprinkhaanzangers, Zwartkoppen, Rietzangers en Grasmussen al volop aan het nestelen of broeden. Koekoeken leggen hun eieren in nesten van zangvogels en broeden hun eieren niet zelf uit. Keuze genoeg dus aan het Tjeukemeer.
Van beide vangdagen zijn verslagen toegevoegd zodat een ieder de bijzonderheden kan lezen. De vangst van een prachtige Koekoek maakte op de warme ochtend veel goed. Verder kroop er een meer dan 1 meter lange Ringslang rond die zich gemakkelijk liet fotograveren.
Zeldzame Koereiger laat zich in Rottum fotograveren.
Op 13 mei ontdekten Kor en Aletha van de Meulen uit Rottum (bij Heerenveen) een vreemde vogel die achter en bij de koeien in het land aan de Badweg liep. De vogel liet zich op afstand gemakkelijk door hen fotograveren en toen bleek dat het om een voor Skarsterlan (en Friesland) zeldzame Koereiger te gaan.De soort wordt zelden in deze omgeving waargenomen en doet zijn naam eer aan en wordt regelmatig in de omgeving van koeien gezien. De Koereiger is een insectenetende vogel die als broedvogel vanuit Frankrijk langzaam oprukt naar het noorden. Toch worden Koereigers nog naar zelden in ons land gezien. In 1998 broeden er voor het eerst Koereigers in ons land , onder anderen in de Wieden in noord West Overijssel (SOVON,2002) zo staat vermeld in de Atlas van de Nederlandse Broedvogels. Het is nog de vraag of er in de directe omgeving van het Ooster en Westerschar nog een partner aanwezig is, de vogels broeden graag in Aalscholver of Blauwe reiger kolonies. De vogel begint eind april/begin mei met het broeden en ze leggen in de regel 4 a 5 eieren die ze tussen de 21 en 24 dagen bebroeden voor de jongen uitkomen. Ze nestelen zowel in lage struiken als hoge bomen en maken hun nest ook wel in dichte rietpartijen in moerassen en natuurgebieden. Het is de komende weken dus opletten of de vogel (s?) nog aanwezig zijn of dat het hier gaat om een zwerver die op zoek naar voedsel regelmatig op andere plekken opduikt. Ik wordt graag op de hoogte gehouden van nieuwe meldingen van deze wel bijzondere reigerachtige.