Op 26 november kreeg ik van Mevr. van der Veer van de Vogelopvang Marssum bericht dat er bij Leeuwarden (de Hemrik) een zwakke slechtvalk gevonden was en in eerste instantie bij het asiel in Marssum binnengebracht was. De vogel droeg een opvallend blauwe kleurring met zwarte inscriptie LJ en naar later bleek een metalen pootring met inscriptie Helsinki Finland D-260873. De nog jonge slechtvalk is dezelfde dag nog naar het asiel in Ureterp overgebracht en was erg mager aldus Mevrouw van der Veer.Ze vroeg me om de gegevens alvast door te geven aan de Finse ringcentrale zodat we meer zekerheid zouden hebben over de herkomst. De kleurring bleek op 7 juli 2013 aangelegt te zijn bij een nestjong mannetje te Muonio (West Lapland) in Finland aldus Petteri Lehikoinen van de Finse ringcentrale (Ringging Centre Finland) die me spontaan een berichtje terugzond. Opmerkelijk was dat hij de melding van DEZELFDE vogel zeker 5 x van verschillende personen binnen kreeg zo meldde hij me, dat is niet gebruikelijk.Lijkt me toch een beetje overbodig zo'n veelfout aan meldingen, wie waren de vijf melders?. Daarmee worden ringcentrales onnodig opgezadeld met veel adminstratie werk en kan er door allerlei miscommunicatie verwarring ontstaan over de werkelijke vindplek en de conditie van de vogel. Ondanks de intensieve en goede verzorging in het asiel in Ureterp heeft de vogel het helaas niet gered , op 29 november 2013 is de vogel gestorven. De jonge slechtvalk bleek nog maar op 1/3 van zijn gewicht aldus Mevr. van de Veer . Enkele fotos bijgesloten van de vogelopvang Marssum van Mevr. van der Veer.
Nog steeds lage aantallen op de Friese roestplaatsen.
Na de oproep in de Leeuwarder Courant van afgelopen woesdag kwamen er uit Friesland nog een 11 tal meldingen binnen van roestplekken . Zo zijn er nog plekken gevonden in Ferwerd,Poppenwier, Oudemirdum, Joure, Sint Anna Parochie, Tjerkwerd, Mantgum, Heerenveen, Warns, Beetgumermolen en Dedgum. De aantallen op deze roestplekken zijn nog bijzonder laag te noemen. De hoogste aantallen werden in Mantgum en Ferwerd geteld en daar waren slechts zeven! Zouden we deze winter afstormen op een absuluut laagte record? Voor Joure ben ik de afgelopen dagen nog niet op pad geweest, doch ik vermoed dat er op veel meer plaatsen in Friesland toch nog wel kleine aantallen aanwezig zijn. Meldingen zijn altijd welkom en dragen bij aan het ransuilen roestplekken onderzoek in Friesland wat al jaren wordt uitgevoerd.
03-11-2013. Buizerden hebben het moeilijk om aan voedsel te komen?.
Vanmiddag kreeg ik een berichtje binnen via de mail dat er bij Joure in een stukje bos aan de Sewei bij de Rozenbosk door Mevr. Y de Hoog uit Scharsterbrug een buizerd gevonden was. De vogel lag met de pootjes omhoog in een klein parkje aan de zuiderveldkant langs de rijksweg. De vogel werd me spontaan gebracht voor nader onderzoek. Het bleek om een nog jonge buizerd te gaan die dit jaar geboren was. Het beest was totaal verslapt en broodmager. Ik noteerde een gewicht van slechts 465 gram. Vleugellengte 390.0 mm. Staart 226.0 mm. Uitwendig waren er geen letsels of andere kenmerken te zien die duiden op een traumatische dood. Mogelijk is de vogel afkomstig uit een nest wat in 2013 in dezelfde omgeving zat. Zou de buizerd dit jaar evenals de torenvalk ook de winter ingaan met slechte voedsel omstandigheden? Ben benieuwd of er in de afgelopen weken ook meer dode sterk vermagerde buizerden gevonden zijn. Op en langs rijkswegen zie je steeds meer buizerden op paaltjes zitten te rusten. Veel vogels azen op vogels die gesneuveld zijn op de rijkswegen en worden zo helaas slachtoffer . Zo vond ik in het archief nog een melding van een verkeersslachtoffer die door de Jouster L. de Ree was gevonden. Op 20 februari 1985 werd op de hoge brug in het Tjeukemeer een volwassen Buizerd met ring Helgoland 3093366 gevonden , de vogel bleek op 2 juni 1984 in de omgeving van Sleeswijk Holstein in Duitsland als volwassen vogel geringd te zijn. Verkeersslachtoffers komen onder buizerden veel voor.
Zanglijster trek in oktober in groot aantal door..
23 oktober 2013 Veel zanglijsters trekken in oktober door. De laatste weken worden er op tal van plekken in tuinen en parken zanglijsters gezien. Waar komen al die vogels toch vandaan hoor ik regelmatig?
De zanglijster is een soort die in Friesland zeker
als broedvogel bekend is. De soort past zich sterk aan en kan naast bossen,
parken, tuinen en boerenerven ook steeds meer in moerasgebieden met struikgewas
begroeiing (vooral braam) als broedvogel worden aangetroffen. Zanglijsters zijn
iets kleiner als een merel en hebben een opvallend izabel gelige borst met
donkere vlekken/stippen op flanken en borst. De rug is bruin en bij het opvliegen,
valt de oranje gelige ondervleugel sterk op. Ook de Koperwiek (Readwjuk) heeft een opvallend gekleurde
ondervleugel doch deze is meer roodachtig oranje en veel helderder van kleur en
onderscheidt zich van de zanglijster door een meer opvallend lichte oogstreep
en roodbruine flanken. Koperwieken zijn ook iets kleiner dan zanglijsters.
Zanglijsters zijn vroege broedvogels en bij zachte
Friese winters zijn de mannetjes soms al in februari terug in hun territoria en
kunnen begin maart de wijfjes al broeden op vier tot zes helder blauwe eieren
met zwarte vlekken. Het wijfje legt meestal maar 1 ei per dag en begint pas te
broeden als het laatste ei is gelegd, de broedduur is ongeveer 14 dagen en na
15 dagen vliegen de jongen uit waarna ze nog regelmatig van voedsel worden
voorzien door de ouders. Er kunnen per jaar meerdere legsels, soms wel drie,
geproduceerd worden en tot diep in september kunnen er nog pas uitgevlogen
jongen worden waargenomen.
We weten
eigenlijk nog maar heel weinig van de overwinterplekken onze eigen Friese
broedvogels en nestjongen omdat deze namelijk maar zelden meer geringd worden.
De gegevens die bekend zijn geven aan dat onze Friese broedvogels deels in
eigen land (zachte winters) overwinteren en in België, Frankrijk en Engeland
worden opgemerkt. Vanaf oktober wordt de doortrek uit noordelijker streken heftiger.
Deze vogels zijn dan vaak afkomstig uit; Duitsland, Denemarken, Zweden,
Noorwegen, Finland of Rusland zo is aangetoond.
Zanglijsters die veel noordelijker van ons broeden (Rusland,
Noorwegen, Finland, Zweden) en die hier in sommige winters overwinteren behoren
tot een andere ondersoort (Turdus
philomelos philomelos) en zijn onder anderen meer grijsachtig op de rug.
Vondsten van deze noordelijke ondersoort zijn voor Friesland zeldzaam, ik vond
er twee in mijn archief. Een jonge vogel die geringd was op 1 oktober 1990 in
het Russische Kabli, Parnu in Estland vloog zich al na dertien dagen dood tegen
vensterruiten in Leeuwarden bij fam. J. K. Dijkstra. Hemelsbreed een afstand
van 1286 km. De tweede (noordelijke)zanglijster die op 12 februari 1980 in Zwaagwesteindebij G. van der Bei tegen de ruiten vloog en
kennelijk in zijn overwintergebied washad meer geluk, hij overleefde de klap. Deze vogel bleek geringd te zijn op 6 oktober
1979 te Svenska Hogarna in Zweden op 1076 km van Zwaagwesteinde. Ringvondsten
uit het buitenland kunnen ons dus veel zeggen over de herkomst van de zanglijster ondersoort. Vooral de slachtoffers tegen vensterruiten in de wintermaanden zouden meer gecontroleerd moeten worden.
Onlangs kreeg ik van Anne van de Zee uit Rijs enkele foto's toegezonden (gemaakt met mobiele telefoon) van een vreemde kreeftachtige die vorige week zondag door zijn broer in een muskusrattenval werd aangetroffen. De foto's zijn meteen doorgestuurd naar kenner John Melis die me bevestigde dat het om een Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft ging.
In Gaasterland tref je deze opmerkelijke exoot niet zo vaak aan. Recentelijk lijkt hij op heel veel meer plekken aangetoond te zijn in Friesland, ,o.a. ook in Joure door Tsjepke van der Honing. Al eerder had Anne van der Zee kennis gemaakt met een jong exemplaar zo meldde hij me; " Afgelopen zomer schepte ik met de hand bladeren uit het
'afvoerputje' van de boot (de zelflozende open verbinding met het water via een
slang) toen ik in m'n vinger werd gebeten door een dier zo groot als een forse
slak, met een gesegmenteerd lijf, zonder poten. Deze zat tussen de bladeren en
was door de slang naar binnen gezwommen/gekropen. Een paar dagen later zag ik
een soortgelijk dier zwemmen vlak onder het wateroppervlak".
Mogelijk zijn er op meer plekken in Gaasterland en de Zuidwesthoek van deze exoten aangetroffen. Reacties zijn welkom. Ook oude gegevens van vroeger zijn welkom.
Onbekende kleurring gevonden op voetbalveld. Vandaag kreeg ik een email uit Dokkum binnen van Lammert Damsma. Hij zond me enige foto's van een soort steltloper die een opvallende kleurring (geel) met vlag aan zijn loopbeen droeg, hij had de vogel enkele weken terug dood gevonden op het voetbalveld. Aan de andere poot zat(en) geen ring(en). Dus een steltloper die alleen 1 gele kleurring (met vlag) droeg, de inscriptie op de vlag was zwart en bestond uit de letters AAE. In eerste instantie dacht ik dat het om een Tureluur kan gaan , doch ik twijfel of dit wel het geval is. Ook weet ik dat Steenlopers wel eens met dergelijke "gele vlaggen" gemerkt worden, doch daar zit m.i. altijd een metalen ring bij. De vleugel (deels) die bij deze kleurring behoord is toegevoegd. Mijn vraag is wie heeft deze vogel waar op deze wijze gemerkt, en is het werkelijk een Tureluur? Mochten er vogel ringers of onderzoekers die inlichtingen kunnen geven dan hoor ik het graag. In de Bijlagen de foto's van de vleugel en de kleurring.
Jeugdvogelwacht Joure op bezoek bij ringonderzoek.
08-10-2013 Groep jeugdvogelwachters maakt kennis met het ringonderzoek aan vogels.
Op 6 oktober ben ik morgens al vroeg afgereisd naar het Tjeukemeer bij Rohel om daar de mistnetopstelling klaar te zetten zodat de jeugdvogelwachters van de vogelwacht Joure een ringochtend kunnen meemaken. Gelukkig had ik vanmorgen assistentie van de vaste helpers Willem Kok en Ronnie Kuipers. Om 4.30 uur waren we al aanwezig en de netopstellingen werden nog tijdens een kleine periode met grondmist opgezet. Gelukkig trok de mist vrij snel op en konden we de druppels die achterbleven in de netten snel afschudden. Netten worden nat van de mist en vallen daardoor voor de vogels snel op. Als geluid is vanmorgen het geluid van de Zwartkop gebruikt. De trek was vanmorgen niet erg heftig. Wel reageerden de Rietgorzen sterk op het geluid. Om 7.30 uur kwam een groep van 9 jeugdleden en een drietal begeleiders onder leiding van Jan Veldman naar de ringplek. Direct al was er een van de jeugdleden zo snel dat ie de diepe greppel niet zag en al een "kletspoot" had. Een groep ging onder leiding van Willem en Ronnie bij de netten langs en de andere groep bleef bij het ringen en onderzoeken van de vogels kijken. Er werd uitleg gegeven over de vogels en waarom er geringd werd. Veel vragen werden beantwoord over de herkenning van soorten en waar op gelet zou moeten worden. Na het ringen mochten de kinderen zelf de vogel weer loslaten. Aan ieder kind werd uitgelegd hoe je het beste de vogel kon vasthouden zodat de vogels rustig bleven. Gewaarschuwd werd er voor de toch wel wat minder leuke gedragingen van de Pimpelmees, deze kunnen namelijk met hun snavels flink knijpen en menig jeugdige vogelaar heeft dat vanmorgen ervaren. Na 9.30 uur vertrokken alle jeugdleden weer voldaan huiswaarts. Al met al werden er op de toch nog vrij rustige ringmorgen 79 vogel gevangen. Hieronder een verslagje van wat er allemaal die morgen geringd en gevangen is.
7 oktober 2013. Boerenzwaluwen zijn al uit de schuren vertrokken.
Dit jaar heb ik als Boerenzwaluw onderzoeker in Friesland op verschillende locaties in totaal 1489 boerenzwaluwen geringd waarvan 881 nestjongen , 355 volwassenen en 255 eerste jaars. Verder zijn er een 152 vogels uit voorgaande jaren met een poot ring terug gevangen. Helaas moest ik op 1 september abrupt stoppen met het ringen omdat mijn vrouw een ernstig ongeval kreeg in de douche en ik alle werkzaamheden thuis moest overnemen. Door de ontstane situatie kon ik de vele vervolglegsels van de boerenzwaluw helaas niet meer controleren. Toch kreeg ik via mijn Blog en mijn email nog vele meldingen binnen van late zwaluwen, nieuwtjes en broedgevallen, waarvoor mijn dank. De meldingen zullen zeker nog in het te maken Boerenzwaluwen Journaal 2013 verwerkt gaan worden.
late legsels en de verzorging. In Dedgum zijn bij familie Westendorp de laatste boerenzwaluwen al op 30 september vertrokken ,vorig jaar was dat pas rond 6 a 7 oktober. Bij Artina Oppenhuizen in Joure waren op 25 september de oude vogels nog in de schuur en de jongen al vertrokken. Op dezelfde dag ontdekte L. Pasveer in Hulsthorst dat ook daar de ouden en jongen al weg waren, op 13 april waren daar de eersten terug. Boerenzwaluwen die hun late (derde of vervolg) legsels nog aan het verzorgen zijn in september kunnen van de ene op de andere dag zo maar hun nest en zelfs hun al grote nestjongen verlaten en met soortgenoten vertrekken naar de overwinter gebieden. In Warns bij Bauke Smid was dit ook zo, er werden na een natte en vrij koude periode in september legsels met eieren plotseling verlaten. Zelfs nesten met al grote bijna vlieg vlugge jongen werden dood aangetroffen. Voedsel gebrek kan dan mede een rol spelen, doch de drang om weg te trekken (te overleven) en met de soortgenoten mee te gaan is dan hoger dan de verzorging van hun jongen. geen bouwmateriaal door droogte. De afgelopen zomer was ook warm en droog. Zo droog zelfs dat zwaluwen maar moeilijk aan vers klei en modder konden komen om hun nest te bouwen. Minke Hoekstra uit Boelenslaan vond daar wat op schreef ze. Zij groef op een geschikte plek op het erf een ondiepe kuil en vulde dit met zeildoek. Daar goot ze wat water in en verse modder met gedroogd gras en klei/leem. Ze mengde het geheel en maakte er een natte maar toch homogene samenstelling van. Weldra kwamen de zwaluwen op die plek hun bouwmateriaal halen. Regelmatig hield ze de plek nat door er af en toe wat water toe te voegen om verdroging te voorkomen. De vogels hebben er de gehele zomer gebruik van gemaakt.
late broedgevallen/aankomst en vertrekdata 2013. Met het nog mooie weer in begin oktober zijn er dit jaar op diverse plekken mogelijk nog late broedparen met jongen in schuren aangetroffen. Ik ben dan ook erg benieuwd of er dit jaar op veel meer plekken de oude vogels inderdaad veel vroeger zijn vertrokken uit de broedschuren/stallen. Hebben ze massaal hun legsels verlaten? Met de gegevens van de late broedgevallen krijgen we zo een beeld of veel van de late jongen het toch nog gehaald hebben. Niet overal was er door koude en voedselgebrek sterfte onder de jongen. Laat U meldingen horen! Bij U opgave ook graag adres/locatie vermelden zodat we de meldingen ook op coördinaten kunnen intekenen.
Sperwers en boerenzwaluwen. De afgelopen dagen vond ik nog enkele oude artikeltjes uit de Leeuwarder Courant. Leuk om nog eens door te lezen. De telefoon nummers kloppen niet meer. Het artikel van Boerenzwaluw vroeg weg is van 26 augustus 1994, stond er niet bij. Het artikel Sperwer vloog zich te pletter tegen ramen is van 14 oktober 1994!
Er moeten nog vele honderden (mogelijk meer dan 1000) artikelen zijn die ik in de periode van 1977 tot heden heb gepubliceerd in dit regionale dagblad. Ik ben de tel kwijt en heb eigenlijk nooit bijgehouden hoeveel het er waren! Kan ze helaas niet allemaal meer terugvinden. Er zal vast wel iemand zijn die ze verzamelde neem ik aan. Ik weet echter dat er veel lezers waren , en nu nog zijn, die de stukjes uit de natuur graag lezen.
Vangstresultaten van 27-28 en 30 augustus sluiten maand goed af. Op 27 en 28 augustus heb ik naast het onderhoud van de vangbanen ook nog enkele netten opgezet. Dit leverde toch nog een 57 vogels op waaronder zelfs een 7 tal boerenzwaluwen ,1 witsterblauwborst en zelfs een boomkruiper. Van de kleine karekiet was er 1 vogel bij die een sterk opvallende groeiband in de staart had, meestal zijn de groeibanden veel minder zichtbaar. De 30e augustus viel qua vangsten wat tegen met een totaal van 67 vogels waaronder een flink aandeel kleine karekieten (plm. 50%) en een 10 tal Rietzangers. Ook waren er weer een 40 tal boerenzwaluwen, doch door de strakke ZW wind vielen de vangnetten nogal op en werden er slechts 2 gevangen. Al met al kon de augustus maand dan toch positief worden afgesloten met een flink aantal vangsten (645) waaronder maar liefst 208 kleine karekieten, 91 rietzangers, 82 boerenzwaluwen, 31 grasmussen en 44 tjiftjaffen. De septembermaand begon slecht. In de nacht (rond 03.00 uur) van zaterdag op zondag 1 sept.is mijn vrouw plotseling gevallen in de douch en met hevige pijnen naar het ziekenhuis in Heerenveen gebracht per ambulance. Daar bleek dat de rechter arm uit de schouderkom lag en toen weer met succes kon worden teruggezet. Na een uurtje kon ik ze weer meenemen naar huis, doch ze mocht een drietal weken de arm niet belasten. Dat kwam er op neer dat het ringen voorlopig eerst van de baan was en de werkzaamheden thuis voorrang kregen. Het zij zo! Al met al gaat het nu al weer wat beter met haar gelukkig, de dokter gaf haar 80% kans dat het weer goed kwam. Alleen kunnen ze niet op de röntgen foto zien of het kraakbeen gescheurd is.
Vandaar dat het verslag van het ringnieuws op mijn Blog wat achterbleef en de email berichten wat langer zijn blijven liggen. hieronder de verslagen van de laatste drie vangdagen in augustus 2013.
Jan de Jong, Joure Ringer 403 Vogeltrekstation Wageningen Tel. 0513-414788 j.d.jongringer403@home.nl