Ik ben guy, en gebruik soms ook wel de schuilnaam skodaman.
Ik ben een man en woon in duffel (belgie) en mijn beroep is invalide.
Ik ben geboren op 30/01/1962 en ben nu dus 64 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: alles over autos.
Al vroeg in de oorlog besefte Panhard dat ze na dit conflict nieuwe wegen zouden moeten inslaan. Een kleine, zuinige auto die in grote aantallen gebouwd zou kunnen worden zou het merk een nieuwe toekomst bieden. De ingenieur Delagarde kreeg opdracht een kleine, zeer efficiënte motor te ontwikkelen terwijl Bionier de ultralichte carrosserie zou ontwerpen. Tegelijkertijd was J.A. Gregoire in opdracht van AF (Aluminium Français) bezig met het ontwerp van een kleine auto, geheel uit aluminium, de AFG. In 1944, na de bevrijding stelde de Franse staat zeer strikte regels voor de automobielindustrie op, het Plan Pons. Panhard kreeg geen toegang tot het benodigde staal. Aluminium Français kwam in contact met Panhard dat het prototype van de AFG ging bestuderen. Het resultaat was duidelijk door dit AFG prototype beïnvloed. maar week er toch zeer vanaf. (hierover is nog jarenlang geprocedeerd tussen Panhard en Gregoire) In 1947 was de Kleine Panhard, type aanduiding X84, rijp voor productie. Als commerciële benaming werd voor "Dyna Panhard" gekozen, een verwijzing naar de Panhard Dynamic van vóór de oorlog.
DB (Deutsch-Bonnet) was een apart automerk dat bestond van 1939 tot 1961 Opgericht door twee onwaarschijnlijke vrienden, de garagehouder René Bonnet en de ingenieur Charles Deutsch. Voor de oorlog al bouwden ze twee racewagens die op het circuit van Montlhéry met matig succes meereden. Deze twee auto's waren voorzien van Citroën motoren. Ook na de oorlog gingen beide heren door met Citroën techniek, in totaal hebben ze zo 9 DB-Citroën's gebouwd. De laatste was geen racewagen, maar een sportieve coach. Citroën vond dat maar niets en verbood het leveren van motoren aan DB. Toen stapte DB over op Panhard techniek, met groot succes. Ze behaalden vele overwinningen op Le Mans. In 1961 gingen René Bonnet en Charles Deutsch uit elkaar. René Bonnet begon zijn eigen bedrijf, Charles Deutsch (naast vele andere drukke werkzaamheden) ontwierp racewagens. Onder anderen voor Panhard.
De eerste serie van deze kleine duiveltjes werd uitsluitend blauw metallic gespoten. Het waren vierpersoons racewagens en daar er ook werkelijk mee geracet is, zijn er niet veel goede exemplaren overgebleven. Dit geldt voornamelijk voor de TTS waarvan er maar een paar gemaakt zijn. We zien ze wel eens op de circuits voor young-timer races. Maar niet iedereen die een TT of TTS koeste, doet daaraan mee: het is ook een geliefde rappe klassieker voor de openbare weg.
Aantal cilinders: 4 Cilinderinhoud in cm3: 1098, 1177 en 996 Vermogen in pk bij toeren/minuut: 55/5800, 65/5500 en 70/6150 Topsnelheid in km/uur: 150-160 Carrosserie/Chassis: zelfdragend Uitvoering: coach Productiejaren: 1965-1971 Productie-aantallen: 63.289 en 2.404
NSU PRINZ I, II, III & 30 Hoewel de kleine Prinz al in 1957 op de Frankfurtse tentoonstelling stond, duurde het lang voordat hij in productie genomen kon worden. Maar toen de wagen éénmaal op straat verscheen, was men vol bewondering over zijn capaciteiten. De auto had de motor achterin, beschikte al over een 12-Volt installatie, maar had een ongesynchroniseerde versnellingsbak. De wagen werd steeds verder verbeterd en, zoals te verwachten was, groeide de motor in vermogen. De liefhebbers van deze wagentjes wonen voornamelijk in Duitsland zelf.
Aantal cilinders: 2 Cilinderinhoud in cm3: 583 Vermogen in pk bij toeren/minuut: 20/4600, 23/5000 en 30/5500 Topsnelheid in km/uur: 110-120 Carrosserie/Chassis: zelfdragend Uitvoering: coach Productiejaren: 1958-1962 Productie-aantallen: 94.549