|
Wilde eenden steken hun kop tussen hun veren als het koud is.
Een vogel heeft een lichaamstemperatuur van ongeveer veertig graden. In de winter ligt onderkoeling altijd op de loer. Om de temperatuur op peil te houden, moeten vogels meer eten en zo efficiënt mogelijk met energie omgaan. Het verenkleed isoleert goed en dat beperkt het warmteverlies. Door hun veren op te zetten, houden ze zoveel mogelijk lucht en warmte vast. De snavel, ogen en neusgaten zijn kaal en niet geïsoleerd. Door de kop tussen de veren te stoppen profiteert de vogel van de isolerende werking van het verenkleed en door zo 'rond' mogelijk te zijn, beperkt hij zijn energieverlies. Maar daarvoor betaalt de vogel soms wel een prijs: met de kop tussen de veren hoort hij een naderend roofdier minder goed.
Wilde eend (Foto: Karel VERBRUGGEN)

|